Koopkracht de heilige graal van het economisch beleid

Het Nieuw Front roemde zich op het bereiken van stabiliteit en het realiseren van economische groei. Men had goede ratings. De rijke landen realiseren lage groeicijfers, maar hun economie is stabiel, werkloosheid is laag, koopkracht is op peil, terwijl het welzijn hoog is. Omdat voor een evenwichtig sociaal economisch beleid veel meer nodig is dan een stabiele koers. Als de andere beleidsmaatregelen uitblijven, dan wordt de gerealiseerde koersstabiliteit een last voor de samenleving, het is de stabiliteit van het graf zeg ik dan ook. Wat zijn de feiten. Tot de taken van de Centrale Bank behoort het garanderen van prijsstabiliteit middels een beleid voor een stabiele koers en lage inflatie, en de zorg voor een rente niveau die zowel besparingen als investeringen aanmoedigt. En precies met dat laatste gaat het mis, immers onze centrale bank kent als enige centrale bank op de wereld geen rentebeleid.

Geen schepping van goede kwaliteit werkgelegenheid

De groei van de informele sector is een bewijs van het falen van de economische politiek van de regeringen sinds 1975. In de Verenigde Staten van Amerika worden elke week door het BLS het Bureau voor Labor Statistics gepubliceerd hoeveel werkgelegenheid geschapen is en hoeveel werkzoekenden erbij gekomen zijn.

Het niveau van investeringen in Suriname is laag omdat investeringen zeer gevoelig zijn voor het renteniveau. Men ziet koers stabiliteit maar wat men niet ziet zijn de arbeidsplaatsen die verloren zijn gegaan terwijl geen nieuwe geschapen zijn vanwege het hoge rente niveau. Men ziet ook niet dat jobless growth in een economie met een hoge werkloosheid geen zoden aan de dijk zet. Zonder investeringen geen werkgelegenheid, geen inkomen, geen goede kwaliteit groei, dus de koek die verdeeld moet worden wordt niet groter maar kleiner. Ziedaar een failliet beleid die het welzijn van de mensen opoffert aan stabiliteit.

Stabiliteit versus koopkracht

De stabiliteit is gebaseerd op het opofferen van de koopkracht van mensen. En het perspectief is dankzij het beleid van de Regering veel minder rooskleurig. Banken maken winsten, zij hebben geen concurrentie van NPS-NDP-VHP Chinezen, maar het merendeel der bedrijven kan zijn schulden niet aflossen en betalen maximale rentes. Dus veel meer werkgelegenheid zit in de gevarenzone, heren van de vakbeweging, U heeft zitten slapen.

Het grootste gedeelte van de gemeenschap heeft geen boodschap aan mooie verhalen van stabiliteit over goede ratings et cetera. Voor hun is koopkracht belangrijk. En koopkracht is vooral in een kleine economie als de Surinaamse afhankelijk van een groot aantal factoren. In deze zijn: inflatie, deflatie, reële inkomen, werkgelegenheid, de wisselkoers, de beschikbaarheid van kapitaal, het rentepeil, marktwerking, belastingdruk, de prijzen van importgoederen. Al deze factoren beïnvloeden ook de concurrentiekracht van de economie. En de concurrentiekracht wordt bepaald door een groot aantal factoren, ik zal me beperken tot de twee voornaamste parameters met name productiviteit en innovatie. Vooral omdat ik productiviteit en innovatie doceer en een boek over “Innovatie en sociaal economische ontwikkeling” aan het afronden ben.

Productiviteit en innovatie

Begin 1996 was het herstructureringsplan van het ministerie van Handel en Industrie zoals opgemaakt door de consultants de Deloitte & Touche gereed.

Gebleken was dat vooral taken op het vlak van institutionele voorzieningen ten behoeve van het bedrijfsleven zich voor toepassing binnen het herstructureringskader leenden. Het Ministerie van Handel en Industrie had als doelen van haar heroriëntatieheleid:

• concentratie op de exportsector;

• vergroten van de concurrentiekracht van het Surinaams bedrijfsleven;

• vergroten van de productiviteit en van het innovatief vermogen van het Surinaams bedrijfsleven;

• stimulering van de meest veelbelovende sectoren.

In het herstructureringsplan van het ministerie van Handel en industrie was opgenomen de opzet van een Suriname Business Centrum. Deze zou een drietal instituten omvatten; een Bureau of Standaards, een productiviteit en innovatiecentrum, een voorlichting en documentatiecentrum.

Suriname kent geen institutioneel kader voor duurzame ondersteuning van het bedrijfsleven, wat essentieel is om duurzame positieve economische groei te realiseren. Dit werd door het ministerie aangevoeld als een ernstig gemis bij het sturen en ondersteunen van het bedrijfsleven.

Vandaar dat oprichting van een aantal instituten binnen het kader van een Suriname Business Centrum de grootst mogelijke prioriteit genoot.

Op een bijeenkomst op het Ministerie van Planning heeft de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk in tegenwoordigheid van de ministers Ronald Assen, Humphrey Hildenberg, Subash Mungra en mijn persoon, 20 miljoen Nederlandse guldens toegezegd voor de uitvoering van het betreffende herstructureringsplan. Daarmee zou mijn ministerie het eerste ministerie zijn die over donormiddelen zou beschikken uit de Nederlandse hulpallocatie. In politieke termen gesproken zou ik scoren. En dat paste niet binnen het ideologisch kader van de toenmalige president, dus toen later dat jaar in Den Haag er ministersoverleg was tussen de ministers Jan Pronk en Ronald Assen, toen bleek het dossier van Handel en Industrie niet door minister Assen doorgestuurd te zijn naar zijn collega. Op de vraag van minister Jan Pronk waarom het dossier van Handel en Industrie niet op de agenda was geplaatst, zei minister Ronald Assen dat hij het dossier niet ontvangen had terwijl alle andere instanties en ook de Nederlandse ambassade het dossier ontvangen hadden zoals verzonden door mijn ministerie.

De NPS verloor in 2010 de verkiezingen omdat men geen oog had gehad voor koopkracht.

Immers de samenleving had genoeg van stabiliteit terwijl de koopkracht achteruit ging.

Richard B Kalloe

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: