Maar 11 % uitgaven begrotingen gaat naar ‘ontwikkeling’

Uit de ingediende ontwerpbegrotingen van 2013 is slechts 11 % van de totale uitgaven bestemd voor de ontwikkeling, terwijl bijkans 51% is gereserveerd voor infrastructuur. Tot deze conclusie kwam de oppositie tijdens de algemene politieke beschouwingen. De oppositie vroeg in een motie om het voorgenomen beleid zoals gepresenteerd door de regering in de algemene politieke beschouwingen af te keuren. Deze oproep vond geen gehoor bij de coalitie. De oppositie merkte op dat bij de algemene politieke beschouwingen zowel de oppositie als de coalitie ernstig kritiek heeft geleverd over het gevoerd en te voeren beleid. Ook is er naar voren gekomen dat er via de ontwerpbegrotingen geen beleid wordt aangegeven met betrekking tot het bevorderen van substantiële duurzame productie vanuit de agrarische, veeteelt-, visserij-, klein industriële en toerismesector. Verder is een beleid met betrekking tot armoedebestrijding uitgezet voornamelijk via consumptieve subjectsubsidie, waarbij een nog aan te wijzen deel van de samenleving een uitkering zal ontvangen in plaats van betrokken te worden bij duurzame productie en ontwikkelingsactiviteiten.
De oppositie stelt verder dat er geen concreet beleid af te leiden is via de ontwerpbegrotingen voor de creatie van duurzame werkgelegenheid voor jongeren en dat het aanbestedings- en gunningenbeleid van de president c.q. de regering het volgende dienstjaar zal worden voortgezet, hetgeen aangeeft een voortzetting van een bijzonder corruptiegevoelig beleid. Tevens stelt de oppositie dat het voorgenomen beleid in 2013 geen duurzame ontwikkeling in zich draagt en dat de regering met de beantwoording onvoldoende duidelijkheid heeft gebracht met betrekking tot het te voeren regeringsbeleid in 2013.
SPA-voorzitter Guno Castelen merkt op dat in de motie van de coalitie gesteld is, dat er een instabiele startpositie door deze regering is overgenomen. ‘Dit is onjuist en onwaar als we alle internationale gerenommeerde instituten volgen. Er is van de regering Venetiaan en van de monetaire autoriteiten een stabiele financiële en macro-economische situatie overgenomen. Zelfs de president heeft in zijn jaarrede gezegd dat het enige probleem welke hij had bij de overname een liquiditeitsvraagstuk was.’
De motie stelde verder dat er een kritische zelfevaluatie is geweest, maar dat deze zelfevaluatie heeft geleid tot perspectieven en hoop voor de samenleving. ‘De evaluatie heeft niet als consequentie gehad het aandragen van oplossingen’, meent Castelen. ‘Bij de overwegingen stelt de motie dat het uitgezette monetaire beleid zal leiden tot verdere stabilisatie en groei van de Surinaamse economie, terwijl men verzuimt te vermelden dat de president en de regering geen enkel moment hebben aangegeven hoe zij denken fundamenteel de structuur van de economie te verbeteren, zodat de afhankelijkheid van slechts uitputbare mijnbouwproducten vermindert.’ Ten aanzien van het sociaal beleid en de zogenaamde constructieve subjectsubsidie is de coalitie niet tegen de uitvoering van dat project, wel tegen het feit dat er een armoedecultuur wordt  geïntroduceerd als er niet tegelijk met het programma, een programma van versterking van de sociaal zwakkere delen van de samenleving wordt uitgevoerd om hun economische en maatschappelijk weerbaarheid te verbeteren, vindt de SPA-voorzitter. ‘Ten aanzien van het project Naschoolse Opvang zijn voor de oppositie juist de voorbereiding en uitvoering zwak en verkeerd en in het algemeen politiek beleid is er totaal geen zicht gegeven op verbetering en zal dit project indien niet gewijzigd in uitvoering, op termijn zowel negatief uitwerken op  de kwaliteit van het onderwijs, maar ook op andere gebieden van het maatschappelijk leven negatieve weerslag hebben. We zien dat de regering veel beloftes doet, maar weinig presteert’, aldus Castelen.

error: Kopiëren mag niet!