Ter nagedachtenis NOER PIERKHAN (14 maart 1918 – 1 mei 1966)

Noermohamed Pierkhan was een bekende Surinamer en vooraanstaand strijder om behoud van de Hindostaanse cultuur in Suriname. Hieronder een korte beschrijving van zijn carrière. 

Noer Pierkhan heeft enige maanden (bijna een jaar) in Demerara – het huidige Guyana – doorgebracht en zich aldaar verdiept in muziek, fototechniek en radiotechniek. Ook heeft hij daar enig onderwijs genoten in de Koran.

Vanaf de oprichting van RAPAR in januari 1957 was Noer betrokken als omroeper. Hij kocht daar zendtijd van de eigenaar, zijn vriend Lionarons. Met de in Demerara opgedane inzichten richtte hij kort na de opening van Rapar zijn adverentiebureau Acme Service op, en wel op 10 maart 1957. Dit was het eerste advertentiebureau onder de Hindostanen. Bij Acme Service aan de Kankantriestraat behoorde ook een professionele fotostudio, de eerste onder de Hindostanen, alwaar men terecht kon voor pasfoto’s, portretfoto’s en dergelijke.

Ook deed Noer fotoreportages op bruiloften, verjaardagen en dergelijke vieringen. Programma’s als ‘maut ke khabar’ (overlijdensberichten) en ‘zaroori khabar’ (speciale berichten) komen uit deze periode. De speciale berichten waren toentertijd van heel groot belang omdat er geen social media, telefonie etc. beschikbaar was. Als er bijv. mensen waren met een ernstige ziekte die doorlopend bezoek mochten ontvangen, of als iemand bloeddonatie nodig had, werden dergelijke berichten via ‘zaroori khabar’ uitgezonden. 

De formats van de overlijdens- en speciale berichten, eveneens van de verzoeknummers, worden tot heden nog gehanteerd. Noer richtte begin jaren ’50 zijn eigen band op, de Noer Band, een heel populaire baithak gana / qawali band waarmee hij – naast nagezongen nummers – ook eigen geschreven nummers ten gehore bracht. Met deze band is hij vanaf de tijd van radio AVROS (vóór de tijd van Rapar) regelmatig in de uitzending geweest en later bij Rapar heeft hij deze baithak gana programma’s voortgezet, waarbij hij ook andere bands de gelegenheid gaf om in de ether te komen. Daarbij stimuleerde hij vrouwelijke baithak gana artiesten om daaraan mee te doen.

Deze traditie van wekelijkse uitzendingen werd later voortgezet door zijn neefje Shabier Ishaak.

Noer was ook bekend als importeur van muziekinstrumenten t.b.v. baithak gana bands in Suriname.

Van huis uit was Noer moslim, maar op de radio was hij volledig seculier. Iedereen kreeg de gelegenheid iets te presenteren in zijn programma, of het nou een moulvi was of een pandit. Samen met Siri Jagai en anderen is Noer mede-oprichter geweest van begraafplaats Sarwa Oedai, een begraafplaats met seculiere visie waar beide grote moslimorganisaties en beide grote hindoe organisaties bij betrokken waren. Op deze begraafplaats is hij later begraven.

Het welbekend lied Jaat ke beriya, dat dagelijks bij de overlijdensberichten te horen is, is het laatste lied dat Noer heeft geschreven, en wel enkele maanden voor zijn overlijden in 1966.

Sahadat Chedie, lid van Noer band, vertelde dat voordat Noer naar Caracas ging voor zijn hartoperatie, hij dit lied heeft opgenomen en de opname in zijn kamer had gezet, met de opmerking om het af te draaien, mocht hij komen te overlijden. Toen het bericht van zijn overlijden binnenkwam, heeft zijn zoon Rashid de volgende ochtend deze gebeurtenis aangehaald, het overlijden bekend gemaakt en het lied afgedraaid. Noer Pierkhan heeft in de jaren ’90 postuum een onderscheiding gekregen van de President van Suriname. Ook is er een straat in Paramaribo naar hem vernoemd.

Samenstelling: Riaz Ahmadali

Bronnen: Gesprek met Moenisha Hiwat-Mahabiersing, jongste dochter van Noer Pierkhan

– Archief Stichting Ham Sarnami, dhr. Prakash Kandhai

– Boek: Rashid Pierkhan, een biografie in foto’s

error: Kopiëren mag niet!