Reactie op Lezing Zittende president van Suriname veroordeelt voor 15-voudige moord, Suriname hoe verder?

In uw krant van 10 februari 2020 stond een artikel van een van uw verslaggevers over een lezing die ik op 7 februari heb gehouden op Curaçao getiteld: Zittende president van Suriname veroordeelt voor 15voudige moord, Suriname hoe verder? Hoewel uw verslaggever het recht heeft een eigen selectie te maken van hetgeen ik heb gepresenteerd, kan het nooit de bedoeling zijn dat mij woorden in de mond gelegd worden die een vertekend beeld geven van de opzet en redenatie van mijn presentatie. 

Voor de goede orde, ik heb met waardering voor de professionaliteit, standvastigheid en moed van de (vrouwen) rechters van de Krijgsraad, en het doorzettingsvermogen en oprechtheid van de nabestaanden, hun advocaten en sympathisanten, het proces tot aan de veroordeling op 30 november, kort samengevat. Te beginnen met de indiening van de klacht van nabestaanden bij het klachtrechtorgaan van het VN Mensenrechten Comité in Geneve, Zwitserland in 1983 en de uitspraak in april 1985 van het Comité  dat na verhoor en onderzoek tot de conclusie kwam dat de 15 burgers op 8 december waren gemarteld en vermoord, reden waarom de Staat Suriname werd opgeroepen om het OM tot onderzoek, vaststellingen en veroordelingen van de schuldigen te gelasten en de nabestaanden schadeloos te stellen.  

Dit was een belangrijke eerste stap. Een tweede hoogtepunt was het stuiten van de verjaring in oktober 2000, toen het gerechtshof in Paramaribo het verzoek van nabestaanden op voorspraak van advocaat Kruisland en met het aanbod van Derby als kroongetuige, bijna 18 jaar na de moorden eindelijk het vooronderzoek naar de moorden gelastte. Het was een twee maanden na het aantreden van de regering Venetiaan, en een teken van hoop van herstel van de democratische rechtstaat. Eigen aan een democratische rechtstaat is dat het recht op leven van haar burgers beschermt en zelf zonder dat nabestaanden erom vragen, onderzoek, vervolging en bestraffing gelast als van een burger het leven met geweld is afgepakt. De vele pogingen van de regering en de president om dat dat proces van onderzoek en vervolging onrechtmatig stop te zetten, zijn professioneel met en rechtsmatig ontkracht. 

Op de vraag hoe het zover heeft kunnen komen en hoe nu verder, ben ik teruggegaan tot aan het algemeen kiesrecht van 1949, het ontstaan van politieke partijen in Suriname, de sociale stratificatie in die tijd, het emancipatoire karakter van de VHP en de NPS, het samen optrekken van die twee partijen (behalve in verkiezingspropaganda) en de verbroederingspolitiek van Lachmon. En zo kwam ik bij het aandringen in 1973 van Nederland op onafhankelijkheid, gevolgd door het omarmen daarvan door Aron en het afhaken van de oppositie en het gros van de bevolking, waaruit ook de Bijlmer expres en het afbranden van vele historische gebouwen in de stad is ontstaan.  Het waren jaren van totale onbegrip tussen Suriname en Nederland, het verzuilde Nederland dat geen begrip had voor de etnisch horizontaal gelaagde Surinaamse samenleving en die het land bekeek in een kanteling op weg naar verzuiling als in Nederland, maar dan niet op basis van religie maar van etniciteit. Lachmon riep bij herhaling dat de onafhankelijkheid te vroeg kwam en anderen riepen op tot een nationaal beraad en een regering van nationale eenheid, en uiteindelijk kon pas na 19 november 1975 de grondwet met een gewone meerderheid in de Staten gepasseerd worden, minder dan een week voor het grote gebeuren. Nederland hoopte het allemaal glad te kunnen strijken met de omvangrijke oprotpremie, want voor de regering Den Uyl moest Nederland tegen elke prijs van de kolonies af om zich internationaal als progressief en sociaal democratisch te profileren, en zo ook tegen o.a. de oorlog in Vietnam.

Ik kreeg spreekverbod bij radio Apinti toen ik in mijn tienerprogramma op vrijdagmiddag, een Surinaams leger bestempelde als nutteloos en riskant: te klein om de grenzen van het grote landoppervlak te bewaken en des te riskanter voor de kleine bevolking, waarop wel geschoten kon worden. Costa Rica heeft geen leger! Ik kreeg gelijk, getuige ook het boek van pater Toon over de binnenland oorlog.

Dat de staatsgreep in 1980 gedoogd werd door de Nederlandse regering zal ook wel ingegeven zijn door de informatie over de mogelijke betrokkenheid van de militaire attache op de Ambassade, tevens technische expert bij de ontwikkeling van het Surinaams leger. Maar het dossier is voor 60 jaar weggestopt.

En toen na de decembermoorden de knip erop ging bij de onafhankelijkheidspremie, stonden de drugsbaronnen uit Colombia al op de stoep. De rest van het verhaal is bekend. Met uitzondering wellicht van de 10 jaren Venetiaan is Bouterse de facto van 1980 tot en met 2020, dus 30 jaar aan de macht geweest en het land is failliet, de economie in crisis, criminaliteit en corruptie vieren hoogtij en veel kader is weggevlucht.. De laatste 10 jaar regeert de president als een Papa Doc en familie. Suriname is dan ook al enige jaren met Haïti in een concurrentiestrijd om de titel  “de armste bevolking op het Westelijk Half Rond, al heeft Suriname  van nature  meer grondstoffen en meer land. Mijn hoop is dat wij op 20 mei eindelijk  uit dit diepe dal opklimmen en dat kan alleen door NDP en de wippartijen die met NDP samenwerken weg te stemmen. Een nieuwe leider kan vervolgens mede met een goed diaspora beleid integere Surinamers in Europa en Amerika betrekken bij het uit de modder halen van hun vaderland. 

Rita Rahman

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: