Rubriek Onderwijsontwikkelingen onder het vergrootglas

Symptoombestrijding Havo (5)

Op de havo-scholen blijven jaarlijks veel studenten zitten. Om de doorstroming naar de examenklas te vergroten, heeft het MinOWC een herkansingsregeling ingevoerd, die het eerst is toegepast in het schooljaar 2019- 2020. 

Herkansingsregeling voor de overgang (klas 4 havo) 

De essentie is dat de overgangsnorm wordt gehandhaafd. Studenten die in eerste instantie niet voldaan hebben aan de norm voor bevordering, maar wel binnen de aangegeven bandbreedte vallen, komen nu in aanmerking voor herkansing in een vak boven de streep. Daartoe behoren Nederlands, Engels en vier keuzevakken. Studenten die zelfs in 3 van de 6 examenvakken onvoldoende cijfers hebben behaald, maken, afhankelijk van de cijfersamenstelling en het totaalaantal punten, aanspraak op herkansing.

In het ‘Protocol Herkansing’, dat op 8 oktober 2018 is getekend door de directeuren c.q. gedelegeerden van 13 havo-scholen (12 dagscholen en 1 avond havo-school) staat het volgende: “De herkansing gaat over alle leerstof van een kwartaal van een vak. Na de herkansing wordt bepaald welk cijfer op het rapport komt te staan. Het principe van ‘het hoogste cijfer’ wordt gehanteerd. Daarna vindt de beoordeling volgens de overgangsnormen opnieuw plaats. De herkansing wordt in de eerste week van oktober van het volgend schooljaar gemaakt”.

Het is jammer dat MinOWC er niet voor gekozen heeft om de herkansingstoets een uniform karakter te geven. Daarmee zou de kwaliteit beter gewaarborgd zijn. Elke havo-school stelt nu een eigen herkansingstoets met bijbehorend correctiemodel op. De vaksecties zijn daartoe beslist in staat, maar het is niet uitgesloten dat de toetsen onderling in moeilijkheidsgraad verschillen. Het is niet duidelijk of er officiële opstellingscommissies per school zijn ingesteld. Evenmin is bekend of er richtlijnen zijn verstrekt. Wie controleert of de herkansingstoets betrekking heeft op meest saillante onderwerpen van het kwartaalprogramma? Wie gaat na of de herkansingstoets gelijkwaardig is aan de kwartaaltoetsen? Het is interessant om na te gaan of er een discrepantie is tussen het aanvankelijk kwartaalcijfer en het herkansingstoetscijfer per kandidaat. 

Circa een derde deel van de examenkandidaten havo 2019 is in aanmerking gekomen voor herexamen. Traditiegetrouw slaagt een behoorlijk aantal studenten na herexamen. Het eindresultaat havo (na herexamen) is daardoor opgelopen tot 53.5% in 2019.

Hoog percentage zittenblijvers en drop-outs.

 (Data 2015. Overgangscijfers. Bron: Onderzoek en Planning MinOWC)

School Jaar 2015 Bevorderd Zitters Drop-out Totaal
Havo 1 Aantal studenten 175 260 162 597
Percentages 29.4% 43.7% 26.9% 100%
Havo 3 Aantal studenten 78 94 77 249
Percentages 31.1% 37.8% 30.9% 100%

Ik heb gemeend om de overgangscijfers van het Openbaar Atheneum (Havo 1) en Havo 3 nader te beschouwen. Dat waren toen de grootste scholen die de meeste kandidaten afleverden. Ik baseer mij op de gegevens tot en met 2015 omdat recente betrouwbare data niet voorhanden is.

Minder dan een derde deel van de studenten wordt bevorderd naar het examenjaar havo. Indien de zittenblijvers en drop-outs (voortijdige schoolverlaters) in beschouwing worden genomen, blijkt dat 70 procent van het Openbaar Atheneum (Havo 1) in 2015 niet doorstroomt. Voor Havo 3 is het 68,7 procent. Het percentage drop-outs is ook bijzonder hoog. Als de overgangspercentages van deze grote scholen representatief zijn voor alle havo-scholen, dan mogen wij aannemen dat slechts 32 procent doorstroomt naar de examenklas. (Dit getal is naar boven afgerond)

Werkelijke problemen aanpakken

Het is toe te juichen dat studenten een herkansingsmogelijkheid wordt geboden om alsnog te voldoen aan de normen om over te gaan. Dat zal de doorstroming van klas 4 naar 5 (examenjaar) enigszins verbeteren, maar deze maatregel zal de problematiek van havo niet oplossen. De manco’s zijn niet verholpen en het slaagpercentage zal niet automatisch toenemen. Dat heeft veel weg van symptoombestrijding. Havo vereist innovatie in de vorm van samenhangende maatregelen die betrekking hebben op de kwaliteit, het curriculum, de lesmethoden, de wijze van toetsing en de organisatie van het onderwijs. Indien er geen inhoudelijke aanpassingen gepleegd worden zullen er slechts noodoplossingen gevonden worden, maar er zullen geen duurzame verbeteringen optreden.  

Volgend artikel: Pilotproject 3-jarige havo (6)

Door : Ivan Fernald

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: