Tegenspraak

De tegenwicht biedende kracht. Afkomstig van personen die zich niet voetstoots neerleggen bij al wat gezegd of geschreven wordt. Doe daar maar wat tegen, het komt steeds weer terug. En gelukkig maar. Waarom zou dat niet mogen? Waarom zouden jongvolwassenen hun ouders of verzorgers niet op gepaste wijze op hun ongelijk mogen wijzen? Waarom zouden beleidsambtenaren de minister niet erop mogen wijzen dat hij of zij een onjuiste opvatting over een maatschappelijk of beleidsvraagstuk erop na houdt? Vroeger werd een minister aangesproken met’ excellentie’. Later raakte dit onbruik. Zeer waarschijnlijk beseften de mensen van toen dat ‘de excellentie’ evengoed verre van excellent zou kunnen wezen in zijn of haar wijze van ambtsvervulling. En daar valt dan wel wat voor te zeggen. Bedenk maar dat het begrip ‘excellent’ staat voor schitterend, voortreffelijk, uitmuntend, magnifiek, ga zo maar verder. Mogelijk tot aan sublimiteit toe, zo in de betekenis van ‘verhevenheid’. Er schuilt immers iets verheffends in de functie van bewindvoerder of van parlementariër, hoezeer ambtsbekleders dat maar niet kunnen beseffen. Want stel je maar eens voor dat je iemand hebt als minister in wie je als regeringsleider veel vertrouwen stelt. En je mag toch aannemen dat vooral iemand van het vrouwelijke geslacht zich reeds op grond van haar trots en gevoel van eigenwaarde niet zal vergalopperen. Politieke ambtsdragers moeten evenals de producent kunnen functioneren in een omgeving die niet alleen dynamisch, turbulent en reeds daardoor onvoorspelbaar is, doch die ook meedogenloos is wanneer het erop aankomt misslagen te veroordelen. Maar ook om een krachtig negatief oordeel te vellen over een minister die er maar een potje van maakt. In de rangordening van posities die wij kennen op ons werk, in onze werkorganisatie, zijn er in de loop van vele jaren allerlei arrangementen ontstaan. In het algemeen bieden zij toch wel een goed overzicht van de opklimmende zwaarte van werkzaamheden die ons als werkers opgedragen (kunnen) worden. De ene positie is van zwaarwichtiger aard dan de andere. Vooral ook wat de verantwoordelijkheden betreft. Het kan dan gaan om het verrichten van taken die van eenvoudige, routinematige aard zijn, of van werkzaamheden die door standaardmethoden beheerst worden, terwijl het eveneens kan gaan om taakuitvoering waarvoor gedegen vakkennis of gespecialiseerde, fundamentele of wetenschappelijke kennis vereist is. Maar chantagepolitiek noopt menig regeringsleider tot het veronachtzamen van de vereisten voor het ministersambt. Het niveau van de beleidsvorming is daarom in veel gevallen onbevredigend. Kijk maar naar de verouderde, onwetenschappelijke benadering van de inrichting en het functioneren van het overheidsapparaat. Durf dat maar gerust te zeggen tegen bewindslieden. Uiteindelijk zijn wij als burgers en als gemeenschap daarvan de dupe. En wanneer een hoge ambtsdrager ons zijn boodschap brengt dat het de president is die het beleid bepaalt en niemand anders, dan blijft tegenspraak opmerkelijk genoeg uit. Dan wordt kennelijk beaamd dat beleidsbeslissingen van de president een kwestie is van ‘take it as it is’. Dat wil zeggen: beleidsbepaling zonder rekening te moeten houden met de context daarvan. En in die contextuele omgeving van het overheidsbeleid liggen de actoren (partijen) en factoren(omstandigheden) die aldus geen invloed zouden kunnen uitoefenen op de totstandkoming van beleid. Immers, indachtig een recente uitspraak van de vicepresident bepaalt slechts de president. En dat klopt van geen kant. De totstandkoming van overheidsbeleid wordt juist omgeven door strijdende partijen die elk op hun manier invloed willen hebben op de beleidsvorming, die de eis van inspraak en medezeggenschap in dat proces op tafel leggen. Die zich verzetten tegen opgelegde besluiten. Dat in het Surinaamse parlement het ingeroeste gebruik te herkennen valt dat parlementaire regeringsgezinden zich conformeren aan wat ‘’hun’’ regering wenst, houdt niet vanzelfsprekend in dat andere actoren geen eigen mening hebben over de wijze waarop aangekeken en omgegaan moet worden met een maatschappelijk, politiek of bestuurlijk probleem. Met smart valt te constateren hoe de kwalitatieve achteruitgang van de Surinaamse volksvertegenwoordiging zich voltrekt. Noch afgezien hiervan dat de mondelinge uitdrukkingsvaardigheid van assembleeleden steeds verder verzwakt, is de waarde van het parlement in institutionele zin danig gekelderd. Opvallend toch dat terwijl dit proces van afkalving zich voltrekt, de voorzieningen ten behoeve van assembleeleden steeds aantrekkelijker worden. In economische zin nemen politieke partijen in betekenis toe. Immers, je kunt er als kandidaat voor een plekje in de politiek goed rijk van worden en in het vooruitzicht leven van een gezegende oude dag. Solliciteren naar een plekje in de politieke organisatie is tegen deze achtergrond dan niet eens zo slecht bedacht. Wetten zijn onschendbaar en dienen uitgevoerd te worden. Het toetsingsrecht van de wet aan de grondwet is tot heden nergens geregeld, waardoor wetten volledig onaantastbaar zijn. Met dien verstande evenwel dat de wet steeds naar zowel de letter als naar de geest geïnterpreteerd moet worden en niet in strijd mag zijn met internationale verplichtingen. Gelegenheidsopvattingen over de wet ondermijnen de rechtszekerheid. De memorie van toelichting staat er niet voor de sier. Tegenspraak, neen, tegenzin en afkeer dienen zich aan wanneer de nieuwe en strijdvaardige politieke partij van het moment zich nu ook presenteert als commerciële organisatie van professionele adviseurs op het gebied van moderne bedrijfsvoering. Recentelijk nog gepresenteerd. Dit gaat dezelfde richting op als van bestaande politieke partijen die volksspelen organiseren en zich als sociale organisaties profileren. Multi-dimensionele organisaties, zo kun je dat op indrukwekkende wijze ook stellen.
Stanley Westerborg
Organisatieanalist

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: