Maak plaats voor deskundigen, en ga tomaatjes planten

De president verschijnt zo nu en dan op een persconferentie – maar niet in het parlement – om te praten over de toestand in het land. Het is geen verantwoording afleggen, maar eenzijdig informatie verschaffen. Net als in 2015 is ook nu weer het woordje ‘precair’ uit de mond van de president gevallen. Het ziet er financieel niet rooskleurig uit. Er is geen debat over de oorzaak van deze dubbele ellende in tien jaar. Er wordt alleen gezegd dat het kwaad van buiten komt (waarover straks meer). Iedereen wordt verzocht ‘fu drai anu par’ a boto’, om de Staat (en de president) niet te laten zinken. De president schuift alles af op de olievondst die verlossing zal brengen, maar die oplossing ligt niet om de hoek, het is in de verte. Overigens, gelukkig is de olie voor de kust niet tien jaar geleden gevonden, want dan waren de opbrengsten in handen gevallen van dezelfde dieven en boeven die kennelijk boven de Staat staan en ongestraft mogen graaien bij banken als de SPSB en de CBvS. Dan was Suriname net zo geworden als de olierijke arme landen zoals Zuid-Sudan, Nigeria en Venezuela.

Deskundigen, onder meer van de VES en het bedrijfsleven, hebben eerder herhaaldelijk gezegd dat de oplossing van de crisis verder weg was en gaven adviezen hoe het tij te keren. Als bij het begin van de crisis, voor 2015, snel en resoluut was gehandeld om de uitgaven te beteugelen en de leningen vooral te gebruiken voor productie, dat was een groot deel van het publiek veel paarse pijn bespaard gebleven. Maar de regering beloofde een snelle oplossing (‘binnen zes maanden zijn we uit de crisis’, dat wil zeggen in 2016). Goede adviezen werden in de wind geslagen en u werd misleid dat een oplossing voor de deur stond. Nu moeten velen uren in de rij staan om aan betaalbare basisgoederen te komen.

De president doet voor camera’s en microfoons consistent beweringen over het omlaag brengen van de koers. Het is net als een nepdokter die tegen het coronavirus schreeuwt: ‘ga weg!’ De koers gaat omlaag door kennis, niet door wishful thinking. Het doen van dit soort zelfverzekerde beweringen heeft de geloofwaardigheid van de president ondermijnd. Dit zijn blunders van hoge orde. Ook de rondvliegende superminister van financiën beweert steeds dat de economie van het land op orde is, terwijl op de markt de prijzen omhoogschieten. Vijf jaar geleden kocht ik een pak cement voor 38 SRD, nu kost het 115 SRD. Het is een snel veranderende situatie. De prijzen veranderen voortdurend – misschien is de cementprijs al verouderd tegen de tijd dat u dit leest.

Deskundigen hebben de president proberen te corrigeren, misschien ook mensen die dicht bij hem staan, maar het heeft niet geholpen. Dit krijg je wanneer een soldaat president wordt – en die ook nog is veroordeeld. In welvarende landen is de macht in handen van academisch geschoolden. De huidige machthebbers hebben alleen een soort praktijkstage gelopen. Ze negeren echte deskundigen. Deskundigen mogen alleen meepraten als ze de president in het zadel houden.

Het is niet leuk om een verkiezingscampagne in te gaan, terwijl de financiële situatie er zo verdomd somber uitziet. De neiging van de coalitie om gerust te stellen en meer geld uit te geven, is dus begrijpelijk (‘alles komt goed’, ‘alles in orde’), maar paars produceert per saldo meer stikstof dan zuurstof. En anderen de schuld geven is haar tactiek om het eigen aandeel in de rotzooi te ontkennen. Dit a no mi gedrag is kwalijk.

De anatomie van a no mi ziet er als volgt uit. De oorzaak van de financiële chaos is Nederland, het kolonialisme, de oppositie, de cambio’s, nepnieuws enzovoort. Het kwaad komt dus van buiten. Maar dit is net zo onlogisch als het coronavirus de schuld geven van devaluatie en inflatie. Goede daden schrijft men zichzelf toe, slechte de ander. Zo kan men kwaad doen en toch van zichzelf denken dat men in wezen goed is. Het zijn de ‘anderen’ die zorgen dat de koers niet omlaag gaat en de prijzen in de winkels niet zakken, a no mi. En een goed deel van het publiek slikt dit. Dat gedraagt zich net als de vrouw die de man die haar periodiek rammelt, haar botjes breekt of haar keeltje dichtknijpt, niet wil loslaten, omdat hij volgens haar vreselijk lief is, maar steeds wordt aangevallen door iets van buiten. “Hij doet zijn best, maar kan er niets aan doen dat het zo slecht gaat in het land”, zeggen de vurige sympathisanten van de leider die zij blindelings volgen en toejuichen als pappie. Overigens, ook de ‘revolutie’ probeert men elke 25 februari een vriendelijk gezicht te geven met veel gelul en gezuip, terwijl het de meest donkere periode van Suriname is, vanwege de monsterachtige en afschuwelijke momenten die er nu en dan waren – misschien wil daarom het ‘glorieuze’ revo-verhaal zich niet nestelen in het bewustzijn der natie.

Neem ook de aanname ‘na Gado pot oen dja’. Het is levensgevaarlijk. Het is: we mogen doen wat we willen, niemand houdt ons tegen. Niets kan ons ten laste worden gelegd, alles is godswil. We gedragen ons slecht, maar we zijn toch goed, want ‘na Gado pot oen dja’. De uiterste grens van deze gedachtegang zijn de 8 decembermoorden. De daders vinden zichzelf nog steeds fatsoenlijke mensen. Wanneer de regering steelt en het wordt ontdekt, dan is er geen schaamte maar alleen ergernis dat anderen zo boos worden, want ‘na Gado pot oen dja’, toch? Maar God kiest hen niet, zij kiezen ‘god’ om hun enge doelen te bevorderen.

‘A no Gado pot oen drape’, maar het volk. Het volk kan uit onwetendheid of misleiding een verkeerde keuze maken. Gelukkig bestaat in een democratische rechtstaat de mogelijkheid tot correctie. Men kan zich nu eenmaal vergissen in mensen. Er zijn mensen met een slechte inborst, daarom zijn er sterke instituten, eerlijke verkiezingen en toezicht nodig. Sommige personen laten zich makkelijk verleiden tot kwalijk gedrag, terwijl anderen door opvoeding en karakter er beter tegen bestand zijn. Wanneer slechte daden niet op tijd worden gecorrigeerd, dan wordt het een gewoonte en gaat men van crisis naar crisis, dan belandt men in situaties van laconieke a no mi’s. Dit geldt ook in de dagelijkse omgang; zonder correctie breidt kwalijk gedrag zich uit als een olievlek in de maatschappij. Het ligt nu eenmaal in de aard van het slechte om het goede te verdrijven.

Wie het kwaad niet controleert, zal er helemaal door worden overweldigd. Er bestaat geen vaccin tegen het kwaad. De enige manier om het kwaad te bestrijden is: snel opsporen, isoleren en handhaven van regels (zonder aanzien des persoons). Er is een parallel met de bestrijding van de corona-epidemie: zolang er geen vaccin is, is de beste reactie: snel testen en isolatie, en zorgen dat mensen zich houden aan de voorgeschreven gezondheidsregels. Het virus wordt vernietigd door zeep en alcohol. Dus handen wassen. Maar zeep en alcohol helpen niet bij ondeskundige bestuurders met lange graaivingers. Voor hen is het advies: pappie, maak plaats voor deskundigen, en ga tomaatjes planten. Punt uit!

D. Balraadjsing

%d bloggers liken dit: