Olie en de verkiezingen in Guyana

De verkiezingen zijn gisteren gehouden in Guyana. Ons buurland, dat iets meer dan 850.000 inwoners kent, organiseerde de verkiezingen temidden van de internationale belangstelling waarin het land momenteel verkeert. Sinds de olieprospecties in het land ervaart Guyana een groei van de economie boven het regionale gemiddelde. Vorig jaar was de economische groei nog 4.4 %. Voor dit jaar wordt een economische groei verwacht van meer dan 85%. Dat wordt dit jaar wereldwijd de grootste economische groei. Guyana is al begonnen om voor zijn doen nog op bescheiden schaal olie te exporteren. Maar over enkele jaren is de olie-export op haar hoogste piek, namelijk precies 1 barrel per inwoner per dag. Op jaarbasis zal dat neerkomen op ca. 310 miljoen barrels op jaarbasis. Op een olieprijs van 45 USD per barrel is dat een omzet van ca. 14 miljard USD op jaarbasis. Als de Guyanese staatskas van deze inkomsten 10% overhoudt, dan komt dat neer op een bedrag van USD 1,4 miljard op jaarbasis op de piek van de productie. Als Suriname deze inkomsten zou hebben, dan zou dat neerkomen op het begrote bedrag aan uitgaven op jaarbasis. Als dan de andere inkomstenbronnen van de Staat nog erbij komen, dan zouden wij waarschijnlijk te maken kunnen krijgen met een begrotingsoverschot, een budgettaire situatie die wij alleen onder Front-regeringen hebben gekend. De door het parlement goedgekeurde begroting van Guyana van 2019 omvatte een geraamde uitgaven van 300.7 miljard Guyanese dollars oftewel USD 1,4 miljard USD. De Guyanese begroting zal dus dekkend zijn, en voor het geval wij geen fouten maken in onze ruwe berekeningen, dan zal Guyana pas zwemmen in het oliegeld, als het land niet 10% maar 20 of 30% of meer van de olie-omzetten vasthoudt in zijn eigen staatskas. Maar vergeet niet het multipliereffect dat de booming olie-industrie gaat hebben op de economie in termen van het aanleveren van goederen en diensten en de inkomsten die de bewoners van Guyana zelf gaan hebben vanwege de banen die de nieuwe olie-industrie zal genereren. Guyana heeft lange tijd te maken gehad met een enorme verhuizing van het kader naar landen als de USA en Canada, maar ook arbeidsmigratie naar landen als Trinidad, Barbados en de Bahamas. De Guyanezen zijn in de Caribbean niet altijd gastvrij ontvangen en zijn weleens betiteld als de Chinezen van de Caribbean. De Guyanezen hadden geen noemenswaardige olie-industrie en ervaring met olie op de wereldmarkt, en nu moeten ze omgaan met wat genoemd wordt gigantische olievoorraden. Er zit waarschijnlijk in de Guyanese diaspora hoger kader (petroleum engineers etc.), die nu nodig zijn om de olie-industrie in het land duurzaam gestalte te geven. Er zijn grote multinationals in het land die de olie op zee hebben ontdekt. Iets als een Staatsolie hebben de Guyanezen niet. De verkiezingen in Guyana hebben veel internationale nieuwsstations gehaald. De verkiezingen in Guyana zijn direct in relatie gebracht tot de olieboom. De regeringen die zullen komen, zullen te maken krijgen met een druk om met de meer-middelen die beschikbaar komen, iets duurzaams op te zetten in Guyana. Het is even onduidelijk wat de toekomst van olie zal zijn in de komende jaren. Alhoewel het groener maken van de economie wereldwijd al is ingezet, zijn de verwachtingen dat de verslaving aan olie nog lang niet voorbij is. De olie die in Guyana en Suriname is en nog wordt ontdekt, zal zeker deze landen kansen bieden om duurzaam de samenlevingen welvarend te maken. Daarvoor zijn er integere en deskundige en zuinige regeerders nodig, en regeerders die niet alleen in het heden en het verleden leven (die nog last hebben van ‘kolonialisme’ en ‘voormalig moederland’ etc.), maar die vooral gericht zijn op het scheppen van een mooie toekomst voor zichzelf en de komende generaties. De corruptie en ondeskundigheid zijn een groot probleem in Guyana, maar een nog vele malen groter probleem voor Suriname. Abani’s zullen in beide landen proberen om via overfactureringen de miljoenen de loodsen naar nu bankrekeningen. Guyana heeft een openlijk probleem van de etnische polarisatie, ondanks iedereen in Guyana dezelfde taal praat. Met polariserende partijen als de NDP is het etnisch probleem in Suriname groter geworden de laatste jaren (door de propagandamachine van deze partij), maar nog niet in die mate openlijk als in Guyana. In Guyana wordt regeringsleider A Granger van de PNC (die samen met de APNU-AFC) het land met een nipte meerderheid regeert, nu in de vervroegde verkiezingen uitgedaagd door Irfaan Ali van de PPP. In december 2018 kreeg de Guyanese regering te maken met een motie van wantrouwen, dat door het meestemmen met de oppositie in het parlement werd aangenomen. Charandas Persaud van de AFC stemde mee met de oppositie en zorgde voor vervroegde verkiezingen, die toch niet zo vroeg kwamen.              

%d bloggers liken dit: