Staat genoteerd

Verkiezingstijd! Dus tijd voor zin en onzin. Confrontatie van meningen, opvattingen, standpunten, overtuigingen, van inzichten en ideeën verlevendigen de verkiezingsstrijd. Jonge burgers vooral krijgen dan weer de beelden gepresenteerd van elkaar bestrijdende kampen vanuit diverse hoeken van het strijdperk. Ziedaar de democratie in vol ornaat. Anders dan de Surinaamse democratie waarin de regeringsgezinden in het parlement dienaren van het regime zijn, terwijl opposanten geheel volgens de traditie geen stem van betekenis in het politieke debat hebben. Maar er is thans ook bezorgdheid. Want de belangen zijn nu divers. Sommige liggen nu zelfs zeer gevoelig. Ook in de persoonlijke sfeer. Redenen om trots te zijn op al hetgeen personen van de Nationale Assemblee de samenleving gedurende de achterliggende jaren hebben gepresenteerd? De beledigende, vaak van onbeschaafdheid getuigende uitspraken jegens elkaar van personen die ons moeten (of denken te) vertegenwoordigen, staan genoteerd in de berichtgeving. Wanneer het politieoptreden in het openbaar ooit voor onbeschoft werd neergezet, dan moet het predicaat van schaamteloosheid bij menig parlementariër ook vermeld staan op de lijst van verwerpelijkheden. De mentale beschadiging van jongeren in het land door onmaatschappelijk gedrag van personen in de politiek staat eveneens overeind. Dat kortelings een assembleelid het doorgespoelde toiletpapier als metafoor gebruikte om een hoge politieke ambtsdrager tot op het bod te vernederen is het overtuigende bewijs van de algehele instorting van ons waardenstelsel. Hoe groot kan toch de discrepantie of afwijking zijn tussen rolverwachting en rolvervulling? Hoe kunnen zowel parlementsvoorzitter als fractieleiders hun positief oordeel uitspreken over de parlementaire arbeid gedurende de achterliggende jaren, zonder nochtans een vorm van tevredenheidsonderzoek onder de doelgroep te hebben ingesteld? Hebben wij als ‘klanten’ van de Nationale Assemblee soms geen recht op een eigen oordeel? Ligt het oordeel over het functioneren van het parlement wel of niet bij de kiezers zelf als mandaatgever?

              Het onderwijsveld is reeds tijden een broeinest van problemen. Ooit is het idee geopperd de leerkrachten de status van ‘strategische groep landsdienaren ‘’ toe te kennen. Ook voor de verpleegkundigen geldt dit. Welnu, deze vragen dan. Waar en bij wie ligt in de organisatie van het openbaar bestuur de verantwoordelijkheid voor het nemen van constituerende, dus beleidsintensieve besluiten, en hoe, waar en door wie worden de dirigerende of uitvoering specifieke beslissingen genomen? Ligt de verantwoordelijkheid voor het nemen van de juiste strategische beslissingen en voor de langere termijnplannen bij de leerkrachten of verpleegkundigen of zijn deze categorie werkers van wezenlijke betekenis op louter het niveau van de juiste uitvoering van eerder genomen besluiten? Kan hier zonder meer voorbijgegaan worden aan de plaats en betekenis van planningsdeskundigen op onderwijsgebied of van ziekenhuismanagers en medici in de gezondheidssector? Tussen strategiebepaling en uitvoering ligt toch nog altjd een weerbarstig veld van in gang zijnde, verwachtbare, vaststaande of onzekere toekomstige ontwikkelingen? Wat heden als goede strategie wordt aangemerkt, is morgen evengoed niet langer valide. Het valt steeds weer op hoe onverantwoord gebruik van begrippen en kwalificaties hardnekkige misvattingen teweeg kunnen brengen. Maar goed, het intellect van het land Suriname ziet toe hoe wij als trouwe volgelingen de ene les na de andere tot ons nemen. Zijn wij alzo zelf niet medeschuldig hieraan? Want zie toch hoe wij ons als burgers gedurende de politieke inzaaitijd van het moment laten strikken door manipulators, demagogen en gelukzoekers.  Als miskende burgers zullen wij maar voor elkaar moeten blijven bidden. Onverkort en onbeschroomd moeten wij blijven wijzen op oudbekende misstanden, onvolkomenheden en blunders in de politiek en in het openbaar bestuur. Onverkort dienen wij elkaar erop te wijzen dat politieke organisaties die het in dit tijdsgewricht moeten hebben van schenkingen of donaties, nimmer garant kunnen staan voor objectiviteit in de politieke bedrijfsvoering. Jawel, bedrijfsvoering! Want goed openbaar bestuur heeft ook alleszins te maken met bestuurlijke drukte, dus ook met bestuurlijke bedrijvigheid. Ingewijden weten immers wel dat principes van bedrijfsmanagement in veel opzichten eveneens toepasselijk zijn op openbaar bestuur en publiek management. Wij, de tolerante volgelingen, zullen ons intellect ook hierop moeten attenderen.  Want intelligent zijn wij van het ‘gewone’ volk misschien niet, maar oog voor talent hebben wij wel.

              Waarom schrijft de grondwet periodieke verkiezingen voor? Om daardoor de volksmacht of de volkswil tot uitdrukking te brengen? Dit, terwijl enerzijds de hoogste wil van het volk warm in de doeken verborgen ligt en anderzijds de hoogste macht prijkt  aan de overzijde. Jawel, tegenover ons als burgers die volstrekt niets in de melk te brokkelen hebben? Dus ook niet via de regionale vertegenwoordigers? Neen, ook niet, omdat de ressortraadsleden traditiegetrouw geparkeerd blijven voor een mogelijke vvv- vergadering, terwijl de districtsraden, zijnde lokale volksvertegenwoordigers, als voorzitter de Districts commissaris hebben die het centraal gezag vertegenwoordigt. Opmerkelijk genoeg lijkt deze wanstaltige constructie toch werkbaar te zijn, aangezien geen sterveling er ooit aan zal denken dat deze wijze van spreiding op volksvertegenwoordigend niveau niet correct is. Stelt u zich maar voor dat het object van controle sturing moet geven aan het functioneren van de controleur. Anderzijds moet niet eraan voorbijgegaan worden dat de intentie en de geest van decentralisatie in elk opzicht en op alle maatschappelijke niveaus de toon zullen moeten zetten voor bestuurlijke veranderingen. In de leerboeken staat dit genoteerd.

Stanley Westerborg

Organisatieanalist

%d bloggers liken dit: