Onder het vergrootglas

Middels gebruik van dit technische hulpmiddel denkt de huidige justitieminister naar eigen zeggen meer zicht te krijgen op de bruikbaarheid van de conditietest in het bevorderingsbeleid binnen het politiekorps (KPS). Waarom het vergrootglas? Het wordt de minister hier graag voorgehouden, dat elke werknemer in de volgende gevallen in aanmerking komt voor promotie: “de medewerker wordt geschikt bevonden voor een andere functie, waaraan meer verantwoordelijkheden (afbreukrisico) verbonden zijn; ook kunnen bepaalde (beleids)ontwikkelingen van zodanige invloed zijn op een of meerderde functies in de organisatie dat herwaardering daarvan gerechtvaardigd geacht wordt; het kan ook zo zijn dat de werknemer zijn of haar functie behoudt, doch door studie, persoonlijke inzet, toewijding en belangstelling voor de te verrichten taken kwalitatief gezien steeds meer inhoud geeft aan het geheel der verrichtingen. Een kwestie van objectieve prestatiemeting en resultaatbeoordeling. Dit laatste vooral is hier interessant. Wij nemen de politiefunctie als voorbeeld. Heeft niet de overheid als werkgever de plicht erop toe te zien dat elke politiedienaar in goede lichamelijke en geestelijke conditie blijft om de taken naar behoren te kunnen vervullen? Is de voortdurende conditietraining geen ononderbroken proces in het politiekorps, dit tegen de achtergrond van doel- en taakstelling van de politiefunctie? De goede fysieke gesteldheid van de politiewerker is zulk een vanzelfsprekend gegeven, dat geen weldenkend mens zich kan voorstellen dat een kortstondige conditietest op een grasveld of trimbaan medebepalend is voor eventuele bevordering van de politiebeambte. De politiewerker die niet voldoet aan de eis van goede lichamelijke en geestelijke uitrusting, is niet ‘promovabel’. Die kan, met andere woorden, niet betrokken worden bij activiteiten die juist de bestaansreden van de politieorganisatie raken , om daardoor hoger op de beloningsladder te klimmen. In elk geval is de conditietest als medebepalende factor in het bevorderingsbeleid van het politiekorps een misslag van formaat, dat inmiddels zeer waarschijnlijk reeds een korpslid het leven heeft gekost.
Wat ook niet onbelicht mag blijven, is het onwelmakende verschijnsel dat voormalige bewindvoerders, ook zij die van hun ambt een potje gemaakt hebben, vrijwel dagelijks de publiciteit opzoeken om af te geven op actief dienende bewindspersonen. Dit afkeurenswaardige gedrag is oud kwaad. Sommigen onder deze lieden gaan zover dat zij in hun verbale aanvallen en insinuaties duidelijk blijk van geven niet te beseffen dat ook van gewezen ministers gedrag in het openbaar van zeker niveau verwacht wordt. Wanneer een vroegere justitieminister zichzelf de hemel in prijst wegens geleverde prestaties gedurende zijn ambtsperiode, is het goed betrokkene hier erop te wijzen dat managent van waarden, vooral in dienstverlenende organisaties, dus ook en heel nadrukkelijk in een politie-organisatie, geheel wat anders is dan het neerzetten van meetbare resultaten, waaronder de fysieke voorzieningen ten behoeve van het korps. Door de organisatie- en beroepswaarden voortdurend te benadrukken als topmanager of als minister, waarbij de maatschappelijke plaats en betekenis van de politiefunctie de korpsleden vanuit een veelheid van invalshoeken wordt ingeprent, het moreel daardoor tastbaar zal beter zal worden, wordt de kern van het functioneringsvraagstuk geraakt. Hoe staat de politie-organisatie in dit opzicht er in werkelijkheid voor? Welke zijn de verdiensten van bedoelde criticus tevens ex – justitieminister op dit vlak? Die vraag is de moeite van het beantwoorden waard.
Nergens in de politieke werkelijkheid in ons land zijn het de zakelijke belangen van de samenleving die op het politieke spanningsveld de boventoon voeren. Waar ligt de kern van de samenwerkingsbreuk tussen de drie, thans opposerende politieke partijen? Persoonlijke belangen, ook van geliefden!! Een gemiste ministerspost post hier, een niet toegewezen diplomatieke job daar, een gemuteerde directeur van een staatsbedrijf (tevens partijlid), ga zo maar verder. Ontevredenheid over de gang van zaken op het domein der persoonsgebonden belangen. Ziedaar de essentie van zoveel conflicten in de politiek. De gifpijlen worden op elkaar gericht. De politieke weldoener van weleer wordt door zijn vroegere kameraden, profiteurs, parasieten en politiek hoereerders naderhand verguisd, bespot en verwenst. Hun persoonsgerichte belangen en van hun geliefden zijn niet naar tevredenheid behartigd. Het vermogen om beleidsvraagstukken te kunnen identificeren, analyseren en die daardoor kunnen doorzien vraagt om hersenwerk, waarmee voor velen in de politiek een geestelijk probleem ontstaat. De dagelijkse reacties van politici leggen kristalhelder bloot dat ons land, het land Suriname, nog een lange ontwikkelingsweg op ontwikkelingsgebied heeft af te leggen. Elke welopgevoede en weldenkende burger van het land ervaart het als beschamend vertegenwoordigd te moeten worden door personen die in zoveel gevallen de geestelijke bagage missen om deze voorname taak nog op enigszins aanvaardbare wijze te vervullen. Burgers die het betere, het schonere en het uitdagende nastreven, moeten het helaas maar doen met de wanstaltigheden die wij thans meemaken met collegeleden die veelal de essentie van de politieke arbeid niet beseffen. Het gedachtebeeld dat het ambt van volksvertegenwoordiger wettelijk in directe relatie gebracht wordt met mogelijke misdaadpleging als rechtvaardiging van de terugroepstraf, is tevens de zure kers op de politieke taart. Zal de verwerpelijke 61/39 regel inzake absenteïsme, geldende voor de terugroepstraf, werkelijk opgenomen worden in de herziene wetgeving?
In de schijnwerper wordt hier nog het volgende geplaatst. Het bekende DNA-lid uit Saramacca schijnt het absurd te vinden dat EBS- medewerkers bepaalde privileges genieten ten laste van het energiebedrijf . Gaat het om oneigenlijk gebruik van de functie van EBS-medewerker? Wie heeft hier het beoordelingsrecht? Ongetwijfeld niet het voorrecht van grootheden die hun politieke baan voor eigen gewin misbruiken. Lieden die zichzelf middels allerhande manipulaties verrijken met grote lappen domeingrond, concessies, vergunningen of het verwerven van onverenigbare posities of het regelmatig innen van onverdiende financiële beloningen als politicus annex landsdienaar.
Stanley Westerborg
Organisatieanalist
[email protected]

error: Kopiëren mag niet!