Haïtianen sterven aan internationaal georganiseerde onderdrukking, niet door aardbevingen of orkanen

Analyse – Lode Vanoost

Het dodental na de aardbeving in Haïti klimt reeds boven 2.000, terwijl de schade van orkaan Grace nauwelijks afzonderlijk kan worden afgemeten. Toch zijn dit niet de echte oorzaken van de ellende. De echte oorzaak van het hoge dodental is onderontwikkeling, op zijn beurt het gevolg van politieke repressie door een kleine elite die doet wat ze doet, omdat ze de facto internationaal gesteund wordt. Dat is het echte Haïtiaanse drama.

Terwijl Haïti in een diepe politieke crisis zit zonder enig functionerend openbaar bestuur na de moord op president Jovenel Moïse, kreunt de bevolking onder de gevolgen van een verwoestende aardbeving, nauwelijks drie dagen later gevolgd door een tropische regenstorm.

Het vastgestelde dodental stijgt ondertussen tot 2.200 met meer dan 9.000 zwaargewonden (met gecompliceerde breuken en verwondingen door verplettering die zeer snelle verzorging vereisen om degelijk geneesbaar te zijn) en ontelbare lichter gewonden.

De dodencijfers zullen zonder de minste twijfel nog stijgen omdat ontelbare ruïnes nog moeten geruimd worden. Ongeveer 500.000 Haïtianen – 40 procent van de bevolking van het zuidwestelijke schiereiland hebben dringend humanitaire hulp nodig voor huisvesting, voeding en medische verzorging. Hospitalen hebben dringend verband, ontsmettingsproducten, operatiemateriaal, verdovingsproducten, bloed en bloedtransfusiemateriaal nodig.

Deze aardbeving was met 7.2 op de schaal van Richter niet zo vernietigend als die van 12 januari 2010 die nochtans zwakker was (7.0). Het totaal aantal doden is elf jaar later nog steeds niet exact bekend, maar de meeste schattingen schommelen rond 160.000. Het relatief lagere aantal doden nu in 2021 maakt van deze aardbeving echter nog steeds de dodelijkste natuurramp van 2021.

Er zijn hoofdzakelijk twee redenen waarom deze nochtans sterkere aardbeving minder dodelijk was dan die van 2010. Het epicentrum lag verder van dicht bewoond gebied en het hypocentrum (het centrum zelf van de aardbeving in de bodem) lag ook veel dieper dan in 2010. De Haïtianen hebben na de aardbeving van 2010 de reflex ontwikkeld om bij het minste begin van een aardbeving (bevingen zijn er voortdurend, de meeste zijn onschadelijk, maar dat weet je dus nooit bij voorbaat) naar buiten te gaan.

Andere oorzaken maken het verschil
Daarmee is echter lang niet alles gezegd. Even zware en zwaardere aardbevingen in andere landen veroorzaken veel minder doden dan in Haïti. De aardbeving van 27 februari 2010 in Chili was 8.8 op de schaal van Richter. De schaal van Richter is niet cijfermatig maar logaritmisch, elke stijging met 1 punt maakt een aardbeving 31.623 maal sterker.

Deze aardbeving in Chili was de sterkste ooit ter wereld sinds de jaren 1960, ze deed zich voor in het meest verstedelijkte gebied van Chili net ten zuiden van de hoofdstad Santiago, in een gebied met miljoenen inwoners. Ze duurde meer dan drie minuten en werd gevoeld tot in Peru, meer dan 2.000 kilometer verder.

In totaal kwamen daar 525 mensen om en werden 25 lichamen nooit teruggevonden. Ondanks dat de aardbeving zich voordeed in dicht bevolkt verstedelijkt gebied verloor slechts 9 procent van de lokale Chilenen hun woning.

Het verschil met Haïti is enorm. De oorzaken moeten met andere woorden verder worden gezocht dan alleen maar bij de kracht van aardbevingen. Landen die regelmatig met aardbevingen worden geconfronteerd zijn ervaren in een andere manier van bouwen, zowel van huizen als van wegen en bruggen. Speciale funderingen, overspanningen, plafonds, vloeren, steunbalken, betonplaten in plaats van bakstenen zijn bekend maar vergen financiële middelen. Die heeft Haïti niet.

Armoede
Volgens de internationaal erkende VN-maatstaf leeft meer dan 78 procent van de Haïtianen onder de armoedegrens. De voornaamste doodsoorzaken door gezondheidsproblemen zijn allerlei ziektes die diarree veroorzaken, Aids, hersenvliesontsteking en ademhalingsinfecties, allemaal ziektes waartegen degelijke medische behandelingen bestaan. In Haïti sterven gemiddeld tien maal meer mensen aan TBC dan in de rest van Latijns-Amerika.

Er zijn landen waar het armoedepercentage nog hoger ligt, maar die toch betere gezondheidscijfers hebben. De aanwezigheid van bereikbare en betaalbare medische verzorging, voedselsubsidies en de verdeling van de welvaart over de bevolking zijn evengoed bepalende factoren voor menselijke welvaart, evenals de manier waarop die welvaart verdeeld is over de bevolking.

Haïti heeft nauwelijks een middenklasse, je bent er ofwel straatarm of zeer rijk. Met rijk wordt hier niet bedoeld ‘rijk’ zoals in upper middle class. De ironie van het huidige wereldsysteem is dat rijke mensen in arme landen gemiddeld veel rijker zijn dan rijke mensen in ontwikkelde landen.

Waarom is dat zo?
De fundamentele vraag is waarom dat zo is. Armoede en uitbuiting zijn geen natuurlijke gang van zaken, maar het logisch resultaat van politiek-economische beslissingen, van internationale bemoeienis en overmacht, kortom van een economisch systeem dat de facto landen als Haïti vasthoudt in een zich voortdurend zichzelf reproducerende wurggreep van armoede.

Geen ander land ter wereld heeft in zijn geschiedenis tot vandaag die internationale impact meer gevoeld dan Haïti (voor een grondige historische terugblik vanaf de Spaanse/Franse kolonisatie over de onafhankelijkheid in 1804 tot 2011, een jaar na de aardbeving van 2010.

Vanaf de dag toen Haïti in 1804 als eerste land ter wereld een succesvolle slavenopstand tot onafhankelijkheid bracht heeft de ‘internationale gemeenschap’ (meer concreet Frankrijk, de VS en later Canada) de bevolking gestraft voor zijn onbeschaamdheid om te durven denken dat zij zelf hun lot in eigen handen mogen nemen.

Om internationaal erkend te worden, heeft Haïti een loodzware ‘schuld’ erkend voor de Franse koloniale investeringen die tot 1947 werd afbetaald. De VS deden er nog 58 jaar over om het land te erkennen. De ambassadeur van Haïti mocht als enige niet zetelen in de hoofdstad Washington DC, maar moest onder strikte voorwaarden in New York City blijven.

“Amerikaanse levens”
Tussen 1849 en 1923 vielen de VS 24 maal militair binnen “om Amerikaanse levens en eigendommen te beschermen”. Tijdens die bezettingen werdt telkens weer het ‘terroristisch’ verzet uitgemoord, werd de collectieve landbouwgrond aan buitenlandse bedrijven en rijken verpatst, wat de arme boeren massaal naar de slums van de steden dreef. De VS steunde de kleine minderheid van ‘mulatten’ (dit is de term die er nog steeds wordt gebruikt, echte ‘witten’ waren er nooit in Haïti) die de rest van de bevolking tot vandaag uitbuit.

De zwarte dictator ‘Papa Doc’ Duvalier was aanvankelijk een vijand’ van de VS, maar werd alsnog een bondgenoot omdat hij zich resoluut achter de blokkade van Cuba schaarde (en omdat hij de mulattenelite grotendeels ongemoeid liet – zolang ze zich niet politiek moeiden). Toen zijn zoon Baby Doc Duvalier in 1986 werd verjaagd door een volksopstand had 60 procent van de bevolking een gemiddeld jaarinkomen van 60 dollar. Kindersterfte en ondervoeding waren bij de hoogste ter wereld. Bootvluchtelingen werden systematisch teruggezonden door de VS.

Na eerste compleet frauduleuze ‘vrije’ verkiezingen in 1988 werd in 1991 Bertrand Aristide verkozen met 67 procent van de stemmen tot complete verrassing en ontzetting van de VS en de lokale elite. Het leger zag dit met lede ogen aan maar vooral de elite was woedend. Ze zouden zelfs, o gruwel, belastingen moeten gaan betalen.

Doelbewuste destabilisering van de democratie
Via onder andere de National Endowment for Democracy werden onmiddellijk middelen ter beschikking gesteld van de tegenstanders van Aristide. De in Chili en andere Latijns-Amerikaanse landen beproefde destabilisering deed zijn werk en zeven maanden later werd Aristide afgezet door het leger. Ook na zijn tweede verkiezing werd hij door de VS afgezet.

Sindsdien is het van kwaad naar erger gegaan. De gevreesde Tonton Macoutes, de gruwelijke militie van Papa Doc en Baby Doc, is in allerlei gedaantes nog steeds volop actief ten dienste van de oligarchie, terwijl internationale VN-troepen ter plaatse de andere kant op kijken.

VRT-Panorama zond in 2006 een BBC-reportage over Haïti uit waarin alle vooroordelen tegen Aristide werden bevestigd. Het meest grotesk in die reportage waren de passages waarin een VS-onderminister doodleuk en zonder tegenspraak mocht uitleggen hoe ze ‘fouten’ hadden gemaakt door ‘te lang te geloven dat Aristide een democraat was’. Diezelfde minister was hoofd van de clandestiene operaties – begonnen reeds voor Aristide de eed had afgelegd – die Aristide ten val brachten.

De ‘slaafse mentaliteit’
Net als in 2010 herhalen mediacommentatoren dat Haïti één van de armste landen ter wereld is. De logische vraag die daar zou moeten op volgen is: Hoe komt dat? Meer dan enkele platitudes over mislukte pogingen tot democratische ontwikkeling hoor je ook nu niet.

Net als in 2010 zien (dikwijls dezelfde) commentatoren de oorzaken in de ‘slaafse’ mentaliteit van Haïti. Wie de moed en het doorzettingsvermogen van de gewone Haïtianen kent, kan zich alleen maar ergeren aan deze ronduit racistische simplismen.

De historische schuld voor de extreme armoede ligt bij Frankrijk dat het land heeft leeggezogen en na de onafhankelijkheid een loodzware schuld heeft opgelegd. Daarnaast heeft de VS stelselmatig elke poging tot eigen economische ontwikkeling de kop ingedrukt, inclusief twee staatsgrepen tegen de eerste democratisch verkozen leider van het land in 1991 en opnieuw in 2004.

Een ander argument is dat de elite van het land geen sociale verantwoordelijkheid wil nemen. Dat is echter niet meer dan logisch, deze elite is niet ontstaan uit industrialisering of ondernemerschap maar uit dat kleine parasitaire deel van de bevolking dat de connecties en de bereidheid bezat om met buitenlandse overnemers van Haïti te collaboreren.

Haïti is de essentie van het economisch systeem
De echte oorzaak van deze ellende is nog altijd dezelfde: Haïti is zo arm omdat het rijke Westen een economisch systeem heeft dat arme landen nodig heeft. Armoede is in dat systeem geen onaangenaam sociaal fenomeen, geen neveneffect van onbedoelde economische uitbuiting. Het is de essentie zelf van het huidige economische systeem.

Haïti is arm omdat de VS, Canada en Frankrijk dat zo willen. De aardbevingen van 2010 en 2021 kunnen nooit voorkomen worden en zullen altijd slachtoffers eisen. Toch moet net als in 2010 een fundamentele vraag worden gesteld: Waarom eiste deze aardbeving, die weliswaar zwaar was maar zeker niet uitzonderlijk, zoveel meer slachtoffers in verhouding tot gelijkaardige aardbevingen in Californië, Japan of Nieuw-Zeeland?

Het antwoord is eenvoudig: Californië, Japan en Nieuw-Zeeland zijn sterke economieën met een overheidsapparaat dat middelen heeft, waar rampenplannen klaarliggen, waar onderzoek werd gedaan naar aardbevingsresistente gebouwen en waar effectief ook zwaar werd geïnvesteerd in veilige gebouwen. De oplossing is eenvoudig: stop ermee Haïti arm te houden.

Er bestaat geen wonderoplossing. Zolang wij aanvaarden om te leven in een systeem dat winst als enige drijfveer heeft, zullen machtige regeringen en ondernemingen landen als Haïti blijven onderdrukken. Dit systeem is echter geen natuurwet.

De Haïtiaanse bevolking heeft reeds eerder zijn wil tot zelfbeschikking getoond. De eerste, totaal onverwachte, verkiezing van Aristide in 1991 is daar een goed voorbeeld van. Daar waren jaren van volksorganisatie aan voorafgegaan. Die beweging was totaal de misprijzende aandacht van het Westen ontgaan.

Het is nu overigens niet anders. In Haïti broeit al meerdere jaren een volksopstand, die zwaar wordt onderdrukt.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: