In november 2024 vaardigde het Internationaal Strafhof (ICC) arrestatiebevelen uit tegen de IsraĆ«lische premier Benjamin Netanyahu en zijn minister van Defensie, wegens vermeende oorlogsmisdaden in Gaza. De reactie was onmiddellijk en fel: Netanyahu bestempelde het bevel als āeen antisemitische aanval op IsraĆ«lā, terwijl de Verenigde Staten niet alleen de legitimiteit van het Hof verwierp, maar ook economische en diplomatieke sancties oplegden aan het ICC en zijn medewerkers.
Internationaal politiek analist dr. Marta Alvarez merkt op: āDit is niet de eerste keer dat wereldleiders zich onttrekken aan internationale rechtspraak. Denk aan Soedan, waar voormalig president Omar al-Bashir jarenlang vrij kon reizen, ondanks een ICC-bevel wegens genocide in Darfur.ā
Volgens Alvarez wordt de geloofwaardigheid van het ICC steeds meer ondermijnd wanneer grote machten zoals de VS weigeren arrestatiebevelen te respecteren of zelfs actief tegenwerken.
Een belangrijk precedent ligt ook bij Rusland: nadat het ICC in 2023 president Poetin aanklaagde voor de ontvoering van OekraĆÆense kinderen, wees Moskou de aanklacht af en voerde het Westen geen directe druk uit om hem over te leveren. āDit laat zien dat internationale gerechtigheid vaak selectief isā, stelt Alvarez. āDe naleving hangt af van politieke belangen, niet van universele normen.ā
De sancties voor het niet uitvoeren van ICC-bevelen zijn zwak: staten riskeren slechts reputatieschade of in uitzonderlijke gevallen beperkende maatregelen.
Alvarez vat samen: āZolang wereldmachten buiten schot blijven en het ICC weinig middelen heeft om zijn uitspraken af te dwingen, blijft de vraag pijnlijk actueel: zal er ooit gerechtigheid zijn?ā
