Lang geleden, toen de mens nog leefde als jager-verzamelaar, was al het voedsel van nature biologisch. Er waren geen kunstmest, pesticiden of genetisch gemodificeerde gewassen. De natuur bepaalde wat er op tafel kwam ā onbesmet door chemische ingrepen.
Maar waar is het fout gegaan?
Met de komst van de landbouwrevolutie begon de mens de natuur te temmen. Wat eerst een harmonieuze relatie was tussen mens en milieu, veranderde in intensieve vormen van landbouw. Vooral na de Tweede Wereldoorlog verschoof de focus naar productie: hoe meer, hoe beter. Chemische meststoffen en bestrijdingsmiddelen werden de norm.
Monocultures namen de plaats in van biodiverse akkers, en dieren werden steeds vaker gehouden in massale stallen.
Vandaag lijkt de balans volledig doorgeslagen. Slechts een klein deel van het wereldwijde landbouwareaal is nog biologisch. Toch groeit ook het verlangen naar terugkeer naar natuurlijke vormen van voedselproductie. Supermarkten bieden biologische producten aan, burgers kiezen bewuster en boeren experimenteren met agro-ecologie.
Maar was het niet simpeler geweest om nooit af te wijken van die oorspronkelijke weg?
Misschien ligt de sleutel voor de toekomst in het verleden. Niet om terug te keren naar een pre-industriĆ«le tijd, maar om lessen te trekken uit een tijd waarin voedsel nog puur en duurzaam was. De vraag is niet alleen: waar is het fout gegaan ā maar ook: hoe zorgen we ervoor dat we het deze keer beter doen.
