Anticorruptie veel meer dan onthoofde anti-corruptiewet

De anti-corruptiewet is tijdens de behandelingen in DNA tijdens de vorige regeerperiode onthoofd, kennelijk met de bedoeling om hoge functionarissen schotvrij te houden. Na de onthoofding werd het concept in de ijskast bevroren. In de media is melding gemaakt van anti-corruptietrainingen die door Projekta zijn uitgevoerd de laatste tijd, voor hooggeplaatste en topambtenaren. Een heel terechte focusgroep als het gaat om het aanvechten van corruptie. Tegelijkertijd merken we een verhoogde activiteit vanuit de politieke partij DOE om de president met de feiten op de neus te drukken, wat betreft zijn belofte om een kruistocht aan te gaan tegen corruptie. Of het een kruistocht moet worden weten we niet, maar het algemeen belang vereist wel dat er stringente maatregelen worden getroffen tegen de corruptie in de publieke en de private sector. Nu zijn er op dit stuk zelfs internationale verplichtingen die komen uit het door ons geratificeerde Inter-Amerikaans anti-corruptieverdrag. Alles in ogenschouw nemend, is het toch wel de vraag of het anti-corruptiebeleid onmogelijk dan wel onvolledig zal zijn zonder een zogenaamde anti-corruptiewet. Dan komen wij terug bij de afsluiting van de laatste training van Projekta aan afdelingshoofden bij de overheid, waar in principe antwoord op bovenstaande vraag is gegeven. Bericht is dat de afdelingshoofden van de afdelingen Interne Controle, Financiële Zaken en Personeelszaken ter afronding van de cursus een gedragscode voor ambtenaren moesten ontwerpen en een brochure moesten maken waarin de ant-corruptienadruk wordt gelegd die te vinden is in de Personeelswet daterend uit het jaar 1962. Daaruit leidt men dus af dat wat de handel en wandel van landsdienaren betreft er minimaal basisregels zijn in de al 50 jaar oude Personeelswet, waarop leidinggevenden moeten toezien dat ze worden nageleefd. We weten ook dat er disciplinaire maatregelen zijn opgenomen in de Personeelswet en dat er daaromtrent duidelijke rechten en plichten bestaan voor het bevoegd gezag dat gaat over de betreffende ambtenaren. Het gaat hier dan om ministers en directeuren en in sommige gevallen de president die handelend kan en soms moet optreden. Maar het gaat niet alleen om de Personeelswet. Er zijn nog talrijke wetten die basisregels omvatten, waarvan op de naleving toezicht moet worden uitgeoefend. We denken dan bijvoorbeeld aan de comptabele regels die gelden voor ministeries en andere onderdelen van de publieke sector wanneer zij goederen en diensten willen aankopen of werken of transporten willen doen uitvoeren. Het gaat dan om de Comptabiliteitswet en het Comptabiliteitsbesluit en de reglementen die officieel in het staatsblad zijn gepubliceerd over de aanbesteding en de uitvoering van werken. De bedoeling van deze regels is om bij bestedingen van de overheid, dus waar belastinggeld wordt uitgegeven, te voorkomen dat teveel wordt betaald, dat personen en bedrijven worden voorgetrokken om ze te verrijken. De bedoeling is om te voorkomen dat wanneer de Rekenkamer de rechtmatigheid en doelmatigheid van uitgaven toetst men niet tot vernietigende conclusies komt. Belangrijk bij corruptiebestrijding is de transparantie omtrent overheidsuitgaven, omdat veel mensen rijk kunnen worden en waarschijnlijk ook zijn geworden. Dit, omdat zij vanwege hun partij die aan de macht was, goederen en diensten mochten leveren en werken en transporten mochten uitvoeren en anderen die misschien beter waren dat juist niet mochten. De overheid is een van de grootste en wellicht de grootste uitgevers van geld. Ze zijn de big spenders. Burgers die rijk worden door onterecht in aanmerking te komen voor uitvoeringen en leveringen zijn dus onrechtmatig en illegaal rijk geworden. De transparante competitie verlaagt het risico van bevoordeling. Vandaar dat het niet als een pluspunt is ontvangen in het kader van de corruptietraining toen de regering het toelaatbare plafond voor gunningen, waarvoor geen openbare aanbestedingen dienen te worden gehouden, verhoogde van SRD 30.000 naar SRD 1.5 miljoen. Bij de corruptie draait het in de publieke sector ook voor een belangrijk deel om dubbele petten en relaties oftewel belangenverstrengeling of conflict of interest. Het gaat dus om besluiten die mensen in de publieke sector nemen over private personen die soms zijzelf zijn of die familieleden, vrienden of intimi zijn. Of soms in hoedanigheden die elkaars ‘vijanden’ zijn. Naast aanbestedingen en conflict of interest spelen ook andere wetten een rol. Op het specifieke gebied van deze wetten zijn er wel regels die ontbreken en het toezichthoudende mechanisme van de OAS wijst ons regelmatig op onze gebreken. Een voorbeeld is het beleid bij het rekruteren van ambtenaren voor de algemene dienst en functionarissen bij bepaalde diensten zoals de politie en de douane. Een vereiste is vanuit het verdrag dat de namen van de kandidaten die afgewezen zijn na een sollicitatieoproep openbaar worden gemaakt, zodat een mogelijk patroon in de afwijzingen zichtbaar wordt voor het publiek. Ook is een vereiste dat bij indienstname van landsdienaren altijd een sollicitatieoproep verschijnt. De selectie moet objectief zijn op basis van toetsen, behaalde punten en uitzonderlijke rekrutering zonder regels moet worden uitgesloten. Maar nu het tweede deel van de vraag: hoe noodzakelijk is een anti-corruptiewet? Als we uitgaan van de originele eerste versie, die tijdens de behandeling in de vorige parlementaire periode net als de Glis-wet werd onthoofd, dan is het relevant, omdat deze versie zich ook richtte op het meten van de rijkdommen van alle landsdienaren, laag en hoog. En waarschijnlijk lag het moeilijk bij de laatste. De eerste versie van de anti-corruptiewet bevatte een plicht voor alle landsdienaren, ook de hoge, en nog een aantal andere functies (DNA-leden) om jaarlijks te registreren wat hun vermogen is: geld en eigendommen. Ook nauwe verwanten waren betrokken. Bij plotselinge pieken in het vermogen zouden er vragen worden gesteld. En daar heeft de schoen zeer pijnlijk gekneld, waardoor deze aangifteplicht in de tweede versie werd weggesneden. De tweede versie was dus onthoofd uit angst. Maar dan nog was men ontevreden en drogredenen werden door oppositie en coalitie getolereerd om de wet in de ijskast te stoppen. Einde verhaal anti-corruptiewet tijdens Venetiaan 3. Nu hebben we weer een druk op de ketel. Maar het moet duidelijk zijn dat het niet gaat om ‘any’ anti-corruptiewet. Het moet niet gaan om een onthoofde anti-corruptiewet zonder de aangifteplicht. Daarop moeten de partijen die druk zetten, ook op letten. Voor sommige oppositionele partijen zal het moeilijk zijn, omdat ze ‘during the course’ zichzelf gaan aantreffen. Dat wordt dan gênant in DNA.

error: Kopiëren mag niet!
%d bloggers liken dit: