De onderminister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, Abigail Lie A Kwie, zegt wel het woord âstrontâ te hebben gebruikt tegen de voorman van een schoonmaakploeg. Dat zou zij hebben gedaan nadat de voorman tegen haar zou hebben gezegd: âgwe jongu meidâ. âIk weet niet als het woord âstrontâ een term isâ, zegt Lie A Kwie. Ze zou de voorman Comvalius ook hebben uitgemaakt voor âongeschooldâ.
Volgens Lie A Kwie zouden de werknemers zich hebben opgehouden voor haar inrit van twaalf tot vijf uur in de middag, terwijl haar berm op dat moment geen onderhoud behoefde. Ze zou de voorman beleefd hebben gevraagd zich niet op te houden voor haar deur. Die zou daarop agressief hebben gereageerd.
De lijfwacht van de onderminister zou ook niet hebben gezwaaid met zijn dienstwapen, maar dit aan zijn zij hebben gehouden. De volgende dag boden de broers van de voorman hun verontschuldigingen aan bij Lie A Kwie namens Comvalius.
De onderminister en de werkers waren uitgenodigd door de minister van Openbare Werken, Rabin Parmessar. Lie A Kwie weigerde samen in de vergaderzaal te zitten met de voorman en zijn werkers. âProtocollair is dat niet de werkwijzeâ, zegt Lie A Kwie. Er zou op zijn minst een voorgesprek moeten zijn en van tevoren zou gemeld moeten worden dat het om een gesprek ging met Comvalius. Het gesprek heeft geen voortgang gehad.
Lie A Kwie zegt aan de OW-minister te hebben gevraagd dat de groep niet meer in haar buurt komt werken.
