Decennia te laat maar toch

In Suriname is het mogelijk dat een man die de Surinaamse Algemene Werkers Organisatie (SAWO), de Surinaamse Arbeidersbond en de Surinaamse Werklozen Comité opricht, teneinde op te komen voor de massa, wordt weggezet en in de vergetelheid raakt. In dat opzicht is het Surinaamse volk ondankbaar en heeft het zich eigenlijk een aantal offers niet waard getoond. Hoe diep slavernij en kolonialisme kunnen snijden in de psyche van een volk blijkt uit de even memorabele als tragische levensloop van de Surinamer Louis Doedel. Het is jammer dat mannen die de situatie hadden kunnen keren en op hoge posities als Statenvoorzitter hadden gediend, de situatie hebben gelaten en na 75 jaar hun mond openmaken. Men moet niet komen zeggen dat ‘de gemeenschap’ niets doet, omdat in de betreffende periode zij een luide stem in de gemeenschap hadden. De jongeren op wie men de schuld wil schuiven dat ze geen interesse hebben, waren in 1980 toen Doedel overleed niet eens geboren. Het is een andere generatie die de man in de steek heeft gelaten. Het is moeilijk te vatten dat een schrijven om Louis Doedel te eren niet beantwoord zou zijn door toenmalige president Venetiaan. Bij de bestudering van de geschiedenis van het kolonialisme uit de 50’er, 60’er en 70’er jaren van de vorige eeuw, blijkt dat trotse, zelfverzekerde en onbevreesde mannen de grootste vijanden zijn geweest van de koloniale machthebbers. Dat blijkt bijvoorbeeld als de geschiedenis van het Afrikaans kolonialisme wordt gelezen, met name de rol van Frankrijk en België. Het moment dat een man door etnische barrières heen een volk kon binden, werd hij een gevaar. Hij moest dan of veranderen of verdwijnen: van het politieke toneel of soms van de hele aardbodem. Een groot voorbeeld daarvan is de moord op de politicus en staatsman Patrice Lumumba. Hij werd zonder dat hij iets verkeerd had gedaan tegen zijn volk vermoord in schriftelijke opdracht van de Belgische regering door Belgische militairen en begraven door de Amerikaanse geheime dienst. In het verhaal van Lumumba duikt op smerige wijze ook op de naam van de Amerikaanse president Dwight Eisenhower, die op zijn minst geïnsinueerd zou hebben dat Lumumba geliquideerd moest worden. In 2002 bleek onomstotelijk de mensonterende betrokkenheid van de Belgische regering in de politieke moord en was deze voormalige kolonisator genoopt haar excuses aan te bieden. Waarom was Lumumba een doorn in het oog van België? Lumumba had dromen om Afrika te verenigen, nadat hij een vuist had gemaakt van zijn land Kongo. Dat betekende gevaar voor koloniale machten die hun invloed in de kolonies wilden behouden en daarbij was er geen plaats voor een eensgezinde natie. Er was wel plaats voor een verdeelde natie die met elkaar in oorlog was. Lumumba had vrienden in de USSR en daarom viel hij in ongenade bij Amerika. Patrice Lumumba werd een martelaar na zijn moord 12 weken nadat hij de eerste gekozen prime minister werd in Kongo in 1960, nadat hij werd opgejaagd en uitgelokt om in gewapende verdediging te gaan. Patrice Lumumba is nooit in vergetelheid geraakt, evenmin zijn pennenvruchten. Hoe anders is het Louis Doedel ontgaan. De Nederlandse regering heeft Louis Doedel in 1937, 17 jaren voordat beperkt zelfbestuur in Suriname werd ingevoerd, opgesloten en halve fouten van de Doedel aangewend om hem gestoord te verklaren althans rijp voor psychische observatie die geen 28 dagen, maar uiteindelijk 43 jaar duurde. In de tijd van zelfbestuur hebben Surinamers die meer betrokken raakten en geaccepteerd werden in de politiek, niet veel gedaan of kunnen doen. Doedel was in 1937 pas 32 jaar toen hij werd weggezet en dan ook nog tussen echte gestoorde mensen. Aanleiding zou zijn het wit schilderen van zijn gezicht voor de gouverneur Kielstra, gevolgd later door een obsceen gebaar uit wanhoop kennelijk toen duidelijk werd dat witte Nederlanders vrij en blij toegang hadden tot de gouverneur, maar dat daartoe geen enkele strategie voor de ‘Surinamer’ succesvol was. Geconcludeerd wordt dat men Doedel heeft dood gezwegen, omdat iedereen bang was om zelf in die inrichting te belanden. Zeker in de tweede helft van de jaren ’60 en daarna was deze vrees wel aanmerkelijk minder voor te stellen. Doedel bleef in de steek gelaten en weg uit de geschiedenisboeken. Pas in 1980, vlak voor de militaire periode, werd Louis Doedel opgezocht door Henk Herrenberg en eigenlijk bevrijd. Daags daarna overleed hij, morgen precies 32 jaar geleden. Waarom zijn familieleden en vrienden Doedel vergeten? Waarom hebben ze in de ‘verlichte tijd’ geen aandacht van de regering gevraagd?
Louis Doedel ging op Curaçao werken bij de belastingdienst na zijn ulo in Suriname te hebben afgemaakt. Zijn politiek bewuste geest maakte hem niet geliefd op het eiland en een verkeerd oversteken van een brug – rechts in plaats van links – leidde uiteindelijk tot zijn deportatie naar Suriname in 1931. In de zgn. ‘Gujaba teng’ (crisis in de jaren ’30) werd Doedel in Suriname aangegrepen door sociale toestanden en armoede o.a. bij werkers, boeren en op het platteland. Hij werd voorzitter van een aantal belangenorganisaties, waaronder de Surinaamse Algemene Werkers Organisatie (SAWO), de Surinaamse Arbeidersbond en het Surinaamse Werklozen Comité. Doedel werd voor zijn korte periode op Curaçao in 2010 op het eiland vereerd met een standbeeld. Het volk waarvoor een man zijn productieve jaren en zijn vrijheid vanaf zijn 32ste tot zijn (75 jaar) verloor, is twee jaren achter. Sivis is laat met het memoreren van een persoon die ook wel aangeduid wordt als de grondlegger van de vakbeweging in Suriname. Personages in het eerherstelcomité zijn decennia laat. Opvallend is wel dat alleen regeringen van een bepaalde signatuur gevoelig zijn voor identificatie, (h)erkenning en eerbetoon aan kinderen van dit grondgebied. Suriname moet erin geloven dat op dit grondgebied ook grote mannen en vrouwen konden en kunnen geboren worden. Surinaamse regeringen, met name Minov, heeft schromelijk tekort geschoten om deze personages letterlijk en figuurlijk te portretteren en te presenteren aan de wereldgemeenschap. Het houdt bij ons op bij de Surinamer Dobru Ravales. Er zijn meer grote mannen en vrouwen geboren in Suriname over wie wij moeten schrijven en wier foto’s en portretten regelmatig moeten verschijnen in cultuur-, sport-, wetenschaps- , onderwijs- en toerismeproducten, ook online. Laat de erkenning van Louis Doedel een aanvang zijn voor de erkenning van de grote mannen en vrouwen die er zijn geweest en die nog in ons midden zijn. De regering moet het voorbeeld geven aan sociaal-culturele organisaties en aan brancheorganisaties hoe die erkenning stijlvol moet plaatsvinden. Een van de laatste keren betrof het een publicatie van een boekje over de legendarische ‘Surinaamse’ en Nederlandse international Humphrey Mijnals door SVB. Het was te goedkoop en amateuristisch en de grote sporter niet waard. De correctie heeft nog niet plaatsgevonden. Regering en Surinamers, laten wij veel meer vastleggen en publiceren en erkennen dat uit onze gelederen ook grote zonen en dochters zijn geboren en dat het zal blijven gebeuren. Het zal ons zeker goed doen.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: