De erfenis van potverteren

Nu de verkiezing afgelopen is en men blij is dat het gedaan is met de NDP, volgt de ontnuchtering. De verarming is enorm. Als de NDP de leningen goed had besteed dan hadden wij een economische groei van 20% gehaald. Nu moeten we nog zien of men, dat is de nieuwe regering, in staat is om de vele beloften in te lossen. De kans dat men terugvalt op oude gewoontes is namelijk zeer groot. De eerste constatering is dat het kabinet zwak is. Dat kun je wel opvangen met beleidsadviseurs maar de realiteit is dat echt goed kader schaars is. James Brown zong wel “it is a mens world” maar hij had ongelijk het is een engineers world want zij zijn het die alles maken op aarde. Om op te bouwen heb je mensen nodig die verstand hebben van opbouwen. Dat zijn mensen met engineering kwaliteiten. Uit een recent rapport (Engineering and Economic growth, Royal Academy of Engineering) blijkt dat de landen die de engineeringstudies in hun land aanmoedigen, dat die landen aan de top staan voor wat betreft economische prestaties. Het gaat om ingenieurs met een economische dan wel bedrijfskundige bagage. Het politbureau van de Chinese communistische partij bestaat dan ook voor meer dan 80% uit ingenieurs. Zoals ik reeds eerder heb geschreven, het realiseren van sociaaleconomische ontwikkeling is een kwestie van lange adem. Als het zo makkelijk was dan zouden er geen arme landen meer zijn.

Sinds 1975 weten we ook dat de beschikking over natuurlijke hulpbronnen en kapitaal op geen enkele wijze ontwikkeling en welvaart garandeert. Het gaat om de beschikking over de kundigheid om de conversie van deze hulpbronnen naar welvaart en welzijn te kunnen engineeren. Nu hebben we in de afgelopen tijd een behoorlijk aantal olievondsten gedaan voor de kust. En ik wil u niet ontmoedigen maar ik wil wel erop wijzen dat Staatsolie die al onze koolwaterstoffen beheert, een staat in een staat is. Noch de regering noch het parlement en ook niet de gemeenschap hebben enig inzicht in de geld- en materiële stromen binnen het bedrijf. Het bedrijf is een enclave in de Surinaamse economie. Het is een njang patoe voor bepaalde personen.

Herhaalde malen is Staatsolie de dans ontsprongen.

De ellende is hiermee begonnen. Er is ca 100 miljoen US$ geinvesteerd geworden in een raffinaderij en het voornaamste produkt HVGO werd voor dezelfde prijs als crude verkocht. Wat is nu dan de zin geweest van die investering in onze raffinaderij? De toegevoegde waarde van de raffinaderij is nihil terwijl ca 100 miljoen US$ gewoon verspild is geworden. Een rapport van het Nederlands economisch instituut vermeldt dat het project marginaal rendabel gaat zijn.

Irak oorlog  redt Staatsolie

Staatsolie zou nu bankroet zijn geweest zonder Saddam Hoessein. Immers was de kostprijs per barrel van Staatsolie voor Saddam Hoessein heel hoog. Men maakte verlies. En dankzij Saddam Hoessein maakte staatsolie winst ondanks haar hoge kostprijs.

Toen volgde in 2010 de uitbreiding van de raffinaderij, een mega corruptieproject. Er was toen al ervoor gewaarschuwd dat het raffinaderijproject de molensteen om de nek van Staatsolie zou worden. Dat blijkt nu bewaarheid te zijn geworden. Maar toch gaan we nog op de ingeslagen heilloze weg verder en wordt intussen al de zoveelste poging gedaan om de consequenties van het bestuurlijk wanbeheer en grove corruptie bij Staatsolie af te wentelen op de gemeenschap.

Waar is het verschil tussen de boekhoudkundige prijs en de werkelijke kosten van de raffinaderij, zo een slordige 900 miljoen Amerikaanse dollars. Waarom gaat de aandeelhouder, RVC en directie van Staatsolie dat geld niet ter bestemder plekke halen.

Staatsolie is een parasitair bedrijf geworden, die producten duurder dan normaal verkoopt op de Surinaamse markt terwijl in elk land met een eigen raffinaderij en eigen aardolie, koolwaterstoffen veel goedkoper zijn dan normaal. Trinidad en Venezuela zijn het zoveelste voorbeeld hiervan. Lage energiekosten zijn naast rente en arbeids- en kapitaal productiviteit een belangrijke parameter voor het tot stand brengen van duurzame sociaaleconomische ontwikkeling. De multiplier van energie levert veel meer op voor de economie in termen van werkgelegenheid en inkomens dan wanneer Staatsolie alleen dividend overdraagt.

Noorwegen model toepassen

Dus het is geraden om de schulden aan het buitenland van Staatsolie zo snel mogelijk af te lossen en Staatsolie op te splitsen volgens het Scandinavisch model. Ik heb al over dit laatste geschreven. Het komt erop neer dat aardoliewinning, raffinage, alle concessies en verkoop en marketing aparte bedrijven worden. Zo kan het management van Staatsolie niet het ene gat dichten met het andere gat. Alle opbrengsten gaan naar een speciaal fonds en de betreffende bedrijven krijgen hun deel daaruit op basis van een begroting en een investeringsprogramma welke door een team van deskundigen beoordeeld wordt. Het fonds investeert haar kapitaal in bedrijven en projecten welke de verdiencapaciteit van Suriname zullen verhogen. Dat is het model van Noorwegen en daarom is elke inwoner van Noorwegen nu miljonair in deviezen.

Richard B Kalloe

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: