(B.W.-)eigendom in Suriname?

Resume:

De Nederlandse kenner van het Surinaamse recht, mr. M. (Chiel) Verbruggen heeft in een artikel in het Nederlands Juristen Blad (NJB) gesteld dat in Suriname eigendom ontbreekt. Hiermee bedoelt hij dat Suriname geen burgerlijk eigendom kent zoals Nederland. In Suriname is wel in 1869 een burgerlijk wetboek ingevoerd waarin een eigendomsbegrip is opgenomen gelijk aan het Nederlandse. De koloniale overheid in Suriname heeft echter de vóór 1869 bestaande praktijk van uitgifte van onroerend goed in allodiale eigendom en erfelijk bezit (aeeb) en later erfpacht voortgezet. Dit komt, omdat cultuurplicht en vervallenverklaring bij gronduitgifte centraal stonden. Bij volledig eigendom kunnen deze twee voorwaarden niet worden gesteld. De stelling van Verbruggen dat er helemaal geen B.W.-eigendom in Suriname bestaat, is echter niet helemaal juist. Volgens Quintus Bosz (Q.B.)is er sporadisch toch B.W.-eigendom uitgegeven. In de praktijk denkt echter een groot deel van de grondbezitters in ons land het recht van eigendom te hebben. Na 1869 hebben de notarissen bij verkavelingprojecten het begrip aeeb niet meer gebruikt, maar in de transportakten de kavels aangeduid als (volle en vrije) eigendom. Hebben de kopers werkelijk (B.W.-)eigendom verkregen? De meningen hierover zijn verdeeld. De enige oplossing is dat de wetgever de knoop doorhakt door aeeb gelijk te stellen met B.W.-eigendom.

In SJB 2021 no. 1 is van mijn hand een lijvig commentaar verschenen op een beschouwing van Chiel Verbruggen, hierna ook te noemen de auteur, getiteld: Inleiding in het Surinaamse recht voor onroerende zaken. (Opgenomen in het NJB van 15-1-2021). De auteur heeft een invalshoek die volledig afwijkt van de wijze waarop normaliter naar het Surinaamse zakenrecht gekeken wordt. Zijn meest vergaande uitspraak is: eigendom ontbreekt!

Rechtspraktijk en ook wetenschappelijk onderwijs gaan ervan uit dat het Surinaamse onroerend goederenrecht vrijwel gelijk is aan het Nederlandse. De auteur stelt dat vanaf het begin van de kolonisatie Suriname een afwijkend stelsel heeft. De titel waaronder gronden werden uitgegeven was eerst aeeb. Het rechtskarakter van aeeb is nooit volkomen ontraadseld. Er is steeds verschil van mening geweest of wij te maken hebben met “burgerlijke” eigendom of een beperkt zakelijk recht.

In de eerste opvatting berust de eigendom uitsluitend bij de grondeigenaar op wie bepaalde verplichtingen zijn gelegd. In de tweede mening zijn er twee gerechtigden, namelijk de Staat die in naam eigenaar gebleven is (juridisch bloot eigenaar genoemd), terwijl het uitsluitend gebruiksrecht berust bij de allodiale eigenaar, die rechtens beschikt over een beperkt zakelijk recht. Dit recht zou het beste vergeleken kunnen worden met wat wij noemen: recht van erfpacht. (In het recht beschikt een eigenaar over een onbeperkt of absoluut zakelijk recht. Een eigenaar is dus de enige gerechtigde van het desbetreffende onroerend goed. Hij is wel bevoegd anderen een beperkt zakelijk recht daarvan te geven zoals het uitsluitende gebruiksrecht met de bevoegdheid dat deze het beperkte recht aan anderen mag overdragen na verkregen toestemming van de (bloot) eigenaar. Hierdoor is de oorspronkelijke eigenaar slechts in naam eigenaar gebleven, aangezien hij het onroerend goed niet meer zelf mag gebruiken en wordt daarom “bloot” eigenaar genoemd).

Q.B. is van mening dat aeeb een beperkt zakelijk recht is van eigen aard. Dit omdat aan het recht verplichtingen zijn gesteld die bij volledige eigendom ontbreken. Hij wijst er wel op dat in de 20ste eeuw het karakter van aeeb in de praktijk een betekenis heeft gekregen die dichtbij volledige eigendom komt. Het begrip aeeb is niet bekend in Nederland. Verschillende rechtsgeleerden hebben hun mening hierover gegeven, zonder het met elkaar eens te worden.

C.A. Kraan stelt in zijn gezaghebbend werk Uitgifte domeingrond in Suriname dat aeeb volledige eigendom is. Ook auteurs als Kruisland en ondergetekende delen deze mening.

De opvatting van Verbruggen is dat aeeb aanvankelijk een beperkt zakelijk recht was, maar zich in de loop der eeuwen heeft geëvolueerd en thans beschouwd wordt als volledige eigendom. Het rechtskarakter van aeeb is van groot belang, omdat niet alleen oude plantages maar ook gronden in Paramaribo uitgegeven zijn in aeeb.

Tot 1869 kende Suriname geen Burgerlijk Wetboek (B.W.). In dat jaar werd het begrip eigendom ingevoerd (B.W.-eigendom). Maar ondanks de invoering van het B.W. bleef de Staat gronden uitgeven in aeeb en later in erfpacht. In 1937 werd de Agrarische Wet ingevoerd die niet alleen erfpacht regelde, maar ook B.W.-eigendom. De grondpolitiek van de koloniale overheid bleef echter ongewijzigd. Er werden volgens Q.B. vrijwel geen percelen uitgegeven in B.W.-eigendom. Verbruggen is van mening dat het voornamelijk ging om het behouden van macht over het onroerend goed. Hierbij speelden de principes van cultuurplicht en vervallenverklaring een cruciale rol.

Vraag: Als er vrijwel geen gronden zijn uitgegeven in (B.W.-)eigendom, hoe komt het dat een belangrijk deel van de grondbezitters in ons land zich als eigenaar van de grond beschouwt? En hoe komt het dan dat de Staat zijn rechten op die gronden niet probeert uit te oefenen? Als de Staat bloot eigenaar zou zijn, zou voor de overdracht van aeeb toestemming/medewerking daartoe moeten worden gegeven. In de praktijk plegen notarissen transportakten op te maken zonder de Staat om toestemming te vragen.

De M.I. GLIS-bewaarder, voorheen Hypotheekbewaarder, heeft al gedurende anderhalve eeuw deze werkwijze gesanctioneerd. Hieruit moet geconcludeerd worden dat de Staat zijn rechten om eventuele ontbinding van de overdrachten te vragen heeft verwerkt of dat deze verjaard zijn. In een enkel rechtsproces heeft de landsadvocaat gesteld dat de toestemming vereist is. De rechter heeft echter de rechtsgeldigheid van de overdrachten bevestigd. Bij verkavelingen zoals Ma Retraite, Tourtonne, Uitvlugt etc. was de praktijk van het notariaat dat het begrip aeeb niet genoemd werd, maar dat de kavels in (volle en vrije) eigendom werden overgedragen. Informele conversie?

In de opvatting dat aeeb een beperkt zakelijk recht is, betekent dit dat de mensen die een kavel gekocht hebben welke deel uitmaakt van één van de oude plantages, anders dan zij denken, geen eigendom verkregen hebben. In het recht bestaat het principe van: je kunt niet meer rechten overdragen dan jezelf hebt. De aanhangers van de verschillende opvattingen zullen het nooit eens worden. De enige oplossing is dat de wetgever de knoop doorhakt en aeeb gelijkstelt aan B.W.-eigendom.

Gelet op het voorgaande is het duidelijk waarom Verbruggen tot de conclusie komt dat het Surinaamse en Nederlandse onroerend goederenrecht principieel andere uitgangspunten hebben.

Ik teken aan dat de huidige regering een commissie in het leven heeft geroepen met als belangrijkste opdracht conversie van erfpacht en grondhuur naar eigendom te stimuleren. Dit geeft blijk van een nieuwe opvatting t.a.v. het burgerlijk eigendom en het is daarom verwachtbaar dat ook de wettelijke gelijkstelling van aeeb en B.W.-eigendom zal plaatsvinden.

Carlo Jadnanansing

error: Kopiëren mag niet!