Ramkhelawan, Chaitoe, Sewgolam en Sewbalak ook in politie- en militair kapel

Een grote drager van de Surinaams-Hindoestaanse (Sarnami) cultuur is deze week heengegaan. Jan Rampersad Ramkhelawan is een grote baithak gana zanger geweest, hij behoorde tot de grootste van zijn generatie, maar het zou te ver voeren om te stellen dat hij de pionier van de Surinaamse baithak gana is geweest. Daarvoor was Ramkhelawan namelijk te laat geboren. Die pioniers van de baithak gana moeten gezocht worden in de generatie van voor Rampersad Ramkhelawan. Het is jammer dat ondanks een zeer in beweging zijnde en bloeiende baithak gana scene in Suriname, de regering van Suriname en in het bijzonder het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en specifiek het Directoraat Cultuur, nooit echt aandacht hebben geschonken aan deze grote baithak gana zangers die ook liederen hebben geschreven over Suriname. Rampersad Ramkhelawan zelfs schreef zelf en zong het liedje ‘Suriname hamara desh, hame sab se pyara hai’ (Suriname mijn mooi land, jij bent het land waar ik van houd). Ramkhelawan werd op 24 juni 1934 geboren in Saramacca, waar hij zijn leven lang bleef wonen. Saramacca was een district waar voornamelijk veel Britisch-Indische immigranten en hun nakomelingen woonden. Ramkhelawan groeide op in een Hindoestaanse setting met natak (hindoestaanse toneel) en baithak gana. In de jonge jaren van Ramkhelawan maakten de pioniers van de baithak gana hun hoogtepunt mee. Dat waren Noer Pierkhan en Bhailal Mahabier van Nickerie, Willem “Neku” Sewgolam van Saramacca, Ismael “Maghwa” Ghazi, Pala Rahman, Aziz Niamat en Abdoelmanaaf Sahabuddin Bakhtali van de stad,  Harrry Ramdin van Marienburg en Bhaw Jhinkoe van Wanica. Ook kan genoemd worden Bhonta, een Britsch-Indische immigrant die zong en boeken op de Centrale Markt verkocht. Dan hebben we hier maar slechts enkele van de grote zangers genoemd die voor Rampersad Ramkhelawan al actief waren en op grote schaal optraden tijdens de veel feestactiviteiten. Men zat in die tijd naar verluidt op de ‘paira’ (droge rijststro) en geluidsversterkers waren er niet in die tijd. De gezinnen waren groot en alle zonen en dochters trouwden op de traditionele wijze. Er waren dus veel feesten waar het hoogtepunt waarop het publiek wachtte was, het toneel of zangoptredens van de pioniers. Op deze feesten en daarbuiten waren er ook de competities van ‘sawaal aur djawaab’ (vraag en antwoord), waarmee de pioniers elkaar bekampten. Deze praktijk raakte later in de generatie van Ramkhelawan in onbruik. De pioniers waren van de periode na het stopzetten van de immigratie in 1916. Ze waren of immigranten zelf of ze waren kinderen of kleinkinderen van immigranten. Van Ramkhelawan waren de grootouders naar verluidt van India en ze hadden gewoond en gewerkt te Zoelen, Commewijne. De generatie voor Ramkhelawan heeft de Surinaamse baithak gana, met een apart zangstijl en een aparte vorm van het bespelen van de dholak (slaginstrument) die verschilde van India, tot stand gebracht en het verspreid. De generatie van Ramkhelawan nam deze baithak gana op en verfijnde het verder tot Surinaams erfgoed, onder invloed van onder andere Bollywood en de creoolse Kaseko en Kawina en ook de calypso van Trinidad. Via de natak (toneel) rolde men ook in de generatie van Ramkhelawan meestal in de voltijdse zangwereld. Surinaamse baithak gana zingers hadden een uitzonderlijke positie al vroeg in de Indiaas-Caribische diaspora, omdat zij in tegenstelling tot de hindoestanen van Trinidad en Guyana wel een Indiaas georiënteerde lokale Caribische taal spraken en dat was Sarnami. De generatie van de pioniers reisden niet veel naar bijvoorbeeld de Caribbean, behalve de Nickerianen die, omdat ze puur waren en de taal spraken, heel erg geliefd waren. Soms bleven Nickeriaanse baithak gana bands, zoals van de familie Mahabier, wekenlang in Guyana om achter elkaar optredens te hebben. 

In de periode van Rampersad Ramkhelawan werd de baithak gana populair door de opkomst van de radio (Rapar) en de grammofoon-plaat. Rampersad Ramkhelawan heeft ettelijke platen geprodiceerd. De zanger en radiopersoonlijkheid Noer Pierkhan en veel meer de radiopersoonlijk en cultuurpromotor Rashid Pierkhan (met in zijn kielzog broer Sahied Pierkhan en neef Shaboer Ishaak) hebben keihard gewerkt om de baithak gana populair te maken, over de grenzen van Suriname waaronder Guyana en Trinidad. De generatie van Ramkhelawan had een aantal toppers die de baithak gana groot en populair hebben gemaakt. Genoemd moeten worden onder de mannen Rampersad Ramkhelawan, Harry Sewbalak, Koendan Gobardhan, Radjoe Sewgolam en de James Brown en entertainer van formaat Ramdew Chaitoe, inmiddels allen overleden m.u.v. Gobardhan. Onder de vrouwen kunnen worden genoemd Dropati, Chanderwati, Ramdoelarie en Annie Bodha, om slechts enkelen te noemen. De eerste Caribische toppers die Caribische hindoestanen deden ontdekken dat op hindoestaanse muziek ook flink te dansen viel waren de zangeres Dropati en Ramdew Chaitoe. Ze waren een instant hit op o.a. Trinidad. Ook Rampersad Ramkhelawan en de anderen werden bekend in de Caribbean. Dropati werd aanbeden, nog lang zijn meisjes naar haar vernoemd, Chaitoe wordt nog steeds aanbeden.

Rampersad Ramkhelawan was in elk geval een reus van een zanger van zijn generatie en hij bleef heel lang actief. Hij maakte onderdeel van de zogenaamde Centraal Suriname stijl en was lid van de populaire band Oranjeband van Dew Mangal en had later zijn eigen band. De zanger had een heel grote schare van fans die in de jaren ’60 en ’70 de bioscopen tot de nok vulden tijdens baithak gana contesten die overigens ook voor onenigheid zorgden vanwege de uitkomsten. Rampersad Ramkhelawan heeft consistent een moderne baithak gana stijl aangehouden en genoot vanwege zijn persoonlijkheid veel respect onder de zangers van zijn tijd. Hij had een zeer aparte stem, krachtig, duidelijk en met een pure uitspraak. Hij bleef de pure baithak gana beoefenen en heeft zo een enorme bijdrage geleverd aan het echte Surinaamse cultureel erfgoed. Zijn zoon Kries Ramkhelawan die inmiddels ook enige tijd actief is als zanger, (Caribische) entertainer, goeroe en cultuurpromotor, heeft de taak om de legacy van zijn vader voort te zetten. Rampersad Ramkhelawan verdient meer aandacht van Directoraat Cultuur en de regering van Suriname. Zijn repertoire en die van Chaitoe, Sewgolam en Sewbalak moeten ook gespeeld worden door de politiekapel en de militaire kapel.    

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: