Aversie tegen conversie?

                                                                                 Carlo Jadnanansing 

In De Nationale Assemble, DNA, worden momenteel felle discussies gevoerd over de zogenoemde conversiewetgeving. Deze betreft de decreten Beginselen Grondbeleid en Uitgifte Domeingrond.

Een van de belangrijkste wijzigingen met betrekking tot het grondbeleid was dat vanaf 1982 gronden slechts uitgegeven konden worden in grondhuur. Daarvóór was uitgifte in eigendom mogelijk volgens ons Burgerlijk Wetboek (B.W.). Ook na de invoering ervan in 1869 werden gronden voornamelijk uitgegeven in erfpacht. 

Met betrekking tot dit laatste werd in 1937 de Agrarische Verordening ingevoerd. Volgens laatstgenoemd wetsproduct gaf de overheid gronden uit in erfpacht, maar eigendom van landbouwgronden tot 10 hectare was ook mogelijk. In 1982 werden uitgifte in erfpacht en eigendom geschrapt. 

In 2003 werd overdracht van domeingrond in eigendom wederom mogelijk gemaakt. Voor het implementeren hiervan moesten er één of meer staatsbesluiten vervaardigd worden. Het duurde tot 2009, ook nog onder presidentschap van Venetiaan, voordat het Besluit Overdracht Domeingrond in Eigendom tot stand kwam. Hierdoor kon domeingrond in eigendom uitgegeven worden. Daarnaast werd het mogelijk erfpacht en grondhuur te converteren naar eigendom. 

De oorspronkelijke betekenis van conversie was dat een bestaand recht werd omgezet in een ander recht. bijv. erfpacht naar grondhuur. Conversie wordt thans in ruimere zin gebruikt namelijk wanneer de Staat zijn blote eigendom overdraagt aan de erfpachter cq grondhuurder en dit recht door vermenging teniet gaat en samensmelt tot eigendom. 

Van de mogelijkheid tot conversie is voor het eerst gebruik gemaakt tijdens het bewind van president Bouterse middels een pilotproject. 

Tijdens een presentatie van de toenmalige (thans onvindbare) minister van Financiën begreep ik dat de regering het project als mislukt heeft beëindigd. 

Ik heb deze mededeling met ongeloof aangehoord en mijn diensten aangeboden voor een herstart, omdat deze de toen al deplorabele staatskas een financiële injectie kon geven. De minister is echter daar niet op ingegaan. 

Reeds direct na haar aantreden heeft de regering Santokhi-Brunswijk een presidentiële commissie benoemd. Van deze commissie ben ik (onbezoldigd) adviseur, maar schrijf dit artikel a titre personnel. 

Deze commissie heeft tot taak de bestaande wetgeving aan te passen en gereed te maken voor behandeling. Ook de minister GBB heeft een eigen commissie, die met hetzelfde werk bezig is. 

Waar ik de nadruk op wil leggen is dat het niet gaat om nieuwe wetgeving. Ook al zou de conceptwetgeving niet worden aangenomen, is conversie mogelijk op grond van de bestaande wetgeving

De opdracht die gegeven is aan de presidentiële commissie is dus primair bedoeld om de bestaande wetgeving zodanig aan te passen dat er voldoende animo bestaat voor conversie. 

De opmerkingen dat conversie niet mogelijk zou zijn omdat de randvoorwaarden daarvoor niet aanwezig zijn, raken dus kant noch wal. Dit om de doodeenvoudige reden dat onder de regering Bouterse reeds verschillende gevallen van conversie zijn geweest. 

De belangrijkste redenen voor aanpassing: 

a. juridisch: 

De bestaande wetgeving bevat zaken die niet stroken met beginselen van het burgerlijk recht bijv. dat de Staat eigendom overdraagt, terwijl dit moet zijn de blote eigendom. M.i. doet dit geen afbreuk aan de reeds gedane conversies. Het is duidelijk dat bedoeld wordt de blote eigendom. 

b. financieel-economisch: 

De staatskas heeft dringend versterking nodig en uit de verzoeken blijkt dat velen staan te trappelen om hun beperkt zakelijk recht te converteren. 

De belangrijkste redenen zijn: 

– geen gevaar van intrekking; 

– geen toestemming nodig bij overdracht; 

– geen beperkingen voor de verkrijgers (nationaliteit, ingezetenschap etc.); 

– makkelijker verkrijgen van financieringen; 

– geen verval bij erfopvolging. 

De vraag is welk nadeel er bestaat voor de overheid bij de conversie. Op dit moment krijgt de overheid een jaarlijkse erfpachtcanon/ grondhuurvergoeding van enkele SRD’s per perceel. Bij conversie krijgt de Staat een behoorlijk bedrag eenmalig in handen. Maar dit is voor de staatskas veel voordeliger. 

Naar mijn mening ligt de belangrijkste oorzaak voor het mislukken van het vorengenoemde pilotproject bij de hoge tarieven die waren vastgesteld en de bureaucratie. Vandaar dat thans gekozen is de conversie via een notaris te laten lopen. 

Een van de belangrijkste voorwaarden voor het slagen is dat de conversietarieven aantrekkelijk zijn. 

Tenslotte wijs ik erop dat volgens de bestaande wetgeving conversie mogelijk is voor percelen met een maximale grootte van 2.500 m² en uitsluitend voor bebouwing en bewoning. Dit geldt zowel voor Surinamers die in Suriname woonachtig zijn als rechtspersonen opgericht volgens het Surinaamse recht.

De nieuwe wetgeving is veel ruimer; conversie is in principe mogelijk in heel Suriname voor alle doeleinden en er is geen beperking m.b.t. de grootte. Wel wordt erop gewezen dat de minister GBB in conversieaangelegenheden niet alleen mag beslissen, maar dat de Regering toestemming moet verlenen. 

Ook met de rechten van Inheemsen en Marrons is rekening gehouden. 

Ik hoop dat met mijn versie over de conversie, de aversie tegen conversie weggemaakt is! 

Paramaribo, 2 september 2021.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: