Slogan

Dagblad Suriname - waar de krant lezen nog leuk is!                  Suriname's populairste krant.    Nu: 470 gebruiker(s) online

Banner pagina


navigatiebar

 Laatste nieuws | Sport | Vrije Tribune | Starbuzz | Fawaka | Foto's  Risaalah  Sandesa


 

 
Banner pagina



 

 

 

 

Nieuws Tools Vertel een vriend Print bericht

Geplaatst:  12/03/2010

 
De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly


Onderhandelen! Naast de beheersing van de techniek en de tactiek bij het onderhandelen, is deskundigheid één van de belangrijkste vereisten om met succes een onderwerp te behandelen en tenzij er andere factoren gaan meespelen, is de afronding dan een fluitje van een cent.
In het geval van de Nieuw Front-top zijn er echter andere factoren gaan meespelen, vandaar dat de afronding meer tijd in beslag zal nemen. Het ongewisse daarover waarin de samenleving mogelijk verkeert, demonstreert enigszins het vertrouwelijk karakter van de gesprekken. De onderhandelingen dienen immers geen moment verstoord te worden door derden, vooral niet de ongewenste bemoeienissen van bepaalde delen van de pers, die bewust een geheel ander beeld van de sfeer binnen de harde onderhandelingstafel trachten door te spelen aan de samenleving.

Vanwege directe politieke belangen kunnen bepaalde delen van de pers niet als onpartijdige, strikt neutrale dan wel objectieve media worden beschouwd wanneer het politieke of zakelijkheden met een bepaald karakter betreft. De aandachtige lezer zal tussen de regels door – hoe sluw de redactie ook denkt te zijn met de berichtgeving – wel de geraffineerdheid herkennen en zijn eigen conclusie daaruit trekken. Niet zelden in het nadeel van die krant. Toch kan er iets van de verhalen blijven hangen in het onderbewustzijn en daardoor een eigen leven gaan leiden. Voorkomen is daarom geboden.
Het is van essentieel belang om bij het onderhandelen over een dergelijk “zwaarwichtig” onderwerp als het onderhavige in Nieuw Front-verband, een onderwerp waarmee onvermijdelijk de toekomst van land en volk nauw verweven is, zeer beslagen ten ijs te komen. Immers dient er rekening te worden gehouden met de andersdenkenden in oppositiekringen, die met ervaring in het bedenken van doorgewinterde listen en sluwigheden – alle facetten het onderwerp betreffende – volkomen beheersen, Als het ware kunnen de politiek andersdenkenden alle ontwikkelingen voorzien. Zo goed als alle schommelingen die zich eventueel zouden kunnen voordoen. Met deze soort gasten is het geraden de deuren hermetisch te sluiten. De vreemde handelingen in 1996 zijn in onze geschiedenis onuitwisbaar vanwege de onregelmatigheden als gevolg van de gemeenheid in de politiek die toen ten toon werden gespreid.

Evenals de rebellerende groep Marica van de SPA moeten de exponenten uit de 2e lijn van de NPS en de Vernieuwingsbeweging van de VHP begrijpen dat het nu tijd is om de gelederen te sluiten. Hun bijdrage in de vorm van kritiek kan in het verleden wel vruchten hebben afgeworpen, maar het is nu een te gevoelige periode om met binnenshuis problemen naar de pers te stappen. Vooral niet naar bepaalde delen van de pers die de objectiviteit schuwen niet alleen, maar ook gemene verzinselen creëren en verspreiden.

Ofschoon er geen sprake is van een gemeenschappelijke vijand moet er wel met man en macht en met argusogen voor gewaakt worden om bepaalde politieke leiders buiten het machtscentrum te houden, Leiders die het niet menen met het volk, maar slechts hun eigen persoonlijke belangen voorstaan, zijn totaal ongeschikt om in de leiding van dit land te staan. Het vege lijf van een bepaalde leider is – vanwege eigen schuld – sinds jaren in groot gevaar. De strijd om dit gevaar te omzeilen middels de politiek is niet te onderschatten. Vergelijkbaar met de grote vrijheid van andere leiders die wereldwijd kunnen reizen om de belangen van hun land te behartigen, is de jaloezie begrijpelijk. De pijnlijke bewustwording van die tekortkomingen maakt dat die leider niet zo lang geleden rare uitspraken heeft gedaan naar de Justitie toe. Rare sprongen die ons land en volk naar de verdoemenis zouden kunnen leiden wanneer hij het politiek voor het zeggen zou hebben in dit land. Alles staat en valt met zijn vege lijf en niets anders. Het is daarom meer dan ooit geboden een dergelijke leider te weren uit het politiek milieu.Momenteel kennen wij in dit land de Trias Politica. Laten wij bij de stembus er voor zorgen dat dit zo blijft.
 

Dertig (30) jaar Surinaams Pedagogisch Instituut

De Surinaamse Kweekschool (SKS) werd in 1949 opgericht en stond in de gemeenschap bekend als kweek B; de opleidingsduur was drie jaar. Vanwege de grote toename van studenten werd in 1971 overgegaan tot de oprichting van een tweede kweekschool, het Algemeen Pedagogisch Instituut (API), een opleiding met een iets gewijzigde structuur: 3 jaren onderwijzerakte en 1 jaar hoofdakte. Op 1 oktober 1980 werd overgegaan tot de samenvoeging van de SKS en het API tot het Surinaams Pedagogisch Instituut (SPI). Oorspronkelijk had dit instituut alleen een GLO-stream, bestaande uit een Algemeen Vormende Fase (AVF) en een Beroepsvormende Fase (BVF). Op 01 oktober 1985 kwam de KO-stream (Kleuteronderwijs) erbij. De AVF en BVF duren elk twee jaar en het kleuteronderwijs (KO) duurt vier jaar. De directeuren van het SPI zijn geweest de heer K. Ramsundersingh, mevrouw L. Asin en mevr. E. Hart. De huidige directeur is de heer R. Jhagroe. De school telt momenteel 97 docenten en 1100 studenten. Het SPI is al enkele jaren geleden gestart met vernieuwingen zoals de stage- en oriëntatiebezoeken aan scholen in het binnenland. Bijscholing van docenten vindt ook regelmatig plaats. De vernieuwing van de cybercafe heeft reeds plaatsgevonden en ook de gymnastiekzaal wordt binnenkort gerenoveerd opgeleverd. Met renovaties aan de overige gebouwen is men nog bezig. Het vernieuwen van de structuur van de school wordt nu bekeken en op korte termijn kan men veranderingen tegemoet zien.

Onze slogan luidt: “Adequate pedagogische instituten, bekwame leraren en maximale ontwikkeling”!
In het kader van 30 jaar SPI zal er op 12 en 13 maart een bonte avond gehouden worden in de Eddy Wessels gehoorzaal van het Cultureel Centrum Suriname (CCS) aan de Henck Arronstraat. Het thema is “Vernieuwing”. De avond begint om 19.00 uur en een kaart kost SRD 10. De kaarten zijn te verkrijgen op het SPI. Op de dag van de bonte avond kunt u een uur voor aanvang ook kaarten verkrijgen aan het loket van het CCS.

R.Jhagroe,
Directeur S.P.I.

 

Politieke partijen en hun leiders
Als ik zo kijk naar de politieke partijen en hoe hun leiders met elkaar omgaan, denk ik vaak terug aan een gebeurtenis, jaren geleden in het Lands Psychiatrisch Instituut. Dit instituut werd geleid door een echte professor en mijn jongere broer was daar in opleiding tot psychiater.
Op een dag werd heel luidruchtig een nieuwe patiënt in een dwangbuis binnengebracht. Hij werd voorgeleid aan de professor en zijn assistent die in gezelschap waren van wat andere psychioten. (Psychioten zijn mensen die op de een of andere manier met een psychiatrische inrichting te maken hebben, medici, verplegend personeel, patiënten, bezoekers…allemaal). Maar deze laatsten, waartoe ook ik behoorde, hadden niet veel te vertellen, vandaar dat ik ze in dit verhaal buiten beschouwing zal laten. De enige bijdrage die deze groep heeft geleverd, is dat u zo meteen op de hoogte zal zijn van deze geschiedenis. Anders was het onder het motto van beroepsgeheim in de anonimiteit verdwenen.
De patiënt, een tengere landbouwer uit een van de uithoeken van Saramacca, werd voorgeleid en de prof vroeg hem naar zijn naam. “Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck” zei hij zonder blikken of blozen. De prof en zijn assistent keken elkaar veelbetekenend aan. “Ik begrijp het Ronny”, zei de prof, traag en nadenkend terwijl hij zich met de nagel van zijn pink aan zijn kin krabde: “Wij hebben een probleem, want wij hebben hier reeds een Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck.”
Maar Ronny liet zich niet uit het veld slaan en kwam met een briljant idee. “Prof”, zei hij: “laten wij deze beiden in een cel opsluiten en dan zullen ze zelf uitmaken wie de ware Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck is”. “Prima idee jongen; laat de andere patiënt brengen!”

De andere patiënt was een grote robuuste ex-bokser en keek met een ware gouverneursblik om zich heen. (Wij waren nog niet onafhankelijk; anders was het een presidentsblik geweest).
De prof gaf opdracht om beiden in een cel op te sluiten nadat die arme landbouwer uit zijn dwangbuis werd bevrijd. Er werden hem routinematig een paar shocks toegediend door een verpleegkundige die was gespecialiseerd in het posttraumatisch stresssyndroom. Beide patiënten werden daarna opgesloten in een en dezelfde cel. “Ronny, om te voorkomen dat ze elkaar gaan vermoorden, moet je wel voor bewaking zorgen” , gaf de prof te kennen.

De volgende dag, na de koffie en het vleesbroodje, gingen de twee “headshrinkers” nieuwsgierig naar de cel en vroegen aan de bewaker of er bijzonderheden te melden waren. Hij vertelde dat hij in het begin van de avond wat gefluister hoorde maar daarna was het rustig. Geen gevecht dus.
De deur werd geopend, de reus kwam naar buiten en keek rond. “Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck”, zei hij zelfverzekerd toen hem werd gevraagd hoe hij heette.
Ronny vroeg vol spanning aan de landbouwer of hij ook Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck heette. De man schudde zijn hoofd van nee. Triomfantelijk keken de twee psychiaters elkaar aan. “Laat mij het vragen Ron”, zei de prof met een van spanning trillende stem: “Wie ben jij dan?” De landbouwer antwoordde niet en keek verlegen naar de grond. “Wees niet bang. Wij zullen je niet opeten; wij zijn geen kannibalen, noch koppensnellers”, zei Ronny. “Zeg maar hoe je heet bhai”. Met een blozende kop en met een naar de grond gerichte blik zei de man zielig: “Mevrouw van Sommelsdijck”.
Opmerking: Lieve lezer, als mijn verhaal overeenkomst vertoont met bestaande personen, berust dit echt waar, op toeval.

Door: Rudi Jadnanansing.

Hebben eet- en leefgewoonten invloed op het ontstaan van kanker ?

Er blijkt een verband te bestaan tussen het ontstaan van kanker en onze eet- en leefgewoonten. Bij een groot percentage van de mensen die aan kanker overlijden, heeft een ongezonde leefstijl ertoe bijgedragen tot het ontstaan van de ziekte. In verreweg de meeste gevallen is kanker vermoedelijk het gevolg van een combinatie van factoren. Sommige leefgewoonten vergroten het risico op bepaalde vormen van kanker. De meeste risicofactoren vergroten de kans op kanker pas na langdurige blootstelling. Ieder mens loopt een bepaald risico om kanker te krijgen; de oorzaken kunnen zijn:
1. Aanleg ( bij de geboorte een verandering in erfelijk materiaal ). Dit geldt voor ongeveer 5 % van alle mensen met kanker; helaas valt er hier niets tegen te doen.
2. Milieufactoren ( kankerverwekkende stoffen in de omgeving, zoals asbest, uitstoot gassen, zonlicht ) ; slechts 1% van alle gevallen vindt zijn oorsprong hier.

3. Eet- en leefgewoonten. Een manier van leven die kanker gegarandeerd kan voorkomen, is er misschien niet. Wel is uit onderzoek gebleken dat bepaalde eet- en leefgewoonten het risico op een aantal soorten kanker vergroten. Deze risicofactoren zijn roken, ongezond eten, veel alcohol drinken, onvoldoende of weinig lichaamsbeweging, overmatige blootstelling aan zonlicht en overgewicht.
Roken en ongezonde eetgewoonten zijn de belangrijkste risicofactoren. Goede voeding en goede eetgewoonten kunnen bepaalde soorten kanker voorkomen, ongezond eten vergroot de kans op het ontstaan ervan. Naar schatting zijn eetgewoonten de belangrijkste oorzaak bij een derde van de kankergevallen. Maar wat is goede voeding en wat zijn goede eetgewoonten? Voeding die chemicaliën bevat, is ongezond en kan het DNA in onze weefsel schaden. Ongezonde vetten kunnen het effect op weefselschade versterken. Mensen met de hoogste vetconsumptie zijn ook diegenen met de hoogste sterfte aan borst en darmkanker. De laagste cijfers vindt men in de groep met de laagste vetconsumptie. Aanbevolen wordt om voldoende verse groente en vers fruit te eten. Groente en fruit zijn vetarm en vezelrijk en ze bevatten veel kanker bestrijdende substanties. Het eten van verse groente en vers fruit beschermt vooral tegen kanker van mond- en keelholte, slokdarm- en maag- en longkanker. De voedingsvezels ( onverteerbare delen ) die in groente, fruit, volle granen, bruinbrood, erwten, bruine rijst en zemelen zitten, zijn onmisbaar voor een goede darmwerking; als de darmwerking goed is, krijgt voedsel minder snel de kans de binnenkant van de darmen te beschadigen. Vezelrijke voeding beschermt tegen darmkanker en ook tegen borstkanker:

 vezel zorgt voor een goed oestrogeenniveau in het lichaam; hoge oestrogeen niveaus worden in verband gebracht met een hoger risico op borstkanker.
Er zijn aanwijzingen dat vleeswaren de kans op darmkanker verhogen. Vlees wordt nauwer geassocieerd met dikke darmkanker dan alle andere factoren. Een studie noteerde een stijging van 200 % in borstkanker onder diegenen die 6 keer per week rund- of varkensvlees aten. Rood vlees ( rund-, varkens-, lams- en doksevlees ) vergroot de kans op darmkanker: de kans op darmkanker is 30 % groter bij 100 gram rood vlees per dag. Vette vis daarentegen verkleint het risico op dikke darmkanker.
Een combinatie van nitraatrijke groente (amsoi, paksoi, sla, spinazie en spitskool) met vis in een maaltijd, verhoogt het risico op kanker. Uit voorzorg is het verstandig om nitraatrijke groente niet te combineren met vis en niet meer dan 2 keer per week nitraatrijke groente te eten. Eet meer nitraatarme groente zoals bloemkool, broccoli, erwten, komkommer, pompoen, tomaten boulanger en snijbonen.
Te veel eten en weinig bewegen, leidt op den duur tot overgewicht; overgewicht lijkt de kans op borstkanker na de overgang te verhogen. Overgewicht verhoogt ook de kans op darm-, baarmoederhals-, slokdarm- , eierstok-, alvleesklier- en galblaaskanker. Het advies is dan ook om matig en gezond te eten en meer te bewegen.

Het nuttigen van te veel alcohol verhoogt de kans op borst-, keel-, darm-, slokdarm-, alvleesklier- en leverkanker. Aangeraden wordt om niet dagelijks alcohol te drinken, in elk geval niet meer dan 2 glazen wijn per dag of een glas sterke drank. Drink liever dagelijks melk; hoe meer melk, hoe minder de kans op dikke darmkanker. De calcium die in melk zit, bindt giftige en irriterende stoffen in de darm en neemt ze mee naar buiten.

De invloed van zoetstoffen op het ontstaan van kanker is laatst door het Italiaanse Ramazzini Instituut aangetoond; uit dit onafhankelijk onderzoek met 1800 ratten die zoetstoffen kregen toegediend, bleek dat de meeste ratten lymfeklierkanker en leukemie kregen, zelfs bij lage doses. Ook werden bij een aantal ratten hersentumoren gevonden. Deze onderzoekers waarschuwen vooral voor veelvuldige inname van producten die aspartaam bevatten, zoals lightdranken en lightproducten, kauwgums en snoep. Maar ook het veelvuldig gebruik van andere kunstmatige zoetstoffen ( saccharine en acesulfaam- k ) wordt ontraden. Aspartaam wordt toegepast in bijna 6000 producten ( van lightproducten tot vitamine-pillen en antibiotica ).

Met een gezonde leefstijl kan je het risico op kanker beperken: eet gevarieerd, eet niet te veel, gebruik weinig zout, gebruik weinig verzadigd vet ( zit in o.a. vlees ) en meer onverzadigd vet ( zit in noten, olijf- en zonnebloemolie ), eet volop verse groente ( 200 gram per dag ) en vers fruit ( liever 2 a 3 keer per dag 1 stuk dan in een keer veel), eet ook andere vezelrijke producten ( bruin brood, erwten ), gebruik voldoende melk en melkproducten, matig de consumptie van vet- en roodvlees, drink niet elke dag alcohol, stop met roken of verminder roken, doe regelmatig aan lichaamsbeweging en beperk het gebruik van lightproducten waarin zoetstoffen (zoals aspartaam ) zitten. Met klem wijs ik op verse groente en vers fruit (ingeblikte groente en fruit zijn niet vers ). Echter is het zo dat iemand die ongezond leeft geen kanker hoeft te krijgen en dat iemand die heel gezond leeft wel kanker kan krijgen. Met je leefstijl kan je de kans op het krijgen van kanker verkleinen, niet uitsluiten.
Ik neem het zekere voor het onzekere, ik ontwikkel een goede eet- en leefgewoonte; doe jij dat ook of wacht je tot het te laat is ?

Jack Mohanlal ( j.mohanlal@tiscali.nl)

 

Idos stopt ermee
Een donker gordijn is neergevallen over de voorspelbaarheid van de komende verkiezingen. Landen met een goed ontwikkelde top houden regelmatig peilingen. Ik wil niet zeggen dat onze top niet ontwikkeld is maar als je niet bijblijft, ben je alleen maar lichamelijk ontwikkeld.
De laatste peiling heeft in ieder geval haar nut bewezen. Het Front zit weer in de race. Want er was sprake van de mogelijkheid dat PL eruit gewipt zou worden. Het Idos heeft aangetoond dat de overwinning dan voor Mega verzekerd was! Men heeft slim en snel de PL omarmd. Dit doet mij denken aan een Surinaams-Javaanse odo: “Posie mopo pataka, now mopo krobia.” Dit betekent zoiets als: “Vroeger had u een grote mond, maar nu keert u terug op uw schreden”. Maar de samenwerking is nog niet rond; de eis van PL: “Flogo alla tien” blijft een breekpunt voor Vene.
Waarom stopt het Idos ermee? Wij zullen het niet weten. Persoonlijk denk ik dat er van intimidatie of van bedreiging sprake kan zijn. Want macht is gevaarlijk. Macht is nooit alleen; het gaat altijd samen met angst en vaak met lafheid. Er worden vaak schaamteloze concessies gedaan. Om macht te behouden kan men tot verschrikkelijke dingen in staat zijn; men kan mensen brodeloos maken en men kan zelfs moorden plegen! Het Idos heeft aangetoond dat het Front ingrijpende maatregelen moet nemen om de race niet te verliezen en krijgt de kodja (i.p.v. kondja) als dank!
Maar laten wij de laatste Idos peiling onder de loep nemen:

1.De kiezer , ongeacht zijn politieke kleur, wil verjonging in de politiek. Men wil ook een jonge president. Het grappige is dat dezelfde peiling uitwijst dat men kiest voor een president van ouder dan zestig jaar als wordt gevraagd wie men als president wil. Maar daarom juist zijn wij een uniek volk!
2.De NPS en de VHP zijn geen grote partijen meer.
3.Een aanzienlijk deel der zwevende kiezers bestaat uit Hindoestanen.
4.Hindoestanen stemmen ook etnisch; ze stemmen buiten de VHP op andere Hindoestaanse kandidaten.
5.In de binnenlanddistricten (BrokoMarSi) bestaat de bevolking voor iets minder dan de helft uit niet-Marrons. Als A-Combinatie dus denkt slim te zijn om binnenlandbewoners over te schrijven naar Paramanica, verliezen zij dure stemmen in het binnenland. En dat weet de NDP en zal hier handig op inspelen!
Harde feiten:
Als het Front het wil redden, zal ze moeten verjongen; de NPS en de VHP kunnen zich dan in hun oude glorie herstellen.

Als het Front niet verjongt en de PL niet beter accommodeert, bestaat de kans dat de PL alleen de verkiezingen in gaat met medeneming van een groot deel van de zwevende kiezers. Men kan veel over Somo zeggen maar hij heeft bewezen een zelfverzekerde, onverschrokken aanpakker te zijn, die zich anders dan velen zouden verwachten, niet altijd blootgeeft! Hij heeft gedemonstreerd als voorzitter van de volksvertegenwoordiging, de “baas van de President” te zijn. Ik denk dat hij een adviesgroep heeft waar hij naar luistert. De ironie toont dat juist zijn adviesgroep, ondanks Indonesische origine, geen pajongwaaiers heeft. Vele leiders willen adviseurs die hen vertellen wat ze willen horen. Verder spelen zowel de NDP als de PL in op de behoefte van jonge Surinamers, die geen etnische partijen meer willen. Ook wil men verandering in de overheidsadministratie, die sinds de onafhankelijkheid stil is blijven staan. Het donkere doek is gevallen; wij gaan spannende verkiezingen tegemoet want wij zullen moeten gissen.

Zal de universiteit starten met peilingen? De universiteit is een overheidsorgaan; dus niet objectief. Zij heeft een achterstand want enige jaren geleden was zij begonnen samen met Idos. De uitslag was ongunstig voor de heersende machthebbers en er is flink gal gespuwd. De toenmalige directeur heeft tot grote hilariteit zijn verontschuldigingen aangeboden en beloofd dat de universiteit nooit meer opiniepeilingen met een politiek karakter zou houden.
De toezegging van Prof. Jack Mencke , gedaan tijdens de Sores –lezing wordt daarom met scepsis bekeken.
Vergeet niet lieve lezer: De betrouwbaarheid van een peiling heeft alles te maken met integriteit. En integriteit is net als liefde en respect: “Men kan het niet afdwingen; men moet het verdienen”. Het is dan ook jammer dat het Idos ermee stopt!
Door: Rudi Jadnanansing.

Cakarcaran en of rebutan kursi,
vechten om zetels/plaatsen

De achterban van de KTPI van Commewijne is erg gepikeerd vanwege de uitspraak en of opmerking in het plaatselijk dagblad van 10 februari 2010. “Wij willen niet meer als podiumvulling spelen en de massa vol proppen met vlaggen en aanhangers”, zegt een gebelgde aanhanger van de KTPI.
Inderdaad, velen hebben de bekende politieke uitspraak om gebruikt te worden als franjes binnen de grote politieke blokken , niet willen geloven en of erkennen. Maar de realiteit is bewezen bij het gevecht binnen de Megacombinatie. De kranten hebben het verwoord in de kwestie van de zetel verdeling in het bolwerk van de KTPI in het Commewijne district.

Volgens ingewijden wordt de KTPI slechts met een plaats blij gemaakt. Maar troost je, er komt geen enkele verandering meer, want de plaats van de voorzitter van de partij is al veilig gesteld in Paramaribo. Buitendien, de rol van de eens zo machtige en stabiele partij als de KTPI in de jaren voor 70 is vanwege politieke hebzucht voorgoed voorbij. Let wel de grote exodus van de top in 2000 en de verprutste samenwerking in 1996 waarbij de partij wel 5 ministeries mocht beheren, doch geen van alle ook maar enige power bezat was het einde van de eens machtige en onverslaanbare partij , de KTPI. Dat de eigen vertegenwoordiger en partijman, het DNA-lid Jules Amatsoerdie binnen zijn regio bang is geworden om zijn achterban te bezoeken,werd en wordt door de kollots ten zeerste kwalijk genomen, laat staan door de politiek bewuste jongeren. Wie zal binnen dit kort tijd bestek durven om nog wat in te brengen in de door de leiding van de Megacombinatie genomen beslissing? No body, punt. Iedereen moet maar ja en amen knikken.
Zo zullen ook voor de andere kleine politieke partijen die tot nu toe nog geen tehuis hebben gevonden, de term van “take it or leave it” zeker van toepassing zijn. Wie niet horen wil, moet het maar zelf aan den lijve ondervinden. Voor wat de KTPI betreft moet de leiding deze houding van de combinatie echt verwachten, gelet op hun achterliggende ervaring. In de wandelgangen werd allang verteld dat KTPI het geheel slechts moet komen aanvullen met haar Javaanse kleurrijke gamelansfeer en djarankepang show.

De beledigende opmerking en of uitspraak in de krant als te zijn “mentjret”, wordt door vele aanhangers van de partij als heel erg denigrerend aangemerkt. Zij zijn bereid om indien er geen verandering in de situatie komt, dat zij alvast een andere thuis beginnen te zoeken. Waar dat wordt is nog een punt van bespreking. Want zij mikken op twee plaatsen op de lijst van DNA en niet minder. In elk geval, er zit nu heel veel werk aan de winkel om de achterban wederom te ‘scholen’ en om te praten om hen tot andere gedachten te brengen. Want de kwestie van 2005 om op een geheime manier niet op de lijsttrekker, een dame, te stemmen maar op de no. 4., had toen heel wat kwaad bloed gezet. Een duidelijke politieke set was het, maar in de praktijk komt deze wijze van politiekvoering als verraad over bij de vrouwen die hun stem massaal hadden gegeven op die dame. Wij verwachten spannende momenten binnen de KPTI, maar ook binnen de Megacombinatie.
Kadi Kartokromo


 

Diplomaat zijn: representatie en protocol

In Suriname is het niet de gewoonte dat een diplomaat die uitgezonden wordt in enige mate wordt voorbereid op het leven van een diplomaat & gezin in het land waar hij/zij wordt gestationeerd. Het is zoals diplomaten het uitdrukken alsof je bij een detachering iedere keer wordt
gereïncarneerd, je komt als het ware naakt aan, je kent niemand, je hebt geen vrienden en je sociaal leven begint eigenlijk weer vanaf het nulpunt.
Voor een Surinaamse diplomaat wordt de situatie verder bemoeilijkt, omdat hij in de meeste gevallen vertrekt zonder een richtende missie of instructies wat van hem verwacht wordt in de buitenlandse dienst. Eerlijkheidshalve, dit is niet alleen een Surinaams probleem. Shridath Ramphal, één van Guyana’s meest ervaren diplomaten, wees in een lezing in mei 2009 erop dat “diplomaten niet naar buitenposten gestuurd kunnen worden waarbij het aan hun wordt overgelaten te improviseren in vreemde hoofdsteden, des te meer wanneer zijzelf van een ondergeschikte kwaliteit blijken te zijn”. Een goed geoliede buitenlandse dienst betekent een continue sturing en coördinatie door het ministerie van Buitenlandse Zaken, aldus de oud Guyanese Buza-minister, Sir Shridath Ramphal.

Diplomatie en buitenlandse politiek.
In essentie voeren diplomaten het buitenlands beleid van een regering uit, met andere woorden, de diplomatie is een instrument van de buitenlandse politiek en een strategie voor de realisatie van de nationale belangen in een internationaal veld. De diplomatie brengt, onder meer, regeringen met elkaar in contact. Een president, vicepresident, minister of parlementariër is geen diplomaat. Een diplomaat is “een tussenpersoon tussen twee regeringen, iets wat een minister niet kan zijn, omdat hij deel is van een regering”. Wanneer ministers praten met collega ministers uit andere landen, doen zij dat als politici, als onderdelen van regeringen. Met andere woorden, geen enkel lid van een regering kan diplomaat worden genoemd. Er is dus een duidelijk onderscheid tussen buitenlandse politiek en diplomatie.

Ambassadeur: vertegenwoordiger van het staatshoofd of van het land?
Een andere kwestie is of het hoofd van een diplomatieke missie het staatshoofd of de regering van de zendstaat vertegenwoordigt of gewoon de zendstaat op zich. Het idee dat een ambassadeur het staatshoofd vertegenwoordigt, dateert van vervlogen tijden toen keizers en koningen de absolute macht hadden. De Havanna Conventie van 1928 inzake diplomatieke functionarissen zegt dat “diplomatieke ambtenaren in geen enkel geval de persoon van het staatshoofd vertegenwoordigen, maar wel hun regeringen”. De ‘Conventie van Wenen inzake Diplomatieke Relaties’ zegt met grotere stelligheid dat “de functies van een diplomatieke missie bestaan uit, onder andere, de vertegenwoordiging van de zendstaat in de ontvangende staat”.
Experts op het stuk van het internationaal recht zijn het tegenwoordig over eens ‘dat het hoofd van een diplomatieke missie de vertegenwoordiger is van de staat, die hem in een andere staat heeft geaccrediteerd’. Hoewel, Britse ambassadeurs blijven zichzelf noemen “ambassadors of Her Brittannic Majesty”. Ook wat Nederland betreft, lezen wij nog wel “Hare Majesteit Ambassadeur”.

Diplomatieke activiteiten
Als één van de belangrijke activiteiten van diplomaten kan genoemd worden de representatie of vertegenwoordiging. Diplomaten vertegenwoordigen hun land bij de meest uiteenlopende gelegenheden, zoals: internationale- en regionale conferenties; beëdiging van staatshoofden; opening van het parlementaire jaar; nationale dag ceremonies; nationale begrafenissen; sympathie betuigingen bij rampen; tekenen van condoléance registers en militaire parades. De aanwezigheid van ambassadeurs op vorengenoemde gelegenheden is geen ‘jet set celebrity’ gezelligheid, maar een zakelijke werkverplichting. Wegblijven van zulke gelegenheden wordt als een onvriendelijkheid van de staat beschouwd. Wanneer ambassadeur X wegblijft van een receptie van ambassadeur Y, loopt hij kans dat ambassadeur Y, hem bij de eerstvolgende gelegenheid zal vragen: “zijn onze landen vijanden van elkaar”?
Een andere consequentie is, dat de ambassadeur die wegblijft van evenementen, ook geen bezoekers zal krijgen op zijn eigen evenementen. Want zo zijn ambassadeurs, “kom je niet bij mij, dan kom ik ook niet bij jouw”. Het getekende gastenboek van recepties wordt altijd zeer nauwkeurig bestudeerd. Reciprociteit wordt direct toegepast.
In Nieuw Delhi heb ik meegemaakt dat op de nationale dagreceptie van een ambassadeur van één van de nieuw onafhankelijk geworden landen uit Oost Europa, er maar zeven diplomaten kwamen opdagen. Dat was de ‘reciprociteitprijs’ die hij moest betalen, omdat hijzelf nergens naar toe ging.
In Brussel, Jakarta, Nieuw Delhi en Washington DC, waar er circa 150 tot 200 ambassades, consulaten en internationale organisaties gevestigd zijn, betekent dit, dat er gemiddeld per week 2 tot 3 recepties of andere evenementen bijgewoond moeten worden. Soms moet men op dezelfde avond naar twee tot drie gelegenheden gaan. Dit is dan wat men de avondverplichtingen kan noemen. Overdag moeten de reguliere werkzaamheden verricht worden, waaronder ook het verzorgen van lezingen, het organiseren en bijwonen van seminars en conferenties. De dagen op een ambassade kunnen zeer druk en hectisch zijn, inclusief de weekeinden. Hoe moe en uitgeput men ook is, het is de staat, die op recepties aanwezig moet zijn in de persoon van zijn/haar vertegenwoordiger. In Jakarta en Nieuw Delhi moeten bijvoorbeeld ook de huwelijken van de vroegere ‘rajas en sultans’ of hun kinderen worden bijgewoond, omdat sommige van deze ‘royals’ vaak nog een rol spelen in de nationale of regionale politiek van het land. Kou, regen, hitte of verkeerschaos, een goede diplomaat “always shows up”, het is “business, nothing personal”.

Protocol
Op een internationale cursus “contemporaine diplomatie” enige tijd geleden is opgemerkt geworden dat Suriname geen protocol kent. Het ontbreken van een compleet geschreven Surinaams protocol is een ernstige tekortkoming en betekent in feite dat de weg vrij is voor willekeur en discriminatie. Het gebrek aan vaste protocollaire regels brengt met zich mee, dat voor de één alle égards in acht worden genomen, maar voor de ander gebeurt dat niet. Het gemis aan vaste, uniforme protocollaire regels maakt het leven van onze diplomaten er helemaal niet makkelijk op.
Een simpele protocollaire kwestie voor onze ambassades is bijvoorbeeld: welk volkslied wordt als eerste gespeeld bij de viering van de nationale dag? Ons volkslied of dat van het gastland? Of volgen wij het protocol van het gastland?
Uit de gang van zaken bij de afscheidsceremonie van de overleden oud president Ferrier hebben wij geleerd, dat het Surinaams protocol in deze is, dat in het buitenland, op een Surinaamse ambassade i.e. op ‘Surinaams grondgebied’, de ceremonie geleid wordt door de hoogste diplomatieke vertegenwoordiger, in dit geval de ambassadeur dus. De president van ons land was als gast aanwezig bij de hoogste vertegenwoordiger van de staat Suriname in het buitenland. Dat is dus ons protocol, maar protocollen verschillen per land, want in het Indonesisch protocol, bijvoorbeeld, leidt de zittende president de afscheidsceremonie van een overleden oud president; bij de dood van de oud presidenten Soeharto in 2008 en Abdurrahman Wahid in 2009, leidde president Susilo Bangbang Yudhoyono, als hoogste gezagsdrager, de afscheidsceremonie van zijn overleden voorgangers.
Als oud president Ferrier in Suriname gestorven zou zijn, wie zou namens de regering de afscheidsceremonie hebben geleid? Wat zegt ons protocol hierover? Zegt ons protocol dat de zittende president verplicht is de begrafenis bij te wonen van een overleden oud president?

Het ontbreken van een duidelijk Surinaams protocol maakte, dat bij het staatsbanquet in 1991 ter gelegenheid van de inauguratie van de president, onze Assembleeleden wegliepen, omdat zij vonden dat zij in de rij, die gevormd moest worden, niet achter de ambassadeurs en andere buitenlandse vertegenwoordigers geplaatst konden worden.
Sommige landen hebben als protocollair gebruik, dat slechts één minister de recepties van ambassades mag bijwonen. In India wordt door het ministerie van Buitenlandse Zaken heel zorgvuldig één minister aangewezen, die de hele Indiase regering vertegenwoordigt. In Indonesië is dat meestal ook het geval. Men zal op recepties in Jakarta en Nieuw Delhi zelden meer dan één of twee ministers tegenkomen.
Het is niet duidelijk of het protocollair gebruik is dat Surinaamse ambassadeurs, die op vakantie in eigen land zijn een beleefdheidsbezoek moeten brengen aan de president en/of de minister van Buitenlandse Zaken? Of hebben zij de vrijheid om naar bevind van zaken te handelen, dus afhankelijk of zij de president en minister kunnen inpassen in hun schema?
Onze gezagsdragers worden wel eens uitgenodigd om bijeenkomsten in het buitenland bij te wonen. De reiskosten worden vaak door de organisatoren betaald, alsmede de verblijfskosten gedurende de periode van die bijeenkomst. Na afloop van de bijeenkomst blijven sommige van deze gezagsdragers achter om nog enige tijd vakantie te vieren al dan niet op eigen kosten. Wat zegt het Surinaams protocol hierover?
Wat schrijft het Surinaams protocol voor aangaande de kleding die onze gezagsdragers zoals ministers/assembleeleden en ambassadeurs/diplomaten moeten aantrekken wanneer zij internationale bijeenkomsten bijwonen en toespreken? Moet het ‘business suit’ of mantelpak zijn? Of mag het een sari of ‘shalwar kameez’ zijn? Of een slendang/sarong of koto? Mag bijvoorbeeld een Surinaamse ambassadeur van Hindostaanse komaf een Punjabi pak dragen bij de officiële viering van onze onafhankelijkheidsdag? Of een minister/ambassadeur van Javaanse komaf een “long sleeve batik” hemd als hij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toespreekt?

Geen stemrecht en geen huwelijken
In dit verkiezingsjaar wordt aan Surinaamse diplomaten de vraag gesteld of op onze ambassades gestemd kan worden. Maar in het buitenland hebben Surinamers geen stemrecht. De Republiek Suriname is anno 2010 één van de weinige landen in de wereld, die geen faciliteiten heeft gecreëerd om haar buiten de grenzen wonende onderdanen de mogelijkheid te bieden hun stem uit te brengen. Dit heeft te maken met een koloniale regeling uit 1921, dus lang voor ons land algemeen kiesrecht kende, voor het Statuut en voor de onafhankelijkheid. Verandering van deze door het koloniaal bestuur gemaakte regeling schijnt niet wenselijk te zijn, omdat de opvatting bij sommige politici en een enkele wetenschapper is, dat de diplomaten op onze ambassades incapabel zijn om het stemgebeuren te organiseren en ook omdat er ernstige twijfels zijn inzake hun betrouwbaarheid en vrees voor fraude!
Een minister, die het niet mogen stemmen in het buitenland afdoet met de opmerking “pech gehad” demonstreert zijn gebrek aan visie en inzicht in de betekenis van het recht op stemmen. Surinamers in het buitenland uitsluiten van stemmen betekent, dat zij gelijkgesteld zijn aan veroordeelden aan wie het actief en passief kiesrecht is ontnomen. Het betekent ook dat landgenoten in het buitenland geen inbreng hebben in de toekomst van hun land.

Op de opleiding die in 2006 in Paramaribo is verzorgd voor de nieuw benoemde diplomaten is gedurende een volle week door een stafambtenaar van het Centraal Bureau voor Burgerzaken een cursus verzorgd hoe huwelijken op Surinaamse ambassades voltrokken moeten worden. Maar kort daarna was er een complete verbijstering onder de groep, omdat achteraf bleek, dat deze hele cursus eigenlijk een voor de-gek-houderij was oftewel ‘spek en bonen’, want het ministerie van Buitenlandse Zaken had/heeft geen enkele intentie om in de praktijk follow-up te geven aan de cursus ‘huwelijksvoltrekking’ op Surinaamse ambassades. Op de ambassades van de meeste landen waar huwelijken wel gesloten kunnen worden, gebeurt dat door de ambassadeur of het hoofd van de consulaire afdeling. Zij zijn zolang zij op de ambassade werken, de huwelijksambtenaar en behoeven geen speciale beëdiging te ondergaan. Hun rol van huwelijksambtenaar vervalt direct bij hun terugkeer op het hoofdkantoor
Overigens merkte in augustus 2007 een Surinaamse jurist op, dat onze Consulaire Wet op het stuk van huwelijken in strijd is met onze Grondwet!

Geen dienstverlening en beknotting diplomaten
Anno 2010 werkt het ministerie van Buitenlandse Zaken er niet aan mee, dat een belangrijk en zichtbaar deel van ambassadewerkzaamheden, dat wil zeggen, de consulaire dienstverlening, niet binnen het bereik van de eigen onderdanen in het buitenland wordt gebracht. De verouderde leiding op het departement beseft niet, dat hoe verder een ambassade van Paramaribo verwijderd is, des te meer is het noodzakelijk, dat de dienstverlening zo dicht als mogelijk bij onze aldaar wonende onderdanen gebracht moet worden. De dienstverlening wordt juist beperkt en in deze beperking schuilt ook de beknotting en verzwakking van onze diplomaten. De leiding van het ministerie wil alles zelf in handen houden, onze ambassadeurs zijn alleen op papier buitengewoon en gevolmachtigd. Een sprookje, zoals ik in een eerder artikel heb geschreven!

Er wordt een beleid gevoerd, dat zeer restrictief en niet bevorderlijk is voor de ontplooiing en ontwikkeling van getalenteerde personen. Het nemen van initiatieven en kritisch analyseren van het beleid van het departement wordt als arrogant en hinderlijk beschouwd, direct resulterend in marginalisering. Het is heel erg jammer dat na meer dan drie decaden van een zelfstandig buitenlands beleid, de Surinaamse diplomatieke dienst nog steeds moet opereren onder primitieve en inadequate regels. De verouderde leiding op het departement heeft conformisme als leidraad en dat belet dat de Surinaamse diplomatie een nieuwe koers gaat varen. Deze leiding houdt het ministerie gevangen in oude dogma’s, gewoonten en ideologieën.

Het wordt op het ministerie van Buitenlandse Zaken daarom tijd voor het de aantreden van een visionaire nieuwe leiding met daadkracht en een die doortastend kan handelen. In het 35ste jaar van onze onafhankelijkheid zou dit het beste zijn wat het ministerie kan overkomen. Want bijna zestig maanden na de verkiezingen van 2005 en enkele weken voor die van mei 2010, zijn er nog steeds diplomaten, die wachten op antwoorden. Het is tekenend voor de slome, ongeïnspireerde en niet doortastende koers van de huidige leiding.

Drs.R.Alihusain
 

Pertjajah Luhur krijgt ondersteuning
De machtige en onneembare politieke partij KTPI, zit aan de vooravond van de verkiezingen van 2010 op rozen, doch haar plaats in haar bolwerk in Commewijne is volgens de achterban discutabel. Wat moet de partij nu doen? Take it or leave it? Geen weg terug.
De in 2006 bekende “Pancarana”-bespreking, geïnitieerd door het Institute for Research Study and Development [IRSD], lijkt langzaam maar zeker gestalte te krijgen. Na aftastende gesprekken sinds de verkiezingen van 2005 en na de verkiezing van de voorzitter van Pertjajah Luhur tot voorzitter van DNA werd benoemd, waren er inderdaad ook subtiele besprekingen begonnen tussen de Javaanse politieke partijen. Het was weliswaar in de vorm van het bekende koffie-uurtje, maar dan nog met de bedoeling elkaar publiekelijk de hand te reiken. De resultaten waren duidelijk merkbaar totdat de voorzitter van D-21 plotseling publiekelijk tot beleidsadviseur werd aangesteld. Hij was tevens gepromoveerd tot auteur van Somohardjo’s politieke biografie, op 6 augustus 2006, bij de publieke bekendmaking van Kartokromo’s politieke bundel “Javanen en Politiek I”.
Het tweetal Somohardjo en Soewarto Moestadja werd op verschillende gelegenheden gespot en de achterban van beide partijen hebben deze stille toenadering toegejuicht, terwijl buitenstanders speculeerden op een verder politiek huwelijk. Met dit bewust samengaan werd op het politieke veld de rol en de meerwaarde van de toppers van D-21 onderkend en werd tevens de kracht van de steeds groeiende partij van Somohardjo bevestigd.

Dat was het begin van de op gang gezette samenwerking op politiek vlak.
Tijdens een speciale gelegenheid [bijeenkomst] werd de aanwezigheid van de voorzitter van de KTPI door de achterban van KTPI zeer gewaardeerd. Toch was het duidelijk dat de ijdele hoop op een hechte samenwerking tussen deze drie politieke leiders, Somohardjo, Moestadja en Soemita, heel snel in rook zou opgaan. En warempel, want niet lang daarna vond de voorzitter van de KTPI een veilige toevlucht bij zijn eerdere machtige politieke bondgenoot, de NDP. Een bondgenoot die in 1996 wel alle faciliteiten gaf aan de KTPI, doch op een heel sluwe manier vrijwel alles ondermijnde en de KTPI totaal kapot maakte. De KTPI mocht op 5 ministeries toezicht houden, doch niet beheren. Soemita zelf was buiten het machtscentrum. De val van de machtige en onneembare Javaanse partij in 2000 heeft geleid tot de afbrokkeling van de KTPI in nog twee kleine splinterpartijen: het ontstaan van de D-21 en de NPLO. Verder hebben de meeste leden van het hoofdbestuur bedankt.

De sluwe manier van de NDP om de Javaanse politieke partij, de KTPI, te breken was gelukt. Het proces was vrijwel identiek als die van 1998 toen de Pendawalima middels schaduwfiguren de partij van Somohardjo heeft gepoogd te breken. Delen van de partij werden omgekocht en gesplitst, slechts om zijn regering [Wijdenbosch] in stand te houden. De groep Nain-Kasto werd in de annalen van de politiek vast gegrift als de splitsing van de hechte groep Pendawalima. Maar de groep van Somohardjo en derden die als partij, Pertjajah Luhur, doorging, bleek duidelijk recht van bestaan te hebben.
De Pendawalima, onder leiding van respectievelijk Marsha Jamin en later mr. Raymond Sapoen, heeft tijd noch moeite gespaard om de partij staande te houden. Gebrek aan politieke engagement maakte dat de partij in 2005 in VVV- verband samen met de KTPI de verkiezingen in ging. Jammer genoeg kon Pendawalima geen zetel behalen.

Zij waren hierdoor zeer teleurgesteld. Uiteindelijk vormde Pendawalima in 2009 samen met A-I een kleine eenheid. Maar de klok tikt gestaag verder. Er zijn nog verschillen in politieke inzichten, doch de verkiezingsdatum komt steeds dichterbij. Verschillende meetmomenten zijn reeds geprogrammeerd. De IRSD heeft daarom ook wederom het initiatief genomen om de “geheime en bekende gesprekken” te voeren. Na intensieve besprekingen hebben de toppers van Pertjajah en Pendawa op 16 februari 2010 duidelijke afspraken gemaakt. Er komt een zekere vorm van samenwerken of samengaan. Hierna werden nadere gesprekken gevoerd met groepen die bij de Pancarana-bespreking ook aanwezig waren, nl. de PPRS. Het doel was om de vorming en versterking van Pertjajah Luhur te implementeren en te formaliseren. Op verschillende politieke podia werd met grote blijdschap hieraan bekendheid gegeven en als zodanig ook gepropageerd. Politiek is hard en er is momenteel geen tijd te verliezen. Het wachten is nu op een datum om de protocollen van de werkelijke eenwording van de vier Javaanse politieke partijen te ondertekenen en te proclameren. Het wordt zo te zien een Pertjaja Luhur samen met Pendawalima, D-21 en PPRS.
Jammer dat de KTPI buiten deze samenwerking moet zitten.
De vraag hoe het verder zal vergaan met deze oude politieke partij, blijft tot nog toe onbeantwoord.
Kadi Kartokromo

Het 11-jarig basisonderwijs

Ruim een maand geleden heeft het consultantbureau Network Star Suriname (NSS) voorlichting gegeven aan de ouders van de St. Richenel Slooteschool omtrent het 11-jarig basisonderwijs. Ouders die momenteel kinderen hebben in de kleuterklassen tot en met de derde klas waren uitgenodigd. Ik participeerde als ouder ook tijdens deze meeting.
Vertegenwoordigers van het consultantbureau NSS gaven aan dat een van de redenen voor de rechtvaardiging van het 11-jarige basisonderwijs is de grote ‘drop-outs’ op de lagere school. Zo zouden er breukvlakken zijn bij de overgang van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs en bij de overgang lager onderwijs - secundair onderwijs. In de eerste klas van het lager onderwijs is het aantal zittenblijvers 30 procent, terwijl 18 procent van de leerlingen het lager onderwijs niet afronden.

Enkele opvallende zaken tijdens deze meeting:
- Tijdens deze voorlichting waren er geen vertegenwoordigers van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov) aanwezig. Zo’n ingrijpende verandering zal plaatsvinden in het lager onderwijs en het Minov verbergt zich achter een consultantbureau om de informatie aan de ouders mede te delen. Geen wonder dat NSS op vele vragen geen antwoord kon geven. Door deze strategie toe te passen kan het Minov bovendien altijd, wanneer het hem niet goed uitkomt, zeggen dat het consultantbureau zijn opdrachten niet juist heeft uitgevoerd.
- De ouders die uitgenodigd waren, zijn niet degenen wiens kinderen het 11- jarig basis onderwijs zullen ondergaan. Het 11-jarig basisonderwijs begint in oktober 2010 en de vierjarigen die dan voor het eerst naar school gaan zullen het ondergaan. Geen wonder dat toen vele ouders dit vernamen hun houding 180 graden veranderden en zij tam erbij zaten dan wel zoetsappige vragen stelden. Zo werden ‘losse flodders’ gelanceerd dat het 11- jarig basisonderwijs wel op Curaçao en in Nederland een succes is. Niemand kwam echter met keiharde wettenschappelijke studies, die deze stellingen hard konden maken.
Tijdens deze meeting werd door het consultantbureau NSS opnames voor de televisie gemaakt die ze aan het grote publiek zullen vertonen. Het gevaar hierbij is dat het grote publiek dan de indruk zal krijgen dat vele ouders die ze op de beeldbuis zien eens zijn met het 11-jarig basisonderwijs vanwege hun tamme en zoetsappige houding. Wat men echter op televisie aan het grote publiek niet zal vertellen, is dat de kinderen van deze ouders die ze op de beeldbuis zien het 11-jarig basisonderwijs niet zullen ondergaan. Men had dus doodleuk voor de ouderparticipatie ook ouders van studenten van de middelbare school dan wel universiteit kunnen hebben uitgenodigd en dezelfde tamme –en zoetsappige houding had men gekregen.
- Er is geen kleuterwet in Suriname, dus ouders zijn niet verplicht om hun kinderen kleuteronderwijs te geven. Vandaar dat pakweg 80 procent kleuteronderwijs volgt. Zesjarigen die in het schooljaar 2012-2013 voor het eerst naar school gaan (het gereviseerde speelwerkplan is niet op hen uitgetest), maken dus een 9-jarig basisonderwijs mee, wat een ramp zal dat zijn voor deze kinderen!

Tijdens deze voorlichting kwam ook naar voren:
- Dat de contouren van het 11-jarig basisonderwijs niet volledig zijn uitgewerkt, maar op 1 oktober 2010 gaat men het wel doordrukken.
-Dat het bijzonder onderwijs, de lagere technische scholen en het lbgo-onderwijs komen te verdwijnen. Kinderen die totaal niet beantwoorden op het algemeen vormend lager onderwijs zullen onnodig op deze scholen gehouden worden. Een gevolg hiervan is dat het lager technisch kader totaal komt weg te vallen. In de bouwwereld is er dus geen ruimte meer voor ‘halfwas’, winkelverkoopsters met een lagere school diploma zullen verdwijnen en ik zal mijn kapotte fiets dan wel bromfiets nu zelf moeten maken. Bovendien is geen antwoord gegeven wat met de kinderen zal gebeuren die het 11-jarig basisonderwijs echt niet kunnen volgen.
- Kinderen die in oktober 2010 naar kleuter b (vijfjarigen) gaan, zullen tien jaren lang (6 jaren lager- en 4 jaren secundair onderwijs) de wind van het 11- basisonderwijs in hun nek voelen. Kinderen van de eerste klas, die in het schooljaar 2011 – 2012 blijven zitten, moeten dan in het nieuwe schooljaar naar het 11-basisonderwijs. Het probleem ontstaat onder anderen in het schooljaar 2019- 2020. Deze kinderen hebben negenjaren lang het huidig onderwijs gevolgd, maar moeten in het schooljaar 2020 – 2021 het 11- jarig basis onderwijs ondergaan. Welke trauma zullen deze leerlingen niet moeten ondergaan!

Het 11- jarig basisonderwijs wordt een hele fiasco omdat verscheidene problemen die er momenteel zijn ermee niet opgelost worden, namelijk:
• Te grote klassen (soms zelf meer dan 35 kinderen in een klas).
• Ongemotiveerde leerkrachten ( het vele verzuim, leerkrachten die in de avonduren een eigen studie doen en overdag in de klas meer aandacht voor die studie hebben dan de leerlingen goed onderwijs te geven).
• De periodiek terugkerende onderwijsstakingen die het lager- en secundair onderwijs weken verlammen.
• Vele kinderen die met een hongerige maag naar school komen.
• Het tekort aan schoolmiddelen om goed onderwijs te geven.
• Leerlingen die onder ongeschikte toestanden thuis moeten studeren.
• Onhygiënische toestanden op school, die het onderwijs volgen onaangenaam maken.
Let u op: In de komende jaren zal Suriname een ware goudmijn worden voor vele buitenlandse particuliere instituten die alhier onderwijs menen te geven. Ouders die het kunnen missen, zullen het zekere voor het onzekere nemen en hun kinderen op deze scholen inschrijven. Het Surinaams onderwijs zal zeker hierdoor ondergraven worden en de grote veroorzaker is het Minov zelf. In het jaar schooljaar 2021 – 2022 zullen de eerste resultaten van dit experiment te zien zijn. Wat ik persoonlijk jammer vind, is dat tegen die tijd degenen die het 11- jarig basisonderwijs doorgedrukt hebben, dan al lang gepensioneerd dan wel dood zijn. Dat is wel jammer!

Ricky W. Stutgard M.Sc.
 

De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly


Gewetenswroeging! Wat enkele jaren geleden met veel fanfare werd aangekondigd, blijkt thans niets anders te zijn dan een gepasseerd station. Een voorbijgaand begrip. Een noodlot of een capitulatie.
Men kon het zien aankomen. De militaire benen waren veel te zwak om zoveel weelde te kunnen dragen. Toen uit eigen intieme gelederen overduidelijk bleek dat het plotseling op zich genomen doel niet meer werd nagestreefd en daartegen werd geprotesteerd, brak de hel los. Afscheid nemen van het graaien uit de aan het land toebehorende geldmiddelen (vleespotten) – zoals de Centrale Bank – bleek een onmogelijke opgave te zijn die niet strookte met de mentaliteit van de zogenaamde revo-leider en een groot deel van de profiteurs. De discipline in hun gelederen dreigde door hoog oplopende ruzies verloren te gaan. Een groep intellectuele politieke mislukkelingen, die zich verzameld had in een politiek nietszeggende organisatie zag zijn kans schoon en bood hun diensten als bemiddelaars aan en maakte na goedkeuring van de twistende sergeants, dankbaar misbruik van de onbekendheid van de ruziemakers met staatszaken. Het grote waterhoofd dat men ambtelijk apparaat noemt, kon niet bewogen worden mee te gaan met de plotseling vreemde manier van werken. Andere Surinaamse deskundigen waaronder juristen en een aantal niet-juristen uit het buitenland maakten kort daarna ook deel uit van de groep zgn. bemiddelaars en die wisten de ambtenaren wel mee te krijgen. Mee te intimideren!

In de ijdele hoop bepaalde vooraanstaande posities in de leiding van het land te zullen bekleden – welke onder normale omstandigheden niet voor mogelijk bleek voor deze adviseurs – werd er niet geschroomd adviezen te verstrekken die boze plannen ondersteunden en misdaad bemoedigden.
Zelfs de lijfelijke aanwezigheid van sommigen onder de zgn. deskundigen, toen de latere slachtoffers van het dodelijk plan in de nachtelijke uren van hun woon- of verblijfplaatsen werden opgehaald, was de deskundigen niet te veel. Op hun advies moesten ook nog allerlei valse verklaringen van hun hand opgesteld zijn, die de misdaden moesten rechtvaardigen. De plaats des onheils was hen integendeel heilig.

Het blote feit dat ze met naam en toenaam voorkomen op de lijst van verdachten zegt genoeg. Een van de vele in nood gedane uitspraken van ‘ baas’ was immers: “ Met mijn kop zullen meerdere vallen.” Een sindsdien ingetreden sterke verpaupering, vaak geresulteerd hebbend in barre armoede is voor deze profiteurs (adviseurs van de misdaad) geen gegronde reden om zich berouwvol terug te trekken uit de politiek.

Het is namelijk verre van aantrekkelijk te vertoeven in de nabijheid van een verdoemde. Maar politieke hebzucht en het streven naar macht maakt dat bedoelde figuren inderdaad over lijken gaan om hun doel te bereiken. Immers, vandaag aan de dag is het weer dezelfde nietszeggende politieke organisatie – met een nu nog geringer aantal aan achterban als toen – die zich geroepen voelt om op ditzelfde getergde volk een beroep te doen hun in de gelegenheid te stellen dit land, Suriname, te mogen leiden. Niet erbij vermeld wordt waarnaar toe. Het zou geen aanhang opleveren wanneer verklaard zou worden dat de richting die van de verdoemenis is.
Bewust van hun sterk gemis aan voldoende aanhang om zelfstandig een vuist te kunnen maken, besloten ze opnieuw zich onder de vleugels van de zgn. revo-partij te groeperen en genoegen te nemen met de zwakke positie die ze waard zijn.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de openbare mening afkeurend reageert op de epistels die de laatste tijd uitgaan van de labiele organisatie welke misleidend tracht de gemeenschap tot andere gedachten te brengen dan de realiteit aangeeft.
Deze organisatie schijnt niet te begrijpen dat ze evenals hun grootste partners het verleden niet mee heeft en dat is enkel aan beide organisaties zelf te wijten. Andere hebben er niets mee van doen. Het besef hun curriculum vitae – pech voor hen – niet mee te hebben, zal over enkele maanden met harde cijfers tot hen doordringen. Een overigens normaal verschijnsel in de wereld als je een slecht verleden hebt. Misdaad loont niet! Ook medeplichtigheid daaraan niet. Alles komt weer naar boven drijven als je denkt onrechtmatig posities te verwerven. De natuur staat er garant voor! Raadpleeg maar de geschiedenis.

Reaktie van vakgroep oogheelkunde op uitlatingen van minister Celsius Waterberg

De minister van Volksgezondheid heeft de oogartsen van het Suriname Eye Center beschuldigd van het uiten van leugens tijdens de onlangs door hen gehouden persconferentie waarbij zij hun bezorgdheid hebben geuit over het beleid van de minister die onze oogzorg afhankelijk dreigt te maken van buitenlanders.

Allereerst wordt beweerd dat er overleg is gepleegd met de vakgroep oogheelkunde over de Milagros missie en dat de oogartsen de patiëntenstroom niet aankunnen. Daarbij is het aantal van 220 consulten per dag genoemd.

Kort na zij aantreden in 2005 heeft de minister de oogartsen meegedeeld dat er patienten naar Cuba zouden worden overgebracht voor oogoperaties. Daarbij is geen enkele vorm van overleg geweest. Reeds toen is door ons aangegeven dat het erg belangrijk is om tegelijk ook onze lokale voorzieningen te versterken. Enkele jaren daarna werd ons wederom de mededeling gedaan dat de operaties door de Cubaanse oogartsen naar Suriname verplaatst zouden worden. De Surinaamse oogartsen hebben de minister toen aangegeven te willen samenwerken met de Cubaanse collega’s en dat het daarom goed zou zijn om de missie in het AZP te vestigen. Hierop is nooit meer een reactie gevolgd, en wij vernamen na enige tijd dat de missie in het ’s lands Hospitaal gevestigd was. De samenwerking heeft nooit gestalte gekregen. De minister heeft voorts volstrekt onvoldoende ondersteuning gegeven aan onze eigen inspanningen om de Surinaamse oogzorg te verbeteren.

Op onze persconferentie hebben wij harde cijfers gepresenteerd die duidelijk aangeven dat onze patiëntencapaciteit en de kwaliteit van de zorg aanzienlijk zijn verbeterd. Met het huidige aantal van acht oogartsen zal het verwachte aantal consulten dit jaar stijgen naar meer dan 200 per dag. Het door de minister genoemde aantal van 220 wordt daarmee dicht benaderd en zal met de opleiding van de negende Surinaamse oogarts straks ruim overschreden worden.

Ook de kwestie van de staaroperaties in het AZV-basispakket is aan de orde geweest. Op het symposium van de VMS met de AZV commissie op 7 april 2009 waren drie vertegenwoordigers van de vakgroep Oogheelkunde aanwezig. Bij de presentatie van de commissie bleek dat de lens- implantaten voor de staaroperaties niet opgenomen waren in het basispakket. Dit basis pakket was bovendien reeds als finaal concept aan de minister overhandigd. Over deze kwestie was vooraf geen overleg met de vakgroep geweest.

De meest in het oog springende ontkenning van de minister betreft de kwestie van de NV Sapphire c.q. Verpleeghuis Staatsziekenfonds die opgericht is om onder andere commerciële oogheelkundige diensten aan te bieden. Alle bewijsstukken met de namen van personen die hierbij betrokken zijn, zijn eerder aan de pers overhandigd. De minister doet er goed aan ons te vertellen wat precies de bedoeling van deze NV geweest zou zijn.

De Surinaamse oogartsen zijn zich altijd bewust geweest van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Sedert 2002 zetten zij zich volledig belangeloos in om de oogzorg ook voor de minstbedeelden in het verre binnenland mogelijk te helpen maken. De grote oogmissies naar Debike en Djoemoe waar talrijke ouderen in hun eigen omgeving zijn geopereerd en verzorgd spreken voor zich.

Over de jarenlange zorg die de Surinaamse oogartsen aan de patiënten in Nickerie bieden en de ongeveer 700 patienten die door hen in het Streekziekenhuis Nickerie in de afgelopen anderhalf jaar zijn geopereerd wordt door de Minister met geen woord gerept. Hij kiest er voor om via de pers propaganda te maken voor het feit dat er onlangs 50 patiënten in Nickerie en Coronie zijn geselecteerd om nota bene helemaal in Paramaribo door Cubaanse oogartsen geopereerd te worden.

De Surinaamse oogartsen blijven zich verantwoordelijk voelen voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de oogheelkundige zorg voor de gehele Surinaamse bevolking en zullen steeds werken voor verdere verbetering hiervan. Ons streven blijft erop gericht Surinaamse burgers oogheelkundige topzorg door in Suriname opgeleide oogartsen te bieden .


De vakgroep oogheelkunde
Het Suriname Eye Centre


Wageningen werd gered door Venetiaan

Dankzij radio Boskopu kunnen tegenwoordig de debatten in het parlement tot ver buiten Paramaribo goed gevolgd worden. Ik moet mij vaker schamen hoe bepaalde lieden tekeer gaan in het hoogste college van staat en verhalen vertellen die mijn wenkbrauwen doen fronsen. Bij een van de laatstgehouden vergaderingen hoorde ik de volksvertegenwoordiger R. Doekhie in het parlement zeggen dat meneer Trevor B. met US$ 39 miljoen dollar naar Wageningen zou komen en dit bedrijf weer gezond zou maken. Gelukkig heeft president Ronald Venetiaan tijdig korte metten gemaakt met deze bekende “internationale zakenman”. Recentelijk heeft hij zijn vernietigende kwaliteiten weer bewezen en een bekende Surinaamse ondernemer V.K. werd voor ruim US$ 1 miljoen lichter gemaakt. De vernietigers van Wageningen proberen nu anderen de schuld te geven. Gelukkig heeft de president ingegrepen, anders had Suriname weer een schuld van US$ 39 miljoen bij deze “geweldige, internationale, gerenommeerde, geraffineerde zakenman” gemaakt.

De heer Trevor B. (“de redder van Wageningen en zwager van een bekende politicus in Suriname”) bracht in 2003 een bezoek aan de districtscommissaris Hardeo Ramadhin om hem uit te leggen welke activiteiten op het gebied van aquacultuur in Nickerie ontplooid zullen worden. Een dik rapport met mooie foto’s van garnalen, maakte een geweldige indruk op mij en de medewerkers van het commissariaat. Volgens zijn eigen zeggen zou de toekomst van Nickerie niet alleen van de rijstbouw afhankelijk zijn, maar ook van de aquacultuur. Wij waren bijzonder blij dat Nickerie een aquacultuurbedrijf zou krijgen. De eerste vraag die ik aan de heer T.B. stelde, was op welke locatie het bedrijf zou komen te staan. Nadat hij haarfijn had uitgelegd waar het bedrijf zou komen te staan en welke aannemer(s) voor de infrastructuur zou zorgen, had ik al bedenkingen. Ik had het vermoeden dat het om een “njang” ging en reeds bij de geboorte “de baby het niet zou halen”. Het is niet mijn geaardheid om altijd namen te noemen. Het bedrijf zou op het terrein van de bekende ondernemer I.G. opgezet worden. Een miljoenen investering op een terrein van een andere persoon. Wat een grote grap, dacht ik bij mij zelf. De ondernemer Rashied Doekhie was belast met de infrastructuur. Toen al had ik bedenkingen over de activiteiten van meneer Trevor B. Mijn bedenkingen zijn bewaarheid geworden. Nadat ik uit Nickerie vertrokken was in september 2004, hoorde ik via de pers dat het bedrijf over de kop is gegaan. Als meneer Trevor zo’n internationale reputatie heeft, begrijp ik met mijn boerenverstand nog steeds niet waarom het bedrijf een totale mislukking is geworden. Ik laat deze zaak voorlopig in het midden.

Er zijn mensen die een “ziekelijke neiging” hebben en altijd het hoogste woord willen voeren, terwijl zij van binnen hol zijn. Van de 51 volksvertegenwoordigers gedragen 50 volksvertegenwoordigers, naar mijn bescheiden mening, zich als beschaafde, fatsoenlijke, geciviliseerde burgers. Zo hoort het in een beschaafde samenleving. Men mag van mening verschillen met een andere burger. Met argumenten moeten wij elkaar kunnen overtuigen, maar laten wij dat doen als beschaafde mensen. De parlementariër R. Doekhie gedraagt zich niet als een fatsoenlijk mens in het parlement en met zijn banale praatjes wil hij iedereen de les voorlezen. Zijn coalitiegenoten durven hem, zoals steeds weer blijkt, niet tot orde te roepen. Ik luister ook graag naar de oppositieleden Parmessar, Panka en Simons. Deze Surinamers zijn in mijn ogen kritisch, maar tegelijk ook zeer opbouwend en constructief bezig. Zodra meneer Doekhie aan het woord komt, is hij constant bezig anderen te “triggeren”. Tegen zijn collega K.Matai zegt hij doodleuk in het hoogste college van staat: “Hij kent zijn suikerpatiënten niet”. Deze onzin moet deze meneer niet in het hoogste college van staat verkondigen. Wat heeft dit te maken met de rijstbouw? Zo wordt men niet groot in de politiek. Wat twee jaren terug in het parlement was gebeurd, is niet goed te praten, maar achteraf bekeken had meneer Ronny Brunswijk groot gelijk om op te treden als veiligheidsman. Een jaar lang was het heel rustig in het parlement. Kennelijk uit vrees voor Brunswijk heeft hij een jaar lang het parlement niet bezocht. Wij vragen de politicus Doekhie om zich in het vervolg als een waardige volksvertegenwoordiger te gedragen en banaliteit achterwege te laten. Kort voor de verkiezingen van 2000 had president drs. J.Wijdenbosch geen andere keus dan de toenmalige districtscommissaris R.Doekhie onmiddellijk te muteren. Ook de elasticiteit van president Wijdenbosch had een eindpunt en maatregelen moesten komen om een einde te maken aan de gedragingen van deze meneer in Nickerie.

De komende dagen, weken en maanden gaan wij veel meemaken op het politieke veld. Het politieke jachtseizoen is geopend. Na de begrotingsbehandeling gaan de politieke partijen zich volledig inzetten om de gunst van de kiezers te winnen. Wij vragen de politici om op een beschaafde manier campagne te voeren. Wij vragen de politici om gezinsleden en familieleden in de politieke campagne niet mee te nemen en te bespreken. Het is vaker erg pijnlijk om dat aan te horen. Sommige mensen verstaan de kunst om anderen te “pijnigen”. Woorden kunnen vaak zeer treffend zijn. Laten wij één ding niet uit het oog verliezen, nl. dat wij gezamenlijk dit land tot ontwikkeling moeten brengen. Wij mogen onze liefde hebben voor politiek partijen of voor politici, maar wij moeten de feiten zakelijk, correct, eerlijk en beschaafd presenteren. De kiezers zullen uiteindelijk bepalen op welke partij zij hun stem gaan uitbrengen. Laat de politiek ons niet scheiden. De uitspraak van het electoraat moeten wij respecteren.
Hardeo Ramadhin

De Kiesgerechtigde leeftijd!

De laatste maanden is er een discussie opgelaaid over de kiesgerechtigde leeftijd van achttien jaar en de in dit verband vermeende strijdigheid tussen artikel 57 lid 1 van de Grondwet en de artikelen 3 en 4 van de Kiesregeling.
Omdat deze materie velen schijnt bezig te houden, gezien het feit dat mijn mening hier vaker over is gevraagd, wil ik mijn zienswijze met het grote publiek delen.

Voor degenen die niet bekend zijn met bedoelde wetsartikelen de volgende toelichting:
In artikel 57 lid 1 van de Grondwet van de Republiek Suriname is bepaald: “De leden van de Nationale Assemblee worden rechtstreeks gekozen door de ingezetenen die de Surinaamse nationaliteit bezitten en de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt”.
Volgens de Grondwet moet men dus aan drie voorwaarden voldoen om te mogen stemmen, namelijk: ingezetene zijn, de Surinaamse nationaliteit bezitten en achttien jaar oud zijn.
In de artikelen 3 en 4 van de Kiesregeling wordt limitatief vastgesteld op welk moment men aan de genoemde voorwaarden behoort te voldoen. In die artikelen staat namelijk dat men op de vijf en twintigste dag voor de kandidaatsstelling aan deze drie voorwaarden moet voldoen. Tot zover is er van een strijdigheid tussen de wetsproducten dus geen sprake; immers, het ene is een nadere uitwerking van het andere.

De discussie richt zich nu op de vraag of het niet wenselijker is en meer in de geest van de Grondwet om iedere ingezetene die de Surinaamse nationaliteit bezit en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt tot de stemming toe te laten. Met de moderne technologie zou het namelijk mogelijk moeten zijn om op elk gewenst moment vast te stellen welke ingezetenen met de Surinaamse nationaliteit op de dag van de stemming achttien jaar oud zullen zijn. Het centrale vraagstuk in de discussie richt zich dus op de leeftijd van de aanstaande kiezer en niet op de andere voorwaarden die in de Grondwet zijn gesteld en in de Kiesregeling nader uitgewerkt. Er bestaat dus geen behoefte tot wijziging van het moment waarop men ingezetene moet zijn en het moment waarop men Surinamer moet zijn.

Wanneer de regering, bij monde van de minister van Binnenlandse Zaken, recentelijk te kennen geeft dat iedereen die op 25 mei 2010 achttien jaar oud is, moet kunnen stemmen, dan zal dat alleen maar kunnen indien er een wetswijziging plaatsvindt. De artikelen 3 en 4 van de Kiesregeling zullen moeten worden gewijzigd.
Voor de goede orde zij hier opgemerkt dat het dus alleen maar dient te gaan om wijziging van het moment waarop de achttienjarige leeftijd wordt vastgesteld.

Een dergelijke wetswijziging moet zorgvuldig worden geformuleerd, omdat voorkomen moet worden dat een goedbedoelde en mogelijk terechte wetswijziging negatieve effecten heeft zoals het tot Surinamer naturaliseren van achttienjarige ingezetenen kort voor de dag der stemming of het, onder soortgelijke omstandigheden, toelaten tot de stemming van in het buitenland gevestigde jonge Surinamers.

Anton Paal
Consultant Bevolking Boekhouding


 

 

Zelfbedrog!
Op talloze gebieden worden voortdurend vergelijkingen gemaakt tussen diverse perioden uit ons recente verleden. Keer op keer, onophoudelijk en onder regie van politici, bezig zijnde met elkaar vooral de negatieve herinneringen uit het verleden op te roepen. De bekende tijdvakken worden in de drang, steeds weer schade te berokkenen, routinematig voor de geest gehaald. Elke regeerperiode wordt in allerlei discussies en debatten, ook op het hoogste niveau, telkens weer tegen het licht gehouden, waarbij door personen uit politieke partijen stelselmatig die ontwikkelingen worden aangehaald die in hun kraam te pas komen. Regeringsperioden uit het verleden worden als afzonderlijke tijdvakken gezien, zonder consequenties voor elkaar. De periode voor 1975, de periode daarna, de periode voor 1980, het tijdvak 1980-1987, 1987-1991, en zo maar verder. Terwijl er steeds gewezen wordt op de toekomst van alle kinderen van het land, wordt hardnekkig teruggegrepen naar het verleden . Parlementariërs zijn aan te wijzen die van het aanhoudend refereren aan de verleden tijd hun specialisatie hebben gemaakt. Jonge burgers van nu, zo tegen de dertig aan, weten vrijwel niets van de tachtiger jaren. Zij worden elke dag weer opgezadeld met talloze verwijzingen van politici naar die periode. In een situatie waarbij er van enige duidelijkheid in de politieke koers geen sprake is, de dag van morgen ingericht zal worden aan de hand van hetgeen zich op heden, zo tegen het middernachtelijke uur voordoet, er geen verband gelegd kan worden tussen gisteren en vandaag met een projectie naar morgen, is het experimenteren met bestuur.

 Op individueel niveau weten velen hoe onze bestuurlijke praktijk ingericht moet worden. Coalitiepartners in de regering misgunnen elkaar de positieve beleidsprestaties. Inzet en arbeidsresultaten van de ene bewindvoerder worden door anderen met argwaan gevolgd, omdat de ene coalitiegenoot niet door de andere in de schaduw gesteld wil worden. Elke kritische burger herkent dit gedragspatroon. De tragiek van dit verhaal is dat in collectief verband vrijwel niets goed gaat. Breekt het moment van samenwerken aan tussen ons als burgers van dit land, als regeerders, als Surinamers, dan stremt alles. Tegenwerking van de regering, als het om goede beleidsvoornemens gaat, is bij ons gedragskenmerk. Afbrekende kritiek, reeds op het moment dat dergelijke plannen kenbaar gemaakt worden, lijkt bij velen wel op dwangneurose. Als ouders en verzorgers laten wij ons elke dag weer meeslepen in de stroom van meedogenloze en vaak haatverwekkende kritiek op de regering, geregisseerd door personen die onrust trachten te zaaien. De gemeenschap elke dag weer luidop wijzen op beleidsfouten cultiveert ongekende individuele populariteit in Suriname. Dat is onze creatie van volksidolen.

Voortdurend nemen wij ons voor gezamenlijk te werken aan de toekomst van ons land, aan de toekomst van onze eigen kinderen. Het besef dat collectieve inspanningen vereist zijn om het hoofd te bieden aan zoveel dat op ons afkomt, leeft steeds weer in de geest van degenen die ons bezig houden met hun droombeelden. Maar de realisatie van onze toekomstplannen, voor zover die bekend zijn, blijft steeds weer uit omdat wij niet met elkaar over weg kunnen. Elke president zegt bij zijn inauguratie dat alle Surinamers bij de nationale ontwikkeling betrokken zullen worden. Dit refrein kennen zij , maar ook wij, van buiten. Straks wordt dat versje ons weer voorgelezen. Buitenlandse experts krijgen steeds een warm onthaal. Eigen expertise wordt stelselmatig miskend. Maar de lijfspreuk blijft: “ vertrouwen in eigen kunnen’’. Een vertroosting om van te huilen. De wrakstukken van alle afbraak liggen verspreid over ons land. Vooral in moreel opzicht is de maatschappelijke instorting pijnlijk merk- en voelbaar. Suriname is verworden tot een oord van zedenbederf. Het wordt beseft, maar niemand durft dit openlijk en ronduit te zeggen.

Er wordt gesproken over bereikte welzijn voor alle burgers. Er wordt daarbij voorbijgegaan aan het onderscheid tussen materiële welvaart en geestelijk welzijn. Een materiële welvaart overigens die oneerlijk is verdeeld over het volk. Tekortkomingen van de huidige regering worden nu functioneel gemaakt door nieuwe fortuinzoekers die ons willen overtuigen van hun betrouwbaarheid en bekwaamheden, doch die tot heden, aan de vooravond van de verkiezingen, niet het vermogen tonen de gemeenschap een ontwikkelingsvisie voor te houden. Openlijke debatten met het maatschappelijk middenveld over onze toekomst vermijden zij. Politici is Suriname verhalen elke dag weer over hun initiatieven. Wat zij niet beseffen, is dat betrouwbaarheid in de politiek geheel wat anders is dan al hun briljante demonstraties van initiatieven. Politieke betrouwbaarheid is een constant gedragspatroon, inhoudende dat men zich onvoorwaardelijk, ongeconditioneerd houdt aan hetgeen het volk beloofd is. Dit alles veronderstelt persoonlijkheid die de som is van iemands persoonlijke eigenschappen en karakterkenmerken. Goede politici zijn schaars, maar daar is ook weinig vraag naar!
 

Stanley Westerborg.
imocons@yahoo.com

De ‘belofte’ van de onafhankelijkheid is niet waargemaakt
Het is opvallend hoe de laatste tijd met de verkiezingen in zicht er propagandafilmpjes worden afgedraaid waarin het Front de gevolgen van terreuracties in de militaire tussenperiode 1980-1987 tegen de toenmalige militaire machthebbers in de schoenen probeert te schuiven van met name de NDP en in het bijzonder de NDP-voorzitter Desi Bouterse. Daarmee probeert men natuurlijk ook de Megacombinatie te belasteren. Wat wordt verzwegen over genoemde terreuracties, is niet alleen de betrokkenheid van het buitenland en wel vooral Nederland, maar ook de eigen betrokkenheid van Nieuw Front-toppers die nu de dienst uitmaken in het land. Zeker bij de viering van het feit dat het 30 jaren geleden was dat militairen de macht overnamen in Suriname, zou het op zijn plaats zijn geweest om ter stimulering van nationale eenheid en verdere natievorming op een objectieve wijze, niet alleen de ontwikkelingen tussen 1980 en 1987 te beschrijven, maar ook die aan de coup van 1980 vooraf gingen.
De onafhankelijkheid 35 jaren geleden hield een belofte in voor het Surinaamse volk, namelijk dat Suriname eindelijk ingericht zou kunnen worden om het belang van het eigen volk centraal te stellen en met de hoogste prioriteit te behartigen; dit is immers het voorrecht van een onafhankelijke natie. We weten intussen ook dat de regering, die ons de onafhankelijkheid heeft gebracht, absoluut niets heeft gedaan om de belofte die in onze onafhankelijkheid besloten is, waar te maken. Terwijl we honderden miljoenen aan ontwikkelingshulp kregen uit Nederland was er in Suriname gebrek aan de meest elementaire voorzieningen.

De werkloosheid was groot en Surinamers zochten hun onzekere heil in Nederland met achterlating van have en goed. Het was dan ook niet te verwonderen, dat het volk openlijk en massaal zijn instemming en steun betuigde voor de staatsgreep waartoe het jonge Surinaamse leger was geprovoceerd, door een arrogant en volkomen incompetent leiderschap. Wanneer door de eerste regeringen na 1980 pogingen worden gedaan om de belofte van de onafhankelijkheid in te lossen, met onder andere een herallocatie van de nog resterende miljarden aan ontwikkelingshulp, worden die met de meest gemene en levensgevaarlijke tegenwerking vanuit Nederland geconfronteerd.

NDP/Megaleider Bouterse heeft dan ook gelijk wanneer hij zegt dat het buitenland -en met name Nederland- niet zit te springen om een regering van de Megacombinatie (MC), omdat men daar liever een regering heeft die aan haar leiband loopt, zoals in de afgelopen 10 jaar is gebeurd. De Megacombinatie kiest er juist voor om straks een regering te vestigen die haar opdrachten van het Surinaamse volk zal krijgen, om de noden daarvan op te heffen en om de aspiraties daarvan voor welvaart en welzijn te realiseren. Immers, “revolutie” is niets anders dan de opgave die wij als volk hebben om de kolonie, die Suriname was om de belangen van anderen dan Surinamers te dienen, volledig te ontmantelen. Revolutie is de strijd die wij als volk moeten voeren om te kunnen garanderen dat in ons land het belang van het Surinaamse volk met de hoogste prioriteit zal worden behartigd. Dat was trouwens de belofte die het onafhankelijk worden in 1975 in zich hield.

In het verleden hebben progressieven er ook op gewezen, dat wat toen ‘de revolutie’ is gaan heten, een voortzetting was van de strijd van vroegere Surinaamse vrijheidshelden. Namen als Barron, Boni en Joli Coeur, maar ook Ramjanee, Radjgaroe, Wongso, Anton de Kom enzovoorts zijn in dit verband allang niet vreemd meer. Daarmee is meteen gezegd dat ‘de revolutie’ inderdaad niet is begonnen met de militairen. Wat de militairen wel hebben gedaan, is dat ze door de machtsovername, deze strijd van onze voorouders om het Surinaamse belang voorop te mogen stellen, naar een hoger plan hebben gebracht. Immers kon vanaf het moment van de machtsgreep deze strijd gevoerd worden met de staatsmacht in handen, in tegenstelling tot al die tijd daarvóór. De hardheid en de berekening waarmee Nederland uitgerekend in deze periode is opgetreden en Surinamers tegen elkaar heeft opgezet, wordt juist door dit gegeven goed verklaard.
Met de opmerking “de revolutie gaat door” heeft de voorzitter van de Megacombinatie in elk geval aan iedereen, maar in het bijzonder aan de jongeren te kennen gegeven dat de belofte van een onafhankelijke natie met zelfbeschikkingsrecht, waarin in de eerste plaats het belang van Surinamers wordt gediend, zeker nog niet is vervuld. De opgave die wij hadden bij het onafhankelijk worden van dit land om Suriname tot ONS land te maken, staat nog recht overeind.

Het mag in dit verband ook zeker kenmerkend genoemd worden voor de huidige regeerders, dat zij de door Nederland gesponsorde terreuracties tegen Suriname-onder-militair- gezag altijd hebben toegejuicht en dat nog steeds doen. Dat blijkt onder meer uit de manier waarop zij proberen om de gevolgen van deze terreuracties, waar zij overigens ook zelf bij betrokken waren, in de schoenen van anderen te schuiven. Dat zij zich daardoor volledig vereenzelvigen met het Nederlandse belang laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Voor de verwezenlijking van ‘belofte van onze onafhankelijkheid’, hoeven wij van hen daarom ook niets te verwachten.
Palu Secretariaat
(www.palu-suriname.org)
 

De valutavlucht
“Schrikbarende koersstijgingen buitenlandse valuta”, zo koppen de Surinaamse dagbladen alarmerend en jammerend! De US Dollar en de Euro ondergaan, ondanks interventies van de Centrale Bank, stijgingen die een bedreiging vormen voor de economie van Suriname. Surinaamse ondernemers zien het rampenwater reeds dichtbij de lippen gestegen, zoniet proeven zij het brakke van dat water reeds.
In 2005 en 2007 heeft Clean Files Tribunal middels persberichten erop gewezen dat aan deze nieuwe rampen voor de Surinaamse economie, een roekeloze immigratie zonder een daaraan gekoppelde bevolkingspolitiek ten grondslag ligt. Roekeloos en misdadig zijn de ingrediënten die de immigratiepolitiek ten opzichte van de nieuwe Chinezen en Brazilianen kenmerken. Roekeloos, omdat er van enige ordening in het vaststellen van bijvoorbeeld quota en criteria in dit geheel geen sprake is. Misdadig, vanwege het feit dat georganiseerde neo slavernij binnen de Surinaamse grenzen wordt toegestaan. De meerderheid van de Chinezen die de laatste vijf jaar Suriname binnenkwam, is naar publiek geheim, eigendom van de criminele organisatie ‘Snakeheads’.

Deze criminele bende die niet terugdeinst voor het koelbloedig vermoorden van diegenen die niet naar hun pijpen wensen te dansen, is een conglomeraat dat voor de “gefinancierde” export van de Chinees uit China borgstaat. In ruil hiervoor, totdat de torenhoge met woekerwinst omgeven “voorfinanciering” is afbetaald, is de Chinese immigrant eigendom van het genoemde misdadigersgilde dat wonderwel door de Surinaamse ambassade in China wordt gefaciliteerd.

Nog misdadiger is het gegeven dat politici in Suriname rijk worden van deze misdaden tegen het eigen volk gepleegd. Clean Files Tribunal heeft bij meer dan één gelegenheid te kennen gegeven dat er door feitelijk mensenhandel toe te staan, politici graanschuren aan vies geld opstrijken. De thans bij het Hof van Justitie in Suriname lopende zaak, waarbij de immer boze minister van Justitie&Politie himself als onderwerp van onderzoek met de billen bloot moet, zal nog meer prominente politici als verdachten identificeren. Bijna 5 jaar na dato komen de waarschuwingen die wij lieten rondgaan en die naar goed Surinaams gebruik door de pers en media van ons land werden genegeerd, triest maar waar vlekkeloos uit.

Het bankwezen, waaronder de cambio´s, kunnen niet voldoen aan de vraag van vreemde valuta, althans niet in die mate die nodig is voor het verantwoord voortbestaan van de vrije handel. Deze sector is daarom dan ook aangewezen op het veel duurdere wisselcircuit in de zwarte en grijze sfeer. Tot welke laatste categorieën heel nadrukkelijk ook de nieuwkomers uit China met hun illegale valutahandel vanuit de supermarkten die in Suriname als paddenstoelen uit de grond verrijzen, behoren. In onze persberichten wezen wij erop dat deze immigranten, maar ook de Brazilianen, op grote schaal valutawinsten naar hun eigen land overmaken, waardoor het legitiem rondpompen van dat vreemde geld in de Surinaamse economie uitblijft. Met deze grove oneerlijke daad, waarvoor het machtscentrum van Suriname om zijn moverende reden de ogen sluit, is Suriname als entiteit wederom de verliezende en bedrogen partij.

Het is ronduit beschamend te noemen dat een bankexpert niet de vinger op de zere plek legt, maar die politiek in de richting van de komende verkiezingen manipuleert. Er zou kapitaalvlucht gaande zijn vanwege een mogelijke andere dan de Front+ aantredende regering.
Deze misselijkmakende en ongewenste beïnvloeding van het kiezersgedrag is niet alleen goedkoop, maar evenzeer verwerpelijk en achterhaald. De onheilsprofeet uit bankkringen zou er beter aan doen, om in de richting te kijken van de ware veroorzakers van deze grote bestuurlijke chaos in Suriname.
De huidige regering die met haar geveinsd en selectief toegepast democratisch moraalridderschap in het geheel voorbijgaat aan het feit dat opeenvolgende regeringen van China, erkende mensenrechtenschenders zijn, maar waar toch hartelijk mee wordt samengewerkt, is hypocriet. Een land immers dat volop kinder(slaven)arbeid koestert, dient niet aanbeden te worden maar met een kritische benadering tegemoet getreden.

Verschoond van vreemdelingenhaat, komt Clean Files Tribunal tot de conclusie dat immigranten met een meerwaarde voor Suriname, welkom behoren te zijn! Kennismigratie, is daarbij het credo. Ergo geen hapsnap beleid omfloerst met ordinair verdiende smeergelden die de eigen landskinderen middels concurrentievervalsing bovendien tot de bedelstaf drijven en de economie van Suriname doen ontwrichten, maar een weldoordachte bevolkingspolitiek.
Roy R. de Miranda

Ondemocratisch VHP-bestuur riskeert zware verliezen bij de verkiezingen
Bent u niet moe van het gedoe bij één van de grootste en oudste politieke partijen van ons land, die telkens maar weer de interne problemen niet weet op te lossen en nu weer een gang naar de rechter maakt? Het is voor mij volstrekt duidelijk waarom zoveel sympathisanten weglopen van deze partij. Gaat u maar eens na op welke gronden de huidige voorzitter, leider geworden van deze partij. Ik vraag mij af welke binding deze heer met ons land en zijn partij heeft. Zo te zien, is hij in zijn gedachten alleen maar met allerlei bespiegelingen bezig. Aspecten die wellicht ook te maken hebben met de bekende bloedgroepen die de aanhang en de sleutelposities van deze partij vertegenwoordigen en waarover niet gesproken mag worden, omdat zogenaamd kerk en staat gescheiden zijn. Maar ook het ondemocratisch functioneren van het bestuur en de traditionele stijl van leiding geven, zijn een doorn in het oog van de achterban. Niet alleen de jongeren maar ook andere doelgroepen zoals vrouwen en ouderen ervaren de stijl van leiding geven van het bestuur Sardjoe als niet meer passend bij deze tijd. Belangrijke zaken als inspraak, verjonging en democratisering worden niet geaccepteerd. Eigenlijk zou het hele bestuur zijn functie allang al hebben moeten neerleggen en zouden er tussentijdse bestuursverkiezingen uitgeschreven moeten worden om op het goede spoor te blijven. Maar daar kiest dit bestuur niet voor om zijn machtspositie te consolideren.

Aan de andere kant heeft men door de jaren heen allerlei netwerken opgebouwd die maken dat men met vastgeroeste ideeën op één plek blijft zitten. Je zou bijna denken dat de verbroedering- en shantipolitiek nu plaats moeten maken voor het samensmelten van de NPS met de VHP om de etnische politiekvoering, die haar langste tijd heeft gehad, geen kans meer te geven. De Megacombinatie heeft haar succes zeker ook hieraan te danken, omdat wij constateren dat bijna alle etnische groepen in deze combinatie vertegenwoordigd zijn en de enorme groei die deze partij doormaakt. De VHP heeft nu weer een probleem bij de interpretatie en de toepassing van een regel uit het huishoudelijk reglement die, als men deze situatie neutraal bestudeert, zeker in het voordeel van het bestuur uitgelegd kan worden: immers een alternatieve kandidatenlijst moet ondersteund worden door 400 personen die lid zijn van een kernbestuur, terwijl er districten zijn waar feitelijk het totaal van deze 400 personen niet eens aanwezig is. De belangrijkste vraag die de rechter zal moeten beantwoorden, is hoe er dan een alternatieve kandidatenlijst voor betreffend district ingediend moet worden. Het is ook goed dat eerst met partijen is onderhandeld over deze zaak, zodat de totale Surinaamse gemeenschap ziet, hoe beschamend leiding wordt gegeven aan deze partij. De vraag is nu of u in welk instituut dan ook zo’n leider straks tot president van ons land wilt kiezen als een beroep op de VHP wordt gedaan om iemand voor te dragen.

Wellicht begrijpt u nu waarom ik het niet opportuun vond dat de huidige in leeftijd nogal heel oude president van ons land zich uitsprak over zijn opvolger, dat deze een partijleider moet zijn. Iemand die echt van zijn land houdt, doet zo’n uitspraak niet omdat deze zaak in het huidige Suriname zeer gevoelig ligt. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik binnen de NPS ook zeer veelbelovende jongeren zie die deze belangrijke functie veel beter kunnen uitvoeren dan de huidige president. Volgens mij moeten wij niemand uitsluiten. De beste kandidaat moet het uiteindelijk worden, precies zoals dat bij een sollicitatie gaat. Elke kandidaat moet voorgedragen kunnen worden als hij daartoe bekwaam en geschikt is en de juiste competenties heeft. Eigenlijk moet van tevoren door alle politieke partijen de functie-eisen en bijkomende criteria bekend worden gemaakt waaraan een kandidaat moet voldoen. Zo kan iemand die bijvoorbeeld geen ulo- of mulodiploma heeft en zich wil kandideren, worden uitgesloten. De onprofessionele wijze waarop het huidige VHP-bestuur voortgaat met het uitstippelen van zijn beleid is beslist niet in het belang van ons land. Het is ondoorzichtig, kortzichtig, niet modern en wordt gestuurd door een impopulaire leider. Als dit zo doorgaat, riskeert de VHP zware verliezen bij de komende verkiezingen. Hier is inmiddels ook al door velen op gewezen. Ik verwacht dat het tij snel keert in het belang van de partij en ons land.

Robby Roeplall

Moeten wij wel de verkiezing in?
Ons kiesstelsel heeft haar oorspronkelijk doel (“geen politieke macht voor Aziaten in Suriname”), zoals door vele instanties wordt aangegeven, verloren. Want een ‘one man one vote’ zal geen grote zetelverschuiving met zich meebrengen omdat Aziaten en Afro’s zich broederlijk in het Front hebben gebundeld. Maar wat het stelsel nog doet, is zo vernederend en zo vernietigend voor ons Surinamers, dat wij eigenlijk de komende verkiezingen “on hold” zouden moeten zetten, een referendum moeten houden en orde op zaken moeten stellen. Dit om rampen te voorkomen. Papatam is er een voorbeeld van. Het stelsel blijft de kwaliteiten van onze politieke leiders devalueren, omdat de minst ontwikkelde kiezer zorgt voor de meeste zetels. Hoe minder ontwikkeld, des te meer waarde heeft je stem. Is het toeval dat Coronie hierbij het hoogst is gewaardeerd en Paramaribo het laagst? Het blijft etnische groepsvorming stimuleren waarmee kleine partijen ons volk steeds meer uit elkaar slaan.

Omdat er door dit stelsel geen ontwikkeling in de districten plaatsvindt, trekken de ondernemende mensen naar Paramaribo. Wijdenbosch, de man van de bruggen en de tigriwinti; Jessurun, intelligent assembleelid; Wijntuin, ex-assembleevoorzitter (de man van “geen commentaar”); het zijn allemaal Coronianen. Mensen die grappig proberen te zijn, zeggen dat al dit soort intellectuelen weg zijn uit Coronie…. en dat staat als een paal boven water. Verder lijkt het erop dat Suriname gegijzeld is door een paar “slimme boys”. De kunst voor deze “slimme boys” is nu om de districtsbewoners zo weinig mogelijk scholing te geven. Je kan dan zonder veel kosten hun stem krijgen. De “slimme boys” hebben de statuten van hun partijen en ook de grondwet zodanig aangepast dat ze niet meer weg te krijgen zijn. Ze blijven tot de dood bestuursleden van hun partij. Met hele goedkope handelingen zoals straatnamen veranderen of kibbelen over een couplet van het volkslied, verstrekken van kaarten voor gratis medische behandeling enz. geven ze hun achterban het gevoel dat er zeer hard wordt gewerkt. Dit, terwijl de groep die ze aan de macht brengt in werkelijkheid flink wordt geknipt. (Knippen betekent iemand zwaar te pakken nemen).

Eigenlijk precies zoals een vakbondslid op een vergadering zijn leider toeschreeuwde dat hij als beloning voor het koest houden van ambtenaren, zes hartstikke hoge baantjes had bij de overheid. Wij raken dus in een neerwaartse spiraal. Districtsbewoners stemmen op mensen die ze begrijpen; dus mensen van hun niveau. Het gevolg is dat nieuwe assembleeleden steeds minder kunnen lezen, laat staan debatteren. Gevolg: minder ontwikkeling. Gevolg: mindere assembleeleden enz. enz. Enige voorbeelden van rampen ten gevolge van het kiesstelsel: wij hebben geen Constitutioneel Hof of ander orgaan om wetten aan de grondwet te toetsen. Dit is ook de strategie van de “slimme boys” om hun positie te monopoliseren. Ze zitten hierdoor nog steviger verankerd. Mogen wij wel praten van een rechtsstaat? De sluwe uitvinding van een blinde muur. In plaats van problemen aan te pakken, kijkt men een andere richting uit. Dit noemt men struisvogelpolitiek. Dit stimuleert gebruik van geweld en geeft mensen de moed om de lijfwacht van toppers te ontwapenen! Meten met twee maten stimuleert geweld tegen overheidsorganen.

Een deel van je land is bezet; je doet niets, zelfs niet op diplomatiek gebied. Maar als er in een vliegtuig een kaart met het betwiste gebied als Guyanees gebied wordt aangegeven, dan wordt er met veel poeha daartegen geprotesteerd. Don Quichote vocht ook tegen windmolens. Wij moeten hopen dat de ambassadeur van Guyana niet in de krant heeft gelezen wat er in Papatam is gebeurd. Ik acht ze in staat dat ze dan de Nickerierivier als grens zullen nemen. De “slimme boys” zullen dan praten over een tweede blinde muur. Wij zijn onafhankelijk, maar onze overheid is niet bij machte de procedures uit de koloniale tijd aan te passen, met als gevolg lange wachttijden voor alle overheidstukken. Maar er worden wel koloniale straatnaamborden veranderd en er is een historisch standbeeld verplaatst. Geschiedvervalsing? Stadsvervuiling? In ieder geval een tweede Don Quichote…nietwaar, lieve lezer? De onderwereld is machtig en de regering dokt.

Rudi Jadnanansing
 

Compañeros, de eerste presidentskandidaat is net bekendgemaakt!
Nadat ik begrepen had dat de Surinaamse ambassadrice in Nederland is afgetreden, ben ik een later dag gaan Googlen (zoeken op internet) naar nieuws over deze opmerkelijke gebeurtenis. Geen nieuws trof ik aan, wat op z’n minst vreemd is. Als ik de webpagina van het Surinaamse Consulaat probeer te bezoeken voor meer nieuws lijkt de website beheerder ook zijn of haar functie neergelegd te hebben. Je krijgt een foutmelding. Probeer het zelf maar http://www.consulaatsuriname.nl/ en lees verder…

Byebye zwaai-zwaai
Een dag eerder had ik namelijk op de website van Dagblad Suriname gelezen dat de ambassadrice, Urmila Joella-Sewnandan (JS), haar functie had neergelegd omdat ze een andere verwachting had van haar functie in Nederland. Wat is dan niet uitgekomen, welke verwachting? Persoonlijk vind ik dit erg jammer. Volgens mij was ze een goede ambassadrice en ik vond het prachtig dat een capabele Surinaamse vrouw zo een mooie functie mocht bekleden. We hebben immers genoeg van al die oude geiten die lopen te blaten in de Surinaamse politiek. Het is tijd voor een fris gezicht, die mensen inspireert en vernieuwing kan initiëren en dragen. Mevrouw JS kan dat, daar ben ik van overtuigd. Daarom denk ik dat we nog geen afscheid moeten nemen van mevrouw JS. De Surinaamse verkiezing is volgens mij net iets interessanter geworden. Hoezo?

Is het zo of niet?
Terwijl het in de USA, Engeland en vele andere landen heel normaal is om aan de start van de verkiezing duidelijk te maken wie de presidentskandidaten zijn, is het in Suriname niet gebruikelijk. Vooral binnen de VHP en NPS is het niet normaal om aan het begin van de verkiezing te verklappen wie de presidentskandidaten zijn. Volgens mij doet men dit niet omdat men gewoon geen goede kandidaten heeft met flair om van begin af aan de toon te zetten en kiezers voldoende te boeien. Suriname is wat dat betreft wederom een apart land. Maar de oplettende Surinamer leest tussen de regels door en kijkt door de bladeren van de stevige kraka. Wat we nu zien gebeuren, is uniek. Zou het zo kunnen zijn dat met het aftreden van mevrouw Joella-Sewnandan de VHP ons toch wat probeert te vertellen? Zou het zo kunnen zijn dat mevrouw JS nu de presidentskandidaat is voor de VHP bij de volgende verkiezing? Het zou me niets verbazen als dat zo zou zijn. Mijn steun heeft mevrouw JS, ze zou een Tone At the Top kunnen zetten die Suriname nu nodig heeft, namelijk, vernieuwende politiek, vernieuwende mensen met vernieuwende ideeën. Ze zou het vooral goed doen omdat ze in Nederland in ieder geval bekend is bij de politieke elite en de flair en charme heeft om de leider te zijn van de parel van Zuid-Amerika, Sranan!

De steen in de nieuwe schoen
En toch zit er een knellend steentje in deze soepel zittende nieuwe schoen. En ik zal u vertellen wat ik bedoel. Terwijl de echtgenoten van succesvolle politica als Angela Merkel (premier van Duitsland) en Margaret Thatcher (premier van Engeland in de jaren 80) echtgenoten hebben en hadden die zich op de achtergrond houden en hielden, lijkt dat niet het geval bij mevrouw JS. Dit kan fataal zijn. In het stuk in deze krant over haar aftreden, werden de acties van haar echtgenoot in één adem genoemd. Hij zou partijen hebben willen verzoenen zonder succes etc, etc. Waarom is dit belangrijk? Wat had dit te maken met het aftreden van deze waardige mevrouw? Men kan hierover speculeren, maar daar komen we niet verder mee. Ik herinner u aan premier Benazir Bhutto, de Pakistaanse premier (in de jaren 80-90) met haar echtgenoot Asif Ali Zardari. Terwijl Benasir Bhutto prima werk verrichtte als premier, was haar echtgenoot Zardari met allerlei vreemde zaakjes bezig. Zardari werd later daarom ook veroordeeld wegens corruptie en moest jaren de gevangenis in. Bhutto and Zardari zijn uiteindelijk van elkaar gescheiden. Toen mevrouw Bhutto op 27 december 2007 stierf bij een aanslag werd Zardari (de echtgenoot) opportunistisch president van Pakistan, ondanks het feit dat hij als schurk jaren in de gevangenis had gezeten. Ik begrijp de Surinaamse man. Het is lastig om als man geen viool te mogen spelen, maar in bepaalde situaties is het verstandig om met een vrouw van kaliber aan je zijde rustig van het orkest te genieten. Bhutto had veel voor Pakistan gedaan en met name voor de Pakistaanse vrouw. Ook mevrouw JS zou als president het uitstekend doen. Maar als de steen teveel knelt, en het viool vals speelt, dan is zeker het Surinaamse politiek orkesthuis een meedogenloze plek. De rotte eieren zijn dan snel aangevoerd. En dat is niet wat ik mevrouw Joella-Sewnandan toewens als nieuwe leider van Suriname. Succes!

drs Ashwin Ramcharan
Voor reactie: asramcharan@gmail.com
Bezoek ook de website: www.ashwinramcharan.com


De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly
Ontevredenheid of inflatie! De marge die door de overheid is bepaald, inzake de Fiso-II-aangelegenheden, zou hoogstwaarschijnlijk mede ongunstig zijn beïnvloed door vier (4) belangrijke factoren, namelijk: “de serieuze dreiging van inflatie”, “de verminderde inkomsten van het land door een teruggang in de bauxietsector”, “de stroomrekening van het land” en de “gedoogde aanwezigheid van het kleurrijk leger van de zogenaamde spookambtenaren.”
Na het debacle, de inflatoire werking van het “geld scheppen”, met de nare gevolgen waar wij tot vandaag – te wijten aan de regering Wijdenbosch – mee opgescheept zitten, moet worden aangenomen dat er lering is getrokken uit het verleden. Lering door verantwoordelijke regeerders, die de jongste kritische aantekeningen van het Internationaal Monetaire Fonds beslist niet in de wind zullen slaan.
Verondersteld moet worden, dat wij thans met een verantwoorde overheid te doen hebben, die bovendien niet onbekend is met de vele naweeën van het eerdergenoemd ongunstig gebeuren. Daarnaast klinken de ernstige waarschuwingen van overige deskundige instanties uit binnen- en buitenland – die van de governor van de Centrale Bank (CBvS) het luidst – om rekening te houden met de moeizaam bereikte stabilisatie, vooral de overheid nog vers in de oren.
Het zou dus van begripvolle burgerschap alsook goede vaderlandsliefde en eveneens begrip voor de huidige omstandigheden getuigen als kon worden meegegaan met het aanbod van de overheid, het uiterste. “Liever een half ei dan een lege dop.” Liever een kleinere tegemoetkoming en een ontevreden COL, dan weer een inflatie.
Het is immers belangrijk voor land en volk – dus ook voor de handelingen van de in het verleden onverantwoordelijke lieden – dat inflatie wordt voorkomen. “Na mij de zondvloed” kan in deze tijd moeilijk de redeneringstrend zijn. Vindt u ook niet?

De heer drs. R.R. Venetiaan in zijn hoedanigheid als President van de Republiek Suriname, heeft de wilde verhalen – in de vorm van kritiek – die delen van de oppositie tijdens de openbare beraadslagingen in het parlement en op politieke podia daarbuiten vertelden, knap weten te ontzenuwen. Met enkele zeer goed pakkende voorbeelden van recente datum gaf de president aan, dat de situatie binnen de samenleving sinds lange tijd steeds gunstiger aan het worden is.
De zogenaamde kritiek die vooral de parlementsleden Parmessar en Doekhie van de NDP trachtten te leveren, blijken slechts zuiver ter wille van de kritiek te zijn. Spijkers op laag water zoeken, noemt men dat. Blijkbaar zijn die leden bezig zich te laten horen door de leiding van de partij om bij de kandidaatstelling – welke een groot probleem schijnt te zijn in die gelederen – een gunstige beoordeling over hun optreden te forceren. Voor het lid uit Nickerie zal het misschien minder moeilijk zijn, gezien zijn intieme verhouding met ‘baas’ en vooral om zijn bewezen bereidheid allerlei vreemde karweitjes op te knappen voor ‘baas’, zoals zijn onaangename opmerkingen tegenover de president. Voor Parmessar daarentegen is het door de concurrentie bij de samenstelling van de lijst van Paramaribo, stukken moeilijker. De kust zit immers vol kapers en zoals bekend heeft de ‘baas’ altijd het laatste woord.
De indruk naar buiten toe is dat de Palu en de KTPI geen rol van betekenis zullen spelen op respectievelijk Coronie en Commewijne na. Toch mocht nu reeds blijken dat de KTPI met minder genoegen zal moeten nemen dan over het algemeen verwachtbaar was. In Paramaribo heeft van de enkele oud-DNP’ers die met hun voormalige voorzitter zijn overgegaan naar de NDP, alleen Wijdenbosch een redelijke kans om op een verkiesbare plaats op de lijst te komen te staan. Ofschoon er meer dan 1(één) vlag van de NDP wapperend te zien is aan de voorzijde van een woning in de omgeving aan de achterzijde van het Andre Kamperveen Stadion, zal de naam van de ex-vicepresdidentskandidaat van de NDP, de heer Roseval, nog te zien moeten zijn op de lijst van Paramaribo. Aldaar gaat het voor wat betreft de kandidatenlijsten nogal minder ordelijk.
 

MACHT EN POLITIEK TAALGEBRUIK
Met de verkiezingen voor de deur wordt er door politici een bepaalde taal gebezigd die in de taalbeschouwing als publicitair en politiek taalgebruik bekend staat. In Suriname is Nederlands de officiële taal en hebben wij ons geconformeerd aan deze taal die al eeuwenlang in ons land wordt gesproken. Om enige uniformiteit te krijgen in het gebruik van de taal en de wetenschapsbeoefening die hiermee samenhangt, heeft ons land zich aangesloten bij de Nederlandse Taalunie. Er is volgens mij niets zo veranderlijk als de taal. De gerenommeerde taalwetenschapper C.H. Eersel heeft hier onlangs nog een zeer goede publicatie aan gewijd in een plaatselijk dagblad. Nederland, Suriname en Vlaanderen dragen samen zorg voor de Nederlandse Taal , uiteraard met respect voor eventuele verschillen die kunnen voortvloeien bij het gebruik van de taal. Over de beginselen van het gebruik van de spelling hoeft er wat mij betreft niet veel verschil te bestaan. Hoewel natuurlijk binnen de kaders van de taalwetenschap uitzonderingen toegelaten mogen worden. De spelling van het Nederlands is gebaseerd op het basisbeginsel van de standaarduitspraak. Dat wordt ingeperkt door twee nevenbeginselen: dat van gelijkvormigheid en dat van de etymologie. Met standaarduitspraak wordt bedoeld: een uitspraak die niet gekleurd is door de woonplaats, leeftijd of andere kenmerken van een bepaalde spreker. Ik verlaat dit aspect om u mee te nemen naar een uitspraak van een Surinaamse politicus, die ervoor pleitte om het Engels in te voeren als officiële taal in ons land, omdat deze taal beter aansluit bij onze regio en door veel meer mensen wordt gesproken. Deze stelling lijkt op een onomatopoeia. Dit geluid hoor je vaak, maar het is tegelijkertijd ook een drogreden om een mooie maar vaak moeilijke taal als het Nederlands een ondergeschikte plaats te geven. Vaak ook omdat men deze taal niet goed beheerst. Dat verdient het Nederlands dus niet en zeker niet van politici die zich niet in deze taal verdiept hebben, maar het enkel als macht en politiek taalgebruik bezigen. Het politieke gebeuren in ons land is zo verziekt om maar een metafoor te gebruiken, dat sommige politici zich permitteren om zich over bijna alles uit te spreken, zonder dat zij over de nodige deskundigheid beschikken. Zo permitteerde onze president zich recent nog de uitspraak dat het zijn voorkeur verdient dat de toekomstige president van ons land ook nog een partijleider moet zijn. Daarbij verliest hij klaarblijkelijk uit het oog dat deze situatie wellicht belangentegenstellingen met zich mee kan brengen en dat dit niet gezond is voor een democratisch geregeerd land. Suriname staat beslist niet laag genoteerd als corruptiebedrijvend land op een lijst die door de Verenigde Naties in 2009 is vastgesteld. Dit standpunt verdraagt zich natuurlijk ook niet met de verjongingsgedachte in de politiek en de drastische veranderingen die moeten komen en waar alle politieke partijen een bijdrage aan moeten leveren. Maar door onder andere hebzucht, macht en zelfzucht gedreven, kunnen vele politici uitspraken doen die indruisen tegen alle moraal en logica. Dat zult u nu vaak merken bij de propagandavoering. Zoals bekend, wordt zowel in Nederland als in Suriname campagne gevoerd in verband met verkiezingen en wellicht hebben beide landen in mei een nieuwe regering. Het is raadzaam dat u zich bij het uitbrengen van uw stem laat leiden door uw eigen gevoelens en verstand. Het heeft geen enkele zin om naar de vaak mooie praatjes van politici te luisteren zonder dat deze enige impact op u heeft. Ons land staat een belangrijke toekomst te wachten en daar hebben wij serieuze en betrokken Surinamers bij nodig die het menen met ons land. Integere mensen die niet verdacht worden van moorden en of een vonnis op hun naam hebben staan. Moderne, dynamische en vitale mensen die alleen het belang van hun land zien en hun denken richten op beleid dat op korte- middenlange- en op lange termijn gemaakt wordt. Het gaat nu behoorlijk goed met de economie in ons land. Ook aan de infrastructuur en de veiligheid is veel gedaan. In vele wijken, districten en in het binnenland hebben de mensen licht en water en de armoede is behoorlijk verdrongen. Toch ben ik nog niet tevreden. Ik kijk uit naar een programma van een politieke partij of combinatie die dit beleid kan verfijnen en tot een eerlijkere verdeling komt van alle rijkdommen die ons land bezit. Aan praatjes en feestjes die door veel politieke partijen door macht en taalgebruik wordt tentoongesteld, hebben wij niet veel. Verdere democratisering, verjonging en drastische veranderingen, deze factoren moeten de issues voor de komende tijd op elk gebied worden. Alleen dat zal echte vooruitgang en zeker voorspoed brengen, verwacht ik.

Robby Roeplall
 

Phagwa: Vrolijke spiritualiteit in kleuren
Phagwa. Het feest van vrolijkheid en blijheid. Het feest waarmee een nieuwe periode in het menselijk bestaan wordt ingeluid. Het feest waarbij problemen plaatsmaken voor gezelligheid en saamhorigheid. Het feest waarbij mens en natuur een omslag doormaken en waarbij mens en natuur in een nieuwe jas worden gestoken. Een feest dat door de Hindoestaanse bevolkingsgroep in ons land steeds uitbundig gevierd wordt, maar dat verdient vanwege de universaliteit van zijn achtergronden door een ieder ongeacht ras, overtuiging of kleur te worden meegevierd. Voor diegenen die zich verbazen over de reden van de feestvreugde en zich daarom weerhouden van deelname, zijn deze regels ter onderricht geschreven. Alvast een Subh Holi aan allen toegewenst.
Phagwa kenmerkt zich naast vrolijkheid ook door kleurrijkheid.
Politieke partijen manifesteren zich met kleur. Elk orgaan in ons lichaam heeft zijn eigen kleur, spreekt in eigen kleur. Alles heeft zijn eigen verhaal. En de regenboog? Is kleur misschien synoniem voor ontspanning en vrolijkheid?
De natuur zit vol kleuren die ons telkens weer herinneren aan omslag, aan vernieuwing, aan inspiratie. De natuur staat, na de winter, in bloei met bonte kleuren en welriekende geuren. Ontwaakt van de winterslaap, zijn bomen plotseling weer bezig met het produceren van zuurstof, ook voor ons mensen. Hun jonge verse bladeren stellen insecten en dieren in staat hun werk te doen van voortplanting. ‘Nature hath fram’d strange fellows in her time’ oftewel de natuur heeft toch weleens vreemde heerschappen in de wereld gebracht, zegt de beroemde schrijver William Shakespeare in zijn The Merchant of Venice.
Bijna overal in de Noordelijke wereld wordt het lentefeest gevierd. In het ene land minder in het andere land meer. De Hindoes plegen het uitbundiger te vieren met meer begrip voor de diepere betekenis van de omslag in de natuur voor ons mensen. De omslag symboliseert de overwinning van het goede op het kwade, van het licht op de duisternis, van kennis op onwetendheid, van recht op onrecht, van waarheid op onwaarheid van dharma (integriteit) op a-dharma (onrecht en wanorde).

Kernboodschap
Phagwa staat symbool voor nieuw leven. De mens viert samen met de natuur feest en voelt zich één met de natuur. Poeder, parfum, reukwater en allerlei gekleurde vloeistoffen, die de kleuren voorstellen van de planten zijn middelen voor dit vrolijk bestaan. Het speels op elkaar strooien van kleurstof heeft een diepere betekenis zoals welkom (geel), zakelijke vriendschap (blauw), natuurlijke omgang (groen), dynamisch gezelschap (rood), feestelijk onthaal (oranje), plechtig vieren (paars), neutrale samenkomst (wit) en stijlvol (zwart), wat ook bij de viering van dit feest behoort. Een feest waarin stand, klasse of grens verzuipen in ornaat van kleuren. En de natuur? Die kent geen vijand. De verleden tijd (holi)laten we achter ons om heden in de toekomst te stappen! Gelukkig Nieuwjaar, Subh Holi! Ja, die mag er wel zijn. Tijd (Sanskriet:wa) voor hernieuwde vriendschappen omdat de ego (pha) schadelijk is, voor mens en milieu (ga). Subh Holi is nieuwe sieraden van sloopgoud. Vrolijk- en gezondheid zorgen voor een happy end.
Tijdens de viering is een ieder gekleurd en daardoor kan men moeilijk onderscheid maken. Een ieder is happy. Een ieder doet mee. Rassen en kleuren hebben hun rol nu verloren. De samenleving is een pretpark geworden voor feest en genot. De tonen van ‘Gorie Gorie, Obake …’ maken een ieder los zodra die ons trommelvlies bereiken. Verlost van slechte gedachten dansen we, zingen we en vormen we een geïntegreerde eenheid, een verenigde natie. Subh Holi.

Liederen zorgen voor een uitgelaten stemming. Ze geven uiting aan vreugde over de komst van de lente, het seizoen van de liefde. Als Rituraja is de lente trouwens de koning van de seizoenen (ritu). En de God van de liefde Kãma regeert in dit seizoen. Vandaar de uitgelaten stemming van mens en dier; het milieu in en buiten de mens. Het Holi-feest is een gemeenschapsfeest en dient daarom gemeenschappelijk gevierd te worden.
Het is een vriendschapsfeest, want oude vetes en ruzies, slechte daden enz. moeten worden afgeschud. Hierdoor kan het nieuwe jaar welgemoed betreden worden tot heil van een ieder. Het kwade, slechte, ongunstige en het onvruchtbare van het afgelopen jaar worden door het vuur gereinigd om het nieuwe jaar schoon te doen beginnen.
Tegenwoordig wenst men familieleden en vrienden een gelukkig Holi-feest of Holi Abhinandan (de beste wensen in verband met Holi) toe via wenskaarten met de spreuk:
Om Sarve Bhavantu Sukhina (...); laat alle wezens gelukkig zijn. Laat allen gezond zijn. Laat allen goede dagen zien en laat niemand in deze wereld lijden. Ohm Shaanti, Shaanti, Shaanti. (vrede, weer vrede en nog meer vrede).
Voor de verklaring van de oorsprong van het Holi-feest worden vaak twee culturele verhalen aangedragen.
a. Het verhaal van Putana, de kwade voedster;
b. Het verhaal van Prahlad, de rechtvaardige Hiranjakashipu, een goede, rechtvaardige en vrome koning.
Phagwa ook wel aangeduid als Holi wordt ingeluid met het planten van een stek van het Reer boompje. Symbolisch moet dit het goede voorstellen. Het planten geschiedt door een priester waarbij een korte kerkdienst wordt gehouden. Veertig dagen na het planten wordt er een brandstapel omheen gemaakt. Een dag voor het Holi-feest wordt het plantje (symbool van het goede) verwijderd (bevrijd). Onder het zingen van speciale Holi-liederen wordt een pop, Holika geheten (symbool van het kwade), ingebracht. Dan wordt de stapel verbrand ter symbolisering van de overwinning van het goede en vernietiging van het kwade. Dit proces wordt Holika-dahan genoemd. Daarna besprenkelt men elkaar met parfum en reukwater, bepoedert men elkaar en begiet men elkaar met gekleurd water om de natuur in kleur en geur weer te geven. Met een knuffel wordt het geluksgevoel aangewakkerd. Het Heilige Boek (Rig Veda) vermeldt ‘Spiritueel vraagt het seizoen om vernieuwing (overlijden) en de lente dient zich aan (geboorte).’ Holi betekent voorbij, een jaar verder. Een jaar op aarde is een (1) dag van de zon. De zon begint de dag vuurrood aan de hemel (Mitra, universeel vriendschap) en eindigt oranjerood. Dit is een omslag naar de nacht toe. De nacht is het vrouwelijke deel in het etmaal waarin de rust bepalend is. In dit deel van het etmaal wordt de nieuwe dag bevrucht. Ohm Shaanti, Shaanti, Shaanti. (vrede, weer vrede en nog meer vrede).

dr. C. Baidjnath Misier

Compañeros, Verkiezingsles 2010!
Het is een uniek moment in de geschiedenis in de relatie tussen Suriname en Nederland. Nu de regering is gevallen in Nederland om een principieel standpunt, namelijk het wel of niet verlengen van het verblijven van Nederlandse militairen in Afghanistan, breekt een interessante tijd aan waarin verkiezingstoeschouwers zich aardig mee zullen amuseren. Het wordt een toppunt van vermaak maar vooral een tijd waarin twee verwante naties gaan laten zien hoe ze hun verkiezingsstrijd voeren. Lees verder…

De samenkomst van het lot
25 mei 2010 is de verkiezingsdag in Suriname. 9 juni 2010 is de verkiezingsdag in Nederland. Dit betekent dat het voor het eerst in de geschiedenis van de beide landen zo uitkomt dat politieke partijen in beide landen hun volk zullen beloven, zullen voorliegen, zullen vermaken, om stemmen te winnen. Journalisten, dit is jullie wake-up call. Als jullie kranten willen verkopen dan is dit artikel jullie Billion Dollar idea. Tenminste als je deze krant koopt en dit artikel leest. Je kunt nu in ieder geval niet zeggen dat je nieuwjaarswens niet is uitgekomen want dit wordt jou jaar. Je zult je vingers krom typen als je oplettend mooie vergelijkingen beschrijft tussen hoe partijen en partijleiders het in Suriname doen versus hun lotgenoten in Nederland. Een unicum voor iedereen maar vooral voor jullie!

De voorbereiding
Als journalist kun je nu al voorbereiden met behulp van de volgende vragen:
• Welke Surinaamse politicus lijkt op Balkenende en wie lijkt op Wilders?
• Wat is de vergelijking tussen de Bos-brothers, Wijd en Bos en Wouter Bos?
• Welke Surinaamse partij lijkt op welke Nederlandse?
• Welke Surinaamse partij heeft het partijprogramma van welke Nederlandse partij gekopieerd?
• Welke Nederlandse partij gaat overlopen, welke Surinaamse partij gaat overlopen?
• Welke interviews plannen we om Nederlandse en Surinaamse politici te interviewen, vanuit Suriname maar ook vanuit Nederland?
• Wat doen we als Surinaamse politici naar Nederland komen en Nederlandse politici naar Suriname gaan om op podia te stunten?
• Welke leugens en beloften verschillen en welke zijn hetzelfde?

De creatieveling kan deze lijst verder uitwerken. Als we niet oppassen is de kans groot dat Nederlandse politici zelfs Sranan Tongo gaan spreken op podia en Surinaamse politic Draai-Tongo. Kortom verkiezingsles in volle gang, op alle vlakken!

De kans voor de handelaar
De oplettende handelaar ziet ook mooie kansen om geld te verdienen. T-shirts, petjes , allemaal in het kader van de verziekingen met knipogen naar Nederland. Nog meer handel; ik ben van plan om twee TV’s, twee telefoons, twee radio’s, twee computers te kopen. Eén waarop ik de Surinaamse verkiezing kan volgen en één waarop ik de Nederlandse verkiezing kan volgen, allemaal tegelijk, real time! En dan heb ik het nog niet eens over de Jang-Dringie, want een mens die druk alles aan het volgen is moet ook eten. Kansen zat om tijdens de komende verkiezing je slag te slaan.

Twee mooie dingen
Het wordt een mooie tijd. Twee mooie verkiezingen, twee mooie volkeren, twee mooie landen. En misschien, met een beetje geluk, hebben we ook nog de uitslag op dezelfde dag. De verkiezingsuitslag voor Nederland is vaak al in de nacht bekend, dus in de nacht van 9 juni op 10 juni 2010. Immers in Nederland vindt het stemmen met de computer plaats, druk op de knop. In Suriname wordt er nog steeds met de pen, potlood en duim gestemd. Mei kan in Suriname een warme maand zijn dus dan ligt het tempo ook wat lager, airco’s stuk etc. Dus de kans is groot dat men ook wat langzamer gaat tellen. Als de Surinaamse stembureaus rond 25 mei dichtgaan en men begint dan met tellen, is het mogelijk dat men op 10 juni (wanneer we het in Nederland zeker weten) ook weet welke partij in Suriname de verkiezing heeft gewonnen. En dan stel ik voor, dat we samen een groot feest houden op hetzelfde tijdstip, in Suriname op het onafhankelijkheidsplein en in Nederland op de Dam in Amsterdam met grote TV schermen waarop we Oom Desi, Oom Vene, Balki en Bosje (tweemaal, Wouter en Jules) zien swingen op het nummer van Damaru en Jan Smit. Dan is er pas echt een tuintje in ons hart van Nederlanders en van Surinamers, en geen plaats voor Wilders! Zou dit kunnen, voor eens in ons leven? Zoals Ampi altijd zei, We Benne Benieuwd, want net wanneer we een beetje kunnen uitblazen begint de strijd opnieuw. WK 2010 op 11 juni 2010, Zuid-Afrika tegen Mexico!

drs Ashwin Ramcharan
Voor reactie: asramcharan@gmail.com
Bezoek ook de website: www.ashwinramcharan.com

 

Een ander fenomeen
Met het hierna volgende wordt er getracht een beschouwing in het kort te maken van staatsmachten: de wetgevende macht, de uitvoerende macht, en de rechterlijke macht. De wetgevende macht is het hoogste orgaan van de staat. En dat is De Nationale Assemblee, waarin de door het volk gekozen volksvertegenwoordigers zitting hebben. Zij dienen in dit hoge college alleen de wil van het volk tot uitdrukking te brengen. Het is dit orgaan dat verder een president en een vicepresident kiest. De uitvoerende macht berust bij de president. De wetgevende macht wordt door hem en De Nationale Assemblee gezamenlijk uitgeoefend. De president is bevoegd ministers te benoemen en of te ontslaan. Het staatshoofd kan in deze dan mede verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele tekortkomingen en of verkeerde handelingen gepleegd door leden van de Raad van Ministers. Wetsontwerpen en of andere voorstellen worden door het staatshoofd voor goedkeuring aangeboden bij De Nationale Assemblee. Dit hoge college heeft het recht voorafgaande aan de gewenste goedkeuring wijzigingen aan te brengen aan ingediende wetten. Het is de president die leiding geeft aan de voorbereiding van regeerprogramma’s. De wet regelt namelijk de wijze van de voorbereiding, opstelling en de uitvoering van de jaarlijkse begroting en natuurlijk daaraan verbonden tijd waarvoor die geldig is. De begroting wordt jaarlijks in een of meerdere voorstellen met betrekking tot het ontwikkelingsplan door de regering bij de assemblee aangeboden en wel telkens op uiterlijk de eerste werkdag van oktober. De desbetreffende begroting moet dan met ingang van 1 januari van het komende dienstjaar in werking treden. Thans blijkt uit de realiteit dat de assemblee als hoogste orgaan van de staat in deze heeft gefaald. De begroting voor het dienstjaar 2010 die reeds in 2009 moest zijn goedgekeurd is nu pas in behandeling genomen. Het is duidelijk dat dit orgaan tekort is geschoten in haar verantwoordelijkheid. Het is gebruikelijk dat wanneer er een staatshoofd deel moet nemen aan een staatsgebeuren hij of zij protocollair wordt bejegend. Ook wordt er binnen bepaalde kringen met betrekking tot de onderlinge omgang bepaalde normen of etiquette in acht genomen. De President had waarschijnlijk graag willen deelnemen aan de beraadslagingen van de assemblee over zijn ontwerpbegroting, of misschien wel ook alleen willen zitten luisteren naar het debat ten einde het van dichtbij goed te kunnen volgen. Maar volgens bekomen informaties trad hij zonder gebruik te maken van de traditionele protocollaire begeleiding De Nationale Assemblee binnen. En dat was natuurlijk incorrect in de ogen van de leden van het college. Dit fenomeen werd toen onmiddellijk aan de leiding kenbaar gemaakt. En het staatshoofd werd waarschijnlijk ook direct gevraagd terug te treden om dan wederom op een correcte wijze deel te nemen aan het desbetreffend debat. De president werd kennelijk vanwege het te lang wachten ongeduldig en hij maakte dan ook gebruik van een niet officiële ingang om binnen te treden. Maar het kan ook zijn dat de komst van de president niet tijdig genoeg bekend was bij de leiding van het college. Men moet natuurlijk ook beseffen dat De Nationale Assemblee het hoogste orgaan van de staat is. Er daar dient er adequaat rekening mee te worden gehouden. Binnen de samenleving zijn er personen die het voorval in de assemblee als moedwillig handelen kwalificeren. Dit heeft toch ongenoegen teweeg gebracht onder betrokkenen. Ofschoon deze aangelegenheid inmiddels is recht getrokken zal dit fenomeen ongetwijfeld worden vastgelegd in het verslag van de assembleevergadering. De vraag die toch wel gesteld moet worden is of het wel elegant was naar het staatshoofd toe door hem terug te sturen en hem wederom in het college toe te laten en wel op de traditionele wijze. Wie is in deze dan getroffen. Niet de leiding van De Nationale Assemblee. Het is wenselijk dat de bovengenoemde machten in hun functie voortaan correct te werk gaan opdat de samenleving daarin welbehagen vindt. Handhaaf de discipline overal waar je bent. In de DNA en natuurlijk ook in het verkeer. Verkeersdiscipline voor een veilig verkeer in ons geliefd Suriname, kan maken dat mensenlevens gespaard blijven.

Edward Marbach
 

Kaw dede, asi fatoe
Een vrije vertaling van deze uitdrukking is dat men vele pogingen gaat wagen om middels allerlei verklaringen het eigen falen goed te praten. De kiezers worden in de komende maanden opgezadeld met allerhande vreemde uitspraken. Bewust of onbewust gaat men dagelijks de krant pakken, meer om politiek nieuws te kunnen vernemen. Dat in de loop van de volgende maand[en] vooral politici terechte en soms ook onterechte opmerkingen zullen maken om in een goed blaadje te staan, is normaal. Denk maar aan de vele uitlatingen van verschillende figuren die in mei een goede plaats op de lijst willen innemen. De leiders zitten al hoog en droog voor wat betreft hun riante plaatsen. De rest moet nog bekeken worden. Vandaar dat de aspirant-kandidaten hemel en aarde bewegen om nog naam te maken. Het is voor hen, nu of nooit. We gaan veel ongenuanceerde uitspraken horen. Blakamans tegenover koelies, om ons tegen elkaar uit te spelen. Veelal met de bedoeling om hun eigen falen proberen te camoufleren. Zij willen niet eerlijk toegeven dat zij de aflopen zittingsperiode van vijf jaar vrijwel niets hebben gepresteerd of gerealiseerd naar de gemeenschap toe. Laten we deze komende dagen nog luisteren naar hun volgende bijdragen op de verschillende podia. Inderdaad is men bang dat een verandering de zaak kan verergeren. Dat zit er wel in. Waarom wordt er niet gesproken over de potentiële rijkdommen van het land die nog steeds in de bodem zitten en niet worden ontgonnen? Wat gaat er gebeuren met de bauxietvoorraden in het westen van het land, de verschillende goudvoorraden in het oosten en in het midden, onze olievoorraden, onze bossen en de onnoemelijke visvoorraden? Zo kan je doorgaan. Wat staat ons te wachten?

We houden ons steeds bezig met onderwerpen als het gronduitgiftebeleid, de armoede in het land, de woningnood en het onderwijs. Maar niemand heeft echt aandacht voor de noden van districtbewoners, die anno 2010 niet eens stromend water en elektriciteit hebben. Neem maar als voorbeeld de bewoners van Ellen en omgeving in het district Commewijne die langer dan 10 jaar de watervoorziening moeten ontberen. Hals over kop moeten nu sloten worden opgehaald en allerlei andere populistische maatregelen worden getroffen, enkel en alleen om stemmen te winnen. Men hangt de bevolking wederom het bekende worstje voor hun neus. Dit zal zeer sterk het beeld zijn van de komende maanden van politiek Suriname. Onze politiekvoering is gewoon uniek. Het is toch bekend dat veelpraters soms niet eens stemrecht hebben omdat zij een vreemd paspoort in hun koffer hebben bewaard. Ze zijn daarom niet te vinden op de algemene kiezerslijsten die momenteel overal ter inzage liggen. Gaat u maar eens voor de lol op zoek naar enkele bekende namen uit uw kennissenkring. Deze lui hebben het goed, ze hebben reeds een stevige rug en zij rekenen alleen maar op hun politieke vrienden die zij met hun geld sponsoren.
En toch kijken wij met ons allen vol spanning uit naar de grote dag van 25 mei 2010. De dag waarop wij met ons allen zelf zullen bepalen wie de leiding zal hebben, want op dit moment durft niemand de naam te noemen. Eigenlijk mag dit geen geheim zijn voor de kiezers. Het mag niet zo geheimzinnig toegaan. Vandaar ook dat men steeds gaat gissen. Een vraag die de kiezers ook bezighoudt, is of men nu niet moet gaan werken met een regeling die verbiedt dat het ambt van president niet meer dan drie termijnen mag duren voor eenzelfde partij. Maar geen enkele partij durft zulks te doen. Iedereen is bang om de kat de bel aan te binden. We speculeren en speculeren en speculeren al maar door. Als de kiezers Bouterse, ondanks zijn gebreken en zijn reputatie, toch als president willen van dit land, dan is dat de keuze van het volk. Het volk heeft het dan verdiend. Punt uit.
Er wordt steeds maar om de hete brei heen gedraaid en men zit steeds te draaien en smoesjes te bedenken en andere hindernissen op te werpen. Inderdaad, tijden veranderen en zo ook visies en meningen van mensen. In feite blijven in de politiek alle beloften conform de afspraken, maar politieke macht werkt nu eenmaal net als ‘djandu’ [ heroïne, cocaïne]. Hoe langer men dat spul gebruikt, des te meer wil men er niet van af komen; vandaar die slimmigheden, ook in de politiek

Kadi kartokromo
 

Een voorlopige prognose voor 25 mei 2010?
Over 90 dagen gaan de kiezers weer naar de stembus. Wij willen de kiezers zoveel mogelijk achtergrondinformatie geven, waardoor zij de uitslagen van de afgelopen verkiezingen weer voor de geest kunnen halen. Velen houden ervan, vooral aan de borreltafel, om in de ruimte, analyses te maken en allerlei onzinnige verhalen te vertellen die kant noch wal raken. De politieke kaarten beginnen nu vaste vormen te krijgen. Er zijn hier en daar wat besprekingen gaande, maar zoals de stand van zaken nu liggen, kunnen wij een voorlopig plaatje presenteren. Het Megablok (bestaande uit de NDP, VVV, KTPI en PALU) zal voorlopig geen uitbreiding ondergaan. Het Nieuw Front (VHP, NPS, SPA en waarschijnlijk ook DA-91 en UPS) zal straks ook een groot blok vormen. Wij moeten wel voorzichtig zijn met onze analyses. De onderhandelingen die de VHP en UPS voeren, beginnen nu vaste vormen te krijgen in positieve zin. De politieke hebzucht van oude en niet sprekende parlementariërs van de VHP vormen nog een struikelblok. Men vergeet vaak het grote nationaal doel; men vergeet vaak dat er een tijd van komen, maar ook een tijd van gaan is; men vergeet vaak dat jonge kiezers een ander gedrag hebben en zij willen mensen in de politieke arena hebben die rap van tong zijn en geen ‘slappe verhalen’ vertellen. Zij willen mannen als Ch.Santokhi, G.Kandhai, S.Girjasingh en dokter C. Oemar zien. Wil het Nieuw Front (vooral de VHP) sterker uit de bus komen zal zij grote offers moeten brengen en de gevestigde orde tot andere gedachten brengen en hen op andere plaatsen accommoderen. Maak de heer Ch.Santokhi tot lijstduwer in Wanica en als politiek analist kan ik nu al verzekeren dat andere politieke partijen in grote problemen gaan komen. “Die jongen durft”, zou men zeggen. De oppositie heeft er baat bij dat Ch.Tilakdhari en anderen weer op de lijst pronken, waardoor zij zich minder hoeven in te spannen om een groter rendement te halen. De Volkscombinatie (Pertjajah Luhur, D-21, Pendawalima, PVF en Trefpunt) zal waarschijnlijk in deze constellatie de verkiezingen ingaan. De heer S.Jairam heeft het een en ander nog niet bevestigd. De AC (BEP, SEEKA en ABOP) heeft al kenbaar gemaakt dat zij alleen de verkiezingen zal ingaan. Wat nog overblijft, zijn de BVD en DOE.
Het Nieuw Front (maar vooral de VHP) heeft nog mogelijkheid om het Middenblok (vooral de UPS en de sterke dr.R.Nannan Panday ) naar zich toe te trekken. Het zal een grote winst voor de VHP zijn in Nickerie, Commewijne, Paramaribo en Wanica. De potentiële kandidaat in Commewijne is de heer Shailendra Girjasingh. De NPS heeft minder mogelijkheid om nieuwe partners naar zich toe te trekken. In combinatieverband de verkiezingen ingaan, hebben alle partijen wederzijdse voordelen.
Het is prematuur om nu al resultaten te presenteren, maar aan de hand van de afgelopen verkiezingen kunnen wij een voorzichtige prognose maken. Wij gaan van de eventuele nieuwe situatie uit waarbij Volkscombinatie zelfstandig de verkiezingen ingaat en de UPS en de sterke drs.R.Nannan Panday bij de VHP aansluiten. Het binnenland (de districten Marowijne, Sipaliwini en Brokopondo) zal ik voorlopig buiten beschouwing laten, daar ik nog weinig informaties heb over de sterkte van politieke partijen die daar heel actief zijn.
Deze voorlopige analyse is niet bedoeld om politieke partijen onaangenaam te zijn. Een analyse moet zo dicht mogelijk bij de realiteit aansluiten. De analist moet niet uitgemaakt worden voor een ‘politieke opportunist’ of een ‘politieke huurling’ die van de media misbruik wil maken. Ondanks mijn eigen politieke kleur, zal ik nimmer proberen de realiteit te verdoezelen. Deze prognose zal door mij continu bijgesteld worden, want kiezers hebben vaker een ‘onberekenbaar’ politiek gedrag. Betrouwbare en sprekende kandidaten in een klein district, kunnen voor veel verrassingen zorgen. In 1969 had de toenmalige PNP kans gezien om 8 zetels te behalen en had de NPS in grote problemen gebracht. In 1991 had DA-91, binnen enkele maanden, kans gezien om negen zetels te behalen.

Een voorlopige prognose in de 7 kustdistricten kan het volgende politiek resultaat opleveren op 25 mei 2010:

Pol.Partij

Par’bo

Wan.

Nick.

Cor.

Comm

Sar’ca

Para

Totaal

NPS (SPA/DA’91)

4

0

0

0

0

0

1

5

VHP (UPS+)

2

3

2

0

2

1

0

10

VC(PL+)

1

1

1

0

1

1

0

5

AC(BEP+)

2

0

0

0

0

0

0

2

MC(NDP+)

7

3

2

2

1

1

2

18

DOE

1

0

0

0

0

0

0

1

BVD

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

17

7

5

2

4

3

3

41

Een ieder gaat vreemd opkijken waarom ik de VHP zo hoog gewaardeerd heb. Met het eventuele vertrek van de Pertjajah Luhur uit het Nieuw Front is de kans voor de VHP groter geworden in Nickerie om de lijstduwer via voorkeursstemmen binnen te halen. In 2005 had het Nieuw Front 6.320 stemmen behaald en de lijstduwer, drs.N.Badloe, moest de helft plus één stem ( 6320: 2 +1= 3.161 stemmen) halen om gekozen te worden. Met de aansluiting van UPS en drs.Nannan Panday bij de VHP (NF) wordt de lijstduwer zeker gekozen, waardoor de NPS-kandidaat die op nr. 2 staat, uit de boot valt. Het Nieuw Front blijft op twee zetels, maar de VHP/UPS wordt er beter van in Nickerie.
In het district Commewijne wordt de situatie zeer interessant als de UPS en de sterke drs.Nannan Panday bij het Nieuw Front aansluiten. De uitslag van de verkiezingen in 2005 haal ik weer voor de geest in het district Commewijne.

NF

Stemmen

NDP

Stemmen

VVV

Stemmen

UPS/DOE

Stemmen

Tamsiran

299

Rosan

475

Asmoredjo

394

Girjasingh

1640

Tilakdhari

1643

Marodikromo

324

Jagdew

460

Breinburg

55

Pollack

2116

Kodan

52

Soedardjo

1077

Poeran

27

Sakimin

2816

Landus

255

Amatsoerdi

1631

Warno

52

Totaal

6.874

Totaal

1.106

Totaal

3.562

Totaal

1.814

Indien de Pertjajah Luhur uit het Nieuw Front stapt, gaat de PL met 299 + 2816 = 3115 stemmen weg. Voor het NF blijft dus over 6874-3115=3.769. Als alles ongewijzigd zou blijven, zou de zetelverdeling in Commewijne als volgt zijn: NF 1 zetel (3.769 stemmen); PL 1 zetel (3.115 stemmen) en Megablok 2 zetels (3.563+1.106= 4669 stemmen). Indien de UPS aansluit bij het NF (VHP), wordt de nieuwe situatie voor het Nieuw Front 3.769 + 1.814= 5.583 stemmen. Als het Nieuw Front (vooral de VHP) haar verstand goed gebruikt, kan de VHP met ondersteuning van de UPS/Nannan Panday twee zetels in Commewijne behalen. De Volkscombinatie en het Megablok gaan elk met één zetel genoegen moeten nemen.

Hardeo Ramadhin

Oproep aan VHP’ers en VHP-sympathisanten
De NPS en de VHP hebben in het verleden niet altijd even goede relaties onderhouden. Dit was in het bijzonder het geval in de fase toen de VHP een partij was, die bijna slechts opkwam voor de belangen van mensen die op de voorzitter leken, zoals de volledige naam destijds, de Verenigde Hindostaanse Partij aangaf. De relaties werden, zoals het zo vaak gebeurt pas heel goed, toen zich in 1980 een gezamenlijke vijand aandiende, in de vorm van de initiators en dieners van de revolutie. De weigering van Jagernath Lachmon tijdens die revolutie, om zonder Henck Arron het herdemocratiseringsproces gestalte te helpen geven met daarbij duidelijke directe voordelen voor de VHP, was een duidelijk symbool van deze op gang gekomen samenwerking door het vergrote onderling vertrouwen. In het Front voor Democratie en Ontwikkeling behaalden VHP en NPS met anderen een grote overwinning in 1987, en vormden een sterk tegenwicht voor ondemocratische, semi-democratische en pseudo-democratische krachten van die tijd. De NPS had daarna enkele interne strubbelingen, maar die werden grotendeels in betrekkelijke harmonie opgelost. Strubbelingen in de VHP kwamen er later ook, maar die zijn tot heden niet echt opgelost. Intussen werd en wordt wel de kracht van de VHP steeds meer aangetast door interne organisaties, waarvan een deel gerekend mag worden tot de waarachtige democratische organisaties, een ander deel tot de pseudo-democratische organisaties, een deel tot de oude groep van belangen behartigingsorganisaties, en tenslotte door ambitieuze jongeren van alle groepen. Deze groepen dienen echter daarbij op termijn de belangen van de VHP niet. Als buitenstaander in de VHP, maar vaste NPS –Fronter, wil ik daarom hierbij op de groepen binnen en rondom de VHP een beroep doen, om de gelederen te sluiten, omdat verzwakking van de VHP betekent verzwakking van het meest democratisch of minst ondemocratisch gestoelde segment van het Nieuw Front, bestaande uit de politiek zeer ervaren partijen, de VHP en de NPS. Ik doe daarom een beroep op allen uit die groepen, om geen doorlopende interne confrontatie op te zoeken, maar om via dialoog de plaats en rang binnen de VHP te vinden. Het zou in dit verband raar moeten lopen, als na een eventuele overwinning van het mogelijk gewijzigde Front niet de VHP het presidentschap toegewezen krijgt. De VHP onder de nu werkelijk tot nationaal leider geëvolueerde Ram Sardjoe, heeft in de afgelopen periode vaak veren moeten laten en ook gelaten, om het nationale belang te dienen, en komt daarom als geen andere na drie maal NPS in aanmerking voor de organisatie van de procedure tot bezetting van die post. De VHP’ers zullen daarbij wel de handen ineen moeten slaan, om de post binnen te halen, waardoor de dan zittende door de VHP aangewezen president automatisch ruimer geïnformeerd en georiënteerd zal zijn over de problemen binnen de totale groep VHP’ers , zonder daarbij de belangen van de overige partners en overige Surinamers tekort te doen. Laat de buit eerst collectief binnenhalen. Een intelligente zakenman, maar ook een ervaren rover, doet bij voorkeur geen zaken met iemand, die met een cheque een bank ingaat, maar altijd met iemand die na de verzilvering van de cheque de bank uitkomt, gepakt, gezakt en voorzien van het nodige. Haal in gesloten slagorde het presidentschap binnen door een goed verkiezingsresultaat, en leg daarna de resterende problemen in het nationale kader aan die president voor. Hij mag en zal u als VHP’ers niet voortrekken, maar hij zal wel sneller inzicht hebben in de aard en de oplossing van uw specifieke problemen, zoals die bij handelsvergunningen en verblijfsvergunningen aan niet-ingezetenen, de handels- en importpolitiek en de landbouw. De huidige VHP-leider wekt in dit verband nu reeds groot vertrouwen op bij veel anderen voor het uitvoeren van een niet specifiek VHP gericht beleid in de directe toekomst. In dit verband wil ik ook op de huidige VHP-leiding het beroep doen, om in de geest van Jagernath Lachmon minimaal de interne dissidente groep als geheel aan te horen, omdat er naast onverbeterlijke en onverbeterbare zakelijke belangenbehartigers vooral bij degenen van middelbare leeftijd en ouderen, ook integraal en nationaal denkende jongeren er bij zijn, die op termijn veel voor dit land zouden kunnen betekenen. Op de jongeren en dissidenten doe ik het beroep om ook te luisteren , omdat de acties tot het intern VHP-stoelpoten wegzagen, zorgen voor de aanlevering van weliswaar verkorte, maar nog alleszins bruikbare stoelpoten voor vijanden van de democratie. Sluit daarom de gelederen, want de huidige oppositie heeft het Nieuw Front reeds in 2008 aangeduid als “het kwaad van Suriname”, omdat er in de laatste jaren in haar ogen zeer weinig is gerealiseerd. Op grond van deze kwalificatie zullen de komende verkiezingen dus niet meer gaan tussen goed en kwaad, maar tussen kwaad en erger. Sluit daarom intern de gelederen, als het moet mede onder de leiding of met advies van interne VHP nationaal denkende wereldse en religieuze tijdgenoten van Jagernath Lachmon, in een “Raad der Wijzen” van ouderen, die geen politieke toekomstagenda meer op na houden, maar die de belangen van de natie en daardoor ook die van de VHP op termijn voorop stellen. Voorkom daarmee dat het ergere verder verergert. Bij de komende verkiezingsstrijd tussen “kwaad” en “erger” kies ik wel bij deze nu al bij voorbaat voor “het kwaad”.
Moge deze keuze mij in deze fase van de verkiezingsstrijd vergeven worden.

DRS. EDDY MONSELS


Het district Nickerie in de politieke branding (slot)
Over 94 dagen gaan de Surinaamse kiezers weer naar de stembus. Het Nieuw Front gaat moeilijke tijden doormaken. Zoals de kaarten nu liggen, gaat het Nieuw Front alleen de verkiezingen in, zonder de Pertjajah Luhur. De komende dagen kunnen wij een exacte uitspraak doen. De voorzitter van de Pertjajah Luhur heeft bij verschillende gelegenheden laten doorschemeren dat zij op DNA-niveau alleen de verkiezingen wil ingaan, maar op RR-niveau met het Nieuw Front wil doorgaan. Het huidige kiesstelsel dwingt politieke partijen om in groter verband de verkiezingen in te gaan. Er is veel kritiek van de zijde van de NPS op de Pertjajah Luhur. De NPS’ers C.Ferreira, Lelie, Arnold Kruisland willen de Pertjajah Luhur buiten het Nieuw Front houden. De VHP heeft nog steeds een goede band met de Pertjajah Luhur en ziet graag dat de PL in de combinatie blijft. Laten wij niet om de hete brei heen draaien. Het is meer dan redelijk en billijk dat de Pertjajah Luhur in Wanica beter geaccommodeerd wordt. De NPS is veel minder waard dan de Pertjajah Luhur in Wanica en toch blijft de NPS de derde plaats behouden. De Pertjajah Luhur wil ook een plaats in Coronie, maar krijgt de ruimte niet om een kandidaat te plaatsen. In 1996 had de toenmalige Pendawalima, welke geleid werd door de heer S.Somohardjo, 283 stemmen behaald in Coronie. De VHP heeft de afgelopen jaren veel water bij haar wijn gedaan. In 1996 was de NPS goed voor een derde plaats in Nickerie. Nu heeft de NPS een riante tweede plaats op de lijst. Zonder veel inspanning wordt de NPS’er in Nickerie gekozen. Tussen 2000 en 2005 is de NPS gaan groeien, terwijl de andere Frontpartners achteruitgegaan zijn.
De sterkte van het Nieuw Front in Nickerie (1996, 2000 en 2005)
  

Het Nieuw Front had in 2000 kans gezien vier zetels te behalen doordat andere politiek partijen verspreid de verkiezingen waren ingegaan. In 2005 is het Nieuw Front teruggevallen naar 2 zetels. Ook de VHP kandidaten hebben heel slecht gescoord. Naar mijn bescheiden mening waren er geen trekkers in Nickerie. De pedagoog N. Badloe is niet bij voorkeursstemmen gekozen met als gevolg dat Matai en Ferreira binnen kwamen. Had de lijstduwer N.Badloe 3.161 stemmen ((6320 :2)+1= 3161) behaald, dan was hij als eerste in het parlement beland en als tweede zou de heer K.Matai gekozen worden. Politiek bedrijven is niet in de ruimte praten, maar eist een gedegen analyse om goede resultaten te boeken. Indien de Pertjajah Luhur toch beslist (wij hopen dat niet, vanwege ons kiesstelsel) alleen de verkiezingen in te gaan, is de kans voor de VHP groter om twee zetels makkelijk binnen te halen. Indien het Nieuw Front 5.000 stemmen behaalt in Nickerie, dan krijgt het NF twee zetels. De lijstduwer moet er voor zorgen dat hij of zij de helft van de 5.000 stemmen plus nog één stem behaalt, dan is die kandidaat bij voorkeur gekozen. Heel eenvoudig gezegd ((5000: 2) +1=2.501). Een derde zetel zie ik voorlopig voor het Nieuw Front niet zitten.
Nieuw Front in groter verband de verkiezingen ingaan Het Nieuw Front moet nagaan hoe zij in groter verband de verkiezingen kan ingaan, omdat de Pertjajah Luhur waarschijnlijk uit de combinatie stapt. Het vertrek van de Pertjajah Luhur zal een grote aderlating zijn voor de andere Frontpartners (VHP en NPS). De NPS heeft minder mogelijkheden om partners buiten het Nieuw Front te zoeken voor een eventuele aansluiting. De VHP heeft meer mogelijkheden om met andere partijen samen te werken die, eerder bij de VHP waren. Laten wij eerlijk voor de dag komen. De UPS, de PVF, de BVD, de Naya Kadam en Nieuw Suriname bestaan voor het grootste deel uit ex VHP’ers. Wij willen in onze analyses altijd beschaafd blijven. Wij willen niet graag zeggen dat zij overwegend uit Hindostanen bestaat. Wij zijn Roomsers dan de Paus en willen alles zo netjes en beschaafd mogelijk zeggen. Men is bang voor kritiek. Men is bang dat men een stigma krijgt van etnische politiekvoering. Alles moet in een mooi cadeaupapiertje gezet worden. Men wil niet uitgemaakt worden voor etnisch denkende Surinamers. Een groot deel van de NPS achterban zit nu bij de NDP, de VVV en de A-Combinatie. Kijk maar naar de cijfers van de districten Coronie, Para, Brokopondo en Marowijne. Deze analyses zijn al gemaakt en wij gaan geen cijfers meer naar boven halen.
De VHP moet het voortouw nemen
Als politiek analist wil ik de VHP adviseren om met de UPS (Middenblok), PVF, BVD en met de heer drs.R.Nannan Panday rond de tafel te gaan zitten. Het is vijf voor twaalf. Arrogantie en grootdoenerij moeten wij nu achterwege laten. Het nationaal belang moeten wij op de voorgrond plaatsen. Niemand is groot of klein in de politiek. De toegevoegde waarde van alle politieke partijen (‘newcomers’) moet voor een groter politiek rendement zorgen. Zo gaat het in de grote wereld en Suriname is geen uitzondering. De Palu is door de NDP binnengehaald om verzekerd te zijn van de tweede zetel in Coronie. Alle andere verhalen verwijs ik naar het rijk der fabelen. De ‘oude garde, met veel ervaring en loyaliteit’ moet tot inkeer gebracht worden. Ervaring en loyaliteit zijn prima in de politiek, maar de partij die niet meer groeit en zelfs achteruitgaat, moet een andere strategie ontwikkelen. Ervaren politici weten precies hoe de kiezers over deze partijloyalisten denkt. De VHP heeft voldoende potentie om uit te groeien naar 11 zetels, maar de partij moet ook groot zijn om een stukje van haar soevereiniteit prijs te geven.
Hardeo Ramadhin

Keteldijk jammert om militaire bezetting deel Suriname door Guyana
De minister van Buitenlandse Zaken, drs. Lygia Kraag – Keteldijk, heeft naar aanleiding van vragen, gesteld tijdens de begrotingsbehandeling inzake de westelijke grens, de volgende statement afgelegd in De Nationale Assemblee.

“Met betrekking tot het gebied tussen de Boven-Corantijn en de Coeroeni-Kutari roep ik bij uw geacht College in herinnering dat dit gebied op grond van het verdrag van 1799 waarbij werd vastgesteld dat de grens tussen Suriname en Guyana wordt gevormd door de westelijke oever van de Corantijn, waarmee niet anders is bedoeld dan dat de Corantijnrivier van oorsprong tot monding, tot het grondgebied van Suriname behoort. De definitie van het grondgebied van Suriname bij de soevereiniteitsoverdracht door Nederland is hiermee in overeenstemming.”

“Guyana betwist de soevereiniteit van Suriname over het gebied. De oorsprong van deze betwisting is een feitelijk en juridisch ongegronde en onjuiste interpretatie van gebeurtenissen uit de koloniale tijd. Vanaf 1966 tijdens de zogenaamde Marlborough House Talks in Londen, zijn Suriname en Guyana overeengekomen om de grensgeschillen tussen hen, waaronder het geschil omtrent de soevereiniteit over voormelde driehoek, gezamenlijk op vreedzame wijze in overleg met elkaar op te lossen. Deze intentie is in de overeenkomst van Chaguaramas van 1970/1971, waarbij gezamenlijk tot demilitarisatie van het gebied door beide landen werd besloten, herhaald en hetzelfde is geschied bij de instelling van de Grenscommissies van beide landen in 2002.”

“Deze tussen Suriname en Guyana afgesproken gedragslijn is in overeenstemming met het beginsel van vreedzame oplossing van geschillen, dat is vastgelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties en wordt onderschreven door de Organisatie van Amerikaanse Staten van Caricom. Suriname blijft daarom insisteren dat de militaire bezetting van het gebied in 1969 door Guyana een inbreuk is op de soevereiniteit van Suriname, in strijd is met het internationaal recht en zich niet verstaat met de tussen Suriname en Guyana gemaakte afspraken.”

Kritische noot: Een kritische Surinamer merkt op dat de theoretische uitleg van minister Kraag-Keteldijk van nul en generlei waarde is, zolang Suriname geen voet aan de grond kan zetten op een gebied dat zogenaamd van hem is. Suriname mag dan mooi weer spelen met theorie die buiten Suriname niemand verstaat en van op de hoogte is, feit is dat Suriname in een deel van zijn eigen huis helemaal niks te zeggen heeft. De buurman Guyana is daar heer en meester. Voorts is het de kritische burger bekend dat analyses van internationale recht-juristen, op basis van theoretische uitgangspunten, uitwijzen dat Suriname bij een rechtsgeschil weinig kans heeft op succes in het Tigrie-gebied. Onder andere komt dit doordat Suriname al decennialang het gebied heeft verwaarloosd en geen effectieve controle heeft c.q. wenst op dit grondgebied. Minister Keteldijk zou als minister belast met buitenlands beleid er beter aan doen haar verhaal aan Guyana en de rest van de wereld te gaan vertellen en ervoor te zorgen dat Suriname bezit kan nemen van het gebied dat zogenaamd van hem is. Het ultieme blijk daarvan zou zijn een Surinaamse militaire post en aanwezigheid van autoriteiten in het gebied.

Veranderende machtsverhoudingen in de Latijns Amerikaanse- en Caraibische (LAC) regio ( deel 3 / slot)
Inleiding
Van oudsher behoorden Noord- en Zuid-Amerika tot de invloedssfeer van de Verenigde Staten van Amerika (Monroe-doctrine) en gedurende een lange periode heeft laatstgenoemd land veel invloed uitgeoefend op economisch, politiek en ook op militair gebied. Hierin is gaandeweg verandering gekomen. Vooral tijdens de regering van President Bush Jr. werd het beleid verlegd naar de ‘war on terror’. In de regio zijn in de achter ons liggende decennia nieuwe politieke leiders aan de macht gekomen, die meer zelfverzekerd zijn en een meer onafhankelijke koers nijgen te volgen. De traditionele machtsverhoudingen blijken dan ook onderhevig te zijn aan veranderingen, waarbij ook nieuwe invloeden - zoals de opkomst van Brazilië en de toegenomen activiteiten van China - een rol spelen.
De invloed van China in de regio
Door actieve diplomatie en beschikbaarstelling van soft power, heeft China snel een belangrijke plaats in het sociaal-economisch leven van vele landen in de regio ingenomen. Bij het ontwikkelen van een strategie werd ervan uitgegaan ‘that China’s policy priorities in the Western Hemisphere are comparable with a universal pattern of economic globalisation and that other traditional concerns, especially the geopolitical dimension, have become less relevant(11)’.
Door de snelle groei bestaat er grote behoefte aan grondstoffen, waarover de LAC landen in ruime mate beschikken. Omgekeerd is de regio met een markt van 500 miljoen mensen en een economie van ruim $ 3 triljoen, een goede afzetmarkt van industriële producten. In de loop der jaren werden de diplomatieke betrekkingen dan ook uitgebreid of verstevigd en vonden grote kapitaal investeringen plaats in :
- Peru: investering van US$ 2.2 miljard door Chinalco (mijnbouw)
- Brazilië: lening aan Petrobras van US$ 10 miljard
- Argentinië: currency swap ter waarde van US$ 10 miljard aanbod van US$ 17 miljard ter verkrijging van belang in YPF (olie) door China National
Petroleum Corp.
- Jamaica, Ecuador, Venezuela, Costa Rica ( Investeringen in verschillende bedrijven )
De bilaterale handel tussen Brazilië en China bedroeg in 2007 $ 11 miljard. Eerstgenoemd land verkoopt onder meer soya, ijzer, staal, petroleum, voedsel en houtproducten. China verkoopt omgekeerd Braziliaanse auto’s, motorfietsen, huishoudelijke apparaten, textiel, schoenen en elektronische producten.
Slot
Over het algemeen kan worden gesteld dat de meeste landen in de Latijns-Amerikaanse en Caraibische regio in de laatste decennia een redelijke groei en welvaart hebben doorgemaakt. Brazilië heeft op basis van de factoren die wij reeds hebben genoemd, de beste kansen om zowel regionaal- als mondiaal een leidende rol te gaan spelen. Met de Verenigde Staten wordt – zij het soms voorzichtig – op verschillende gebieden samengewerkt en verwacht wordt dat op een aantal gebieden de betrekkingen zullen worden verdiept. De Verenigde Staten blijft één van de grote afzetmarkten en investeerder in de regio. Het grootste deel van de 500 Fortune Magazine bedrijven is actief in de regio. ‘If it becomes deeper, this multifacetted cooperation will be the most important geopolitical change in the history of the hemisphere since the end of the cold war’(12).
De activiteiten van China in de regio dienen – naast zakelijke belangen – ook te worden gezien als een versterking van de Zuid-Zuid relatie. Op lange termijn zou dit – vanwege de toenemende invloed van China, maar ook van andere opkomende grote economieën zoals India, Rusland en Zuid-Afrika – kunnen uitmonden in een nieuwe regionale koers. ‘Latin American countries are motivated by the search for export markets, Chinese investment capital to fuel development and the desire to offset the traditional political, economic and institutional dominance of the United States of America (13).
Kortom, gesteld kan worden dat door de veranderende aard van de hedendaagse internationale betrekkingen een spreiding van macht is ontstaan, die ook duidelijk merkbaar is in de Latijns-Amerikaanse en Caraibische regio.
In de context van deze ontwikkelingen, veranderingen en aanpassingen is het van groot belang dat vooral kleine landen alles in het werk stellen (tijdige en goede voorbereiding) om collectief (sub-regionaal G-77) gemeenschappelijke standpunten in te nemen en deze vorm te geven, teneinde hun aspiraties in vervulling te doen gaan.
Noten:
11. Xing Lanxin – China’s Expansion into the Western Hemisphere ; Brookins Institution Press
12. Corales, Javier – Markets, States and Neighbours; Americas Quarterly – Spring 2009
13. Evan Ellis, R. - China in Latin America; Lynne Riener Publ. 2009

Kriesnadath Nandoe

De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly
Wispelturigheid! De voorzitter van Pertjajah Luhur heeft zichzelf met zijn vele Indiaanse verhalen zo zoetjes aan in een positie gemanoeuvreerd die verre van betrouwbaar overkomt. Zo wordt de mededeling dat hij telkens weer om de oren geslagen wordt met bruikbare adviezen, evenwel sterk in twijfel getrokken. Sinds enkele dagen moet de samenleving ook weer geloven dat PL-Nederland met betrekking tot de samenwerking in Nieuw Front-verband een standpunt heeft ingenomen, hetwelk door de voorzitter in serieuze overweging is genomen. Slechts een nieuw verhaal met het enige opvallend verschil dat het deze keer vanuit overzee is overgewaaid. Dat wordt ons althans voorgehouden. Want de strategie van bluf en intimidatie is door dit nog ernstig in overweging te nemen standpunt in feite niet gewijzigd.
De zo goed als versleten en afgedankte mededelingen dat de structuren van de partij zich gaan buigen over deze nieuwe ontwikkeling, moet ook nog volgen om het verhaal compleet te maken.
Het is de PL-voorzitter blijkbaar onbekend dat in elke samenwerkingsverband aanhoudend wispelturig gedrag tot verdenkingen kan leiden. Deze verdenkingen brengen op lange termijn irritaties met zich mee, die op hun beurt ook nog twijfels tot gevolg hebben en die tenslotte uitmonden in gebrek aan vertrouwen.
Hoogst waarschijnlijk hebben partners binnen de Nieuw Front-combinatie alsook andere politieke partijen de wispelturige gedragingen van de PL-voorzitter aan een analyse onderworpen en zijn ze tot de conclusie gekomen dat die in het nadeel vallen van de PL. Uit een reactie van de Megacombinatie (lees: NDP) wordt dat tenminste verondersteld.
Het van recente datum overzeese verhaal, aangevuld met de eerdere vele Indiaanse, zullen de onderhandelingspositie van de PL-voorzitter – als dat de strategie is tenminste – in geen enkel opzicht en in welke combinatie dan ook versterken.
De mogelijkheid dat de PL als partij tussen wal en schip komt te vallen, is hierdoor naar alle waarschijnlijkheid levensgroot. Het is immers niet verwachtbaar dat bij een eventueel samengaan met het Middenblok, de PL een positie als die van de NDP bij de Megacombinatie zal kunnen innemen. Zij zal in het uiterste geval genoegen moeten nemen met de positie die haar wordt toebedeeld, de Nederlandse afdeling ten spijt.
Het ontbreken van bruikbaar kader in de gelederen van Pertjajah Luhur – een steeds bewezen feit – is bovendien tenminste één van de overwegingen die zouden kunnen gelden bij het bepalen van het opeisen van belangrijke posities tijdens de onderhandelingen nog vóór de uitslag van de verkiezingen. Het koppig blijven aanhouden dat de partij inmiddels danig gegroeid is, is een kwestie die pas na de uitslag van de verkiezingen hard kan worden gemaakt, uiteraard aan de hand van officiële cijfers.
Het is de voorzitter van PL ongetwijfeld bekend dat de samenleving intussen kotsmisselijk geworden is van zijn gedragingen binnen en buiten het parlement. Dat de openbare mening voor een groot deel mede bepalend kan zijn bij gelegenheden zoals de algemene verkiezingen zal de voorzitter niet onbekend zijn. Wil hij dus een redelijke kans van slagen hebben in zijn pogingen om tenminste de huidige positie in het politieke spectrum te behouden, dan zal hij zijn attitude drastisch in positieve zin moeten veranderen. Volharden in het tot nog toe gehanteerde systeem van intimidatie en bluf met allerlei onruststokende verhalen zal hem enkel windeieren leggen.
In de hoop dat een gewaarschuwd mens voor twee telt, verwachten wij inderdaad verbetering in het gedrag van de voorzitter van PL.

Vertrouwen en onzin over democratie & economische ontwikkeling
Democratie heeft op korte termijn geen effect op het onderlinge vertrouwen, noch op het politieke systeem, maar op heel lange termijn wel een positief effect. Empirisch onderzoek heeft ook aangetoond dat economische ontwikkeling insignificant (niet van betekenis) is voor het onderlinge vertrouwen wanneer corruptie en onrechtvaardigheid in inkomensverdeling heersen. Omgekeerd blijkt onderling vertrouwen wel een positief effect te hebben op de economische ontwikkeling. Het is opmerkelijk dat corruptie niet alleen het vertrouwen in de politiek, maar ook onderling doet afnemen. Onderling vertrouwen blijkt het meest beïnvloed te worden door de beleving van corruptie en onrechtvaardigheid in inkomensverdeling, vergeleken met etnische gelijksoortigheid en sociale netwerken. Dus hoe meer corruptie en onrechtvaardigheid in inkomensverdeling, die beide in Suriname heersen, hoe minder het onderlinge vertrouwen.

Onrechtvaardigheid in inkomensverdeling en corruptie
Fiso 1 heeft de onrechtvaardigheid in inkomensverdeling binnen de overheid, alsook ten opzichte van het bedrijfsleven, verder vergroot (los van productiviteitstoets). Naast de alom bekende vormen van corruptie (inclusief klassenjustitie), heeft Transparancy International recentelijk benadrukt dat vanaf het doen van beloftes aan tot en met het transport van kiezers belangrijke bronnen van corruptie zijn, hetgeen in Suriname traditie is. Het wettelijk toestaan dat strafrechtelijk veroordeelden tot lid van De Nationale Assemblee, die grondwettelijk de hoogste wil van het volk vertegenwoordigt, gekozen mogen worden, loopt de spuigaten uit.

Gezeur en onzin
Het gezeur en de onzin van politici en intellectuelen over herstel van vertrouwen in verband met de democratie en economische ontwikkeling, hoe belangrijk die ook moge zijn, moet ophouden. Deze dingen vullen trouwens geen hongerige magen van de meerderheid van ons volk. De grootschalige beleving van corruptie en de onrechtvaardigheid in inkomensverdeling, zullen het onderlinge vertrouwen verder doen afbrokkelen, als er meteen geen drastische maatregelen hiertegen worden getroffen. Het niveau van vertrouwen is namelijk van essentieel belang voor onder meer een hechte samenwerking, arbeidsbevrediging en prestatieverhoging.

Roy Bhikharie

8 Decemberstrafproces boet verder in aan geloofwaardigheid
Bij de voortzetting van het 8 decemberstrafproces op 15 februari j.l. heeft de president van de Krijgsraad wederom een procedure gevolgd die totaal niet in overeenstemming lijkt te zijn met de geldende wetten. In dit geval betrof het de wijze van voortzetting van het proces tegen de hoofdverdachte, dat in januari formeel was opgeschort om een geheime getuige a charge door de rechter-commissaris te doen horen.
Het 8 decemberproces was in januari van dit jaar opgeschort omdat er sprake was van een geheime getuige van het Openbaar Ministerie, die door de rechter-commissaris (rc) nog gehoord zou moeten worden. De getuige is kennelijk niet voor het verhoor verschenen en de Krijgsraad heeft besloten het opgeschorte proces – tegen de geldende wettelijke voorschriften in - dan maar gewoon voort te zetten. Echter, alvorens het proces voorgezet zou kunnen worden, zou volgens artikel 302 van het Surinaamse Wetboek van Strafvordering de vervolgingsambtenaar, in dit geval de auditeur militair mr. Elgin, eerst op de hoogte moeten worden gesteld van het feit dat het verhoor door de rc niet meer heeft plaatsgevonden en dat de getuige eventueel in de rechtszaal zou moeten worden gehoord. Ook de advocaat van de verdachte, die bij het verhoor betrokken had willen zijn, zou in principe aldus moeten zijn geïnformeerd. Bij aanvang van het proces maandag bleek uit de verklaringen van Elgin, dat hij niet op de hoogte was gesteld door de rc en hij vroeg alsnog meer ruimte om de getuige te verhoren. De verdediging wees de vervolgingsambtenaar erop dat dit tegen de wet was en wierp een incident op (d.w.z. maakte een op de wet gestoeld bezwaar) waarna de zitting door de President van de Krijgsraad, mr. Valstein-Montnor, werd geschorst.
Opmerkelijk was dat na de schorsing de auditeur militair mr. Elgin terugkwam op zijn eerdere verklaring en hij stelde toen toch door de rc op de hoogte te zijn gesteld en wel tijdens het telefonische contact dat hij in het weekend met de rc zou hebben gehad. De president zag hierin reden genoeg om het proces gewoon voort te zetten, zonder acht te slaan op de tegenstrijdige informatie van de auditeur militair maar ook met voorbijgaan aan de wettelijke voorschriften. Met dit besluit lijkt in het 8 decemberstrafproces de Surinaamse wetgeving wederom zonder enige schroom opzij te zijn gezet en heeft dit proces verder aan geloofwaardigheid ingeboet. De wet schrijft immers voor dat de zaak pas weer op de rol had moeten komen, nadat de rc verslag had gedaan aan in elk geval de Auditeur Militair. In dit geval heeft kennelijk alleen de President van de Krijgsraad overleg gehad met de rc en indien de Auditeur Militair werkelijk is geïnformeerd door de rc, dan is dat pas gebeurd nadat de zaak reeds op de rol was geplaatst. “Voor ons als leek is dit misschien een oninteressant detail, maar voor de wet een zeer gevaarlijk precedent. Sommige zaken in de wet lenen zich namelijk niet voor ruime interpretatie”, zegt de voorzitter van de Palu, Jim Hok, desgevraagd.
Overigens is hij van mening dat dit proces al vanaf het begin bol heeft gestaan van dit soort zaken. Zo zijn bij de betekening van de dagvaardingen aan de verdachten in december 2007 de artikelen 98 van het Wetboek van Strafrecht en 517 van het Wetboek van Strafvordering met de voeten getreden. Indien de dagvaardingen niet op de wijze zijn geschied zoals door deze artikelen is voorgeschreven, zou er sprake moeten zijn van ‘nietigheid’ van het proces. Door de verdediging is bij de toelichting van de ingebrachte bezwaren, op niet mis te verstane wijze in de rechtszaal gesteld, dat de toenmalige auditeur militair op dat vlak fraude heeft gepleegd om de schijn te kunnen wekken te hebben voldaan aan de betreffende wetgeving. In haar tussenvonnis betreffende deze opgeworpen excepties heeft de President van de Krijgsraad met geen woord over deze kwestie gerept en is het “strafproces” rustig voortgegaan. Hok werpt de vraag op hoe het komt dat uitgerekend bij zo’n belangrijk proces men bereid is om fout op fout te stapelen en de zaak toch rustig voort te zetten. In de meeste andere gevallen zou men zich daarvoor niet moeten lenen en zeker niet in een democratische rechtstaat met een goed functionerende onafhankelijke rechterlijke macht.
Hij zegt verder dat de Palu liever een ander soort proces had gezien, waarbij waarheidsvinding centraal zou staan. Het doel moet namelijk zijn om erachter te komen wat er precies gebeurd is, maar ook en vooral hoe het zover heeft kunnen komen, zodat wij eruit kunnen leren en ervoor kunnen zorgen dat zo’n situatie zich niet herhaalt. Maar nu eenmaal voor dit strafproces is gekozen, was de hoop van de Palu gevestigd op een goed, onpartijdig en gedegen proces zoals dat in een goed werkende democratie zou moeten plaatsvinden. Volgens de voorzitter is op diverse momenten tijdens het 8 decemberproces deze hoop de grond ingeboord. Deze werkwijze doet onze jonge democratie helemaal geen goed.

Palu Secretariaat
 

Veranderende machtsverhoudingen in de Latijns Amerikaanse en Caribische (LAC) regio ( deel 2)
Inleiding

Van oudsher behoorden Noord- en Zuid-Amerika tot de invloedssfeer van de Verenigde Staten van Amerika (Monroe doctrine) en gedurende een lange periode heeft laatstgenoemd land veel invloed uitgeoefend op economisch, politiek en ook op militair gebied. Hierin is gaandeweg verandering gekomen. Vooral tijdens de regering van president Bush Jr. werd het beleid verlegd naar de ‘war on terror’.
In de regio zijn in de achter ons liggende decennia nieuwe politieke leiders aan de macht gekomen, die meer zelfverzekerd zijn en een meer onafhankelijke koers nijgen te volgen. De traditionele machtsverhoudingen blijken dan ook onderhevig te zijn aan veranderingen, waarbij ook nieuwe invloeden - zoals de opkomst van Brazilië en de toegenomen activiteiten van China - een rol spelen.

De opkomst van Brazilië
Brazilië, India, Rusland en China - ook aangeduid als de BRIC landen - zullen volgens de bekende investeringsbank Goldman Sachs, begin 2050 de wereldeconomie domineren. Uitgaande van een groei van 8 – 10%, werd echter de vraag gesteld of Brazilië met een lagere groei ook tot deze groep van landen kan worden gerekend. Deze veronderstelling blijkt misplaatst te zijn omdat – volgens Goldman Sachs – reeds na 2014 Brazilië de 5e grootste economie in de wereld kan worden en Engeland en Frankrijk kan voorbijstreven. Tevens kan worden gesteld dat in vergelijking tot de andere BRIC- landen, Brazilië democratie kent, geen opstandelingen en vijandige buren heeft en een exporteur is van olie en wapens (5).
Welke oorzaken hebben ertoe geleid dat Brazilië, waaraan 10 landen – waaronder Suriname – grenzen, niet alleen in de Latijns-Amerikaanse- en Caribische regio, maar ook in mondiaal opzicht, een belangrijke plaats heeft kunnen innemen?
In een 14 pagina’s tellend verslag besteedt The Economist ruime aandacht aan dit buurland van Suriname en stelt ‘Brazil had been democratic before, it has had economic growth before and it has had low inflation before. But it has never before sustained all three at one time’(6).
Brazilië heeft in zijn lange geschiedenis over grote, integere en bekwame leiders kunnen beschikken, die in staat waren visies te ontwikkelen om het land tot een belangrijke natie te maken. Deze leiders bezaten het vermogen en de kracht - om op basis van goede ontwikkelingsplannen - soms pijnlijke beslissingen te nemen en offers te vragen, die pas op lange termijn zouden leiden tot gunstige resultaten voor land en volk.
Reeds heel vroeg werd een ontwikkelingsbeleid ontwikkeld, dat bij een goede uitvoering van betekenis zou zijn voor de komende jaren. In dit verband kunnen worden genoemd (7):
A. De opleiding van goede diplomaten.
Minister van Buitenlandse Zaken Jose Maria da Silva Paranhos, Baron van Rio Branco (1902-1912), wordt beschouwd als één van de grondleggers van Itamarity en de grote inspirator van de hedendaagse stijl van diplomatie, gericht op pragmatisme en realisme. Hierbij dient te worden gewezen op de actieve rol van Braziliaanse diplomaten en onderhandelaars in de G 77, G 20 (plus China) en bij internationale onderhandelingen (WTO).
Brazilië is medeoprichter van MERCOSUR en samen met India en Zuid-Afrika (IBSA), worden ook belangen van andere ontwikkelingslanden behartigd. Dit land is ook aanwezig op de jaarlijkse bijeenkomsten van de industriële landen (G 8) en China.
Indachtig de droom van Simon Bolivar werd op 23 mei 2008 UNASUR opgericht, waarin Brazilië een leidende rol vervult. Volgens één van de preambulaire paragrafen van de oprichtingsakte is het streven van UNASUR gericht op het ontwikkelen van een geïntegreerde regionale ruimte op politiek, economisch, sociaal, cultureel, milieu, energie en infrastructureel gebied, teneinde bij te dragen aan het versterken van de eenheid in Latijns-Amerika en het Caraibisch gebied.
B. Oprichting in 1949 van de Escola Superior de Guerra voor de opleiding van Officieren.
Oprichting van het Centro Tecnico de Aeronautico (Embraer). Dit bedrijf is na privatisering uitgegroeid tot ‘world’s biggest manufacturer of mid range passenger jets’.
C. Uitbreiding en versterking van de economische infrastructuur.
Geleidelijk aan is Brazilië één van de wereldleiders geworden in hernieuwbare energie en kan in de komende decennia nog fors verdienen aan fossiele brandstoffen. Tevens is Brazilië een grote producent en exporteur van levensmiddelen en hernieuwbare grondstoffen.
Tot de grote nationale- en multinationale Braziliaanse bedrijven kunnen worden gerekend (8):
Vale (mijnbouw); Petrobras (olie); Gedau en CSN (mijnbouw); Marco Polo (constructie van bussen); Perdigao en Sadia (pluimvee); JBS-Fribo (voedsel); WEG (elektronische componenten); Odebrecht en Camargo Correa (bouw industrie); Natura (cosmetica); Votorantin (industriële bedrijven); Coteminas (textiel).
Van de 100 grootste multinationals in opkomende landen zijn 14 uit Brazilië afkomstig.
D. Onderzoek naar aardolievoorkomens.
Een wijs besluit, gericht op de toekomst heeft ertoe bijgedragen dat Brazilië thans gerekend wordt tot ‘the ten countries with the largest oil reserves’. Olie- en gas onderzoek, exploratie en handel worden gecoördineerd door één van de grootste nationale bedrijven t.w. Petrobras.
E. Tijdens een bijeenkomst van Zuid-Amerikaanse staatshoofden in september 2000 werd door President Henrique Cardoso ‘The initiative of the integration of the regional infrastructure of South America (IIRSA)’ gelanceerd. Dit plan moet op lange termijn - via de aanleg van wegen, bruggen, kanalen, havens enz. - resulteren in de infrastructerele integratie van Zuid-Amerika.
Zoals gesteld, werd de basis voor de huidige groei en bloei van Brazilië in de eerste helft van de vorige eeuw gelegd, maar de huidige macro-economische stabiliteit zou niet mogelijk zijn geweest zonder de hervormingsmaatregelen die door President Henrique Cardoso (1995-2003) werden genomen, zoals de introductie van het Plano Real dat onder meer leidde tot de stabilisatie van de economie en de nationale munt.
President Luiz Inácio Lula da Silva zette het beleid van Cardoso grotendeels voort en in bepaalde opzichten overtrof hij de successen van zijn voorganger. In dit verband is het interessant op te merken dat – in tegenstelling tot vele politieke leiders in ontwikkelingslanden – President Lula moed en durf toonde ‘in sticking to responsible economic policies, ignoring calls from his left wing Workers Party to default on debt’ (9). Hij weigerde ook om de grondwet te doen wijzigen, om voor een derde ambtstermijn in aanmerking te kunnen komen.
Ofschoon het niet nadrukkelijk wordt gezegd, blijkt uit het beleid van opeenvolgende regeringen dat zowel in regionaal- als in mondiaal opzicht, het streven van Brazilië erop is gericht om in de toekomst een leiderspositie in de wereld te verwerven.
Tot nog toe blijken de perspectieven voor dit groot land niet ongunstig te zijn, zeker indien er rekening mee wordt gehouden dat ‘Its take off is all the more admirable because it has been achieved through reform and democratic consensus’ (10). ( wordt vervolgd)

Noten:
5. The Economist – Brazil takes off; 14-11-2009
6. Ibidem
7. Nandoe, K. – Essays over internationale ontwikkelingen; IIR/Adekus, 2007
8. The Economist – zie noot 5
9. The Economist – Whose side is Brazil on? 15-8-2009
10. The Economist – zie noot 5


Kriesnadath Nandoe

Duidelijke contouren in de ‘Javaanse’ politiek
Het is bekend dat de Megacombinatie een stille tijd doormaakt. De aanhangseltjes hebben daar niets anders te zeggen dan maar ja en amen te knikken. Toch waren er binnen het NF op woensdagavond 3 februari 2010 lichtpunten waar te nemen met betrekking tot de verdere samenwerking. De leiders hebben in elk geval hun zegje gedaan. Inderdaad was de houding van PL nog onduidelijk. De geweldige uitspraken van enkele weken geleden weten wij nog. Vele persmensen hadden hun bedenkingen over de verklaring van de PL- voorman op zijn eigen persconferentie de volgende dag. Was het een politieke zet of een strategie. In elk geval wil Somohardjo politiek scoren en dat heeft hij op die dag ook gedaan. Punt uit.
Inderdaad was de pers er als de kippen bij om meer nieuws van Somohardjo los te krijgen. Maar in de politiek is en blijft het feit overeind dat geheime agenda’s zullen blijven bestaan. Al willen sommige politici, die nog niet rijp zijn voor de politiek, die gedachte en of visie als een onzinnige beschouwen. Zeker gebrek aan politiek engagement. Veel politieke nieuwtjes hebben de persmensen toch niet kunnen losweken bij de PL- topman. Het waren slechts de oude reeds bijna vergeten onderwerpen die weer boven water werden gehaald.
Maar volgens de verklaringen van de twee Frontleiders zijn er wel enkele nieuwe punten eruit gerold waarover diep nagedacht moet worden. Ook de voorzitter van SPA kon zijn hart eindelijk luchten. Politiek is hard en dynamisch en in vele gevallen moet men geduldig blijven wachten. Het gaat om de juiste timing. Het wordt steeds spannender. De verkiezingsklok tikt gestaag verder. Men verwacht dat de voorzitter van PL zelf de besluiten uit die vergadering zal uitleggen. Iedere partij wacht echter het juiste moment af.
Na de aantijgingen aan het adres van de voorzitter van IRSD via het programma “Panorama” wordt zijn 3 jaar geleden gelanceerde “Pancarana- gedachte “ wederom opgepakt. Men heeft de rol en de plaats van de Javaanse politieke partijen, die toentertijd meededen, aangewakkerd. Het radioprogramma “IRSD-info” met het doel de samenleving op verschillende gebieden bewuster te maken, heeft de achterban van Pendawalima aan het denken gezet. Eerder had een der deelnemende partijen van de tweede lijn doelbewust gevraagd om het werk van IRSD voort te zetten. Binnenkort zal het contacten met de leider van Pendawalima worden voortgezet en zal men met duidelijke richtlijnen komen.
In elk geval voert de voorzitter van Pendawalima met alle partijen aftastende gesprekken. Hoewel ik persoonlijk aan de kantlijn sta, geniet ik nog vanwege mijn vroegere activiteiten binnen de politiek, een zekere mate van erkenning. Zo had ik in december 2008 mijn best gedaan om hem (Sapoen) bij Somohardjo te begeleiden (zie eerder krantenartikel) voor een nader gesprek om een eventuele samenwerking te bewerkstelligen. Inderdaad had Somohardjo hem toen alle gelegenheid gegeven om zich verder te profileren. Maar het gesprek is niet verder geïmplementeerd.
Maar met de nieuwe ontwikkeling zijn de zaken natuurlijk anders geworden. Ik ben echt benieuwd wat er zal volgen. Het ziet er naar uit dat Sapoen op dit moment in een moeilijk parket zit. De deur van Megacombinatie is allang dicht. Voor Somohardjo staat de weg nog open.
Uit betrouwbare bron heb ik als voorzitter van IRSD vernomen dat Sapoen bereid is samen te werken met PL. Sapoen wil zo te zien met zijn gehele partij de PL joinen. En zo te zien, aast hij op een verkiesbare plaats op de lijst. Politiek gezien is het nu inderdaad een voor twaalf, dus de beslissing moet nu komen. Raymond Sapoen mag naar mijn bescheiden mening niet zomaar buiten de politiek blijven. Dat hij in het verleden een verkeerde inschatting had gemaakt, zullen wij hem maar moeten vergeven. In elk geval, er is wat licht in de tunnel voor wat de toenadering van Pendawalima en Pertjajah Luhur naar elkaar toe, betreft. De IRSD zal er zeker werk van maken om de drie Javaanse politieke partijen, geheel zoals de achterban dat zo vurig verlangt, tot twee te maken. We zullen de besprekingen afwachten.

Kadi kartokromo

Het district Nickerie in de politieke branding (deel 2)
De politieke turbulentie is op gang. Alle politieke partijen maken zich klaar om de politieke macht over te nemen. De verkiezingsresultaten van de afgelopen verkiezingen gaan wij weer voor de geest halen, waardoor de kiezers meer inzicht krijgen over het stemgedrag van de kiezers. De kiezers moeten niet in de ruimte “praten” en onnodige verhaaltjes vertellen bezijden de waarheid. Het is hen aangeraden om met cijfermateriaal te werken. De beste meetmomenten zijn de resultaten van de verkiezingen. In onderstaande tabel geef ik de verkiezingsresultaten weer van de afgelopen drie verkiezingen in het district Nickerie, te weten 1996, 2000 en 2005.

Vaker hoor ik de mensen zeggen: “De verkiezingen naderen en de politici krijgen weer belangstelling voor de kiezers.” De kiezers gaan op 25 mei 2010 hun eigen toekomst bepalen. De kiezers moeten de juiste beslissing nemen, want pas na 5 jaren krijgen zij weer de gelegenheid om naar de stembus te gaan. Binnen 5 jaren kan er veel gebeuren. Een verkeerde keus op 25 mei 2010 kan tot gevolg hebben dat Suriname in een isolement belandt. Laten wij positief blijven denken en geen oude koeien uit de sloot halen.
De klaagmentaliteit van de Nickerianen De Nickerianen klagen veel, maar de afgelopen jaren is er veel in dit district geïnvesteerd. De Zeedijk met een lengte van 7.620 m (7,62 km) werd in 2002 opgeleverd. Hiervoor is een bedrag van NF 41 miljoen uitgegeven. De weg naar South Drain is al geasfalteerd ( ruim 13 miljoen Euro). Een groot aantal wegen is geasfalteerd (de Gemaalweg, de Mandja Veiraweg, de van Dijkweg, de weg naar Paradise, Boonacker- en Hamptoncourpolder, de weg naar Zeedijck). Binnenkort zal er nog eens 50 km geasfalteerd worden. De Wakaypompen en de dolwerken van het MCP-kanaal zijn al hersteld. De Nieuwe Rijsdijksluis werd gebouwd. De weg naar het crematieoord is geasfalteerd. Een nieuw pompgemaal werd gebouwd te Clarapolder. Het district Nickerie is het enige district buiten Paramaribo waar er een modern ziekenhuis is en waar een aantal medische specialisten werkzaan zijn. Ruim 51 % van de Nickeriaanse bevolking heeft de beschikking over een on- en minvermogend kaart. Zie daar de bijdrage van de overheid aan de Nickeriaanse gemeenschap. Met deze enkele voorbeelden wil ik slechts aangeven dat de overheid veel geïnvesteerd heeft en nog steeds investeert in het rijstdistrict. Er is relatief veel gedaan voor de Nickeriaanse gemeenschap door deze regering.
Vooruitgang van Nickerie Op het onderwijsvlak hebben de Nickerianen een grote sprong voorwaarts gemaakt. Sedert 1949 heeft het district Nickerie de beschikking over het mulo-onderwijs. Dank zij de muloschool zijn vele Nickerianen hoger op de maatschappelijke ladder geklommen. In 1986 heeft Nickerie ook de beschikking over het middelbaar onderwijs. Ik wil nogmaals benadrukken dat vooral Creoolse leerkrachten de polders introkken om de nakomelingen van de immigranten op school te krijgen. Wij denken aan G.G.Maynard, Eduard Samsin en vele anderen. Het Nieuw Front heeft de afgelopen 10 jaren het land niet slecht bestuurd. De wisselkoers heeft men gestabiliseerd; de rechtsstaat heeft men goed hersteld; de internationale betrekkingen zijn goed op gang gebracht; de infrastructuur (vooral wegen en bruggen) heeft men goed aangepakt; de pensioenen worden opgetrokken; het binnenland wordt geordend; particuliere onderwijsopleidingen worden gecertificeerd; de agrarische sector, met name de rijstbouw, is goed hersteld; de privatisering van de SML is goed op gang; de mijnbouw (aardolie, bauxiet en de goudsector) is in de lift. De criminaliteit is teruggedrongen. Ondanks alle vooruitgang in het rijstdistrict, is de VHP de afgelopen jaren teruggevallen. De sterkte van de VHP in 1996, 2000 en 2005:

De verkiezingsresultaten van de zes van de zeven politieke partijen of combinaties die aan de verkiezingen in Nickerie hebben deelgenomen in 2005. De politieke partij, de PPP, had 160 stemmen behaald en die hebben wij buiten beschouwing gelaten.


Hardeo Ramadhin (wordt vervolgd)

Niet zomaar een stemadvies
Het zou goed zijn als de bestaande politieke combinatie Nieuw Front werd uitgebreid met andere partijen zoals DA 91,UPS en BEP. Dit om verspilling van stemmen te voorkomen. Bovendien moeten partijen niet hebzuchtig doen om een zetel. De partij van Ronny moet naar mijn mening uitgesloten worden voor deelname aan zo een constellatie. Ronny hoort vanwege zijn historie niet thuis in het hoogste orgaan van de staat. Dhr. Tilakdharie heeft vele jaren zijn best gedaan, maar nu wordt het de hoogste tijd om een stap terug te doen. Het zou de gehele gemeenschap in Commewijne goed doen om in samenspraak met de leiding van de desbetreffende partijen dhr. Girjasing eens de kans te geven om zijn de doelen te bereiken.

Als dhr. Girjasing gekandideerd wordt voor het district Commewijne, in Front-combinatie, zijn velen met mij ervan overtuigd dat hij zonder kleerscheuren gekozen wordt tot lid van ons hoogste college van staat. Ook zonder de steun van PL zal hij binnenkomen en dit is simpel aan te tonen vanwege het feit dat hij in 2005 ruim 1900 UPS-stemmen had weten te vergaren. Een eenvoudig optelsommetje leert ons dat hij, volgens dit idee, met de stemmen van de VHP ruimschoots binnen wordt gehaald. Als medepresentator samen met de dhr. F.Pierkhan van het zeer populaire en educatieve radio/televisiepraatprogramma KAAK is hij nog populairder geworden onder alle lagen van de bevolking. Ik vind hem persoonlijk een integere persoon. Hij levert gelijk kritiek als het fout gaat met het regeringsbeleid, maar is er ook niet gierig om een pluimpje weg te geven als zij het goed doen. Girjasing slijmt dus momenteel niet.

De toekomst zal ons meer hieromtrent leren. Van enkele vrienden uit Commewijne heb ik vernomen dat hij vaker met de bewoners aldaar communiceert. Dat is een goede zaak, zo komt hij te weten wat de noden van de bevolking zijn, zo weet hij hoe het reilt en zeilt in het district waar hij al jaren werkelijk woonachtig is. Sommigen wonen immers slechts op papier in het district waar zij gekozen zijn. Onze regelgeving kent op dat gebied nog mazen en wie slim is, maakt daar handig gebruik van. Jammer is het dat wij als volk graag belazerd willen worden. Wij stemmers brengen onze stem uit en wij geven uiteindelijk daardoor goedkeuring aan zulk een ongehoord gedrag. Ik ben ervan overtuigd dat Girjasing, vanwege zijn kwaliteiten, eenmaal gekozen, niet alleen parlementariër wordt van het district Commewijne, maar voor geheel Suriname zal willen opkomen. Ik wil dhr. S. Girjasing adviseren om in dat gaval zijn opdrachtgever en comparant als zijn persoonlijke politieke adviseur in te lijven. Hij kent het klappen van de zweep zeker ook.

In Dagblad Suriname las ik onlangs een artikel afkomstig van dhr. E. Monsels over “liever de kwade dan het erge “ en ik ben volledig eens met hem. Wij hebben het in het verleden reeds aan de lijve moeten ondervinden. Persvrijheid en vrijheid van leven moet je niet verwachten onder een regering van de bermvoorzitter. Er is al aangegeven op een vergadering te Marienburg dat als puntje bij paaltje komt de rechterlijke macht gereshuffeld zal worden. Rancune uit die tijd is alom bekend. Het 8 decemberstrafproces, dat nu al enige tijd gaande is, zegt ons toch een heleboel. Bovendien zijn wij heel bezorgd dat alle kranen voor buitenlandse hulp dichtgedraaid zullen worden en geen enkel democratisch land Suriname zal willen helpen bij onze verdere ontwikkeling.

Het DNP en de andere kleine franjes doen er alles aan om na tien jaren buiten het machtcentrum te zijn geweest wederom in het machtcentrum te komen. Hun enig aandachtspunt is de pot van de Centrale Bank. En dan krijg je binnen de kortste keren weer een gigantische inflatie, de gelddrukpers wordt dan in werking gesteld en dan zullen de biljetten van SRD 100.000 eruit rollen. Met een biljet van SRD 100.000 ga je misschien een krant en een paar broden kunnen kopen, net als in Zimbabwe van dictator Mugabe. Hij heeft het gepresteerd om biljetten in omloop te brengen van 1 miljard (1.000.000.000). Iedereen wordt dan in een keer een straatarme miljonair. In de periode 1982 tot 1990 en dan weer vanaf 1996 tot het jaar 2000 waren wij niet in staat een behoorlijk vervoermiddel aan te schaffen, tegenwoordig heeft bijna een ieder een auto in de garage staan. Als je een paar jaartjes terug in de districten op bezoek was bij de familie zocht je naarstig naar een geasfalteerde weg om snel je bestemming te bereiken. Nu moet je zoeken naar een zandweg, want ook in de districten is het grootste deel reeds geasfalteerd.

Wilt u deze huidige regering weer regeermacht geven, dat moet u ongetwijfeld voor deze combinatie kiezen. Ik zeg niet dat deze regering geweldig heeft gepresteerd, maar zij zijn zeker op het goede spoor. Zij moeten vooral de huisvesting en het onderwijs drastisch aanpakken en je ziet duidelijk dat de regering langzaam maar zeker verlichting brengt in de noden van het volk. De Idos-peiling moeten wij doornemen en hiervan goede nota nemen. De boodschap die uit deze peilingen naar buiten rolt, is bestemd voor de regering. Mijne heren, die boodschap is dat de regering nog veel werk aan de winkel heeft. Ik wil vooral de jonge kiezers op het hart drukken geen verkeerde keuze te maken. Vraag het aan uw ouders of aan andere oudere burgers. Zij kennen de historie van het land beter dan wie ook.  Laat je niet misleiden door mooie beloften en stoere praatjes, want het zal alleen bij beloften blijven.

Naipal.A
 

Chinezen zijn ook mensen
Mensen verplaatsen zich in de wereld. 400.000 Surinamers hebben zich in Nederland gevestigd en een aantal elders in de wereld. Het is ronduit niet goed te praten dat een auteur de toegelaten Chinezen koppelt aan de expansiedrift van de Chinese regering. Dat valt niet te bewijzen. Bovendien is dat simpel te pareren met de hoeveelheid Surinamers in Nederland. Indien er een blanke auteur in Nederland het in zijn hoofd haalt om te schrijven dat de aanwezigheid van Surinamers in Nederland het gevolg is van een strategie die de Surinaamse regering uitvoert om zodoende meer zeggenschap te krijgen in Nederland en te zorgen dat de Surinamers geld sturen naar hun moederland, dan schreeuwen Surinamers gelijk discriminatie.
Over het algemeen vinden Surinamers dat ze vrijelijk mogen reizen en zich vestigen in een ander land. Waarom zou de Chinees dat niet mogen? Je kunt niet altijd achter alles een plan bij denken dat erop gericht is om een land over te nemen. Niet paranoïde worden mensen. Alle mensen hebben rechten. Ieder mens moet in gelijke gevallen gelijkelijk worden behandeld. Ieder mens heeft het recht om ergens anders in de wereld naar een beter leven te zoeken. Waarom zouden Surinamers dat wel mogen en Chinezen niet?
In Suriname geeft de bevolking af op de nieuwkomers, omdat deze nieuwkomers iets kunnen wat Surinamers helemaal niet kunnen. Dat is samenwerken, zich organiseren. Benchmarking is totaal vreemd bij de Surinaamse ondernemers. Organisatie is totaal afwezig. Surinaamse ondernemers hebben laten blijken niet in staat te zijn om een gezamenlijk beleid te ontwikkelen en dit te gebruiken in het buitenland. Terwijl de Chinezen samen kunnen werken en elkaar bijstaan, hakken Surinamers elkaar het hoofd af voordat het boven het maaiveld uitsteekt. Kijk maar eens naar de vele zaken die de Chinezen opzetten, supermarkten en industriële bedrijven, er is dus een markt voor. Daarin duiken de echte Surinamers niet; ze kijken met afgunst alleen maar toe naar de nieuwkomers die heel snel een mooie auto kunnen rijden.
Waarom moet de Chinees grote zaken komen oprichten in Suriname, terwijl er genoeg Surinamers aanwezig zijn die dat ook kunnen, als ze maar willen en samen kunnen werken in een organisatie? Waarom kunnen onze Surinamers dat niet? Die vragen moeten we eerst beantwoorden. Het is gewoon afgunst en afschuiven van de lethargie die Surinamers typeert. Er zijn legio mogelijkheden, dat is gebleken, want de anderen gebruiken het, maar de Surinamers maken er geen gebruik van. Zodra een ander dat doet, worden de Surinamers boos. Laat de Surinamer ook de handen uit de mouwen steken in plaats van afgunstig en werkeloos toe te zien hoe anderen hard werken en vooruit komen.
Het is mogelijk voor Surinamers om even hard te werken en zich te bundelen in organisaties en van daaruit te ondernemen. De Chinezen doen het, dus het is mogelijk. Surinamers doen het niet omdat ze een andere mentaliteit hebben. Ze willen snel rijk worden zonder echt hard te willen werken, zoals de Chinezen dat doen. De Chinees huurt een pand van een Surinamer en werk zich echt uit de naad. Ik heb dat gezien. In de Grote Combeweg is er een Chinees die amper Sranan kan praten. Ik ging 's avonds laat in november 2009 vaak bij hem om inkopen te doen. Ik praat over 02 uur in de ochtend of nog dichterbij het daglicht. Hij was al moe, maar bleef verkopen tussen de tralies door. Hij had een doel en was niet doelloos zoals de Surinaamse klagers.
Op een dag vroeg ik aan de Chinees waarom hij zo laat nog open blijft en waarom hij niet rust neemt. Hij zei dat de huur moet worden betaald en dat hij spaart om een stukje grond te kopen om daarop een eigen winkel te bouwen. De Chinezen brengen offers, die Surinamers niet willen brengen.
Surinamers willen makkelijk geld verdienen en hebben een beetje de mentaliteit van de Haitianen. De Haitianen hebben een soort afwachtende houding van: wanneer worden we geholpen. Ik zag een man op de televisie net na de ramp in Haiti, die zei: "Er zijn nog een paar kinderen onder het puin." De journalist vroeg hem waarom hij niet alvast begint met opruimen? Hij pareerde met: "Ik wacht op hulp en ik kan niemand vinden die mij wil helpen, iedereen zoekt geld en ik heb geen geld om te betalen." Daarom liet hij de lijken onder het puin en bleef in de buurt rondhangen, onderwijl werd de lijkengeur sterker en die bleef hij opsnuiven.
Zo vergaat het de Surinamer ook een beetje. Die wacht op hulp en doet zelf niet veel. Ze staan op de hoeken van de straten te kijken hoe de Chinees zich rijk werkt en worden jaloers. De Surinamers verenigen zich niet, halen elkaar neer. In een organisatie kan je meestal niet op de Surinamers rekenen en alle goede bedoelingen en pas opgestarte organisaties lopen spaak door onwil en interne conflicten die niet kunnen worden bedwongen. Rest hen dan maar een ding en dat is afgeven op de nieuwkomers. Maar in Nederland willen ze niet dat een blanke op- en aanmerkingen maakt op Surinamers. In Suriname mogen ze dat wel doen op andere bevolkingsgroepen, zoals op de Chinezen. Is dat recht? Ik ben het met auteur Roemi dan ook niet eens en ik deel zijn mening niet. Die auteur belicht het mijns inziens vanuit een totaal verkeerde invalshoek. Het is ook zo begonnen met de vervolging in Nazi Duitsland.

Asruf Muradin
muadinasruf@mail.com

Veranderende machtsverhoudingen in de Latijns Amerikaanse- en Caraibische ( LAC) regio ( deel 1)
1. Inleiding
Van oudsher behoorden Noord- en Zuid-Amerika tot de invloedssfeer van de Verenigde Staten van Amerika (Monroe doctrine) en gedurende een lange periode heeft laatstgenoemd land veel invloed uitgeoefend op economisch, politiek en ook op militair gebied. Hierin is gaandeweg verandering gekomen. Vooral tijdens de regering van President Bush Jr. werd het beleid verlegd naar de ‘war on terror’. In de regio zijn in de achter ons liggende decennia nieuwe politieke leiders aan de macht gekomen, die meer zelfverzekerd zijn en een meer onafhankelijke koers nijgen te volgen. De traditionele machtsverhoudingen blijken dan ook onderhevig te zijn aan veranderingen, waarbij ook nieuwe invloeden - zoals de opkomst van Brazilië en de toegenomen activiteiten van China - een rol spelen.
2. De ‘Superpower’ na de terroristische aanslagen in 2001
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog bereikte de macht van de Verenigde Staten zijn hoogtepunt. Machtige staten, zoals Japan en Duitsland, waren verslagen en Europa was grotendeels verwoest. Bij de wederopbouw van dit werelddeel speelde de Verenigde Staten een belangrijke rol middels goedkeuring van het Marshall Plan en de oprichting van de NATO. Hierbij speelden veiligheidsbelangen – maar op lange termijn ook handelsbelangen – een rol. ‘In 1945 the United States had more relative power and prestige then it has today. Instead of seizing the occasion to strip the country of constraints and dominate the world, the ruling Democrats realized that the global fight against communism required partners’ (1).
De machtspositie van de Verenigde Staten nam verder toe door het spelen van een leidende rol bij de oprichting van de Verenigde Naties, de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Deze positie werd verder geconsolideerd na het uiteenvallen van het Sovjet Rijk in 1990 en tijdens de eerste Golfoorlog kon de Verenigde Staten op grandioze wijze zijn militaire suprematie bewijzen door snel de soevereiniteit van Koeweit te herstellen. Na de overwinning sprak President Bush Sr. over een ‘Nieuwe Wereldorde’. Een wereld waar ideologische tegenstellingen plaats hadden gemaakt voor ‘consensus building’.
Het optimisme en triomfantalisme in de Verenigde Staten en de Westerse wereld kreeg een gevoelige klap na de terroristische aanslagen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten (nine eleven), waarbij bleek dat ook de Verenigde Staten kwetsbaar was. Kennelijk was ‘nine eleven’ een ‘wake up call’ en President Bush Jr. lanceerde een nieuwe veiligheidsstrategie tegen de ‘war on terror’, waarbij unilateristisch optreden in geval van bedreiging van de nationale veiligheid, niet werd uitgesloten.
In 2003 viel de Verenigde Staten – samen met enkele andere landen – Irak binnen, die vrij snel werd overwonnen, vernederd en onderworpen. Deze interventie vond plaats zonder machtiging van de VN Veiligheidsraad en vele rechtsgeleerden trokken de rechtmatigheid van de Irak oorlog in twijfel. Secretaris-Generaal Kofi Annan zei in dit verband tijdens een interview met de BBC op 15 september 2004 ‘I have stated clearly that it was not in conformity with the Security Council, with the UN Charter, and when asked pointedly “It was illegal, if you wish”
Het unilateraal handelen tegen Irak bleek ‘an inaccurate reading of the dynamics of contemporary international relations’ te zijn. Achteraf bleek dat de oorlogsstrategie niet de juiste was, waardoor anno 2010 nog altijd – meer dan 100.000 – troepen in Irak aanwezig zijn. ‘The mistake in assuming a topdown approach to the situation, in which the decapitation of the Irak leadership (and the overrunning of the capital Baghdad) would ensure that the tempo of succes could be sustained, was to be demonstrated (2).

Ook aan de oorlog in Afghanistan – die de Verenigde Staten met NATO troepen al 8 jaren voert – in het kader van de ‘war on terror’ schijnt geen einde te komen. Kortgeleden werd door de regering van President Obama besloten om nog eens 40.000 extra manschappen naar Afghanistan te sturen.
De ontwikkelingen in de laatste 10-15 jaar tonen aan dat militarie macht (hard power) vaak niet voldoende is om oorlogen en conflicten alleen succesvol te bedwingen. Behalve in Afghanistan en Irak bleek dit ook tijdens religieuze-, etnische- en andere conflicten, zoals in Centraal-Afrika en Joegoslavië. De Verenigde Staten moest zich noodgedwongen terugtrekken uit Somalië.
Ondanks een defensiebudget dat groter is dan dat van de NATO-landen tesamen, blijkt dat de Verenigde Staten niet oppermachtig is, omdat thans – naast statelijke ook door niet-statelijke (zelfs onzichtbare) actoren – macht kan worden uitgeoefend.
De President van de prestigieuze Council on Foreign Relations (3) schreef in dit verband : ’The principal characteristics of twenty-first century international relations is turning out to be no polarity. A world dominated not by one or two or even several states, but rather by dozen of actors, possessing and excercising various kinds of power’.
Deze harde constatering kwam tot uitdrukking tijdens de eerste rede van President Obama voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 2009. Bij deze gelegenheid merkte hij onder meer op, dat de Verenigde Staten niet alle problemen van de wereld alleen zal kunnen oplossen en benadrukte hierbij het belang van internationale samenwerking. Vooral bij mondiale uitdagingen - waarvan de gevolgen zich niet beperken tot het eigen grondgebied – is een collectieve aanpak van grote betekenis. In dit verband kunnen onder andere worden genoemd de gevolgen van milieu, klimaatsverandering, epidemieën, transnationale misdaad, terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens.
Echter dienen de rol en invloed van de Verenigde Staten binnen de context van internationale samenwerking toch niet te worden onderschat.
Fareed Zakaria schrijft in hoofdstuk 1 van zijn boek (4): ‘This is a book not about the decline of America, but rather about the rise of every one else. It is about the great transformation taking place around the world’…. Het gaat met andere woorden niet om vermindering van de macht van de Verenigde Staten, maar om de opkomst van nieuwe mogendheden, zoals Brazilië, India, China, Rusland, Zuid-Afrika enz., waarmede de Verenigde Staten nu zijn macht moet delen. ( wordt vervolgd )
N o t e n:
1. Packer, George – Interesting Times
Farrar Straus and Giroux – New York 2009
2. Black, Jerry – Great Powers and the Quest for Hegemony
Routledge 2008
3. Haass, Richard – US Foreign Policy in a nonpolar World
Foreign Affairs – May/June 2008
4. Zakaria, Fareed – The Post American World
Norborn Corp.

Kriesnadath Nandoe
 

District Nickerie in de politieke branding (deel 1)
De recente Idos-opiniepeiling van januari 2010 heeft politiek Suriname in beweging gebracht. Het Megablok zit volgens de peiling bijzonder goed. Het Nieuw Front is ook behoorlijk gaan groeien, maar heeft het niveau niet gehaald om alléén, meer dan 26 zetels te behalen. De andere politieke partijen zijn bij de opiniepeiling niet goed zichtbaar. Wij hebben nog drie maanden en enkele dagen te gaan. Wij gaan de kiezers zoveel mogelijk kennis laten maken met het verleden en ook de namen van politici in beeld brengen die in het verleden een grote bijdrage geleverd hebben aan de ontwikkeling van Suriname. Wij doen geen opiniepeiling, maar wij analyseren de uitslagen van de afgelopen verkiezingen en kunnen met onze statistische kennis weloverwogen uitspraken doen.
Korte geschiedenis van het district Het district Nickerie heeft een kortere historie ten opzichte van de districten die ten oosten van de Coppenamerivier liggen. In de jaren 1797 begon men de eerste plantages in Nickerie aan te leggen. De motor achter deze ontwikkeling was gouverneur Juriaan F. Frederici ( 1790-1802). Aan de rechteroever van de monding van de Nickerierivier werd omstreeks 1820 een dorp aangelegd. Dit dorp werd “De Punt” genoemd. Omstreeks 1850 kreeg het dorpje “De Punt” de naam ‘Nieuw-Rotterdam. Door de zee is de stad Nieuw-Rotterdam weggespoeld en in 1879 werd de stad Nieuw-Nickerie gesticht. De huidige oppervlakte van het district Nickerie bedraagt 5.353 km². De economische kurk waarop Nickerie drijft, is nog steeds de rijstbouw. Dit district zorgt ervoor dat de totale Surinaamse samenleving dagelijks rijst op tafel heeft. De andere districten produceren nauwelijks rijst. Slechts enkele boeren van Coronie en Saramacca produceren wat rijst.
De demografische gegevens van het district Volgens de laatste volkstelling (2004) telt het district Nickerie een bevolking van 36.639 zielen. Hiervan zijn er: Creool 3.551 ( 9.69 %), Hindoestaan 21.921 (59.83%), Javaan 6.114 (16.64%), Marron 123 (0.34%), overige 1.421 (3.88%), gemengd 3.273 (9.65%) en onbekend 236 (0.64%). Ruim 60% van de bevolking bestaat uit Hindostanen, gevolgd door de Javanen met 16.64%. Dit district wordt vanaf 1987 in het parlement vertegenwoordigd met vijf parlementariërs. Verder heeft dit district 5 ressorten en telt 63 ressortraadsleden en 10 districtraadsleden.
De volksvertegenwoordigers die tussen 1949-1980 gekozen waren in Nickerie
Wij moeten op hoogtijdagen proberen onze leiders die goed werk verzet hebben, in de belangstelling te brengen. Jonge kiezers hebben weinig belangstelling voor de historie en zijn meer gefocust op materiële zaken. Het is niet onaangenaam bedoeld, maar bij gelegenheden praten zij meer over een auto, een perceel, een huis en vaak hoor ik ze nog zeggen: “Ik moet het maken in deze ronde” of “Wat heeft de partij mij nog te bieden”. Als dit niet voldoende is, zeggen zij vaak: “Wat heeft de partij voor mij gedaan”. Men vergeet vaak dat gratis onderwijs en gratis medische zorg een inspanning is van de totale natie. Persoonlijke zaken treden vaker op de voorgrond, maar nationale doelen als democratie, rechtsstaat, politiek rust en stabiliteit, moraal, ethiek, waarden en normen worden door deze wilde uitspraken op de achtergrond geduwd. Tussen 1949 tot 1980 mocht dit district twee volksvertegenwoordigers naar het parlement sturen.

De gekozen volksvertegenwoordigers van 1949-1980

1949

1958

1969

S.Rambaran Mishre

D.Poetoe

L.Mungra

H.W.Mohamed Radja

J.Kolhoe

H.B.Laigsingh

1951

1963

1973

S.Rambaran Mishre

D.Poetoe

L.Mungra

Khemradj Kanhai

Leo N.Pahladsingh

H.B.Laigsingh

1955

1967

1977

Khemradj kanhai

L.Mungra

I.Oemrawsingh

R.D. Oedayrajsing Varma

H.B.Laigsingh

K.Mahadewsingh

De politieke partij, de VHP, was tussen 1949 en 1958 onverslaanbaar in het district Nickerie. In 1949 werd de medicus S.Rambaran Mishre (in 1942 als geneesheer afgestudeerd) in het district Nickerie gekozen. Dokter S.Rambaran Mishre was van de Corantijnpolder en was tevens de eerste Surinamer die in 1955 als cardioloog afgestudeerd is en in hetzelfde jaar gepromoveerd. In 1958 hebben de heren D. Poetoe en J. Kolhoe van de Nickerie Onafhankelijke Partij (NOP) de verkiezingen in Nickerie gewonnen. Ook tijdens de verkiezingen van 1963 heeft het Actiefront (de NOP in samenwerking met de Actie Groep) de verkiezingen in Nickerie gewonnen. Vanaf 1967 tot 1980 was de VHP de onverslagen politieke partij in Nickerie. Vermeld dient te worden dat prof. Inderbaal Oemrawsingh (biochemicus/docent op de Medische Faculteit) zich in 1977 bij de VHP had aangesloten en de HPP vaarwel had gezegd. De revolutie heeft een grote omwenteling gebracht in het kiesstelsel. Vanaf 1987 mocht Nickerie vijf volksvertegenwoordigers naar het parlement sturen.

De gekozen volksvertegenwoordigers 1987, 1991, 1996, 2000 en 2005

Hardeo Ramadhin (wordt vervolgd)

Wat is de waarheid?
Middels verzinsels proberen sommige personen binnen de samenleving ons een vertekend beeld te geven van de geschiedenis met betrekking tot de ontwikkeling van Suriname. Zij schromen er zelfs niet voor om via de lokale media grove onwaarheden te verkondigen. De jongere generatie van vandaag krijgt zo dan een verkeerd beeld van de stand van zaken. De gebeurtenissen gedurende de jaren tachtig worden telkens weer door hen genoemd als te zijn de periode van de grote teruggang van de Surinaamse economie. Heel jammer is het echter dat er onder hen ook personen zijn die leiding geven aan bepaalde organisaties die toch wel van grote betekenis zijn binnen onze samenleving. Velen zullen zich nog kunnen herinneren dat er begin 2005 een vraaggesprek was te beluisteren via een der lokale radiostations en wel tussen een Nederlandse verslaggever en enkele Surinamers woonachtig in Nederland. Het betreffende gesprek had voornamelijk betrekking op hun ervaringen en opvattingen over de machtsovername gepleegd door zestien jonge Surinaamse militairen van het Nationaal Leger op 25 februari 1980, die zij toch wel persoonlijk hadden beleefd.

Een der bekende en bekwame Surinamers was daarbij de inmiddels overleden ex-president van Suriname de heer Johan Ferrier, die zijn presidentschap waardig heeft vervuld gedurende zijn periode als staatshoofd van de Republiek Suriname. Deze persoon had voornamelijk een zeer belangrijk deel van de historische gebeurtenis van de machtsovername belicht en wel over de voornaamste oorzaken die geleid hadden tot de couppleging in Suriname. De conclusie welke allicht uit dat gesprek mag worden getrokken is, dat er voor de overname van de politieke macht er duidelijk sprake was van een onoverzichtelijke bestuursvorm van de toenmalige machthebbers. Hopelijk is de huidige situatie binnen de regeermacht niet hetzelfde als voor de ons bekende omwenteling van 25 februari 1980. Het was toen, na het verkrijgen van de staatkundige onafhankelijkheid, heel duidelijk merkbaar dat Suriname economisch steeds sterker achteruit ging. Grote delen van de samenleving konden heel moeilijk in hun levensonderhoud voorzien.

Op haast elk gebied heerste er een toestand van slapheid, gebrek aan kracht en bloei. Het begin van de sterke daling van de waarde van het Surinaamse geld zit nog heel goed in het geheugen van ondergetekende als de boekhouder van de toenmalige Dienst der Posterijen, die toch wel dagelijks te maken had met de koersnoteringen gedurende de periode voor de onafhankelijkheid en ook daarna. Er waren geldovermakingen middels postwissels naar andere delen van de wereld. In het verzinsel als bovengenoemd werd er ook gezegd dat het Surinaamse geld, voor 1980, in waarde nog twee maal hoger was dan de Nederlandse gulden. Deze valse constatering verbaast ons des te meer omdat betrokkene ongetwijfeld wel weet dat het zo niet was. Beide munten hadden namelijk reeds lang voor 1980 haast een gelijke waarde volgens de koersnoteringen van de Centrale Bank. Doordat de armoede voelbaar en duidelijk merkbaar was, voelde de overheid zich genoodzaakt een nieuwe dienst in te stellen, genaamd Markt Interventie, teneinde tegemoet te komen aan de behoeften van de minder draagkrachtigen. Er ontstond gaandeweg ook nog een groot tekort aan deviezen in het land.

De overheid ging daarom over tot specifieke maatregelen met betrekking tot het deviezenverkeer. Een van de nieuwe regels was dat men ten behoeve van een vakantiereis niet meer naar eigen behoefte valuta’s kon betrekken bij de bankinstellingen. De overheid bepaalde voor jou hoeveel je mocht wisselen. Gelden konden niet onbeperkt per postwissel naar het buitenland worden overgemaakt. Suriname zou waarschijnlijk economisch erger aan toe zijn indien het de beschikking niet had over de ontwikkelingshulp vanuit het voormalig moederland. Er werd ook nog gezegd dat de Centrale Bank ‘beroofd’ is geworden van zijn voorraad aan goud. Om welke hoeveelheid het daarbij precies ging, werd daarbij evenwel niet aangegeven. Vanwege zijn functie als assistent accountant bij een landsbedrijf heeft ondergetekende ook controle werkzaamheden verricht. Zaken zijn bij hem dan ook tot op zekere hoogte wel bekend. Het is dan ook zeer teleurstellend te moeten merken dat leidinggevende figuren kwaadwillige verzinsels in het openbaar verkondigen.

Edward Marbach

IN MEMORIAM SUKY AKKAL
Op 6 februari is van ons heengegaan een man die bij de Burgerlijke Stand ingeschreven stond als Soekram Akkal, maar die bij de gewone Surinamer bekend was als Suky Akkal. Ik heb hem enkele malen persoonlijk ontmoet, onder andere in zijn formele functie bij de STVS. Daarbij had hij steeds een zodanige uitstraling dat hij groot respect afdwong, niet alleen als artiest maar ook als persoon. Ik kon die uitstraling echter niet plaatsen, omdat ik buiten zijn muziek en technische kennis, weinig van hem wist. Een recentelijk in 2009 via de televisie uitgezonden programma van Owroe Pokuman van Henk van Vliet gaf mij reeds een beter inzicht in de persoon, maar een recentelijk verschenen levensbeschrijving opende voor mij echt de ogen voor het bijzondere wat ik steeds in hem gezien heb. Uit die levensbeschrijving bleek een bewogen leven, deels in de entertainment, deels in het recht en deels in de elektronica, deels in Suriname en deels in India. Qua vooropleiding is hij geweest op o.a. de openbare Hendrikschool en de Rooms Katholieke Paulusschool, alwaar hij waarschijnlijk mede de brede nationale kijk dwars door etnische en culturele muren opdeed.
Suki Akkal zal voor mij altijd blijven een groot accordeonist, die vrijwel alle genres van de muziek beheerste. Hij schakelde zonder overgang over van Hindostaanse muziek naar Creoolse, Javaanse, Latin of klassieke muziek, omdat hij, naar nu voor mij bleek, mede dank zij zijn vrouw de theoretische basis van muziek als algemene en internationale wetenschap beheerste. Als componist wist hij optimaal gebruik te maken van het instrument accordeon, bij het uitvoeren en aanpassen van onze typisch Surinaamse variant van baithak gana muziek .
Aangezien hij ook met de in mijn jeugd roemruchte kermisentertainer Harry Tota heeft samengewerkt in zijn tent op de plaats waar nu het Jaarbeursterrein is, is het duidelijk dat geen enkel genre van muziek hem kon ontgaan. Toen hij later ook vrijelijk kon overschakelen naar keyboard, nam hij die ervaring mee, en speelde vaker allebei de instrumenten. Met het elektronische keyboard had hij natuurlijk veel meer mogelijkheden, maar hij beperkte zich vaker tot bijna puur spel, zonder allerlei elektronische trucs en opties, waarmee zelfs een muzikale analfabeet als ik nog een show zou kunnen geven. Zijn progressie was te zien in zijn in de tijd veranderende uitvoeringen van het voor mij als “ Hindi song of the century” genaamd “Sohanie Raat”. Deze eerste Hindostaanse plaat die in 1965 de nationale top tien bereikte, tussen nummers van Otis Redding, Wilson Picket, Cliff Richard, Kyo Sakamoto, CarlaThomas en Garnett Mimms, wist Suky Akkal bij zijn uitvoeringen steeds aan te passen aan de veranderende eisen van de tijd en ook aan de steeds groter wordende elektronische opties die hij had om de muziek steeds voller te doen klinken, met inzet van slechts een enkele ervaren artiest zoals hij was. Hij maakte nog geen gebruik van de meest geavanceerde hip hop effecten, omdat bij die effecten de artiest vaak wegvalt tegen het naar believen inzetbare elektronische geweld. Tijdens zijn laatste uitvoering bij de Owrou Pokuman in 2009 liet hij zien wat hij kon met Sohanie Raat van Mohamed Rafi uit 1964 in de versie 2009. Hij introduceerde daarbij ook een van zijn zonen als leerling en toekomstige opvolger. Slechts maanden daarna moest hij zijn plaats in het echt afstaan. Zijn geïntroduceerde zoon mag echter niet er van uitgaan dat hij het recht heeft om de zaken van zijn vader voort te zetten. Helemaal niet! Hij heeft de plicht daartoe, omdat zijn vader hem ten overstaan van het grote publiek daartoe heeft aangewezen, en omdat het publiek voortzetting van de Suky Akkal muziek eist. Daarom, Sukram Akkal mag dan overleden zijn, Suky Akkal is voor ons slechts heengegaan. Hij heeft daarbij zijn zoon en zoveel aan digitaal vastgelegde muziek, maar ook aan puur technische media-constructies binnen en buiten Suriname voor ons achtergelaten, dat wij hem zullen blijven tegenkomen en hem zullen blijven gedenken. Wij zijn muzikaal reeds door hem voorzien.
Moge het zo zijn dat alle vooruitzichten die hem tijdens zijn vruchtbare leven vanuit zijn religie zijn voorgehouden over het LEVEN na dit leven voor hem bewaarheid worden, zodat wij hem met een gerust hart kunnen laten gaan naar de plaats waar hij naar toe moest gaan. Aan de familie wensen wij veel sterkte toe.

DRS. EDDY MONSELS

Wat is mis aan de AZV-wet van 1979?
Met intense belangstelling volg ik de perikelen over de totstandkoming van de AZV, zowel binnen als buiten het parlement. Dankzij een heel lang en onpersoonlijk artikel, gepubliceerd in een lokaal ochtendblad op 6 februari jl. vind ik voldoende grond om op bescheiden wijze enkele hiaten aan bloot te leggen. Erg storend ervaar ik de verwijzing van de commissie naar de ontwerpwet van 1999, terwijl de commissie met geen enkel woord rept over de door de toenmalige PSV-minister, Ir. Mike Brahim, ingediende wet, welke met algemene stemmen werd aangenomen.
Geheel verschillend met de hedendaagse werkwijze van het parlement teken ik aan dat de voorzitter van de commissie van rapporteurs het oppositielid L.Mungra was. Door geen melding te maken van die wet, kom ik tot de conclusie dat het geen enkel wezenlijk element bevat, dat geïncorporeerd zou kunnen worden in de nieuwe versie van de AZV anno 2010. Opvallend is wel dat in de reeks namen van personen en instanties die toentertijd door de commissie geconsulteerd werden, ook die van de heer R.Sardjoe (onze huidige VP) voorkomt.
Uit de fundamentele verschillen in inzichten betreffende de financiering van de AZV bleek toen ook al heel duidelijk dat de financiering een heel moeilijk punt zou worden. Als slechts twee politieke partijen de moeite namen om de mening van de commissie aan te horen, hoe geloofwaardig komen de tegenstanders bij onze samenleving over, als zij zonder enige berichtgeving verstek lieten gaan.

In een objectieve beantwoording van een groot aantal vragen van parlementsleden aan de toenmalige volksgezondheidminister Mike Brahim, zei deze dat gezondheidszorg een grondrecht is.
Ofschoon ons parlement over enkele maanden zijn 35ste geboortedag zal herdenken, valt het mij steeds op, dat zij er nog niet in geslaagd is, zaken, zonder de toediening van allerlei blakka’s te bespreken. Ongepast en zelfs ongehoord vond ik de aanmerking uit de mond van een bewindsman, dat zij die een ander berekening hebben over de financiering van de AZV, hun diploma of bul moeten verscheuren. Jammer, dat bij de brand van de woning van president Venetiaan, alle diploma’s door het vuur verteerd werden.
Indien de volksgezondheid een grondrecht is, zal de AZV moeten komen. Alleen moet het parlement op volwassen wijze zijn geboorte aankondigen en in elk geval de AZV loskoppelen van partijpolitiek. Een ander pijnpunt, dat ik de laatste tijden constateer, is steeds weer de opmerking dat in het verleden onvoldoende gedaan werd voor een bepaald deel van ons volk.
Ik erken zonder meer dat er zeker meer gedaan moest worden voor alle achtergebleven gebieden, doch de constatering dat er niets gedaan werd, acht ik volkomen onterecht. Hoe moeten missie en zending, die vanaf de slaventijd hun best hebben gedaan het lot van deze ongelukkigen te verbeteren , zich wel voelen met zo een onterechte constatering.
Kort samen gevat: de AZV zal moeten komen, mits allen bij dat proces betrokken personen een en dezelfde richting kijken. De zieke mens is dat offer wel waard.

E.Wijntuin

 

De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly
Riooljournalistiek! Het orakel van de voorzitter van Pertjajah Luhur, dhr. Somohardjo, tijdens zijn persconferentie op donderdag 4 januari j.l. was aanleiding voor de redactie van een plaatselijk ochtendblad om op 5 februari 2010 in haar commentaar een scala van uiterst gemene verzinselen in de schoenen van de Nieuw Fronttop te schuiven. Verzinsels, die alleen uit een kwaadaardig brein kunnen voortkomen en die in dit geval veel weg hebben van het bedrijven van riooljournalistiek. Immers, in de berichtgeving omtrent het Nieuw Fronttop-overleg, is uit geen enkel ander bron gebleken dat de in het commentaar van bedoelde redactie voorkomende valse beweringen aan de orde zijn geweest op de bewuste bijeenkomst, laat staan dat er besluiten m.b.t. de te volgen strategie van het Nieuw Front zijn besproken, welke het daglicht zouden schuwen.
Het commentaar van bedoeld ochtendblad is geheel uit eigen kwaadaardig opzet van valse voorlichting voortgesproten en gepubliceerd met de kennelijke bedoeling het Nieuw Front in een slecht daglicht te plaatsen. Op z’n zachtst gezegd: hoogst onverantwoordelijk en verre van objectief.
Dat het ochtendblad vanwege overbekende redenen gebonden is aan een bepaalde politieke partij is publiek geheim. Dat haar objectiviteit steeds in twijfel wordt getrokken wanneer het politieke aangelegenheden betreft, is eveneens bekend in deze kleine samenleving. Deze harde feiten die in het nadeel van het ochtendblad zouden kunnen worden uitgelegd, mogen echter nimmer aanleiding zijn voor de redactie om de schone taak van het beroep van de journalistiek met al haar ethiek terzijde te stellen ter wille van de smeer.
De samenleving bewust valse voorwendsels en gemene handelingen voorhouden, is een verwerpelijke vorm van berichtgeving, die veroordeling tot gevolg zou kunnen hebben.
De passages waarin de redactie tracht de samenleving met verzinsels van zeer kwaadaardige aard op te schepen zijn bovendien zo kenmerkend vals dat men de aard van het beestje herkent. Aan het werk zijn bedreven opportunisten bezig geweest, die met Job’s geduld wachten op accommodatie bij een eventuele stembusoverwinning van de partij van hun idool.
Geheel vervuld met ijver en vlijt om het vuile werk tot een goed einde te brengen, moet het de redactie blijkbaar zijn ontgaan dat niet slechts in Suriname, maar wereldwijd het slechte verleden van een individu, een leider, een organisatie, in dit speciaal geval een politieke partij voldoende aanleiding geven om bij de verkiezing van een belangrijke functie terug te blikken naar het verleden. Wie het verleden niet mee heeft, moet bij zichzelf te rade gaan. Antecedentenonderzoek is evenals controle geen daad van vijandschap.
Hoe onbezonnen en onervaren de jeugd van Suriname ook zou mogen zijn, de militaire staatsgreep oftewel roofoverval en alle narigheden die zich nadien hebben voltrokken en de geschiedenis van hun eigen land zodanig hebben beïnvloed, zal hun allen niet onverschillig zijn. De geschoolde jeugd is niet te onderschatten, vooral wanneer ze voor een dergelijke keus staan waarbij zij medeverantwoordelijkheid dragen voor de gekozen leiding van het land. Het land waar ze carrière moeten maken en de leiding te zijner tijd zullen moeten overnemen.
De onvoorstelbare keuze van de redactie om tegen de stroom in van nagenoeg alle sociale / maatschappelijke groeperingen – de traditionele kerken niet te vergeten – die een duidelijke bijdrage leveren om te geraken tot een vredig verloop van de verkiezingen, met hun commentaar toch te trachten een vorm van vijandschap tussen de politieke combinaties te scheppen, is een medium onwaardig en bovendien à-Surinaams.
De overige commentaren in verband met dat van bedoeld plaatselijk ochtendblad alsof de krant spoken bij dag ziet, gaat bij deze niet op. De redactie heeft bewust gekozen voor deze kwaadaardige vorm van berichtgeving. Zij tracht van de twee grote politiek andersdenkende groeperingen vijanden te maken met haar commentaar, waardoor de partij die men aanhangt er beter voor komt te staan. Dat is een verfoeilijke manier van journalistiek bedrijven en daarom misdadig te noemen.

Stemmen, maar op wie ?
Uw Stem op 25 mei geeft blanco volmacht ! De vraag is of de doorsnee of toekomstige kiezer wel beseft wat zijn of haar stem betekent. Wat is de waarde van elke stem? Het is goed als de kritische media en de partijen daar veel meer aandacht aan besteden, opdat men een juiste keuze maakt en zijn/haar stem niet uitbrengt op slechts de populaire gezichten. Wat doet de politicus met uw zo waardevolle stem? Wordt hij daar later zo arrogant en machtsdronken van en wordt het voor jou weer 5 lange jaren klagen, voordat je inziet dat je keus niet goed was? Kies je voor een ‘zware jongen’, die niet berecht wil worden en zijn eventuele onschuld niet wil bewijzen? Kies je voor zo iemand die over God, normen en waarden praat, die lijsttrekker wil zijn om weer DNA-lid of zelfs president van Suriname te worden? Kies je straks voor iemand die steeds fundamentele debatten uit de weg gaat en zo te zien aan grootheidswaanzin lijdt? Keurt u dit gedrag van jouw vertegenwoordiger in de Assemblee goed.? Vindt u het goed dat ook anderen dit systeem in stand houden om bijna blindelings te stemmen op iemand? Suriname snakt naar totale vernieuwing. We moeten in elk geval voorkomen dat mensen bedreigd gaan worden en uit vrees het land zullen uitvluchten. Wij moeten voorkomen dat er straks chaos ontstaat in het land
Stemmen op de bekende oudere personen (seniore burgers) uit onze huidige frontregering haalt ons ook niet uit het diepe dal waarin wij momenteel zitten. De bejaarden moeten volledig verdwijnen uit de politiek. Ze noemen zich democraten, maar gedragen zich als grote machthebbers, als heersers. Deze politici hebben met hun partijen een conservatieve politiek gevoerd. Het behartigen van vooral kleine groepsbelangen voerde de boventoon. Ze hadden op dit moment de politieke en economische wind erg mee dat Suriname niet echt in de spiraal van de wereldeconomische crisis geraakte, omdat ons land over heel veel goud en andere potentiële natuurlijke hulpbronnen beschikt. Deze heren zouden er echt wel goed aan doen om zich geheel terug te trekken uit de actieve politiek. Doen ze dat niet, dan moeten de kiezers hen resoluut afwijzen op 25 mei. Het is al genoeg geweest om zo lang te regeren en zich ook zolang te verrijken. Het is wel moeilijk om een juiste keuze te maken, vrij van alle franjes. Want deze heren zijn per slot van rekening toch zeker beter dan ‘Des-for-Pres’ en zeker ook beter dan de ‘koning van Marowijne’ die met zijn opvallende rondrijdende gele propaganda auto's, president van Suriname wil worden. De Vernieuwingsbeweging VHP kon niks meer vernieuwen dan wat intern papierwerk binnen hun partij. Zij durfden niet eens de rancuneuze en corrupte cultuur op hun twee ministeries openlijk te bekritiseren laat staan te bestrijden. Het zijn dus slechts zogenaamde vernieuwers, het zijn twee handen op een buik n.l. van de partijtoppers. Nickerie, Wanica en Commewijne, straf hen af ! Maak a.u.b. nu een bewuste keus. Het volk snakt naar totale vernieuwing in alle politieke partijen. We willen nieuwe spelers en ook een nieuw spelsysteem; wij willen af van het gedoe van dit verziekt politiek systeem. Er moet nu hervorming en vernieuwing komen, anders zal onze rechtstaat aangetast blijven door enorme corruptie, vriendjespolitiek, patronage, massale goudroof in het binnenland en drugsmokkel en komen we nooit uit de onzichtbare katibo, die vicieuze cirkel. Frappant is dat socialisten en loyalisten jaar in jaar uit klagen over de onrechtvaardige verdeling van de welvaartskoek, maar ze doen wijselijk niks aan de bestrijding van de goudroof in het binnenland door de illegale klein-mijnbouw, die, naar men beweert, heel veel oplevert. Daarover wil men gewoon niet praten. Waarom?
De partij die werkelijk niet slaapt en dus ook 's nachts naar uw perceel kijkt, moeten wij letterlijk niet uit het oog verliezen. Zij komen via het Glis heel makkelijk aan alle perceelkaarten. Heel wat Hindostaanse kiezers hebben nu echt wel de buik vol van de traditionele parijen en kiezen nu terecht voor de partij die nooit slaapt, want daar wordt er hard gewerkt, daar wordt enige toekomst geboden en daar valt er voor de kleine man ook wel wat voordeel te halen. Bij de olifant kijken de zeer rijke toppers nog altijd eerst naar hun eigen welvaart, hun eigen toekomst en de toekomst van hun naaste familie. Daarnaast gaan ze steevast door met de buit binnen te halen. Top-onderhandelaar, strateeg, is de grote grootkapitalist meneer P. Je moet steeds voor hem een diepe buiging maken als je iets gedaan wil krijgen. Hij voert de onderhandelingen. Maar waarover onderhandelt hij? Het Nieuw Front gaat de verkiezingen zeer zeker winnen ( dat zeggen zelfs vele nuchtere NDP'ers) dus waarom uw kostbare stem verliezen aan NDP of de eens beruchte floppartij in de omgeving van het Minov. ? Verliest de NDP de verkiezingen echt wel? Laten wij toch nog wachten op de laatste idos-peiling, een week voor de verkiezing. Hopen dat die peiling toch nog komt.
Als wij de geruchten mogen geloven, haalt de UPS nauwelijks wat binnen. De hoofdrolspelers maken volgens de geruchtenmachine een grote overstap naar de VHP. De tv-presentator gebruikt zijn medium meer voor de politiek. Uit ervaring blijkt dat vele presentatoren die vanuit de zijlijn zo veel kritiek op alles hadden, de afgelopen 20 jaren de politiek zijn ingegaan maar grandioos flopten als DNA-lid of als minister. PL heeft wel aantal dingen tegen zich pleiten. Bijvoorbeeld dat men de aanvraag van grond van de beroepsgrondspeculant, de dorpskapitein met de grote ronde buik en een kleine witte baard goedkeurt voor vele miljoenen euro's te laten opkopen door de regering van Suriname. Andere politieke partijen hebben dit model in het verleden ook gehanteerd. Dus als u de huidige politiek op zo vele gebieden aan een nadere beschouwing gaat onderwerpen, zult u ontdekken dat ook deze regering heel wat voordeeltrekkers met zich meegedragen heeft die fors beloond zijn.
Dus als u bij de verkiezing geen juiste keuze maakt, dan hebt u de gekozene een volmacht gegeven om alles te doen wat hij/zij wil, 5 jaren lang en die bovendien heel vaak niet het land’s belang zal dienen, maar meestal als eerste zich zal proberen te verrijken via grond, gunsten en macht.

K.V. Jagnanan
 

In memoriam:
Ustád (Maestro) Soekram (Suky) Akkal (04-04-1933 – 06-02-2010)
Elektronicus en begenadigd musicus

De begenadigde elektronicus en accordeon- en keyboardvirtuoos Suky Akkal is op 6 februari 2010 door Sarasvati Mátá (godin van kunsten en wetenschappen) opgeroepen om in het orkest van de Gandharvas (kosmische muzikanten) voor eeuwig in het paradijs te musiceren. Voor de (tijdelijke) aardse achterblijvers heeft het vertrek van de Maestro een muzikale leemte achtergelaten. Gelukkig is zijn erfenis in de vorm van cd’s en andere geluidsdragers van dien aard dat wij nog steeds van zijn muziek kunnen genieten. Het bericht van zijn verscheiden kwam voor velen als een donderslag bij heldere hemel, maar de ingewijden wisten dat Suky reeds jaren kampte met een zwakke gezondheid. De dood van zijn vrouw, Chitra, gevolgd door die van achtereenvolgens een zoon en een dochter hebben Suky onherstelbare klappen toegebracht. Hij werd een verbitterd mens en kon niet echt meer van het leven genieten. Desondanks bleef hij doorgaan met zijn werkzaamheden op elektrotechnisch gebied en bleef hij tevens muziekoptredens verzorgen vooral op huwelijken, verjaardagen en andere gelegenheden. De onderstaande gegevens betreffende de levensbeschrijving van de overledene, zijn hoofdzakelijk gebaseerd op een interview die Narinder Mohkamsing op 12 februari 2008 in het woonhuis van Suky aan de Estabrielstraat 21 te Zorg en Hoop van hem heeft afgenomen. Dit in verband met de huldiging die Suky ten deel viel op 15 februari 2008 te Paramaribo in het Trade Center, door de Sociëteit Republiek Suriname (SORES). De biografische data zijn niet door mij geverifieerd.

Soekram Akkal werd geboren op 4 april 1933 te Paramaribo aan de Koningstraat en heeft daar tot zijn twaalfde gewoond naast de familie Sohansingh. Suky was de jongste uit een gezin van 9 kinderen. Zijn scholing begon bij de Paulusschool en vervolgens schakelde hij over naar de Hendrikschool alwaar hij zijn diploma behaalde.
- Daarna zat hij één jaar op de Geneeskundige school.
- Vervolgens bezocht hij vier en een half jaar de Rechtsschool.
Suky haakte af voor beide opleidingen, niet omdat hij niet intelligent genoeg was, maar omdat het zijn vader was die erop aandrong dat hij arts werd en na het afhaken op de geneeskundige school, jurist. De medische opleiding lag hem niet, omdat Suky geen bloed kon zien. Hij zette een punt achter de opleiding toen hij voor het eerst een keizersnee bijwoonde. Bij de rechtenopleiding haakte hij af in het eindexamenjaar omdat hij als een 'blessing in disguise' een beurs van India kreeg om in dat land muziek te gaan studeren. Toen hij nog een kind was, was zijn vader fel tegen muziek en techniek gekant. De reden is dat Suky's oudste broer ooit leerling was bij de jurist mr. dr. J.C. de Miranda, maar op een gegeven moment de studie vaarwel heeft gezegd en monteur is geworden! Sindsdien had zijn vader een hekel aan alles wat technisch was. In feite hebben zijn broers Suky in de muziekwereld gebracht. Ze hielden zich allemaal bezig met de baithak gana. Ze opereerden op dezelfde golflengte van ustáds als Noer Pierkhan. Suky mocht toen mondharmonica spelen.

In 1952 richtte Suky een formatie op, The Indian Orchestra genaamd, die uitsluitend filmmuziek speelde. In die tijd speelde een illustere figuur Harry Chuman alias Harry Tota genaamd een belangrijke rol in de muziekwereld. (Zijdelings zij opgemerkt dat het deze persoon is die buitenlandse danseressen naar Suriname liet komen om hier onder andere op de kermissen hun kunnen te demonstreren. De term “paturiya” voor het aanduiden van dergelijke artiesten stamt uit die tijd.). Tota is volgens Suky de vader van de moderne muziekinstrumenten in de Surinaams- Hindostaanse muziek. The Indian Orchestra was het eerste orkest in Suriname dat elektrische instrumenten introduceerde; ook het harmonium werd elektrisch versterkt.

Begin ‘55 vertrok Suky naar India. Hij kon kiezen uit de opleidingen muziekinstrumenten, zang of music director. Hij koos voor het laatste omdat je daardoor tegelijkertijd ook instrumenten en zang leerde. De beurs naar India heeft veel teweeg gebracht in Suky's leven. Hij deed 5 1/2 jaar over de Bachelor of Music opleiding [vergelijkbaar met Sangeet Visharad] aan de Bhaatkhande University of Music, Luckhnow. Tijdens deze opleiding leerde hij zijn vrouw, Chitralekha Shrestha, een geboren en getogen Indiase, kennen. Ook zij had een hoge muziekopleiding genoten en bracht het zelf tot professor in de muziek aan dezelfde universiteit waar Suky gestudeerd heeft. Laatstgenoemde vertrouwde ons toe dat hij zijn gehele leven door zijn vrouw onderricht is op muziekgebied. Samen kregen zij vier kinderen, die allen in India zijn geboren. Samen met Chitra heeft Suky vele shows gegeven en talrijke grammofoonplaten en cd’s uitgebracht.

Als bestgeslaagde kon hij doorstromen naar de Master of Music opleiding. Ook daarvoor slaagde hij als eerste, daarna volgde hij de Sangeet Nipunna, te vergelijken met een PhD opleiding. Vermeldenswaard is dat hij samen is afgestudeerd met de befaamde Indiase music director Rahul D. Burman, die als beste van zijn jaar afstudeerde, en Suky als op één na de beste. Vervolgens deed hij praktijkervaring op bij verschillende music directors, waardoor hij ook gerechtigd werd de titel van music director te voeren. De eerste film waarin hij muziek gespeeld heeft, is Sangam waarin de legendarische Shankar & Jaikishan music directors waren. In die film bespeelde hij het accordeon samen met Shankar. Waar Raj Kapoor in de film Sangam de accordeon bespeeld, heeft in feite Suky gespeeld. Gedurende zijn muziekopleiding behaalde Suky in India ook drie diploma’s in de elektrotechniek, te weten voor radio, tv en het opzetten van stations. Door een boedelkwestie moest Suky in 1965 terugkeren naar Suriname. De eerste twee jaren van zijn muziekcarrière verliepen niet erg succesvol. Hij gaf 1 1/2 jaar lang kosteloos les. Hij was zeven jaar lang verbonden als muziekleraar aan het CCS en kreeg naar zijn zeggen te kampen met vele intriges. Suky bracht niet alleen muziek van alle culturen ten gehore, maar heeft ook verscheidene eigen composities op zijn naam staan. Naar ik uit de pers begrepen heb, waren zijn bekendste creaties in het Sranan, onder andere uma nanga man. Hoewel Suky vloeiend Sarnami en Hindi sprak, beschouwde hij het Sranan als een van de talen waarin hij zich graag uitdrukte, omdat hij vond dat hij bepaalde zaken in die taal kernachtiger kon zeggen. Een van zijn bekendste leerlingen is de toetsenist Sonny Khoeblal, die niet alleen in Suriname, maar ook in het buitenland naam gemaakt heeft.

Uiteindelijk maakte Suky van de elektronica zijn beroep, daar zoals hij dat met zijn bekende gevoel voor humor uitdrukte, er in die branche meer muziek zat (in financieel opzicht). Muziek werd toen eigenlijk meer zijn hobby, hoewel hij een veel gevraagde toetsenist bleef voor allerlei feesten en bruiloften. Maar ook onder andere in Torarica, Krasnapolsky, Het Park en zelfs in het buitenland heeft Suky optredens verzorgd. Zelf zegt hij dat muziek een gift van boven is. In het begin van de zeventiger jaren trad hij in dienst van de STVS en bleef daar 25 jaar tot zijn pensionering.

Al in zijn kinderjaren had hij een grote belangstelling voor elektronica. Toen hij ongeveer 5 jaar oud was, bouwde hij zijn eerste radio in een sardineblikje! Hij weet niet meer precies of het om olie dan wel tomatensardienen ging! Om wat bij te verdienen, repareerde hij als kind radio’s. Hij werd in die tijd bijgestaan door Boy Netto, een schoolkameraad die nu bij de NASA zit in de USA en vele uitvindingen op zijn naam heeft staan. Ook van Otto Moroy heeft hij veel van de elektronica geleerd.

Na zijn pensionering gaf Suky zijn krachten aan het bouwen van nieuwe radio- en tv stations in Suriname en het Caribisch gebied. Het grootste tv-station heeft hij in de Bahamas gebouwd. Naar zijn zeggen moet dit station volgens Surinaamse begrippen als een klein dorp worden beschouwd. Voor zijn verdiensten in de Bahamas is hij o.a. beloond met een levenslang visum, zodat hij dat land onbeperkt in en uit kon gaan! Zijn laatste project in Suriname is channel 45, het Chinese kanaal. In ons land is Suky o.a. gewaardeerd in het light on a artist evenement, georganiseerd door Hotel Torarica, door de President van de Republiek Suriname met de onderscheiding van Officier in de Ere-Orde van de Gele Ster, door SORES met de gouden soresspeld en recentelijk in de V–tunnel door de organisatie owru poku man fu Sranan. Dit laatste mede vanwege het feit dat Suky zich niet beperkte tot Hindoestaanse muziek, maar ook kaseko, Caribische- en westerse muziek (zowel pop als klassiek) in zijn repertoire had. Ook bij het spelen van Hindoestaanse melodieën slaagde Suky erin kaseko en andere Caraibische elementen in die muziek te integreren. Hierbij wordt de hoop uitgesproken dat Suriname deze grote zoon op een passende wijze zal vereeuwigen, bijvoorbeeld door het vernoemen van een muziekschool of andere instelling die met muziek te maken heeft naar hem.
Aan de nabestaanden wordt sterkte toegewenst.

Door: Carlo Jadnanansing

De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly
Een reactie! Naast de vele ons al jaren bekende uitwassen tijdens het parlementaire werk in de assemblee, deed zich onlangs een andersoortige voor, die ook wel voor ernstige consequenties kan zorgen. Het ging om de al dan niet terecht breed uitgemeten (grammaticale) taalfouten in ontwerpwetten het college aangeboden. Wat dat betreft, blijkt er veel aan te haperen in onze totale samenleving, wat des te meer opvalt in officiële stukken die het grote publiek te zien krijgt, zoals in officiële advertenties, bekendmakingen, enz.
Hetgeen zich in de assemblee afgespeeld heeft, deed onze deskundige in deze bij uitstek naar de pen grijpen om zijn visie daarover weer te geven in een lokale krant van 14-01-2010, een visie die – als wij die goed begrepen hebben – erop neerkomt dat het allemaal niet zo erg is als die fouten gemaakt worden. Wij leven immers in een andere “habitat” dan die aan de Noordzee. En met verscheidene voorbeelden demonstreert hij zijn visie.
Wij zijn ons er terdege van bewust geen partij te zijn voor deze deskundige en zullen ons daarom ook niet met hem willen meten. Wel vragen wij ons af of de taal in een bepaald gebied niet uniform moet zijn, m.a.w. de afspraken die in regels zijn vastgelegd of die niet gehandhaafd moeten worden; eenvoudig nageleefd moeten worden ter voorkoming van wildwest situaties.
Wij zijn de mening toegedaan dat die deskundigen ons juist moeten voorgaan in het op de juiste wijze hanteren van op zijn minst het elementaire van de taal, door ons van die middelen te voorzien die het streven daartoe bevorderen. Dat moet naar onze mening niet worden overgelaten aan allerlei onder- of niet-ontwikkelden op dat gebied. Niet aan Jan met de pet. Het blijkt steeds weer dat er talloze van deze Jannen op leidinggevende posten terechtkomen, die nauwelijks redelijk een memo weten neer te pennen.
Wij moeten voorkomen de chaos te scheppen die er al heerst in het Sranan. Omdat er naar wij vermoeden nog geen dwingende regels ten aanzien daarvan zijn gesteld, doet iedereen maar wat hij goed denkt. Vele affiches van bijv. BOG getuigen daarvan. Wij onder elkaar – vooral de Surinamers – denken heel verschillend en horen ook heel verschillend, reden om de zaak niet aan de fonetiek over te laten.
Laten wij onszelf niet voor de gek houden. De doorsnee Surinamer is niet gedisciplineerd, wil niet gedisciplineerd zijn. Dat merken we dagelijks om ons heen.
Waar wij officieel de Nederlandse taal moeten gebruiken, laat ons dat dan op de juiste wijze doen. Laat ons eindelijk dat “Nederlands is niet mijn taal” loslaten, dat ons een generatie geleden door een toen vooraanstaande figuur werd ingepompt. De Braziliaan bijv. zegt toch ook niet dat het Portugees niet zijn taal is? Het schijnt dat bij ons de deugd om minderbedeelden op de hoogte te brengen van zaken, waarvan zij geen weet hebben, verleerd hebben. Erger is dat wij er in volharden die deugd te willen verleren.
Moeten wij volgens de deskundige alles maar op zijn beloop laten? Maar waarvoor gaan wij dan naar school? 1 + 1 = 3 schijnt nou binnen onze samenleving opgeld te doen, dus …..
Hier hebben wij te maken met kennis en niet met politiek, waar men “schijnbaar” rekening houdt met wat van de onderkant van de samenleving komt.
Trouwens, in de assemblee blijkt ook (weer) gepleit te zijn voor het overschakelen op het Engels. Welke taal ook, als wij ons niet houden aan de regels daarvan, zal het resultaat hetzelfde zijn als tegenwoordig in het Nederlands: ambtenaren, die het elementaire Engels niet beheersen, die regeringsstukken moeten voorbereiden. Gelukkig dat er nog een paar lieden in de assemblee zitten, die over de taalfouten konden struikelen. Onze journalisten zijn soms ook van een slag apart. Vele lezers gruwen van hun “taalvaardigheid” en op school durft de leerkracht de leerlingen niet meer te adviseren de krant te lezen.
 

NIETS MEER TE VERWACHTEN VAN VENETIAAN
Dat is de zin die bij mij opkwam toen ik het artikel gelezen had in de editie van maandag 18 januari j.l van een lokaal ochtendblad. Het artikel had als kop: “Kerkleiders: Goudwinning moet stoppen” en deed melding van de gemeenschappelijke mening welke de religieuze leiders van ons land samen met wetenschappers op Wereld Religie Dag hebben kunnen ontwikkelen met betrekking tot het vraagstuk inzake het kwikgebruik in de kleine goudmijnbouw. Onlangs werd het verslag van deze bijeenkomst nog aan de minister van Binnenlandse Zaken aangeboden.
Dhr. R.R.Venetiaan heeft als staatshoofd gedurende zeker langer dan 10 jaren geweten dat dit vraagstuk speelt. Meer nog ...hij heeft het beleid van zijn voorganger Jules Wijdenbosch bewust niet voortgezet. Dit beleid dat nauwgezet voorbereid was en in de beginfase van uitvoering was, had o.m. de volledige ondersteuning van de Braziliaanse regering die via haar ambassade alle medewerking had toegezegd om de ordening van deze sector ter hand te nemen. Vanuit Brazilië was er zelfs een deskundige naar ons land gestuurd.
In een participatorich proces van alle betrokken partijen waren alle richtlijnen en regels afgesproken en werd een begin gemaakt om middels de “ Stichting Inter Departementale Units” (SIDU) de ordening van deze sector slagvaardig ter hand te nemen.
De regering Wijdenbosch heeft echter vroegtijdig haar regeerperiode moeten beëindigen en dhr. R.R.Venetiaan heeft bewust dit beleid niet voortgezet. De SIDU werd vrijwel direct na zijn aantreden ontbonden en ook de leden van de Inter Departementale Commissie ( Commissie Herstructurering Goudsector) die de supervisie over de SIDU voerden, werden vriendelijk voor hun diensten bedankt.
Wat dhr. R.R.Venetiaan niet gedaan heeft, is om iets anders daarvoor in de plaats in te stellen; ik ontkom daarom niet aan de indruk dat dit niets doen, voortvloeit uit onwetendheid. Want niemand zal mij overtuigen dat het huidig staatshoofd de gevaren van kwik niet kent. Gebrek aan middelen kan ook niet als reden worden aangedragen, want zowel nationaal als internationaal zijn er (nog steeds) voldoende middelen ter beschikking om het gebruik van kwik in de klein goudmijnbouw aan te pakken.
Als regeringsleider heeft het staatshoofd alle middelen ter beschikking, waaronder wet en regelgeving, en ook alle middelen (leger en politie en de GMD) om de naleving te kunnen afdwingen. Ook de steun van nabuurlanden Frankrijk ( Frans Guyana) en Brazilië was op afroep beschikbaar.
Ik concludeer dat het niets doen van ons staatshoofd een kwestie van pure onwil is geweest. Waarop deze onwil gestoeld is, is een vraag welke dhr. R.R. Venetiaan zelf zal moeten beantwoorden. Immers, het model van aanpak dat door deskundigen tijdens de regering Wijdenbosch ontwikkeld was, was een heel doordacht en effectief model, welke hij, naar onze bescheiden mening, als Ronald Runaldo Venetiaan, absoluut niet wilde overnemen.
Vier maanden voor de verkiezingen, waarbij volgens de voorlopige peilingen de regering Venetiaan een gevoelige nederlaag te wachten staat, doen de religieuze leiders in een gezamenlijke verklaring met wetenschappers een vergeefse oproep aan het staatshoofd om nu met maatregelen te komen.

Ik heb alle begrip voor deze leiders en ondersteun hun oproep, zij het met enige nuance ook. Uit ervaring weet ik dat deze oproep aan dovemansoren is. Maar als kind van dit land, dat ook alles dat in zijn vermogen heeft gelegen heeft aangewend om voor dit vraagstuk oplossingsmodellen aan te dragen, heb ik de stille wens dat ik ongelijk krijg.
Bescherming van ons natuurlijk milieu is voor mij belangrijker dan gelijk krijgen.

Drs. Winston W. Wirht
(Ex- Secretaris SIDU)

 

Hoe word ik diplomaat? (slot)
In landen met een open bestuur wordt heden ten dage aan alle burgers gelijke kansen geboden om te solliciteren naar diverse functies bij de overheid. Vacatures worden bekend gemaakt via advertenties in kranten, tijdschriften en tegenwoordig ook via de internetpagina’s van verschillende overheidsinstellingen. In zulke landen biedt de overheid alle burgers gelijke kansen en behandeling aan, ongeacht hun afkomst, kleur, sekse, religie, leeftijd en politieke affiliaties. In een samenleving die er naar streeft om haar diensten zo goed en perfect mogelijk te doen zijn, wordt consistent geprobeerd de beste krachten te vinden en de juiste mensen op de juiste plaatsen te benoemen. In deel 1 en deel 2 van dit artikel, welke respectievelijk op woensdag 3 en vrijdag 5 februari j.l. zijn gepubliceerd, zijn enkele aspecten aangehaald. In het laatste deel van vandaag gaan wij in op nog enkele zaken.
De Verenigde Staten van Amerika zijn hun diplomatieke dienst begonnen met personen, die niet specifiek daartoe waren opgeleid, maar op een bepaald moment moest worden besloten om over te gaan tot professionalisering van die dienst, vanwege het besef dat diplomatie en internationale betrekkingen dermate belangrijk zijn voor een land, dat die niet in handen konden worden gelegd van amateurs i.c. ondeskundigen.
In India is vanaf de onafhankelijkheid in 1947 gewerkt met een professionele buitenlandse dienst, die voor iedere Indiër openstaat als hij/zij de zeer zware selectie doorkomt en de opleiding succesvol afrondt. Ook Singapore heeft vastgehouden aan de lijn van een professionele buitenlandse dienst vanaf hun zelfstandigheid in 1965.
De Republiek Suriname maakte in 1975 een serieus begin voor een professionele diplomatieke dienst, maar gaandeweg werd hiervan afgestapt en zijn onze politieke leiders overgegaan tot plaatsing en benoeming van merendeels niet gekwalificeerde personen oftewel amateurs op onze buitenlandse posten. De richting die Suriname is opgegaan, laat dus zien dat wij zijn afgestapt van het pad van professionalisme en de weg zijn opgegaan van het amateurisme. Laat het hier herhaald zijn: de diplomatie is een professionele aangelegenheid, wie amateurs het veld instuurt, plaatst zichzelf direct in een positie van achterstand.
Bij de benoeming van een aantal ambassadeurs op 11 april 1997 merkte de toenmalige president, Jules Albert Wijdenbosch, op dat “Suriname als enig klein land van de 206 staten in de top twintig van de rijkste landen voorkomt. Afzakken naar de 18e plaats is gezichtsverlies. Het streven moet zijn de 16e plaats te bereiken”. Maar het zijn juist onze politieke leiders die een belemmering vormen om die zestiende plaats te bereiken, omdat zij na 1996 vooral de buitenlandse dienst, als werkarm van de regering, hebben volgestopt met hoofdzakelijk zwakke en niet gekwalificeerde personen.
Het verleden, zegt men, is soms een terugblik in de toekomst; op grond van wat geweest is, verkondigt zij wat komen zal. Ik heb niet veel hoop dat na de verkiezingen van mei 2010 op het stuk van de Surinaamse diplomatie iets zal veranderen. De politieke partijen, die tot nog toe in het machtscentrum hebben gestaan, zijn naar mijn mening moreel uitgeput, ideologisch hol en niet in staat om de noodzakelijke hervormingen op dit stuk door te voeren. Onze politici zullen hun greep op buitenlandse zaken niet opgeven, zij zullen doorgaan met hun patronage benoemingen; zij zullen volharden in hun onjuistheden, hun ongerechtigheden en hun dwaasheden. Want het is uitermate triest te moeten constateren dat vandaag de dag sommige leiders van ons buitenlands beleid weigeren om gezien te worden met enkele van door henzelf benoemde ambassadeurs, zij zijn ook niet bereid sommige ambassadeurs te ontvangen wanneer die in Suriname op bezoek zijn.
Suriname is een makkelijk land om diplomaat te worden. Er zijn geen specifieke standaarden, er is geen transparant selectieproces en er worden geen examens afgenomen om diplomatieke kennis en vaardigheden te toetsen. Ook geen talentest noch computerkennis. De benoeming tot diplomaat is een zuiver politieke aangelegenheid.
Het advies om in Suriname diplomaat te worden, is daarom kort en simpel: wordt lid van een politieke partij, die deel uitmaakt van de regeercoalitie en belangrijk is, dat je zoveel als mogelijk lijkt op één van de partijvoorzitters.
De onderstaande tabel van Surinaamse ambassadeurs vanaf 1975 – 2009 toont een totaal van 65 ambassadeurs, van wie 59 mannen en 6 vrouwen. Van het aantal van 65 hebben 44 een afgeronde universitaire opleiding gehad. Enkele wetenswaardige data zijn verder:
In 2000 hadden van de totaal 11(elf) ambassadeurs, 8 (acht) een afgeronde universitaire opleiding. In 2005 hadden van de totaal 12 (twaalf) ambassadeurs, 5 (vijf) een afgeronde universitaire opleiding. Ten aanzien van het opleidingsniveau is er sprake dus van een dalende lijn, met andere woorden, er heeft geen verscherping van de criteria plaatsgevonden, maar een verlaging. In 2006 is wel een speciale cursus “Introductory Program for Diplomats” afgedraaid voor de nieuw benoemde groep van ruim 18 personen, onder wie 9 (negen) vrouwen. De verwachting is geweest dat deze nieuwe diplomaten, eenmaal op hun standplaats, zich verder zouden bekwamen op het stuk van de diplomatie en internationale betrekkingen.
Tabel: Ambassadeurs van Suriname 1975 – 2010

Dhr.E. Alibux

 

Dhr.L.Henar

 

Dhr.K.Nahar

Mevr.A.Alihusain-del Castilho

 

Dhr.H.Herrenberg

 

Dhr.K.Nandoe

Dhr.H.Alimahomed

 

Dhr.S.Hira

 

Dhr.K.Nannan Panday

Dhr.G.Alvares

 

Dhr.G.Hiwat

 

Dhr.S.Pawironadi

Dhr.E.Amanh

 

Dhr.H.Illes

 

Dhr.O.Pocorni

Dhr.O.van Amson

 

Mevr.U.Joella-Sewnundun

 

Dhr.H.Prade

Dhr.E.Azimullah

 

Dhr.R.Karamat

 

Dhr.A.Ramdin

Dhr.K.Bajnath

 

Dhr.R.Kensmil

 

Dhr.C.Ramkisor

Dhr.E.Braafheid

 

Dhr.H.Kolader

 

Dhr.R.Ramlakhan

Dhr.F.Boekstaaf

 

Dhr.J.Kross

 

Dhr.S.Rasam

Dhr.R.Christopher

 

Dhr.A.Lalmohamed

 

Dhr.E.Sedoc

Dhr.Ch.Defares

 

Dhr.C.Lamur

 

Dhr.S.Setroredjo

Mevr.M.Demon-Belgraef

 

Dhr.E.Leeflang

 

Mevr.M.Sewnandan

Dhr.F.van Dijk

 

Dhr.F.Leeflang

 

Dhr.I.Sewrajsingh

Dhr.W.van Eer

 

Dhr.E.Limon

 

Dhr.I.Soerokarso

Dhr.R.Ferrier

 

Mevr.I.Loemban Tobing-Klein

 

Dhr.C.Spier

Mevr.F.Graand Galon

 

Dhr.H.Mac Donald

 

Dhr.W.Udenhout

Dhr.H.Guda

 

Dhr.D.Mc Leod

 

Dhr.N.Veira

Dhr.A.Halfhide

 

Dhr.K.Middellijn

 

Dhr.S.Werners

Dhr.R.Halfhuid

 

Dhr.Ch.Mijnals

 

Dhr.P.Wijngaarde

Dhr.H.Hasrat

 

Dhr.S.Mungra

 

Dhr.R.Wong Lun Hing

Dhr.H.Heidweiller

 

Dhr.H.Naarendorp

 

 

Bron: R.Alihusain, Surinaamse diplomaten 1975-1993, Nieuw Delhi, januari 2006; Manado, mei 2009 en Jakarta januari 2010

Het is goed om te herhalen dat het prestige van een ambassadeur ook het prestige is van het land dat zij vertegenwoordigen. Daarom moeten alleen zeer getalenteerde en hoog gekwalificeerde mannen en vrouwen benoemd worden in de hoogste diplomatieke functie van ambassadeur. Doet men dit niet, dan kan dit als een verkeerd signaal worden opgevat.
Het is bekend in de diplomatieke geschiedenis dat wanneer heersers elkaar wilden beledigen, zij middelmatige en ondermaatse mannen als hun gezanten naar elkaar zonden. Een Franse Koning vernederde Edward de Derde van Engeland door een boodschap van minachting voor hem te sturen door een keukenbediende en de burgers van het oude Rhodes waren furieus toen Rome een ambassadeur zond die gymnastiekleraar was. Het wordt voor een gastland dan heel moeilijk om aan zulke ambassadeurs de égards te betonen die bij deze functie horen. Hoe spreek je zulke ambassadeurs met “Excellentie” aan?

Drs. R. Alihusain
 

SCHAARSTE AAN DOLLARS LEGT ZWAKTE ECONOMISCH BELEID BLOOT
Bij het aangekondigde vertrek van de president van de Centrale Bank van Suriname, André Telting, heeft de regering eindelijk een reden kunnen bedenken voor de schaarste aan dollars van de laatste maanden in de Surinaamse samenleving. Volgens de minister van de Financiën, Humphrey Hildenberg, zou de belangrijkste oorzaak zijn de onzekerheid die de komende verkiezingen met zich zou meebrengen. Volgens hem zou de voortzetting van het tot nu toe “succesvol” gevoerd financieel beleid van de Front-regering na de verkiezingen onzeker zijn. Om die redenen zouden Surinamers nu op zoek gaan naar US-dollars om daarmee hun verdiensten in Surinaamse dollars waardevast te maken. PALU-ondervoorzitter Henk Ramnandanlal zegt dat deze verklaring de zwakke zienswijze blootlegt die de huidige Front beleidsmakers hanteren om economisch beleid uit te stippelen. “Dit laat de kortzichtige zienswijze zien die schuilgaat achter het van-dag-tot-dag beleid dat gevoerd wordt door de Front-regering, waarbij men zich niet druk maakt over effecten in de samenleving van dit soort uitspraken op lange termijn”, aldus Ramnandanlal.

De schaarste aan dollars heeft volgens hem niets te maken met onzekerheid van wat er na de verkiezingen zal gebeuren, maar legt de zwakte van het tot nu toe gevoerd economisch beleid van de Front-regering bloot.De PALU heeft keer op keer erop gewezen dat de zogenaamde stabiliteit van de Surinaamse dollar in de afgelopen jaren het resultaat was van toevallige factoren en niet van een bewust gevoerd beleid van de Front-regering. Deze heeft alleen maar geprofiteerd van de toevallig hoge prijzen op de internationale markt van een aantal belangrijke exportproducten als bauxiet, goud en olie. Ramnandanlal: “In plaats van dat de Front beleidsmakers de extra verdiensten hebben gebruikt om de toevallige stabiliteit om te zetten in een structurele stabiliteit door te investeren in bijvoorbeeld onderwijs, productie en de dienstensector, zien wij dat de extra verdiensten zijn opgespaard om nu vlak voor de verkiezingen consumptief in te zetten om de kiezer gunstig te stemmen”. Hij neemt daarom de regering en in het bijzonder de minister van Financiën heel erg kwalijk dat het pakket aan maatregelen om tot meer structurele dollar verdiensten te komen en het vertrouwen in de Surinaamse dollar verder te versterken tot nu toe is uitgebleven.

Het is een verklaring die kant noch wal raakt dat terwijl de dollar overal in de wereld in waarde daalt de Surinaamse ondernemer en consument op dit moment de US- dollar zou verkiezen boven de Surinaamse gulden omwille van zekerheid. De verklaring voor de schaarste is gewoon een kwestie van vraag en aanbod. Het aanbod aan dollars is afgenomen in de samenleving door het vertrek van een aantal buitenlandse bedrijven waaronder Billiton. Ook zijn door de financiële crisis de overmakingen door familie in het buitenland minder geworden en is daardoor het aanbod aan dollars en euro’s ook sterk verminderd. Daartegenover is de vraag naar US -dollars toegenomen door de internationale daling van de waarde van deze munteenheid. De Surinaamse samenleving heeft meer US-dollars nodig om het huidig niveau van importen te kunnen blijven garanderen. De effecten van de waardedaling worden bovendien vergroot door koppeling van de Surinaamse dollar aan de US-dollar. Daarbovenop heeft de Front-regering Fiso I doorgevoerd, waardoor de koopkracht enigszins is toegenomen en het inflatoire effect heeft versterkt. Volgens Ramnandanlal hadden de Front beleidsmakers bij een goed en gezond economisch beleid deze effecten moeten zien aankomen. “En wat we zien, is dat men juist met uitspraken komt die de onzekerheid in de samenleving aanwakkeren in plaats van aankondigingen doen die het vertrouwen in de Surinaamse dollar versterken”, aldus de PALU-ondervoorzitter. Dit laat ook volgens hem zien hoe kortzichtig de huidige beleidsmakers aankijken tegen zaken. Dit laat volgens hem ook zien dat het Nieuw Front in de kern zeer antinationalistisch is, omdat men ervoor kiest om politieke uitspraken te doen in het eigen voordeel, terwijl daarmee grote schade wordt aangericht aan de Surinaamse economie als geheel.

De PALU-ondervoorzitter zegt dat wat we hebben gezien is dat de Front- regering vier jaren heeft stilgezeten en als een boekhouder alle extra verdiensten heeft opgepot en de uitgaven van de Surinaamse overheid zoveel mogelijk op hetzelfde niveau heeft gehouden. En in het laatste zittingsjaar worden de extra verdiensten slechts consumptief ingezet om de kiezer gunstig te stemmen. De nieuwe regering die na de verkiezingen zal aantreden, zal bij een verkiezingswinst van de Megacombinatie een fundamenteel ander beleid moeten voeren op het economisch vlak. In plaats van direct in te grijpen op de valutamarkt zal de nieuwe Surinaamse regering ervoor moeten kiezen voor meer investeringen in de reële sector. Dit zal twee effecten hebben in de samenleving, namelijk op de eerste plaats zal het aanbod aan dollars toenemen en op de tweede plaats zullen de investeringen zijn effecten hebben op termijn door toegenomen productie en exporten. “Als wij in de afgelopen jaren dit hadden gedaan, was Suriname nu veel verder. Maar omdat men nou eenmaal de traditionele berekening had gemaakt om in dit verkiezingsjaar met geld te gaan strooien, heeft men bewust nagelaten structurele investeringen te doen ten behoeve van onder meer productie en onderwijs. Suriname had direct, maar ook op termijn veel meer kunnen profiteren van de gunstige omstandigheden. Dat zulks niet is gebeurd, is alleen het Nieuw Front aan te rekenen”, aldus de PALU -ondervoorzitter Henk Ramnandanlal.

PALU Secretariaat ( info: www.palu-suriname.org )
 

De Centrale Bank
Overheden die hun land middels een goed economisch beleid wensen te besturen, zullen ongetwijfeld een goed inzicht willen hebben voor wat betreft de monetaire toestand van het land. Zij zullen zeer zeker een centraal punt moeten creëren van waaruit de noodzakelijke informaties met betrekking tot het uit te voeren beleid kunnen worden ingewonnen. De overheid heeft in het verleden op 1 april 1957 middels een Beschikking van 10 oktober 1956 een eigen bankinstelling gesticht die de naam van Centrale Bank kreeg. Het daartoe benodigde startkapitaal werd toen ook door de staat beschikbaar gesteld. De Centrale Bank kreeg onder meer de volgende omschreven taakstelling van de staat.
- 1. Het bevorderen van de stabiliteit van de Surinaamse munteenheid (dus het tegengaan van eventuele inflatiekenmerken).
- 2. Het doen verzorgen van een goede geldsomloop in Suriname middels bankbiljetten en het vergemakkelijken van het giroverkeer.
- 3. Het doen bevorderen van de ontwikkeling van een gezond bank- en kredietwezen in ons land en het houden van toezicht op de banken en andere kredietinstellingen.
- 4. Het doen bevorderen en vergemakkelijken van het betalingsverkeer van Suriname met het buitenland.
- 5. Het beheer van goud- en de deviezenreserves van het land.
- 6. Het optreden als kassier van de staat en van landsinstellingen en mee te werken aan de uitgifte van schatkistpapieren en obligaties door de staat.
- 7. Het doen opstellen van de betalingsbalans en het verzamelen en publiceren van andere financiële gegevens betreffende het land.
De Centrale Bank is dus volgens de bankwet de enige bevoegde instantie die bankbiljetten in omloop mag brengen. Een bankbiljet heeft namelijk een bepaalde intrinsieke waarde vanwege het feit dat het door goud en of deviezen bij de bank is gedekt. Het heeft ook, en wel ten opzichte van vreemde valuta’s, een toegekende wisselkoersmarge, welke bij verhandeling wordt toegepast. Het blijkt dat overheden in voorgaande jaren het goed hadden gevonden om muntbiljetten van een gulden en van twee en een halve gulden als wettig betaalmiddel in omloop te brengen. Deze biljetten hadden geen dekkingswaarde in goud of deviezen. Het is dan allicht te begrijpen dat deze emissie van de overheid in de economie van het land de intrinsieke waarde van de munteenheid aanmerkelijk zou laten dalen. Hierdoor zou er dan ongetwijfeld een andere wisselkoersnotering voor het bankbiljet moeten gelden.
Het blijkt dat de huidige governor van de Centrale Bank zicht houdt aan de bankwet. Hij heeft waarschijnlijk met de aanpassing van deze wet het verder in omloop doen brengen van muntbiljetten door de overheid ongedaan gemaakt. Dit is dan een maatregel overeenkomstig punt 1 van de bankwet als bovengenoemd. Onder punt 4 is ook nog de taak voor hen weggelegd het betalingsverkeer met het buitenland te vergemakkelijken, tenzij deze wet inmiddels gewijzigd is geworden. Door een vaste wisselkoers voor de Amerikaanse dollar te bepalen door de Centrale Bank wordt er natuurlijk geprobeerd een stabiliteit van deze koers te bewerkstelligen. Uit de door de governor getroffen maatregelen blijkt duidelijk dat hij er alles aan doet teneinde een gezonde monetaire toestand voor ons geliefd land tot stand te brengen. Maar zulks zal hij alleen niet kunnen bereiken. De overheid zal in deze ook een bijdrage moeten leveren door ook een economisch beleid uit te voeren, vooral met betrekking tot de volkshuishouding. Op onder andere het economisch handelen van de onderdanen in bepaalde opzichten, zoals het frequent gebruik maken van veel motorvoertuigen. Het doen onderhouden van deze voertuigen gaat voornamelijk gepaard met deviezengebruik. En de kleine economie van Suriname zal deze kosten van duurzaam onderhoud van al deze voertuigen dan op lange termijn niet meer kunnen dragen. Er blijkt momenteel een groot tekort te bestaan in de behoefte aan US dollar. De governor heeft een beroep gedaan op het bedrijfsleven de vastgestelde koersmarge van de dollar niet te overschrijden. Maar het blijkt dat er nog mazen zijn, waarbij men door allerlei tactieken en snufjes toe te passen de regels ten eigen voordele kan omzeilen. Dit kan bijvoorbeeld door bruikbare goederen te schenken aan valuta verkopen. Suriname heeft namelijk in het verleden een periode gehad van deviezenschaarste, waarbij de Centrale Bank een wachtlijst van deviezen aanvragers moest bijhouden. Hopelijk treft deze situatie Suriname niet wederom. De prijzen van eerste levensmiddelen zijn inmiddels aanmerkelijk verhoogd.

Edward Marbach

Het nucleuscentrum-idee
In de gemeenschap, maar vooral in De Nationale Assemblee, wordt vaak gesproken over het nucleuscentrum. Ik had graag gezien dat men over de nucleuscentrum-gedachte praat. Hoe is deze gedachte in Suriname geïntroduceerd en op welke manier is getracht invulling te geven aan deze gedachte in de Surinaamse omstandigheid. Ik zal een poging ondernemen om met u de gedachte van een nucleuscentrum in historisch perspectief te behandelen niet alleen, maar ook om vast te stellen hoe deze gedachte, zij het als pilot geïmplementeerd is in Albina en Brokopondo.
In de beleidsperiode 2000 tot 2005 werd het ministerie van onderwijs geleid door minister Walther Sandriman. De directeur van onderwijs was drs. Adiel Kallan. In deze periode werd het idee gelanceerd om vanuit een coördinatiepunt op integrale manier het onderwijsleerproces krachtig te ondersteunen. Dit betekent dat enkele diensten van het Minov binnen een afgebakend gebied vanuit het bedoelde coördinatiepunt met een hoge frequentie de controlerende, begeleidende taken richting leerkrachten en leerlingen moeten ontplooien. Dit is formeel vanuit de klasse-situatie bekeken. Omdat het onderwijsgebeuren niet geïsoleerd staat van de gemeenschap is in het initiële plan opgenomen dat de ouders meegenomen dienen te worden in de integraliteitsbenadering van dit coördinatiepunt. Er bestaan diverse lezingen over wie de term ‘nucleuscentrum’ geïntroduceerd heeft ter aanduiding van het voornoemde coördinatiepunt. De meest gehoorde lezing zegt dat de toenmalige directeur van onderwijs in zijn afstudeerfase geconfronteerd werd met deze voor/in de Surinaamse onderwijsgeschiedenis nieuwe terminologie. In elk geval heeft een consultant de opdracht gehad een dossier op te stellen waarin het nucleuscentrum-idee nader werd uitgewerkt. Immers, er moest een gedegen document van de op te zetten gebouwen worden gepresenteerd aan de financier. Ik kom hierop terug. In deze beleidsperiode werd de planningsstrategie van project -gebondenheid veranderd in een sectorgerelateerde benadering. De term sectorplan werd ook geïntroduceerd op het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling. In het sectorplan onderwijs 2004-2008 is ook opgenomen het opzetten van nucleuscentra te Albina en Brokopondo.
Het project werd goedgekeurd. Het bureau onderwijs binnenland werd als Project Implementatie Unit (PIU) aangewezen. Het bureau rapporteerde aan de Project Monitoringsunit (PMU). Het toeval wilde dat de toenmalige directeur van onderwijs tegelijkertijd de voorzitter was van de PMU. De Technische Dienst van onderwijs was belast met de design en het toezicht op de constructie van de gebouwen. De bouwwerkzaamheden werden in 2006 afgerond zonder dat er goed zicht was op de opstart van de centra.
De PIU-voorzitter van het project, de heer Bert Eersteling, werd gevraagd acties te ondernemen om de centra opgestart te krijgen. De allereerste actie was om het projectdossier op zijn uitvoerbaarheid te toetsen aan personen en instanties, zowel nationaal als internationaal. Op verzoek van de PIU en met medeweten en toestemming van de toenmalige directeur, is onder meer de technische hulp van de Unicef en de VVOB ingeroepen. Om enigszins een beeld te krijgen hoe het in andere landen zit met de decentralisatie c.q. deconcentratie van het onderwijsbeleid en activiteit, heeft de Unicef in nauwe samenwerking met VVOB een oriëntatiereis gefinancierd naar Guyana. De vorm van decentralisatie van het onderwijs in Regio 10 te Santa Rosa heeft wat informatie opgeleverd hoe wij in Suriname ten minste kunnen gaan experimenteren met de nucleuscentra. Voorts heeft VVOB het mogelijk gemaakt dat de voorzitter van de PIU samen met andere onderwijs -functionarissen de internationale conference met als titel “Strengthening Innovation and Quality in Education” heeft bijgewoond. Deze conferentie werd in november 2006 in Leuven, België gehouden. Vele Afrikaanse en Aziatische landen waren op deze conferentie aanwezig. Er is gebruikgemaakt van deze gelegenheid om gesprekken te voeren met verschillende onderwijsfunctionarissen van deze landen. Slechts in Zuid-Afrika en in Cambodja blijken soortgelijke centra als ons nucleuscentrum bekend te zijn. Met de Zuid-Afrikaanse onderwijsfunctionaris is kort gesproken over de manier hoe zij deze gedachte tot uitvoering hebben gebracht. Ik moet vermelden dat zowel de toenmalige als de huidige directeur van onderwijs deel uitmaakte van de Surinaamse delegatie.
In 2007 werd via een openbare aanbesteding een deskundige aangetrokken om de organisatorische opzet van de nucleuscentra ter hand te nemen. De inzichten verkregen in Guyana en België, maar meer nog door de deskundige bijdrage van de technische assistent, zijn enkele wijzigingen in het initiële projectdocument aangebracht. Omdat de nucleuscentra zowel onderwijsinhoudelijke, organisatorische maar ook de gehele gemeenschap in het afgebakend gebied moeten coördineren, is dringend aanbevolen een coördinator of directeur voor het centrum aan te stellen. Ter voorkoming van verwarring is uiteindelijk gekozen voor de aanduiding coördinator. Na deze organisatorische maatregelen in 2007 zijn middels advertenties mensen opgeroepen voor het invullen van de aangegeven functies. De sollicitanten hebben langer dan een jaar moeten wachten op een oproep om geselecteerd te worden. De centra werden respectievelijk op 7 en 14 november 2008 officieel opengesteld voor het publiek. Daarbij zijn de officiële toespraken door de minister en directeur ten overstaan van diverse ambassadeurs gehouden. Het is goed te vertellen dat bijvoorbeeld de airconditioners bij de officiële opening nog niet functioneerden. Minister Bert Koenders van Nederland heeft kort na de opening een bezoek gebracht aan het nucleuscentrum van Albina. De heer Bert Eersteling die een PowerPoint presentatie gehouden heeft over de werking van het nucleuscentrum, heeft naast de complimenten van de naamgenoot ook enkele kritische opmerkingen mogen aanhoren. De gewezen ambassadeur Tania Van Gool heeft evenals de naamgenoot op de gang in bilaterale gesprekken aangegeven dat de kritische opmerkingen niet voor Bert Eersteling bedoeld waren en dat die kritieken ter bestemder plekke gedeponeerd worden. Minister Bert Koenders heeft werkelijk de kritieken ter bestemder plekken gedeponeerd. Het komt kort er op neer dat Bert Koenders kritiek had op het feit dat de bouwactiviteiten in 2006 waren afgerond en dat de activiteiten op uiterst minieme niveau draaiden. Op de koop toe zonder functionering van het bekoelingssysteem. Het project gefinancierd uit het sectorfonds heeft ongeveer € 800.000 gekost.
Wat is het doel van het Nucleuscentrum als pedagogisch-didactisch en vormingscentrum.
Dit doel komt tot uitdrukking in de volgende missie:
Een pedagogisch-didactisch opleidings- en vormingsinstituut dat adequate kwalitatieve opleidingsmogelijkheden biedt aan schoolleiders, leerkrachten, leerlingen en de gemeenschap ter bevordering van de ontwikkeling van het binnenland.
Tenslotte wil ik opmerken dat het lager personeel nooit uit het sectorfonds betaald is. De stafleden zijn horizontaal overgenomen van andere Minov- diensten en tewerkgesteld in de nucleuscentra.

Bert Eersteling

Roep VHP-achterban voor alternatieve kandidatenlijsten
Onder verwijzing van de overeenkomst, d.d. 29 mei 2009 ondertekend door het Hoofdbestuur van de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) en de Vernieuwingsbeweging VHP, waarin ondermeer de adoptie van de Vernieuwingsidealen van de VHP zijn opgenomen, willen wij langs deze weg de samenleving informeren over de ontwikkelingen hieromtrent. Zoals genoegzaam in de samenleving bekend, is het huishoudelijk reglement van de VHP na bijkans 60 jaar met veel pijn en moeite, mede dankzij de Vernieuwingsbeweging VHP, tot stand gekomen. Los van enkele juridische onvolkomenheden in dit reglement en de juridische onjuiste werkwijze bij de totstandkoming ervan, hetgeen ondermeer blijkt uit het volgende voorbeeld hoe ondemocratisch de grondslag is van het onderhavig huishoudelijk reglement. Het bestuur van de partij heeft namelijk slechts 11 ondersteuningshandtekeningen nodig voor het indienen van de kandidatenlijsten voor volksvertegenwoordigende lichamen (DNA, DR en RR), terwijl elk ander partijraadslid minstens 400 ondersteuningshandtekeningen hiervoor behoeft. Dit is in flagrante strijd met het gelijkheidsbeginsel en dus met de geest van een democratische rechtstaat. Terwijl de heer Sardjoe constant predikt dat de kernen de ruggengraat van de partij vormen, blijkt uit het voorgaande dat hij elk kernlid als “minderwaardig” ziet. Per slot van rekening heeft elk partijraadslid uit de kernen in vergelijking met elk lid van het hoofdbestuur 40 maal zoveel ondersteuningshandtekeningen nodig voor hetzelfde doel.
Verhoudingsgewijs is de waarde van een VHP-Hoofdbestuurslid geplaatst tegen een VHP-kernbestuurslid: 400 om 11.
Eveneens moet hieruit worden geconcludeerd dat de Voorzitter van de VHP op de oude ondemocratische voet door wil gaan en geenszins van plan is om vernieuwing, verjonging, verandering en doorstroming in de partij te realiseren.
Wij voelen ons dan ook als rechtgeaarde VHP’ers moreel verplicht om hiertegen massaal in verzet te komen.
De Vernieuwingsbeweging VHP heeft daarom ook besloten om per 5 februari 2010 van start te gaan in een breed overleg, waarin getracht zal worden hoop en perspectieven te creëren voor de partijstructuren en de achterban.
Daarom doet de Vernieuwingsbeweging VHP een nadrukkelijk beroep op het hoofdbestuur, alle kernen, de Adviesraad, het Wetenschappelijk Bureau, alsmede op de gehele achterban om mee te werken aan de samenstelling en indiening van alternatieve kandidatenlijsten op alle niveaus, voor de algemene, vrije en geheime verkiezingen van 25 mei 2010 en deze lijsten aan te bieden ter goedkeuring aan de Partijraad van de VHP in maart 2010.

Namens de Vernieuwingsbeweging VHP,
Hr. Bholanath Narain (Coördinator)

vrijetribune archief jan-feb 2010
 




 

 

 




 




 


 












 





 


 








 





 









 



 














 


 








 


 







 


 








 










 


 


 

 






 














 

 






 






 













 









 




















 

 

 


















 





















































 

Voor reeds verschenen artikelen van Vrije Tribune, bezoek ons archief!

Banner pagina

Bij overname Bron vermelding verplicht / Dagblad Suriname.

Om deze website te bekijken heeft u Macromedia Flash player 7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de Java software te downloaden.

sub navigatie
Meer Rubrieken




Happy Birthday to you ....
Dankbetuigingen en overlijdensberichten
Adverteren binnen DBS!
Colofon

Bekijk ons nieuwsarchief!

Download wallpapers

Verfris jouw desktop!

 

Banner pagina

 

 

 

 

bottom navigatiebar

 Privacy verklaring | Colofon | Adverteren | Vertel een vriend | Maak ons uw Startpagina!