Algemeen belang Tabakswet voor ogen houden

DNA-leden die heel zelfverzekerd waren, zijn nu aan het twijfelen, maar zeggen toch wel dat als het aan hun ligt de Tabakswet precies zo aangenomen wordt als het is ingediend. Deze reactie doet vermoeden dat er wat kan gaan wijzigen in het concept dat nu op tafel ligt. Nu blijkt in elk geval dat roken op een parkeerplaats mag. Maar in de bus zelf niet. Hier komt het voorbeeld van het zwembad naar voren. Kennelijk beseffen onze wetgevers niet dat roken op de parkeerplaats betekent dat rook inwaait in de bus, waar passagiers soms een uur zitten te wachten totdat de bus vol is. We begrijpen deze beredenering niet, maar kunnen ons voorstellen dat een bepaald soort leven zorgt voor vervreemding. DNA-leden weten kennelijk niet (meer) hoe er wordt ‘gebust’. Nogmaals, mensen zitten te wachten en met open ramen, omdat het meestal stikkend heet is. Zoals eerder aangegeven, omvat het ontwerp twee gedeelten en een derde met betrekking tot de vaste strafbepalingen. De twee delen waar het om gaat, betreffen het verbod van tabak roken in bepaalde limitatief opgenoemde ruimten en het aanprijzingsgedeelte. Uiteraard is aan het eerste deel gekoppeld een zorgplicht voor beheerders, uitbaters en bevoegden tot handhaving van de orde in deze setting. De plaatsen waar niet mag worden gerookt zijn limitatief opgenoemd, hetgeen betekent dat roken buiten die plaatsen toegestaan is. De vraag blijft hoeveel ruimte er over gaat blijven wanneer uit het totaal aan ruimten deze plaatsen worden afgetrokken. Het ligt aan de roker nu om te bepalen hoe hij zijn hobby of verslaving zal uitoefenen buiten die plaatsen. Met een beetje inventiviteit komt men er wel. De Tabakswet behelst geen compleet verbod op het roken van tabak, omdat de wetgever niet diep wil ingrijpen in de levenswijze van burgers. Men wil het roken wel ontmoedigen, omdat de Staat altijd nadeel zal ondervinden van activiteiten die de actieve persoon schaden. Het uitzonderlijke bij roken is dat in dit gedrag derden ook worden meegesleept. Iemand die drinkt, maakt zichzelf alleen dronken, iemand die rookt laat anderen wel meeroken. Behalve dat dit opleggen van tabaksrook de samenleving minder leefbaar maakt, heeft het ook een schadelijk effect op de meeroker. De tabakswet is dus daarom niet alleen een wet ter bescherming van de burger tegen zichzelf, maar ook ter bescherming tegen anderen. Nu is er zwaar protest vanuit de horeca en om exact te zijn vanuit de casino’s. Een casinomedewerker die niet wist waarvoor ze voor DNA moest verschijnen, zei toen de reden van haar aanwezigheid haar duidelijk werd, dat het goed is dat gokkers mogen blijven roken. Want men frustreert zwaar als men verliest in het casino en dan begint men als een schoorsteen te roken. Medewerkers moeten lekker meeroken dus in deze case, immers zij zouden het risico van tabaksrook hebben geaccepteerd bij de sollicitatie. Door de casinohouders die protesteren, is immers niet aangetoond dat de kans groot is dat bij een rookverbod het bezoek aan de casino’s minder zal zijn, omdat rokers niet zullen verschijnen. Er is ook aangegeven dat de ruimte moet worden gegeven aan bepaalde plaatsen die nu op de verboden lijst voorkomen om te kiezen of ze rookvrij of met rookmogelijkheid moeten zijn. Hierover wordt opgemerkt dat dit principe van keuze niet overal te gebruiken is. Op bepaalde openbare plaatsen zijn burgers noodgedwongen om zich naar toe te bewegen, zoals het openbaar vervoer en particuliere lijnbussen. Maar waar burgers ook noodgedwongen zijn naar toe te gaan, is het werk. Als werknemers eerder niet beschermd waren tegen tabaksrook van collega’s, meerderen en cliënten, dan moeten wij nu weten of ze dat recht nu wel moeten hebben of juist niet. De meeste plaatsen die op de verboden lijst voorkomen, zijn werkplaatsen en de Tabakswet draait in zekere zin dus ook ter bescherming van werknemers in het belang van productiviteit en harmonische gezinnen. Het principe van rookvrije plekken naar keuze van de houder/eigenaar/beheerder gaat evenmin overal op, omdat er activiteiten zijn die door de Staat worden aangemoedigd zoals meedoen aan sport. Rookvrije stadions, naast sporthallen en niet-rookvrije is daarom niet voor te stellen. Roken moet niet en de roker moet nu inventief zijn om zijn rook niet in iemand anders zijn of haar neus of keel te laten gaan. Recent is aangegeven dat er grotere problemen zijn die de Staat moet aanpakken, en dat de problematiek van tabak een minor issue zou zijn. Voorts is aangegeven dat de samenleving haar gemoedsrust niet moet worden ontnomen. Die rust zou bereikt worden door tabak, moet uit het verhaal blijken. Nu zijn er ook burgers die de gemoedsrust vinden in palm (alcohol ), tot nog toegestaan, maar ook in marihuana. De regering zou dus in feite, zolang de oorzaken van het in een roes willen raken door canabis, niet zijn weggewerkt, niet moeten optreden tegen marihuanagebruik. De beredenering loopt enigszins mank, omdat er ook gerookt wordt in landen waar vanuit de overheid ruime en op efficiënte wijze aandacht wordt besteed aan psychosociale stress en de verschillende vormen van armoede. Er wordt gepleit voor rookvrije ruimtes in de horeca dus in hotels, restaurants en casino’s. De vraag die gesteld moet worden, is of men de ruimten in een restaurant of in een hotel zodanig kan scheiden en de rook isoleren en uitscheiden dat de personen niet met de rook in aanraking komen. Als gekeken wordt naar de schaal van de normale restaurants en de inrichtingsmogelijkheden, dan is de praktische kans klein. In elk geval is het uitgangspunt dat wij eerst een probleemloze samenleving moeten hebben, voordat zaken worden aangepakt een verkeerd uitgangspunt. Het ontwerp van de Tabakswet moet niet in de ijskast worden gestopt. Wat men niet moet vergeten, is dat Suriname zich terecht gecommitteerd heeft aan internationale regels aangaande tabak en dat bij het uitblijven van maatregelen de Staat aangesproken kan worden. Publiek toegankelijke ruimten, werkruimten en het openbaar vervoer in het algemeen moeten beschermd worden. Openbare en particuliere werkruimten, kantoren en kantoorgebouwen en overheidsterreinen (overheidsgebouwen en gebouwen van de overheid), sport- en recreatieterreinen, onderwijsgebouwen, kinderopvang- en bejaardentehuizen, bedrijfsterreinen, fabrieken, opslagruimten, magazijnen, openbare transportterminals (zee, rivier, lucht, trein, bus), vliegtuigen, treinen, bussen en taxi’s hebben geen verzet ervaren. Hetzelfde geldt voor winkels, markten, shopping malls, openbare faciliteiten voor evenementen, bioscopen, theaters, musea, bibliotheken, buurtcentra, zalen, openluchtplaatsen en toeschouwersterreinen (cultuur, kunst, sport etc..). Voor tabaksontmoediging wordt door de VGZ-minister een orgaan in het leven geroepen. Het verzet van casinohouders heeft de wetgevers wel aan het denken gezet. Hoe dit deel zal uitpakken, wachten wij af, maar deze zeer welkome wet moet zoveel als mogelijk ongeschonden uit de DNA-behandeling komen. Wat het algemeen belang vraagt, is overigens duidelijk. En de vrijheid om te roken blijft ongeschonden, wel moeilijker. En een ‘bad habit’ eropna houden, moet immers moeite kosten.
 

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: