Suriname worstelt nog steeds met uitbaggeren vaargeul Surinamerivier

Suriname heeft al jaren plannen om de vaargeul van de Surinamerivier uit te baggeren. In 2014 leek alles al gereed te zijn om van start te gaan totdat de regering plotseling de operatie voor onbepaalde tijd on hold zette. Dit ondanks de onderhandelingen met een Nederlands baggerbedrijf destijds al in een vergevorderd stadium waren. Het project was toen geraamd op ruim US$ 20 miljoen. De vaargeul zou vanaf de monding van de Surinamerivier tot aan Domburg, worden uitgediept. Onlangs maakte de minister van Handel, Industrie en Toerisme, Stephen Tsang, een bedrag bekent van US$ 145 miljoen. Dit, in tegenstelling tot een voorstel van het bedrijfsleven van US$ 30 miljoen. De minister gaf echter aan dat hij niet weet wat het probleem is, en waarom men nog niet overgaat tot het uitdiepen.
Deryck Ferrier heeft vaker gepleit voor het voortzetten van de bauxietindustrie, op basis waarvan Suriname haar transportsector (middels de scheepvaart) zodanig kan ontwikkelen dat de bedrijvigheid in Suriname op langtermijn toeneemt. Dit zal echter een sterke wilskracht en goede planning eisen van beleidmakers. Hoewel er recent niet specifiek is aangegeven door beleidmaker welk deel van de rivier uitgebaggerd zal/moet worden, spreekt het veld van een uitbaggering tot nabij Paranam. Het is volgens ingenieur Richard Kalloe een totaal onnodige zaak om de Surinamerivier uit te baggeren tot Paranam. “Zij willen de rivier baggeren tot Paranam, maar niemand zal iets naar Paranam brengen. Dat is het probleem. Bauxietindustrie in Suriname? Vergeet het maar. Om de bocht (Brazilië) is er meer bauxiet. De grote bauxietmaatschappijen zijn daar. Je moet niets uitbaggeren. Er moet regelmatig schepen in de rivier varen. Als de schepen niet meer varen, dan pas a tori klari”, stelt Kalloe.
Staatsolie-directeur Rudolf Elias heeft in 2017 gepleit voor een actie om de Surinamerivier gauw te baggeren. Dit, uitgaande van verwachtingen rond toenemende economische activiteiten voor de kust van Suriname. Hierdoor kunnen Surinaamse ondernemers ook inspelen op de behoefte van de oliemaatschappijen in het offshore gebied. Elias stelde dat er nog tijd is om daar werk van te maken. Indien er een olievondst wordt gedaan, kunnen Surinaamse ondernemers letterlijk de boot missen als de Surinamerivier onbegaanbaar is. “Alles wordt vanuit de haven van Trinidad gedaan, omdat de boten te groot zijn en die kunnen de haven hier niet binnen komen”, zei Elias aan de media.
De vaargeul van de Surinamerivier is in de periode tussen 1948 en 1980 kunstmatig op een werkbare diepte gebracht. Dat had Suriname te danken aan de export van bauxiet door Suralco en Billiton. Door middel van scheepvaartbewegingen en baggerwerken werd de vaargeul middels het zogenaamde Pathfinder programma open gehouden. Er zijn speciaal schepen gebouwd om de modder uit de weg te halen. De leiders hiervan waren Suralco en Billiton. De gecreëerde vaargeul maakte het mogelijk om de meest gangbare schepen voor intercontinentaal maritiem verkeer toe te laten tot Suriname. De schepen zijn ondertussen groter geworden. Inmiddels zijn ook de bauxietexporten van Suralco stopgezet. Het scheepvaartverkeer is hierdoor met bijkans 70% afgenomen. Een 70% afname betekent dat de beweging in de vaargeul haas niets meer voorstelt. Vooral als blijkt dat het aantal schepen dat nu in de Surinamerivier beweegt, kleine schepen zijn. De rivier wordt nu vrij snel ondiep. Vorig jaar was er een slib van bijkans 0.65 foot vastgesteld door de Maritieme Autoriteit Suriname. Recent nog werd een slib van 0.89 foot vastgesteld.
Uitbaggeren tot Para of niet, deze kwestie kan negatieve gevolgen hebben op de Surinaamse economie. Een slecht begaanbare of onbegaanbare vaargeul zal betekenen dat veel schepen niet meer naar Suriname willen komen. Het wordt te riskant. Onlangs heeft een scheepvaartmaatschappij haar vrachtkosten al opgeschroefd. Voor verdere kostenverhogingen wordt uitgekeken naar de verzekeringen. De scheepvaartmaatschappijen zullen als gevolg hiervan een andere prijs berekenen voor hun diensten. Dit heeft vervolgens weerslag op de productiekosten van ondernemers en tenslotte op de prijzen in de winkels en prijzen van onze exportproducten. De concurrentiepositie van Suriname op de wereldmarkt komt hierdoor in gedrang.
Kavish Ganesh

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: