Sturing van de economische productie in malaise nog niet merkbaar

De regering van Suriname blijkt nu geen IMF-deal te kunnen sluiten zolang er geen garanties voor prudent beleid zijn gegeven middels een goedgekeurde begroting. En in DNA is besloten dat die begroting niet kan worden besproken als de context van het overheidsbeleid onduidelijk is. En dat is dus het ontwikkelingsprogramma welke in de grondwet wordt genoemd. Door de regering is aangegeven dat het ontwikkelingsprogramma uit 3 delen bestaat en dat 2 delen daarvan vervat zijn in het Crisis- en Herstelplan 2020-2022 (CHP). Het CHP wordt afgerond zodat het kan worden aangenomen in DNA. Daarna kan de begrotingsbehandeling in DNA eindelijk beginnen. Een zeer opmerkelijk uitgangspunt in het CHP vinden wij de impact die het zal hebben voor de kleine mensen die eigenlijk niet veel vragen los van werk, inkomen en sociale zekerheid. De regering gaat ervan uit dat door het aantrekken van lokale investeringen en buitenlandse investeringen (FDI) veel werkplaatsen in Suriname zullen worden gecreëerd. Deze plannen worden in de samenleving als niet realistisch getypeerd.

Zo denkt de regering banen te scheppen door de op handen zijnde investeringen met betrekking tot de offshore oliereserves. De regering verwacht lokale investeringen in de orden van USD 185 miljoen, naast FDI waaronder de niet-olie-gerelateerde investeringen van minstens USD 500 miljoen per jaar. De regering gaat uit dat per investering lokaal van USD 30.000 lokaal er 1 baan wordt gecreëerd. En dat voor een FDI van USD 100.000 ook 1 werkplaats vrijkomt. Op basis van deze assumpties gaat de regering ervan uit dat de totale te verwachten investeringen ca. 11.000 arbeidsplaatsen zullen opleveren per jaar. De regering verwacht naast het terugbrengen van de covid-werkloosheid met ca. 10.000 arbeidsplaatsen, dat er door nieuwe particuliere investeringen ca. 11.000 banen bijkomen plus nog.ca. 1000 banen als effect van de zogenaamde public investments.  En het kan zelfs hoger onder bepaalde omstandigheden zegt de regering. Suriname kent een werkloosheid van ongeveer 8-10% van de beroepsbevolking. De beroepsbevolking zou ergens liggen in de orde van 200.000, waardoor de werklozen in aantal 20.000 zijn. Dus na 2-4 jaren zal de werkloosheid in Suriname in de buur van 0 komen te liggen en de vraag rijst dan van waar de overige tienduizenden wrokomans zullen worden gehaald. Dat zal dan bij en grote influx van buitenlandse werknemers, een impact hebben op de bevolkingsstatistieken.

Alhoewel door de regering beweerd wordt dat we uit het dal aan het klauteren zijn, blijven volgens economen en ook de sociale partners de dreiging van een monetaire financiering levensgroot, en dat ondanks de meeropbrengsten, besparingen en bezuinigingen die doorgevoerd kunnen worden. En die monetaire financiering zal zijn om het begrotingstekort op te heffen. Een groot zorgpunt blijft bij de bedrijven dat ze het gevoel hebben dat ook de regering ook in het herstelplan weinig middelen en maatregelen heeft gepland om het bedrijfsleven te stimuleren. Bedrijven die in de verschillende sectoren opereren zeggen niet te merken dat zij in een potentiele groeisector zitten. In het CHP zou er dus geen goede planning zijn voor de daadwerkelijke diversificatie van de economie. En het is vreemd dat de bedrijven zich niet betrokken voelen in de diversificatieplannen die behoren te zijn, maar die niet goed tot hun recht komen in het CHP. De Surinaamse regering ervaart deze tekortkomingen omdat het Planbureau in de afgelopen periode zwaar is verwaarloosd voor lange periode. Ook wordt het Planbureau niet betrokken en heeft men moeite met de technische benadering van dit instituut.

Maar de plannen die Suriname maakt in het kader van de crisisbeheersing en herstel moeten vertaald worden naar ook de groei van het bpp en de sectoren die extra aan die groei zullen bijdragen. Nu is het in Suriname wel mogelijk om ruw te schatten hoeveel banen door investeringen vrij zouden kunnen komen, maar er zijn geen plannen die aangeven waar er bedrijven zullen worden opgericht, in welke sectoren de banen zullen vrijkomen en in welke gebieden. Het simpelste deel van het CHP is dat van de sociale sector, waar de regering wel duidelijk aangeeft hoeveel mensen hoeveel soorten ondersteuning zullen krijgen. Wij gaan ervan uit dat daarbij van goede cijfers is uitgegaan waardoor geen willekeur ontstaat en er geen mensen worden overgeslagen. Wij benadrukken al geruime tijd dat de basis van het herstel en de groei van Suriname ligt in de productie, de export en de verhoogde productiviteit. Voor het productiviteitsprogramma van Suriname zijn er zaadjes gezaaid, maar het wachten is nu op het verder stimuleren van het programma. De productie zelf moet gerealiseerd worden in middelgrote en grote maar ook kleine bedrijven.

De regering kan ervoor kiezen om enkele grote bedrijven in de prioriteitssectoren zelf op te richten en dan vrij te geven of om met investeerders (lokaal en internationaal) concrete afspraken te maken zodat zij volledig het initiatief nemen. Deze afspraken schijnen nog niet te zijn gemaakt, waardoor we denken dat bedrijven zullen worden opgericht of uitgebreid, maar we weten het niet zeker. En we weten ook niet of de banen in de agrarische (landbouw, veeteelt, visserij), toerisme, groene sector (alternatieve energie, omvormen van productieprocessen, recycling), duurzaam bosbeheer, traditionele sectoren (inheemse en marron-producten, homeopathie) zullen zitten. De zaak kan niet concreet worden georganiseerd, het wordt niet concreet georganiseerd. Het beleid wordt daarom ook in het CHP als volgt ervaren: we denken dat het goed komt, maar we weten het niet zeker, we zien wel hoe ver we komen. Het is te vergelijken met varen op open zee, op hoop van zegen, dat we aan land aanmeren.             

error: Kopiëren mag niet!