Onderhandelen! Naast de beheersing van de techniek en de
tactiek bij het onderhandelen, is deskundigheid één van de
belangrijkste vereisten om met succes een onderwerp te
behandelen en tenzij er andere factoren gaan meespelen, is
de afronding dan een fluitje van een cent.
In het geval van de Nieuw Front-top zijn er echter andere
factoren gaan meespelen, vandaar dat de afronding meer tijd
in beslag zal nemen. Het ongewisse daarover waarin de
samenleving mogelijk verkeert, demonstreert enigszins het
vertrouwelijk karakter van de gesprekken. De
onderhandelingen dienen immers geen moment verstoord te
worden door derden, vooral niet de ongewenste bemoeienissen
van bepaalde delen van de pers, die bewust een geheel ander
beeld van de sfeer binnen de harde onderhandelingstafel
trachten door te spelen aan de samenleving.
Vanwege directe politieke belangen kunnen bepaalde delen van
de pers niet als onpartijdige, strikt neutrale dan wel
objectieve media worden beschouwd wanneer het politieke of
zakelijkheden met een bepaald karakter betreft. De
aandachtige lezer zal tussen de regels door – hoe sluw de
redactie ook denkt te zijn met de berichtgeving – wel de
geraffineerdheid herkennen en zijn eigen conclusie daaruit
trekken. Niet zelden in het nadeel van die krant. Toch kan
er iets van de verhalen blijven hangen in het
onderbewustzijn en daardoor een eigen leven gaan leiden.
Voorkomen is daarom geboden.
Het is van essentieel belang om bij het onderhandelen over
een dergelijk “zwaarwichtig” onderwerp als het onderhavige
in Nieuw Front-verband, een onderwerp waarmee onvermijdelijk
de toekomst van land en volk nauw verweven is, zeer beslagen
ten ijs te komen. Immers dient er rekening te worden
gehouden met de andersdenkenden in oppositiekringen, die met
ervaring in het bedenken van doorgewinterde listen en
sluwigheden – alle facetten het onderwerp betreffende –
volkomen beheersen, Als het ware kunnen de politiek
andersdenkenden alle ontwikkelingen voorzien. Zo goed als
alle schommelingen die zich eventueel zouden kunnen
voordoen. Met deze soort gasten is het geraden de deuren
hermetisch te sluiten. De vreemde handelingen in 1996 zijn
in onze geschiedenis onuitwisbaar vanwege de
onregelmatigheden als gevolg van de gemeenheid in de
politiek die toen ten toon werden gespreid.
Evenals de rebellerende groep Marica van de SPA moeten de
exponenten uit de 2e lijn van de NPS en de
Vernieuwingsbeweging van de VHP begrijpen dat het nu tijd is
om de gelederen te sluiten. Hun bijdrage in de vorm van
kritiek kan in het verleden wel vruchten hebben afgeworpen,
maar het is nu een te gevoelige periode om met binnenshuis
problemen naar de pers te stappen. Vooral niet naar bepaalde
delen van de pers die de objectiviteit schuwen niet alleen,
maar ook gemene verzinselen creëren en verspreiden.
Ofschoon er geen sprake is van een gemeenschappelijke vijand
moet er wel met man en macht en met argusogen voor gewaakt
worden om bepaalde politieke leiders buiten het
machtscentrum te houden, Leiders die het niet menen met het
volk, maar slechts hun eigen persoonlijke belangen
voorstaan, zijn totaal ongeschikt om in de leiding van dit
land te staan. Het vege lijf van een bepaalde leider is –
vanwege eigen schuld – sinds jaren in groot gevaar. De
strijd om dit gevaar te omzeilen middels de politiek is niet
te onderschatten. Vergelijkbaar met de grote vrijheid van
andere leiders die wereldwijd kunnen reizen om de belangen
van hun land te behartigen, is de jaloezie begrijpelijk. De
pijnlijke bewustwording van die tekortkomingen maakt dat die
leider niet zo lang geleden rare uitspraken heeft gedaan
naar de Justitie toe. Rare sprongen die ons land en volk
naar de verdoemenis zouden kunnen leiden wanneer hij het
politiek voor het zeggen zou hebben in dit land. Alles staat
en valt met zijn vege lijf en niets anders. Het is daarom
meer dan ooit geboden een dergelijke leider te weren uit het
politiek milieu.Momenteel kennen wij in dit land de Trias
Politica. Laten wij bij de stembus er voor zorgen dat dit zo
blijft.
Dertig (30)
jaar Surinaams Pedagogisch Instituut
De Surinaamse Kweekschool (SKS) werd in 1949 opgericht en
stond in de gemeenschap bekend als kweek B; de
opleidingsduur was drie jaar. Vanwege de grote toename van
studenten werd in 1971 overgegaan tot de oprichting van een
tweede kweekschool, het Algemeen Pedagogisch Instituut
(API), een opleiding met een iets gewijzigde structuur: 3
jaren onderwijzerakte en 1 jaar hoofdakte. Op 1 oktober 1980
werd overgegaan tot de samenvoeging van de SKS en het API
tot het Surinaams Pedagogisch Instituut (SPI).
Oorspronkelijk had dit instituut alleen een GLO-stream,
bestaande uit een Algemeen Vormende Fase (AVF) en een
Beroepsvormende Fase (BVF). Op 01 oktober 1985 kwam de
KO-stream (Kleuteronderwijs) erbij. De AVF en BVF duren elk
twee jaar en het kleuteronderwijs (KO) duurt vier jaar. De
directeuren van het SPI zijn geweest de heer K.
Ramsundersingh, mevrouw L. Asin en mevr. E. Hart. De huidige
directeur is de heer R. Jhagroe. De school telt momenteel 97
docenten en 1100 studenten. Het SPI is al enkele jaren
geleden gestart met vernieuwingen zoals de stage- en
oriëntatiebezoeken aan scholen in het binnenland.
Bijscholing van docenten vindt ook regelmatig plaats. De
vernieuwing van de cybercafe heeft reeds plaatsgevonden en
ook de gymnastiekzaal wordt binnenkort gerenoveerd
opgeleverd. Met renovaties aan de overige gebouwen is men
nog bezig. Het vernieuwen van de structuur van de school
wordt nu bekeken en op korte termijn kan men veranderingen
tegemoet zien.
Onze slogan luidt: “Adequate pedagogische instituten,
bekwame leraren en maximale ontwikkeling”!
In het kader van 30 jaar SPI zal er op 12 en 13 maart een
bonte avond gehouden worden in de Eddy Wessels gehoorzaal
van het Cultureel Centrum Suriname (CCS) aan de Henck
Arronstraat. Het thema is “Vernieuwing”. De avond begint om
19.00 uur en een kaart kost SRD 10. De kaarten zijn te
verkrijgen op het SPI. Op de dag van de bonte avond kunt u
een uur voor aanvang ook kaarten verkrijgen aan het loket
van het CCS.
R.Jhagroe,
Directeur S.P.I.
Politieke
partijen en hun leiders
Als ik zo kijk naar de politieke partijen en hoe hun leiders
met elkaar omgaan, denk ik vaak terug aan een gebeurtenis,
jaren geleden in het Lands Psychiatrisch Instituut. Dit
instituut werd geleid door een echte professor en mijn
jongere broer was daar in opleiding tot psychiater.
Op een dag werd heel luidruchtig een nieuwe patiënt in een
dwangbuis binnengebracht. Hij werd voorgeleid aan de
professor en zijn assistent die in gezelschap waren van wat
andere psychioten. (Psychioten zijn mensen die op de een of
andere manier met een psychiatrische inrichting te maken
hebben, medici, verplegend personeel, patiënten,
bezoekers…allemaal). Maar deze laatsten, waartoe ook ik
behoorde, hadden niet veel te vertellen, vandaar dat ik ze
in dit verhaal buiten beschouwing zal laten. De enige
bijdrage die deze groep heeft geleverd, is dat u zo meteen
op de hoogte zal zijn van deze geschiedenis. Anders was het
onder het motto van beroepsgeheim in de anonimiteit
verdwenen.
De patiënt, een tengere landbouwer uit een van de uithoeken
van Saramacca, werd voorgeleid en de prof vroeg hem naar
zijn naam. “Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck” zei hij
zonder blikken of blozen. De prof en zijn assistent keken
elkaar veelbetekenend aan. “Ik begrijp het Ronny”, zei de
prof, traag en nadenkend terwijl hij zich met de nagel van
zijn pink aan zijn kin krabde: “Wij hebben een probleem,
want wij hebben hier reeds een Cornelis van Aerssen van
Sommelsdijck.”
Maar Ronny liet zich niet uit het veld slaan en kwam met een
briljant idee. “Prof”, zei hij: “laten wij deze beiden in
een cel opsluiten en dan zullen ze zelf uitmaken wie de ware
Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck is”. “Prima idee
jongen; laat de andere patiënt brengen!”
De andere patiënt was een grote robuuste ex-bokser en keek
met een ware gouverneursblik om zich heen. (Wij waren nog
niet onafhankelijk; anders was het een presidentsblik
geweest).
De prof gaf opdracht om beiden in een cel op te sluiten
nadat die arme landbouwer uit zijn dwangbuis werd bevrijd.
Er werden hem routinematig een paar shocks toegediend door
een verpleegkundige die was gespecialiseerd in het
posttraumatisch stresssyndroom. Beide patiënten werden
daarna opgesloten in een en dezelfde cel. “Ronny, om te
voorkomen dat ze elkaar gaan vermoorden, moet je wel voor
bewaking zorgen” , gaf de prof te kennen.
De volgende dag, na de koffie en het vleesbroodje, gingen de
twee “headshrinkers” nieuwsgierig naar de cel en vroegen aan
de bewaker of er bijzonderheden te melden waren. Hij
vertelde dat hij in het begin van de avond wat gefluister
hoorde maar daarna was het rustig. Geen gevecht dus.
De deur werd geopend, de reus kwam naar buiten en keek rond.
“Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck”, zei hij
zelfverzekerd toen hem werd gevraagd hoe hij heette.
Ronny vroeg vol spanning aan de landbouwer of hij ook
Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck heette. De man schudde
zijn hoofd van nee. Triomfantelijk keken de twee psychiaters
elkaar aan. “Laat mij het vragen Ron”, zei de prof met een
van spanning trillende stem: “Wie ben jij dan?” De
landbouwer antwoordde niet en keek verlegen naar de grond.
“Wees niet bang. Wij zullen je niet opeten; wij zijn geen
kannibalen, noch koppensnellers”, zei Ronny. “Zeg maar hoe
je heet bhai”. Met een blozende kop en met een naar de grond
gerichte blik zei de man zielig: “Mevrouw van Sommelsdijck”.
Opmerking: Lieve lezer, als mijn verhaal overeenkomst
vertoont met bestaande personen, berust dit echt waar, op
toeval.
Door: Rudi Jadnanansing.
Hebben eet-
en leefgewoonten invloed op het ontstaan van kanker ?
Er blijkt een verband te bestaan tussen het ontstaan van
kanker en onze eet- en leefgewoonten. Bij een groot
percentage van de mensen die aan kanker overlijden, heeft
een ongezonde leefstijl ertoe bijgedragen tot het ontstaan
van de ziekte. In verreweg de meeste gevallen is kanker
vermoedelijk het gevolg van een combinatie van factoren.
Sommige leefgewoonten vergroten het risico op bepaalde
vormen van kanker. De meeste risicofactoren vergroten de
kans op kanker pas na langdurige blootstelling. Ieder mens
loopt een bepaald risico om kanker te krijgen; de oorzaken
kunnen zijn:
1. Aanleg ( bij de geboorte een verandering in erfelijk
materiaal ). Dit geldt voor ongeveer 5 % van alle mensen met
kanker; helaas valt er hier niets tegen te doen.
2. Milieufactoren ( kankerverwekkende stoffen in de
omgeving, zoals asbest, uitstoot gassen, zonlicht ) ;
slechts 1% van alle gevallen vindt zijn oorsprong hier.
3. Eet- en leefgewoonten. Een manier van leven die kanker
gegarandeerd kan voorkomen, is er misschien niet. Wel is uit
onderzoek gebleken dat bepaalde eet- en leefgewoonten het
risico op een aantal soorten kanker vergroten. Deze
risicofactoren zijn roken, ongezond eten, veel alcohol
drinken, onvoldoende of weinig lichaamsbeweging, overmatige
blootstelling aan zonlicht en overgewicht.
Roken en ongezonde eetgewoonten zijn de belangrijkste
risicofactoren. Goede voeding en goede eetgewoonten kunnen
bepaalde soorten kanker voorkomen, ongezond eten vergroot de
kans op het ontstaan ervan. Naar schatting zijn eetgewoonten
de belangrijkste oorzaak bij een derde van de
kankergevallen. Maar wat is goede voeding en wat zijn goede
eetgewoonten? Voeding die chemicaliën bevat, is ongezond en
kan het DNA in onze weefsel schaden. Ongezonde vetten kunnen
het effect op weefselschade versterken. Mensen met de
hoogste vetconsumptie zijn ook diegenen met de hoogste
sterfte aan borst en darmkanker. De laagste cijfers vindt
men in de groep met de laagste vetconsumptie. Aanbevolen
wordt om voldoende verse groente en vers fruit te eten.
Groente en fruit zijn vetarm en vezelrijk en ze bevatten
veel kanker bestrijdende substanties. Het eten van verse
groente en vers fruit beschermt vooral tegen kanker van
mond- en keelholte, slokdarm- en maag- en longkanker. De
voedingsvezels ( onverteerbare delen ) die in groente,
fruit, volle granen, bruinbrood, erwten, bruine rijst en
zemelen zitten, zijn onmisbaar voor een goede darmwerking;
als de darmwerking goed is, krijgt voedsel minder snel de
kans de binnenkant van de darmen te beschadigen. Vezelrijke
voeding beschermt tegen darmkanker en ook tegen borstkanker:
vezel zorgt voor een
goed oestrogeenniveau in het lichaam; hoge oestrogeen
niveaus worden in verband gebracht met een hoger risico op
borstkanker.
Er zijn aanwijzingen dat vleeswaren de kans op darmkanker
verhogen. Vlees wordt nauwer geassocieerd met dikke
darmkanker dan alle andere factoren. Een studie noteerde een
stijging van 200 % in borstkanker onder diegenen die 6 keer
per week rund- of varkensvlees aten. Rood vlees ( rund-,
varkens-, lams- en doksevlees ) vergroot de kans op
darmkanker: de kans op darmkanker is 30 % groter bij 100
gram rood vlees per dag. Vette vis daarentegen verkleint het
risico op dikke darmkanker.
Een combinatie van nitraatrijke groente (amsoi, paksoi, sla,
spinazie en spitskool) met vis in een maaltijd, verhoogt het
risico op kanker. Uit voorzorg is het verstandig om
nitraatrijke groente niet te combineren met vis en niet meer
dan 2 keer per week nitraatrijke groente te eten. Eet meer
nitraatarme groente zoals bloemkool, broccoli, erwten,
komkommer, pompoen, tomaten boulanger en snijbonen.
Te veel eten en weinig bewegen, leidt op den duur tot
overgewicht; overgewicht lijkt de kans op borstkanker na de
overgang te verhogen. Overgewicht verhoogt ook de kans op
darm-, baarmoederhals-, slokdarm- , eierstok-, alvleesklier-
en galblaaskanker. Het advies is dan ook om matig en gezond
te eten en meer te bewegen.
Het nuttigen van te veel alcohol verhoogt de kans op borst-,
keel-, darm-, slokdarm-, alvleesklier- en leverkanker.
Aangeraden wordt om niet dagelijks alcohol te drinken, in
elk geval niet meer dan 2 glazen wijn per dag of een glas
sterke drank. Drink liever dagelijks melk; hoe meer melk,
hoe minder de kans op dikke darmkanker. De calcium die in
melk zit, bindt giftige en irriterende stoffen in de darm en
neemt ze mee naar buiten.
De invloed van zoetstoffen op het ontstaan van kanker is
laatst door het Italiaanse Ramazzini Instituut aangetoond;
uit dit onafhankelijk onderzoek met 1800 ratten die
zoetstoffen kregen toegediend, bleek dat de meeste ratten
lymfeklierkanker en leukemie kregen, zelfs bij lage doses.
Ook werden bij een aantal ratten hersentumoren gevonden.
Deze onderzoekers waarschuwen vooral voor veelvuldige inname
van producten die aspartaam bevatten, zoals lightdranken en
lightproducten, kauwgums en snoep. Maar ook het veelvuldig
gebruik van andere kunstmatige zoetstoffen ( saccharine en
acesulfaam- k ) wordt ontraden. Aspartaam wordt toegepast in
bijna 6000 producten ( van lightproducten tot
vitamine-pillen en antibiotica ).
Met een gezonde leefstijl kan je het risico op kanker
beperken: eet gevarieerd, eet niet te veel, gebruik weinig
zout, gebruik weinig verzadigd vet ( zit in o.a. vlees ) en
meer onverzadigd vet ( zit in noten, olijf- en
zonnebloemolie ), eet volop verse groente ( 200 gram per dag
) en vers fruit ( liever 2 a 3 keer per dag 1 stuk dan in
een keer veel), eet ook andere vezelrijke producten ( bruin
brood, erwten ), gebruik voldoende melk en melkproducten,
matig de consumptie van vet- en roodvlees, drink niet elke
dag alcohol, stop met roken of verminder roken, doe
regelmatig aan lichaamsbeweging en beperk het gebruik van
lightproducten waarin zoetstoffen (zoals aspartaam ) zitten.
Met klem wijs ik op verse groente en vers fruit (ingeblikte
groente en fruit zijn niet vers ). Echter is het zo dat
iemand die ongezond leeft geen kanker hoeft te krijgen en
dat iemand die heel gezond leeft wel kanker kan krijgen. Met
je leefstijl kan je de kans op het krijgen van kanker
verkleinen, niet uitsluiten.
Ik neem het zekere voor het onzekere, ik ontwikkel een goede
eet- en leefgewoonte; doe jij dat ook of wacht je tot het te
laat is ?
Jack Mohanlal ( j.mohanlal@tiscali.nl)
Idos stopt ermee
Een donker gordijn is neergevallen over de voorspelbaarheid
van de komende verkiezingen. Landen met een goed ontwikkelde
top houden regelmatig peilingen. Ik wil niet zeggen dat onze
top niet ontwikkeld is maar als je niet bijblijft, ben je
alleen maar lichamelijk ontwikkeld.
De laatste peiling heeft in ieder geval haar nut bewezen.
Het Front zit weer in de race. Want er was sprake van de
mogelijkheid dat PL eruit gewipt zou worden. Het Idos heeft
aangetoond dat de overwinning dan voor Mega verzekerd was!
Men heeft slim en snel de PL omarmd. Dit doet mij denken aan
een Surinaams-Javaanse odo: “Posie mopo pataka, now mopo
krobia.” Dit betekent zoiets als: “Vroeger had u een grote
mond, maar nu keert u terug op uw schreden”. Maar de
samenwerking is nog niet rond; de eis van PL: “Flogo alla
tien” blijft een breekpunt voor Vene.
Waarom stopt het Idos ermee? Wij zullen het niet weten.
Persoonlijk denk ik dat er van intimidatie of van bedreiging
sprake kan zijn. Want macht is gevaarlijk. Macht is nooit
alleen; het gaat altijd samen met angst en vaak met lafheid.
Er worden vaak schaamteloze concessies gedaan. Om macht te
behouden kan men tot verschrikkelijke dingen in staat zijn;
men kan mensen brodeloos maken en men kan zelfs moorden
plegen! Het Idos heeft aangetoond dat het Front ingrijpende
maatregelen moet nemen om de race niet te verliezen en
krijgt de kodja (i.p.v. kondja) als dank!
Maar laten wij de laatste Idos peiling onder de loep nemen:
1.De kiezer , ongeacht zijn politieke kleur, wil verjonging
in de politiek. Men wil ook een jonge president. Het
grappige is dat dezelfde peiling uitwijst dat men kiest voor
een president van ouder dan zestig jaar als wordt gevraagd
wie men als president wil. Maar daarom juist zijn wij een
uniek volk!
2.De NPS en de VHP zijn geen grote partijen meer.
3.Een aanzienlijk deel der zwevende kiezers bestaat uit
Hindoestanen.
4.Hindoestanen stemmen ook etnisch; ze stemmen buiten de VHP
op andere Hindoestaanse kandidaten.
5.In de binnenlanddistricten (BrokoMarSi) bestaat de
bevolking voor iets minder dan de helft uit niet-Marrons.
Als A-Combinatie dus denkt slim te zijn om
binnenlandbewoners over te schrijven naar Paramanica,
verliezen zij dure stemmen in het binnenland. En dat weet de
NDP en zal hier handig op inspelen!
Harde feiten:
Als het Front het wil redden, zal ze moeten verjongen; de
NPS en de VHP kunnen zich dan in hun oude glorie herstellen.
Als het Front niet verjongt en de PL niet beter
accommodeert, bestaat de kans dat de PL alleen de
verkiezingen in gaat met medeneming van een groot deel van
de zwevende kiezers. Men kan veel over Somo zeggen maar hij
heeft bewezen een zelfverzekerde, onverschrokken aanpakker
te zijn, die zich anders dan velen zouden verwachten, niet
altijd blootgeeft! Hij heeft gedemonstreerd als voorzitter
van de volksvertegenwoordiging, de “baas van de President”
te zijn. Ik denk dat hij een adviesgroep heeft waar hij naar
luistert. De ironie toont dat juist zijn adviesgroep,
ondanks Indonesische origine, geen pajongwaaiers heeft. Vele
leiders willen adviseurs die hen vertellen wat ze willen
horen. Verder spelen zowel de NDP als de PL in op de
behoefte van jonge Surinamers, die geen etnische partijen
meer willen. Ook wil men verandering in de
overheidsadministratie, die sinds de onafhankelijkheid stil
is blijven staan. Het donkere doek is gevallen; wij gaan
spannende verkiezingen tegemoet want wij zullen moeten
gissen.
Zal de universiteit starten met peilingen? De universiteit
is een overheidsorgaan; dus niet objectief. Zij heeft een
achterstand want enige jaren geleden was zij begonnen samen
met Idos. De uitslag was ongunstig voor de heersende
machthebbers en er is flink gal gespuwd. De toenmalige
directeur heeft tot grote hilariteit zijn
verontschuldigingen aangeboden en beloofd dat de
universiteit nooit meer opiniepeilingen met een politiek
karakter zou houden.
De toezegging van Prof. Jack Mencke , gedaan tijdens de
Sores –lezing wordt daarom met scepsis bekeken.
Vergeet niet lieve lezer: De betrouwbaarheid van een peiling
heeft alles te maken met integriteit. En integriteit is net
als liefde en respect: “Men kan het niet afdwingen; men moet
het verdienen”. Het is dan ook jammer dat het Idos ermee
stopt! Door: Rudi Jadnanansing.
Cakarcaran
en of rebutan kursi,
vechten om zetels/plaatsen
De achterban van de KTPI van Commewijne is erg gepikeerd
vanwege de uitspraak en of opmerking in het plaatselijk
dagblad van 10 februari 2010. “Wij willen niet meer als
podiumvulling spelen en de massa vol proppen met vlaggen en
aanhangers”, zegt een gebelgde aanhanger van de KTPI.
Inderdaad, velen hebben de bekende politieke uitspraak om
gebruikt te worden als franjes binnen de grote politieke
blokken , niet willen geloven en of erkennen. Maar de
realiteit is bewezen bij het gevecht binnen de
Megacombinatie. De kranten hebben het verwoord in de kwestie
van de zetel verdeling in het bolwerk van de KTPI in het
Commewijne district.
Volgens ingewijden wordt de
KTPI slechts met een plaats blij gemaakt. Maar troost je, er
komt geen enkele verandering meer, want de plaats van de
voorzitter van de partij is al veilig gesteld in Paramaribo.
Buitendien, de rol van de eens zo machtige en stabiele
partij als de KTPI in de jaren voor 70 is vanwege politieke
hebzucht voorgoed voorbij. Let wel de grote exodus van de
top in 2000 en de verprutste samenwerking in 1996 waarbij de
partij wel 5 ministeries mocht beheren, doch geen van alle
ook maar enige power bezat was het einde van de eens
machtige en onverslaanbare partij , de KTPI. Dat de eigen
vertegenwoordiger en partijman, het DNA-lid Jules
Amatsoerdie binnen zijn regio bang is geworden om zijn
achterban te bezoeken,werd en wordt door de kollots ten
zeerste kwalijk genomen, laat staan door de politiek bewuste
jongeren. Wie zal binnen dit kort tijd bestek durven om nog
wat in te brengen in de door de leiding van de
Megacombinatie genomen beslissing? No body, punt. Iedereen
moet maar ja en amen knikken.
Zo zullen ook voor de andere kleine politieke partijen die
tot nu toe nog geen tehuis hebben gevonden, de term van
“take it or leave it” zeker van toepassing zijn. Wie niet
horen wil, moet het maar zelf aan den lijve ondervinden.
Voor wat de KTPI betreft moet de leiding deze houding van de
combinatie echt verwachten, gelet op hun achterliggende
ervaring. In de wandelgangen werd allang verteld dat KTPI
het geheel slechts moet komen aanvullen met haar Javaanse
kleurrijke gamelansfeer en djarankepang show.
De beledigende opmerking en of uitspraak in de krant als te
zijn “mentjret”, wordt door vele aanhangers van de partij
als heel erg denigrerend aangemerkt. Zij zijn bereid om
indien er geen verandering in de situatie komt, dat zij
alvast een andere thuis beginnen te zoeken. Waar dat wordt
is nog een punt van bespreking. Want zij mikken op twee
plaatsen op de lijst van DNA en niet minder. In elk geval,
er zit nu heel veel werk aan de winkel om de achterban
wederom te ‘scholen’ en om te praten om hen tot andere
gedachten te brengen. Want de kwestie van 2005 om op een
geheime manier niet op de lijsttrekker, een dame, te stemmen
maar op de no. 4., had toen heel wat kwaad bloed gezet. Een
duidelijke politieke set was het, maar in de praktijk komt
deze wijze van politiekvoering als verraad over bij de
vrouwen die hun stem massaal hadden gegeven op die dame. Wij
verwachten spannende momenten binnen de KPTI, maar ook
binnen de Megacombinatie. Kadi Kartokromo
Diplomaat zijn: representatie en protocol
In Suriname is het niet de gewoonte dat een diplomaat die
uitgezonden wordt in enige mate wordt voorbereid op het
leven van een diplomaat & gezin in het land waar hij/zij
wordt gestationeerd. Het is zoals diplomaten het uitdrukken
alsof je bij een detachering iedere keer wordt
gereïncarneerd, je komt als het ware naakt aan, je kent
niemand, je hebt geen vrienden en je sociaal leven begint
eigenlijk weer vanaf het nulpunt.
Voor een Surinaamse diplomaat wordt de situatie verder
bemoeilijkt, omdat hij in de meeste gevallen vertrekt zonder
een richtende missie of instructies wat van hem verwacht
wordt in de buitenlandse dienst. Eerlijkheidshalve, dit is
niet alleen een Surinaams probleem. Shridath Ramphal, één
van Guyana’s meest ervaren diplomaten, wees in een lezing in
mei 2009 erop dat “diplomaten niet naar buitenposten
gestuurd kunnen worden waarbij het aan hun wordt overgelaten
te improviseren in vreemde hoofdsteden, des te meer wanneer
zijzelf van een ondergeschikte kwaliteit blijken te zijn”.
Een goed geoliede buitenlandse dienst betekent een continue
sturing en coördinatie door het ministerie van Buitenlandse
Zaken, aldus de oud Guyanese Buza-minister, Sir Shridath
Ramphal.
Diplomatie en buitenlandse politiek.
In essentie voeren diplomaten het buitenlands beleid van een
regering uit, met andere woorden, de diplomatie is een
instrument van de buitenlandse politiek en een strategie
voor de realisatie van de nationale belangen in een
internationaal veld. De diplomatie brengt, onder meer,
regeringen met elkaar in contact. Een president,
vicepresident, minister of parlementariër is geen diplomaat.
Een diplomaat is “een tussenpersoon tussen twee regeringen,
iets wat een minister niet kan zijn, omdat hij deel is van
een regering”. Wanneer ministers praten met collega
ministers uit andere landen, doen zij dat als politici, als
onderdelen van regeringen. Met andere woorden, geen enkel
lid van een regering kan diplomaat worden genoemd. Er is dus
een duidelijk onderscheid tussen buitenlandse politiek en
diplomatie.
Ambassadeur: vertegenwoordiger van het staatshoofd of van
het land?
Een andere kwestie is of het hoofd van een diplomatieke
missie het staatshoofd of de regering van de zendstaat
vertegenwoordigt of gewoon de zendstaat op zich. Het idee
dat een ambassadeur het staatshoofd vertegenwoordigt,
dateert van vervlogen tijden toen keizers en koningen de
absolute macht hadden. De Havanna Conventie van 1928 inzake
diplomatieke functionarissen zegt dat “diplomatieke
ambtenaren in geen enkel geval de persoon van het
staatshoofd vertegenwoordigen, maar wel hun regeringen”. De
‘Conventie van Wenen inzake Diplomatieke Relaties’ zegt met
grotere stelligheid dat “de functies van een diplomatieke
missie bestaan uit, onder andere, de vertegenwoordiging van
de zendstaat in de ontvangende staat”.
Experts op het stuk van het internationaal recht zijn het
tegenwoordig over eens ‘dat het hoofd van een diplomatieke
missie de vertegenwoordiger is van de staat, die hem in een
andere staat heeft geaccrediteerd’. Hoewel, Britse
ambassadeurs blijven zichzelf noemen “ambassadors of Her
Brittannic Majesty”. Ook wat Nederland betreft, lezen wij
nog wel “Hare Majesteit Ambassadeur”.
Diplomatieke activiteiten
Als één van de belangrijke activiteiten van diplomaten kan
genoemd worden de representatie of vertegenwoordiging.
Diplomaten vertegenwoordigen hun land bij de meest
uiteenlopende gelegenheden, zoals: internationale- en
regionale conferenties; beëdiging van staatshoofden; opening
van het parlementaire jaar; nationale dag ceremonies;
nationale begrafenissen; sympathie betuigingen bij rampen;
tekenen van condoléance registers en militaire parades. De
aanwezigheid van ambassadeurs op vorengenoemde gelegenheden
is geen ‘jet set celebrity’ gezelligheid, maar een zakelijke
werkverplichting. Wegblijven van zulke gelegenheden wordt
als een onvriendelijkheid van de staat beschouwd. Wanneer
ambassadeur X wegblijft van een receptie van ambassadeur Y,
loopt hij kans dat ambassadeur Y, hem bij de eerstvolgende
gelegenheid zal vragen: “zijn onze landen vijanden van
elkaar”?
Een andere consequentie is, dat de ambassadeur die wegblijft
van evenementen, ook geen bezoekers zal krijgen op zijn
eigen evenementen. Want zo zijn ambassadeurs, “kom je niet
bij mij, dan kom ik ook niet bij jouw”. Het getekende
gastenboek van recepties wordt altijd zeer nauwkeurig
bestudeerd. Reciprociteit wordt direct toegepast.
In Nieuw Delhi heb ik meegemaakt dat op de nationale
dagreceptie van een ambassadeur van één van de nieuw
onafhankelijk geworden landen uit Oost Europa, er maar zeven
diplomaten kwamen opdagen. Dat was de ‘reciprociteitprijs’
die hij moest betalen, omdat hijzelf nergens naar toe ging.
In Brussel, Jakarta, Nieuw Delhi en Washington DC, waar er
circa 150 tot 200 ambassades, consulaten en internationale
organisaties gevestigd zijn, betekent dit, dat er gemiddeld
per week 2 tot 3 recepties of andere evenementen bijgewoond
moeten worden. Soms moet men op dezelfde avond naar twee tot
drie gelegenheden gaan. Dit is dan wat men de
avondverplichtingen kan noemen. Overdag moeten de reguliere
werkzaamheden verricht worden, waaronder ook het verzorgen
van lezingen, het organiseren en bijwonen van seminars en
conferenties. De dagen op een ambassade kunnen zeer druk en
hectisch zijn, inclusief de weekeinden. Hoe moe en uitgeput
men ook is, het is de staat, die op recepties aanwezig moet
zijn in de persoon van zijn/haar vertegenwoordiger. In
Jakarta en Nieuw Delhi moeten bijvoorbeeld ook de huwelijken
van de vroegere ‘rajas en sultans’ of hun kinderen worden
bijgewoond, omdat sommige van deze ‘royals’ vaak nog een rol
spelen in de nationale of regionale politiek van het land.
Kou, regen, hitte of verkeerschaos, een goede diplomaat
“always shows up”, het is “business, nothing personal”.
Protocol
Op een internationale cursus “contemporaine diplomatie”
enige tijd geleden is opgemerkt geworden dat Suriname geen
protocol kent. Het ontbreken van een compleet geschreven
Surinaams protocol is een ernstige tekortkoming en betekent
in feite dat de weg vrij is voor willekeur en discriminatie.
Het gebrek aan vaste protocollaire regels brengt met zich
mee, dat voor de één alle égards in acht worden genomen,
maar voor de ander gebeurt dat niet. Het gemis aan vaste,
uniforme protocollaire regels maakt het leven van onze
diplomaten er helemaal niet makkelijk op.
Een simpele protocollaire kwestie voor onze ambassades is
bijvoorbeeld: welk volkslied wordt als eerste gespeeld bij
de viering van de nationale dag? Ons volkslied of dat van
het gastland? Of volgen wij het protocol van het gastland?
Uit de gang van zaken bij de afscheidsceremonie van de
overleden oud president Ferrier hebben wij geleerd, dat het
Surinaams protocol in deze is, dat in het buitenland, op een
Surinaamse ambassade i.e. op ‘Surinaams grondgebied’, de
ceremonie geleid wordt door de hoogste diplomatieke
vertegenwoordiger, in dit geval de ambassadeur dus. De
president van ons land was als gast aanwezig bij de hoogste
vertegenwoordiger van de staat Suriname in het buitenland.
Dat is dus ons protocol, maar protocollen verschillen per
land, want in het Indonesisch protocol, bijvoorbeeld, leidt
de zittende president de afscheidsceremonie van een
overleden oud president; bij de dood van de oud presidenten
Soeharto in 2008 en Abdurrahman Wahid in 2009, leidde
president Susilo Bangbang Yudhoyono, als hoogste
gezagsdrager, de afscheidsceremonie van zijn overleden
voorgangers.
Als oud president Ferrier in Suriname gestorven zou zijn,
wie zou namens de regering de afscheidsceremonie hebben
geleid? Wat zegt ons protocol hierover? Zegt ons protocol
dat de zittende president verplicht is de begrafenis bij te
wonen van een overleden oud president?
Het ontbreken van een duidelijk Surinaams protocol maakte,
dat bij het staatsbanquet in 1991 ter gelegenheid van de
inauguratie van de president, onze Assembleeleden wegliepen,
omdat zij vonden dat zij in de rij, die gevormd moest
worden, niet achter de ambassadeurs en andere buitenlandse
vertegenwoordigers geplaatst konden worden.
Sommige landen hebben als protocollair gebruik, dat slechts
één minister de recepties van ambassades mag bijwonen. In
India wordt door het ministerie van Buitenlandse Zaken heel
zorgvuldig één minister aangewezen, die de hele Indiase
regering vertegenwoordigt. In Indonesië is dat meestal ook
het geval. Men zal op recepties in Jakarta en Nieuw Delhi
zelden meer dan één of twee ministers tegenkomen.
Het is niet duidelijk of het protocollair gebruik is dat
Surinaamse ambassadeurs, die op vakantie in eigen land zijn
een beleefdheidsbezoek moeten brengen aan de president en/of
de minister van Buitenlandse Zaken? Of hebben zij de
vrijheid om naar bevind van zaken te handelen, dus
afhankelijk of zij de president en minister kunnen inpassen
in hun schema?
Onze gezagsdragers worden wel eens uitgenodigd om
bijeenkomsten in het buitenland bij te wonen. De reiskosten
worden vaak door de organisatoren betaald, alsmede de
verblijfskosten gedurende de periode van die bijeenkomst. Na
afloop van de bijeenkomst blijven sommige van deze
gezagsdragers achter om nog enige tijd vakantie te vieren al
dan niet op eigen kosten. Wat zegt het Surinaams protocol
hierover?
Wat schrijft het Surinaams protocol voor aangaande de
kleding die onze gezagsdragers zoals
ministers/assembleeleden en ambassadeurs/diplomaten moeten
aantrekken wanneer zij internationale bijeenkomsten bijwonen
en toespreken? Moet het ‘business suit’ of mantelpak zijn?
Of mag het een sari of ‘shalwar kameez’ zijn? Of een
slendang/sarong of koto? Mag bijvoorbeeld een Surinaamse
ambassadeur van Hindostaanse komaf een Punjabi pak dragen
bij de officiële viering van onze onafhankelijkheidsdag? Of
een minister/ambassadeur van Javaanse komaf een “long sleeve
batik” hemd als hij de Algemene Vergadering van de Verenigde
Naties toespreekt?
Geen stemrecht en geen huwelijken
In dit verkiezingsjaar wordt aan Surinaamse diplomaten de
vraag gesteld of op onze ambassades gestemd kan worden. Maar
in het buitenland hebben Surinamers geen stemrecht. De
Republiek Suriname is anno 2010 één van de weinige landen in
de wereld, die geen faciliteiten heeft gecreëerd om haar
buiten de grenzen wonende onderdanen de mogelijkheid te
bieden hun stem uit te brengen. Dit heeft te maken met een
koloniale regeling uit 1921, dus lang voor ons land algemeen
kiesrecht kende, voor het Statuut en voor de
onafhankelijkheid. Verandering van deze door het koloniaal
bestuur gemaakte regeling schijnt niet wenselijk te zijn,
omdat de opvatting bij sommige politici en een enkele
wetenschapper is, dat de diplomaten op onze ambassades
incapabel zijn om het stemgebeuren te organiseren en ook
omdat er ernstige twijfels zijn inzake hun betrouwbaarheid
en vrees voor fraude!
Een minister, die het niet mogen stemmen in het buitenland
afdoet met de opmerking “pech gehad” demonstreert zijn
gebrek aan visie en inzicht in de betekenis van het recht op
stemmen. Surinamers in het buitenland uitsluiten van stemmen
betekent, dat zij gelijkgesteld zijn aan veroordeelden aan
wie het actief en passief kiesrecht is ontnomen. Het
betekent ook dat landgenoten in het buitenland geen inbreng
hebben in de toekomst van hun land.
Op de opleiding die in 2006 in Paramaribo is verzorgd voor
de nieuw benoemde diplomaten is gedurende een volle week
door een stafambtenaar van het Centraal Bureau voor
Burgerzaken een cursus verzorgd hoe huwelijken op Surinaamse
ambassades voltrokken moeten worden. Maar kort daarna was er
een complete verbijstering onder de groep, omdat achteraf
bleek, dat deze hele cursus eigenlijk een voor
de-gek-houderij was oftewel ‘spek en bonen’, want het
ministerie van Buitenlandse Zaken had/heeft geen enkele
intentie om in de praktijk follow-up te geven aan de cursus
‘huwelijksvoltrekking’ op Surinaamse ambassades. Op de
ambassades van de meeste landen waar huwelijken wel gesloten
kunnen worden, gebeurt dat door de ambassadeur of het hoofd
van de consulaire afdeling. Zij zijn zolang zij op de
ambassade werken, de huwelijksambtenaar en behoeven geen
speciale beëdiging te ondergaan. Hun rol van
huwelijksambtenaar vervalt direct bij hun terugkeer op het
hoofdkantoor
Overigens merkte in augustus 2007 een Surinaamse jurist op,
dat onze Consulaire Wet op het stuk van huwelijken in strijd
is met onze Grondwet!
Geen dienstverlening en beknotting diplomaten
Anno 2010 werkt het ministerie van Buitenlandse Zaken er
niet aan mee, dat een belangrijk en zichtbaar deel van
ambassadewerkzaamheden, dat wil zeggen, de consulaire
dienstverlening, niet binnen het bereik van de eigen
onderdanen in het buitenland wordt gebracht. De verouderde
leiding op het departement beseft niet, dat hoe verder een
ambassade van Paramaribo verwijderd is, des te meer is het
noodzakelijk, dat de dienstverlening zo dicht als mogelijk
bij onze aldaar wonende onderdanen gebracht moet worden. De
dienstverlening wordt juist beperkt en in deze beperking
schuilt ook de beknotting en verzwakking van onze
diplomaten. De leiding van het ministerie wil alles zelf in
handen houden, onze ambassadeurs zijn alleen op papier
buitengewoon en gevolmachtigd. Een sprookje, zoals ik in een
eerder artikel heb geschreven!
Er wordt een beleid gevoerd, dat zeer restrictief en niet
bevorderlijk is voor de ontplooiing en ontwikkeling van
getalenteerde personen. Het nemen van initiatieven en
kritisch analyseren van het beleid van het departement wordt
als arrogant en hinderlijk beschouwd, direct resulterend in
marginalisering. Het is heel erg jammer dat na meer dan drie
decaden van een zelfstandig buitenlands beleid, de
Surinaamse diplomatieke dienst nog steeds moet opereren
onder primitieve en inadequate regels. De verouderde leiding
op het departement heeft conformisme als leidraad en dat
belet dat de Surinaamse diplomatie een nieuwe koers gaat
varen. Deze leiding houdt het ministerie gevangen in oude
dogma’s, gewoonten en ideologieën.
Het wordt op het ministerie van Buitenlandse Zaken daarom
tijd voor het de aantreden van een visionaire nieuwe leiding
met daadkracht en een die doortastend kan handelen. In het
35ste jaar van onze onafhankelijkheid zou dit het beste zijn
wat het ministerie kan overkomen. Want bijna zestig maanden
na de verkiezingen van 2005 en enkele weken voor die van mei
2010, zijn er nog steeds diplomaten, die wachten op
antwoorden. Het is tekenend voor de slome, ongeïnspireerde
en niet doortastende koers van de huidige leiding.
Drs.R.Alihusain
Pertjajah Luhur krijgt ondersteuning
De machtige en onneembare politieke partij KTPI, zit aan de
vooravond van de verkiezingen van 2010 op rozen, doch haar
plaats in haar bolwerk in Commewijne is volgens de achterban
discutabel. Wat moet de partij nu doen? Take it or leave it?
Geen weg terug.
De in 2006 bekende “Pancarana”-bespreking, geïnitieerd door
het Institute for Research Study and Development [IRSD],
lijkt langzaam maar zeker gestalte te krijgen. Na aftastende
gesprekken sinds de verkiezingen van 2005 en na de
verkiezing van de voorzitter van Pertjajah Luhur tot
voorzitter van DNA werd benoemd, waren er inderdaad ook
subtiele besprekingen begonnen tussen de Javaanse politieke
partijen. Het was weliswaar in de vorm van het bekende
koffie-uurtje, maar dan nog met de bedoeling elkaar
publiekelijk de hand te reiken. De resultaten waren
duidelijk merkbaar totdat de voorzitter van D-21 plotseling
publiekelijk tot beleidsadviseur werd aangesteld. Hij was
tevens gepromoveerd tot auteur van Somohardjo’s politieke
biografie, op 6 augustus 2006, bij de publieke bekendmaking
van Kartokromo’s politieke bundel “Javanen en Politiek I”.
Het tweetal Somohardjo en Soewarto Moestadja werd op
verschillende gelegenheden gespot en de achterban van beide
partijen hebben deze stille toenadering toegejuicht, terwijl
buitenstanders speculeerden op een verder politiek huwelijk.
Met dit bewust samengaan werd op het politieke veld de rol
en de meerwaarde van de toppers van D-21 onderkend en werd
tevens de kracht van de steeds groeiende partij van
Somohardjo bevestigd.
Dat was het begin van de op gang gezette samenwerking op
politiek vlak.
Tijdens een speciale gelegenheid [bijeenkomst] werd de
aanwezigheid van de voorzitter van de KTPI door de achterban
van KTPI zeer gewaardeerd. Toch was het duidelijk dat de
ijdele hoop op een hechte samenwerking tussen deze drie
politieke leiders, Somohardjo, Moestadja en Soemita, heel
snel in rook zou opgaan. En warempel, want niet lang daarna
vond de voorzitter van de KTPI een veilige toevlucht bij
zijn eerdere machtige politieke bondgenoot, de NDP. Een
bondgenoot die in 1996 wel alle faciliteiten gaf aan de
KTPI, doch op een heel sluwe manier vrijwel alles
ondermijnde en de KTPI totaal kapot maakte. De KTPI mocht op
5 ministeries toezicht houden, doch niet beheren. Soemita
zelf was buiten het machtscentrum. De val van de machtige en
onneembare Javaanse partij in 2000 heeft geleid tot de
afbrokkeling van de KTPI in nog twee kleine
splinterpartijen: het ontstaan van de D-21 en de NPLO.
Verder hebben de meeste leden van het hoofdbestuur bedankt.
De sluwe manier van de NDP om de Javaanse politieke partij,
de KTPI, te breken was gelukt. Het proces was vrijwel
identiek als die van 1998 toen de Pendawalima middels
schaduwfiguren de partij van Somohardjo heeft gepoogd te
breken. Delen van de partij werden omgekocht en gesplitst,
slechts om zijn regering [Wijdenbosch] in stand te houden.
De groep Nain-Kasto werd in de annalen van de politiek vast
gegrift als de splitsing van de hechte groep Pendawalima.
Maar de groep van Somohardjo en derden die als partij,
Pertjajah Luhur, doorging, bleek duidelijk recht van bestaan
te hebben.
De Pendawalima, onder leiding van respectievelijk Marsha
Jamin en later mr. Raymond Sapoen, heeft tijd noch moeite
gespaard om de partij staande te houden. Gebrek aan
politieke engagement maakte dat de partij in 2005 in VVV-
verband samen met de KTPI de verkiezingen in ging. Jammer
genoeg kon Pendawalima geen zetel behalen.
Zij waren hierdoor zeer teleurgesteld. Uiteindelijk vormde
Pendawalima in 2009 samen met A-I een kleine eenheid. Maar
de klok tikt gestaag verder. Er zijn nog verschillen in
politieke inzichten, doch de verkiezingsdatum komt steeds
dichterbij. Verschillende meetmomenten zijn reeds
geprogrammeerd. De IRSD heeft daarom ook wederom het
initiatief genomen om de “geheime en bekende gesprekken” te
voeren. Na intensieve besprekingen hebben de toppers van
Pertjajah en Pendawa op 16 februari 2010 duidelijke
afspraken gemaakt. Er komt een zekere vorm van samenwerken
of samengaan. Hierna werden nadere gesprekken gevoerd met
groepen die bij de Pancarana-bespreking ook aanwezig waren,
nl. de PPRS. Het doel was om de vorming en versterking van
Pertjajah Luhur te implementeren en te formaliseren. Op
verschillende politieke podia werd met grote blijdschap
hieraan bekendheid gegeven en als zodanig ook gepropageerd.
Politiek is hard en er is momenteel geen tijd te verliezen.
Het wachten is nu op een datum om de protocollen van de
werkelijke eenwording van de vier Javaanse politieke
partijen te ondertekenen en te proclameren. Het wordt zo te
zien een Pertjaja Luhur samen met Pendawalima, D-21 en PPRS.
Jammer dat de KTPI buiten deze samenwerking moet zitten.
De vraag hoe het verder zal vergaan met deze oude politieke
partij, blijft tot nog toe onbeantwoord.
Kadi Kartokromo
Het
11-jarig basisonderwijs
Ruim een maand geleden heeft het consultantbureau Network
Star Suriname (NSS) voorlichting gegeven aan de ouders van
de St. Richenel Slooteschool omtrent het 11-jarig
basisonderwijs. Ouders die momenteel kinderen hebben in de
kleuterklassen tot en met de derde klas waren uitgenodigd.
Ik participeerde als ouder ook tijdens deze meeting.
Vertegenwoordigers van het consultantbureau NSS gaven aan
dat een van de redenen voor de rechtvaardiging van het
11-jarige basisonderwijs is de grote ‘drop-outs’ op de
lagere school. Zo zouden er breukvlakken zijn bij de
overgang van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs
en bij de overgang lager onderwijs - secundair onderwijs. In
de eerste klas van het lager onderwijs is het aantal
zittenblijvers 30 procent, terwijl 18 procent van de
leerlingen het lager onderwijs niet afronden.
Enkele opvallende zaken tijdens deze meeting:
- Tijdens deze voorlichting waren er geen vertegenwoordigers
van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling
(Minov) aanwezig. Zo’n ingrijpende verandering zal
plaatsvinden in het lager onderwijs en het Minov verbergt
zich achter een consultantbureau om de informatie aan de
ouders mede te delen. Geen wonder dat NSS op vele vragen
geen antwoord kon geven. Door deze strategie toe te passen
kan het Minov bovendien altijd, wanneer het hem niet goed
uitkomt, zeggen dat het consultantbureau zijn opdrachten
niet juist heeft uitgevoerd.
- De ouders die uitgenodigd waren, zijn niet degenen wiens
kinderen het 11- jarig basis onderwijs zullen ondergaan. Het
11-jarig basisonderwijs begint in oktober 2010 en de
vierjarigen die dan voor het eerst naar school gaan zullen
het ondergaan. Geen wonder dat toen vele ouders dit vernamen
hun houding 180 graden veranderden en zij tam erbij zaten
dan wel zoetsappige vragen stelden. Zo werden ‘losse
flodders’ gelanceerd dat het 11- jarig basisonderwijs wel op
Curaçao en in Nederland een succes is. Niemand kwam echter
met keiharde wettenschappelijke studies, die deze stellingen
hard konden maken.
Tijdens deze meeting werd door het consultantbureau NSS
opnames voor de televisie gemaakt die ze aan het grote
publiek zullen vertonen. Het gevaar hierbij is dat het grote
publiek dan de indruk zal krijgen dat vele ouders die ze op
de beeldbuis zien eens zijn met het 11-jarig basisonderwijs
vanwege hun tamme en zoetsappige houding. Wat men echter op
televisie aan het grote publiek niet zal vertellen, is dat
de kinderen van deze ouders die ze op de beeldbuis zien het
11-jarig basisonderwijs niet zullen ondergaan. Men had dus
doodleuk voor de ouderparticipatie ook ouders van studenten
van de middelbare school dan wel universiteit kunnen hebben
uitgenodigd en dezelfde tamme –en zoetsappige houding had
men gekregen.
- Er is geen kleuterwet in Suriname, dus ouders zijn niet
verplicht om hun kinderen kleuteronderwijs te geven. Vandaar
dat pakweg 80 procent kleuteronderwijs volgt. Zesjarigen die
in het schooljaar 2012-2013 voor het eerst naar school gaan
(het gereviseerde speelwerkplan is niet op hen uitgetest),
maken dus een 9-jarig basisonderwijs mee, wat een ramp zal
dat zijn voor deze kinderen!
Tijdens deze voorlichting kwam ook naar voren:
- Dat de contouren van het 11-jarig basisonderwijs niet
volledig zijn uitgewerkt, maar op 1 oktober 2010 gaat men
het wel doordrukken.
-Dat het bijzonder onderwijs, de lagere technische scholen
en het lbgo-onderwijs komen te verdwijnen. Kinderen die
totaal niet beantwoorden op het algemeen vormend lager
onderwijs zullen onnodig op deze scholen gehouden worden.
Een gevolg hiervan is dat het lager technisch kader totaal
komt weg te vallen. In de bouwwereld is er dus geen ruimte
meer voor ‘halfwas’, winkelverkoopsters met een lagere
school diploma zullen verdwijnen en ik zal mijn kapotte
fiets dan wel bromfiets nu zelf moeten maken. Bovendien is
geen antwoord gegeven wat met de kinderen zal gebeuren die
het 11-jarig basisonderwijs echt niet kunnen volgen.
- Kinderen die in oktober 2010 naar kleuter b (vijfjarigen)
gaan, zullen tien jaren lang (6 jaren lager- en 4 jaren
secundair onderwijs) de wind van het 11- basisonderwijs in
hun nek voelen. Kinderen van de eerste klas, die in het
schooljaar 2011 – 2012 blijven zitten, moeten dan in het
nieuwe schooljaar naar het 11-basisonderwijs. Het probleem
ontstaat onder anderen in het schooljaar 2019- 2020. Deze
kinderen hebben negenjaren lang het huidig onderwijs
gevolgd, maar moeten in het schooljaar 2020 – 2021 het 11-
jarig basis onderwijs ondergaan. Welke trauma zullen deze
leerlingen niet moeten ondergaan!
Het 11- jarig basisonderwijs wordt een hele fiasco omdat
verscheidene problemen die er momenteel zijn ermee niet
opgelost worden, namelijk:
• Te grote klassen (soms zelf meer dan 35 kinderen in een
klas).
• Ongemotiveerde leerkrachten ( het vele verzuim,
leerkrachten die in de avonduren een eigen studie doen en
overdag in de klas meer aandacht voor die studie hebben dan
de leerlingen goed onderwijs te geven).
• De periodiek terugkerende onderwijsstakingen die het
lager- en secundair onderwijs weken verlammen.
• Vele kinderen die met een hongerige maag naar school
komen.
• Het tekort aan schoolmiddelen om goed onderwijs te geven.
• Leerlingen die onder ongeschikte toestanden thuis moeten
studeren.
• Onhygiënische toestanden op school, die het onderwijs
volgen onaangenaam maken.
Let u op: In de komende jaren zal Suriname een ware goudmijn
worden voor vele buitenlandse particuliere instituten die
alhier onderwijs menen te geven. Ouders die het kunnen
missen, zullen het zekere voor het onzekere nemen en hun
kinderen op deze scholen inschrijven. Het Surinaams
onderwijs zal zeker hierdoor ondergraven worden en de grote
veroorzaker is het Minov zelf. In het jaar schooljaar 2021 –
2022 zullen de eerste resultaten van dit experiment te zien
zijn. Wat ik persoonlijk jammer vind, is dat tegen die tijd
degenen die het 11- jarig basisonderwijs doorgedrukt hebben,
dan al lang gepensioneerd dan wel dood zijn. Dat is wel
jammer!
Ricky W. Stutgard M.Sc.
De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly
Gewetenswroeging! Wat enkele jaren geleden met veel fanfare
werd aangekondigd, blijkt thans niets anders te zijn dan een
gepasseerd station. Een voorbijgaand begrip. Een noodlot of
een capitulatie.
Men kon het zien aankomen. De militaire benen waren veel te
zwak om zoveel weelde te kunnen dragen. Toen uit eigen
intieme gelederen overduidelijk bleek dat het plotseling op
zich genomen doel niet meer werd nagestreefd en daartegen
werd geprotesteerd, brak de hel los. Afscheid nemen van het
graaien uit de aan het land toebehorende geldmiddelen
(vleespotten) – zoals de Centrale Bank – bleek een
onmogelijke opgave te zijn die niet strookte met de
mentaliteit van de zogenaamde revo-leider en een groot deel
van de profiteurs. De discipline in hun gelederen dreigde
door hoog oplopende ruzies verloren te gaan. Een groep
intellectuele politieke mislukkelingen, die zich verzameld
had in een politiek nietszeggende organisatie zag zijn kans
schoon en bood hun diensten als bemiddelaars aan en maakte
na goedkeuring van de twistende sergeants, dankbaar misbruik
van de onbekendheid van de ruziemakers met staatszaken. Het
grote waterhoofd dat men ambtelijk apparaat noemt, kon niet
bewogen worden mee te gaan met de plotseling vreemde manier
van werken. Andere Surinaamse deskundigen waaronder juristen
en een aantal niet-juristen uit het buitenland maakten kort
daarna ook deel uit van de groep zgn. bemiddelaars en die
wisten de ambtenaren wel mee te krijgen. Mee te intimideren!
In de ijdele hoop bepaalde vooraanstaande posities in de
leiding van het land te zullen bekleden – welke onder
normale omstandigheden niet voor mogelijk bleek voor deze
adviseurs – werd er niet geschroomd adviezen te verstrekken
die boze plannen ondersteunden en misdaad bemoedigden.
Zelfs de lijfelijke aanwezigheid van sommigen onder de zgn.
deskundigen, toen de latere slachtoffers van het dodelijk
plan in de nachtelijke uren van hun woon- of
verblijfplaatsen werden opgehaald, was de deskundigen niet
te veel. Op hun advies moesten ook nog allerlei valse
verklaringen van hun hand opgesteld zijn, die de misdaden
moesten rechtvaardigen. De plaats des onheils was hen
integendeel heilig.
Het blote feit dat ze met naam en toenaam voorkomen op de
lijst van verdachten zegt genoeg. Een van de vele in nood
gedane uitspraken van ‘ baas’ was immers: “ Met mijn kop
zullen meerdere vallen.” Een sindsdien ingetreden sterke
verpaupering, vaak geresulteerd hebbend in barre armoede is
voor deze profiteurs (adviseurs van de misdaad) geen
gegronde reden om zich berouwvol terug te trekken uit de
politiek.
Het is namelijk verre van aantrekkelijk te vertoeven in de
nabijheid van een verdoemde. Maar politieke hebzucht en het
streven naar macht maakt dat bedoelde figuren inderdaad over
lijken gaan om hun doel te bereiken. Immers, vandaag aan de
dag is het weer dezelfde nietszeggende politieke organisatie
– met een nu nog geringer aantal aan achterban als toen –
die zich geroepen voelt om op ditzelfde getergde volk een
beroep te doen hun in de gelegenheid te stellen dit land,
Suriname, te mogen leiden. Niet erbij vermeld wordt waarnaar
toe. Het zou geen aanhang opleveren wanneer verklaard zou
worden dat de richting die van de verdoemenis is.
Bewust van hun sterk gemis aan voldoende aanhang om
zelfstandig een vuist te kunnen maken, besloten ze opnieuw
zich onder de vleugels van de zgn. revo-partij te groeperen
en genoegen te nemen met de zwakke positie die ze waard
zijn.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de openbare mening
afkeurend reageert op de epistels die de laatste tijd
uitgaan van de labiele organisatie welke misleidend tracht
de gemeenschap tot andere gedachten te brengen dan de
realiteit aangeeft.
Deze organisatie schijnt niet te begrijpen dat ze evenals
hun grootste partners het verleden niet mee heeft en dat is
enkel aan beide organisaties zelf te wijten. Andere hebben
er niets mee van doen. Het besef hun curriculum vitae – pech
voor hen – niet mee te hebben, zal over enkele maanden met
harde cijfers tot hen doordringen. Een overigens normaal
verschijnsel in de wereld als je een slecht verleden hebt.
Misdaad loont niet! Ook medeplichtigheid daaraan niet. Alles
komt weer naar boven drijven als je denkt onrechtmatig
posities te verwerven. De natuur staat er garant voor!
Raadpleeg maar de geschiedenis.
Reaktie van
vakgroep oogheelkunde op uitlatingen van minister Celsius
Waterberg
De minister van Volksgezondheid heeft de oogartsen van het
Suriname Eye Center beschuldigd van het uiten van leugens
tijdens de onlangs door hen gehouden persconferentie waarbij
zij hun bezorgdheid hebben geuit over het beleid van de
minister die onze oogzorg afhankelijk dreigt te maken van
buitenlanders.
Allereerst wordt beweerd dat er overleg is gepleegd met de
vakgroep oogheelkunde over de Milagros missie en dat de
oogartsen de patiëntenstroom niet aankunnen. Daarbij is het
aantal van 220 consulten per dag genoemd.
Kort na zij aantreden in 2005 heeft de minister de oogartsen
meegedeeld dat er patienten naar Cuba zouden worden
overgebracht voor oogoperaties. Daarbij is geen enkele vorm
van overleg geweest. Reeds toen is door ons aangegeven dat
het erg belangrijk is om tegelijk ook onze lokale
voorzieningen te versterken. Enkele jaren daarna werd ons
wederom de mededeling gedaan dat de operaties door de
Cubaanse oogartsen naar Suriname verplaatst zouden worden.
De Surinaamse oogartsen hebben de minister toen aangegeven
te willen samenwerken met de Cubaanse collega’s en dat het
daarom goed zou zijn om de missie in het AZP te vestigen.
Hierop is nooit meer een reactie gevolgd, en wij vernamen na
enige tijd dat de missie in het ’s lands Hospitaal gevestigd
was. De samenwerking heeft nooit gestalte gekregen. De
minister heeft voorts volstrekt onvoldoende ondersteuning
gegeven aan onze eigen inspanningen om de Surinaamse oogzorg
te verbeteren.
Op onze persconferentie hebben wij harde cijfers
gepresenteerd die duidelijk aangeven dat onze
patiëntencapaciteit en de kwaliteit van de zorg aanzienlijk
zijn verbeterd. Met het huidige aantal van acht oogartsen
zal het verwachte aantal consulten dit jaar stijgen naar
meer dan 200 per dag. Het door de minister genoemde aantal
van 220 wordt daarmee dicht benaderd en zal met de opleiding
van de negende Surinaamse oogarts straks ruim overschreden
worden.
Ook de kwestie van de staaroperaties in het AZV-basispakket
is aan de orde geweest. Op het symposium van de VMS met de
AZV commissie op 7 april 2009 waren drie vertegenwoordigers
van de vakgroep Oogheelkunde aanwezig. Bij de presentatie
van de commissie bleek dat de lens- implantaten voor de
staaroperaties niet opgenomen waren in het basispakket. Dit
basis pakket was bovendien reeds als finaal concept aan de
minister overhandigd. Over deze kwestie was vooraf geen
overleg met de vakgroep geweest.
De meest in het oog springende ontkenning van de minister
betreft de kwestie van de NV Sapphire c.q. Verpleeghuis
Staatsziekenfonds die opgericht is om onder andere
commerciële oogheelkundige diensten aan te bieden. Alle
bewijsstukken met de namen van personen die hierbij
betrokken zijn, zijn eerder aan de pers overhandigd. De
minister doet er goed aan ons te vertellen wat precies de
bedoeling van deze NV geweest zou zijn.
De Surinaamse oogartsen zijn zich altijd bewust geweest van
hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Sedert 2002
zetten zij zich volledig belangeloos in om de oogzorg ook
voor de minstbedeelden in het verre binnenland mogelijk te
helpen maken. De grote oogmissies naar Debike en Djoemoe
waar talrijke ouderen in hun eigen omgeving zijn geopereerd
en verzorgd spreken voor zich.
Over de jarenlange zorg die de Surinaamse oogartsen aan de
patiënten in Nickerie bieden en de ongeveer 700 patienten
die door hen in het Streekziekenhuis Nickerie in de
afgelopen anderhalf jaar zijn geopereerd wordt door de
Minister met geen woord gerept. Hij kiest er voor om via de
pers propaganda te maken voor het feit dat er onlangs 50
patiënten in Nickerie en Coronie zijn geselecteerd om nota
bene helemaal in Paramaribo door Cubaanse oogartsen
geopereerd te worden.
De Surinaamse oogartsen blijven zich verantwoordelijk voelen
voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de oogheelkundige
zorg voor de gehele Surinaamse bevolking en zullen steeds
werken voor verdere verbetering hiervan. Ons streven blijft
erop gericht Surinaamse burgers oogheelkundige topzorg door
in Suriname opgeleide oogartsen te bieden .
De vakgroep oogheelkunde
Het Suriname Eye Centre
Wageningen
werd gered door Venetiaan
Dankzij radio Boskopu kunnen tegenwoordig de debatten in het
parlement tot ver buiten Paramaribo goed gevolgd worden. Ik
moet mij vaker schamen hoe bepaalde lieden tekeer gaan in
het hoogste college van staat en verhalen vertellen die mijn
wenkbrauwen doen fronsen. Bij een van de laatstgehouden
vergaderingen hoorde ik de volksvertegenwoordiger R. Doekhie
in het parlement zeggen dat meneer Trevor B. met US$ 39
miljoen dollar naar Wageningen zou komen en dit bedrijf weer
gezond zou maken. Gelukkig heeft president Ronald Venetiaan
tijdig korte metten gemaakt met deze bekende “internationale
zakenman”. Recentelijk heeft hij zijn vernietigende
kwaliteiten weer bewezen en een bekende Surinaamse
ondernemer V.K. werd voor ruim US$ 1 miljoen lichter
gemaakt. De vernietigers van Wageningen proberen nu anderen
de schuld te geven. Gelukkig heeft de president ingegrepen,
anders had Suriname weer een schuld van US$ 39 miljoen bij
deze “geweldige, internationale, gerenommeerde,
geraffineerde zakenman” gemaakt.
De heer Trevor B. (“de redder van Wageningen en zwager van
een bekende politicus in Suriname”) bracht in 2003 een
bezoek aan de districtscommissaris Hardeo Ramadhin om hem
uit te leggen welke activiteiten op het gebied van
aquacultuur in Nickerie ontplooid zullen worden. Een dik
rapport met mooie foto’s van garnalen, maakte een geweldige
indruk op mij en de medewerkers van het commissariaat.
Volgens zijn eigen zeggen zou de toekomst van Nickerie niet
alleen van de rijstbouw afhankelijk zijn, maar ook van de
aquacultuur. Wij waren bijzonder blij dat Nickerie een
aquacultuurbedrijf zou krijgen. De eerste vraag die ik aan
de heer T.B. stelde, was op welke locatie het bedrijf zou
komen te staan. Nadat hij haarfijn had uitgelegd waar het
bedrijf zou komen te staan en welke aannemer(s) voor de
infrastructuur zou zorgen, had ik al bedenkingen. Ik had het
vermoeden dat het om een “njang” ging en reeds bij de
geboorte “de baby het niet zou halen”. Het is niet mijn
geaardheid om altijd namen te noemen. Het bedrijf zou op het
terrein van de bekende ondernemer I.G. opgezet worden. Een
miljoenen investering op een terrein van een andere persoon.
Wat een grote grap, dacht ik bij mij zelf. De ondernemer
Rashied Doekhie was belast met de infrastructuur. Toen al
had ik bedenkingen over de activiteiten van meneer Trevor B.
Mijn bedenkingen zijn bewaarheid geworden. Nadat ik uit
Nickerie vertrokken was in september 2004, hoorde ik via de
pers dat het bedrijf over de kop is gegaan. Als meneer
Trevor zo’n internationale reputatie heeft, begrijp ik met
mijn boerenverstand nog steeds niet waarom het bedrijf een
totale mislukking is geworden. Ik laat deze zaak voorlopig
in het midden.
Er zijn mensen die een “ziekelijke neiging” hebben en altijd
het hoogste woord willen voeren, terwijl zij van binnen hol
zijn. Van de 51 volksvertegenwoordigers gedragen 50
volksvertegenwoordigers, naar mijn bescheiden mening, zich
als beschaafde, fatsoenlijke, geciviliseerde burgers. Zo
hoort het in een beschaafde samenleving. Men mag van mening
verschillen met een andere burger. Met argumenten moeten wij
elkaar kunnen overtuigen, maar laten wij dat doen als
beschaafde mensen. De parlementariër R. Doekhie gedraagt
zich niet als een fatsoenlijk mens in het parlement en met
zijn banale praatjes wil hij iedereen de les voorlezen. Zijn
coalitiegenoten durven hem, zoals steeds weer blijkt, niet
tot orde te roepen. Ik luister ook graag naar de
oppositieleden Parmessar, Panka en Simons. Deze Surinamers
zijn in mijn ogen kritisch, maar tegelijk ook zeer opbouwend
en constructief bezig. Zodra meneer Doekhie aan het woord
komt, is hij constant bezig anderen te “triggeren”. Tegen
zijn collega K.Matai zegt hij doodleuk in het hoogste
college van staat: “Hij kent zijn suikerpatiënten niet”.
Deze onzin moet deze meneer niet in het hoogste college van
staat verkondigen. Wat heeft dit te maken met de rijstbouw?
Zo wordt men niet groot in de politiek. Wat twee jaren terug
in het parlement was gebeurd, is niet goed te praten, maar
achteraf bekeken had meneer Ronny Brunswijk groot gelijk om
op te treden als veiligheidsman. Een jaar lang was het heel
rustig in het parlement. Kennelijk uit vrees voor Brunswijk
heeft hij een jaar lang het parlement niet bezocht. Wij
vragen de politicus Doekhie om zich in het vervolg als een
waardige volksvertegenwoordiger te gedragen en banaliteit
achterwege te laten. Kort voor de verkiezingen van 2000 had
president drs. J.Wijdenbosch geen andere keus dan de
toenmalige districtscommissaris R.Doekhie onmiddellijk te
muteren. Ook de elasticiteit van president Wijdenbosch had
een eindpunt en maatregelen moesten komen om een einde te
maken aan de gedragingen van deze meneer in Nickerie.
De komende dagen, weken en maanden gaan wij veel meemaken op
het politieke veld. Het politieke jachtseizoen is geopend.
Na de begrotingsbehandeling gaan de politieke partijen zich
volledig inzetten om de gunst van de kiezers te winnen. Wij
vragen de politici om op een beschaafde manier campagne te
voeren. Wij vragen de politici om gezinsleden en
familieleden in de politieke campagne niet mee te nemen en
te bespreken. Het is vaker erg pijnlijk om dat aan te horen.
Sommige mensen verstaan de kunst om anderen te “pijnigen”.
Woorden kunnen vaak zeer treffend zijn. Laten wij één ding
niet uit het oog verliezen, nl. dat wij gezamenlijk dit land
tot ontwikkeling moeten brengen. Wij mogen onze liefde
hebben voor politiek partijen of voor politici, maar wij
moeten de feiten zakelijk, correct, eerlijk en beschaafd
presenteren. De kiezers zullen uiteindelijk bepalen op welke
partij zij hun stem gaan uitbrengen. Laat de politiek ons
niet scheiden. De uitspraak van het electoraat moeten wij
respecteren.
Hardeo Ramadhin
De
Kiesgerechtigde leeftijd!
De laatste maanden is er een discussie opgelaaid over de
kiesgerechtigde leeftijd van achttien jaar en de in dit
verband vermeende strijdigheid tussen artikel 57 lid 1 van
de Grondwet en de artikelen 3 en 4 van de Kiesregeling.
Omdat deze materie velen schijnt bezig te houden, gezien het
feit dat mijn mening hier vaker over is gevraagd, wil ik
mijn zienswijze met het grote publiek delen.
Voor degenen die niet bekend zijn met bedoelde wetsartikelen
de volgende toelichting:
In artikel 57 lid 1 van de Grondwet van de Republiek
Suriname is bepaald: “De leden van de Nationale Assemblee
worden rechtstreeks gekozen door de ingezetenen die de
Surinaamse nationaliteit bezitten en de leeftijd van
achttien jaar hebben bereikt”.
Volgens de Grondwet moet men dus aan drie voorwaarden
voldoen om te mogen stemmen, namelijk: ingezetene zijn, de
Surinaamse nationaliteit bezitten en achttien jaar oud zijn.
In de artikelen 3 en 4 van de Kiesregeling wordt limitatief
vastgesteld op welk moment men aan de genoemde voorwaarden
behoort te voldoen. In die artikelen staat namelijk dat men
op de vijf en twintigste dag voor de kandidaatsstelling aan
deze drie voorwaarden moet voldoen. Tot zover is er van een
strijdigheid tussen de wetsproducten dus geen sprake;
immers, het ene is een nadere uitwerking van het andere.
De discussie richt zich nu op de vraag of het niet
wenselijker is en meer in de geest van de Grondwet om iedere
ingezetene die de Surinaamse nationaliteit bezit en op de
dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar heeft
bereikt tot de stemming toe te laten. Met de moderne
technologie zou het namelijk mogelijk moeten zijn om op elk
gewenst moment vast te stellen welke ingezetenen met de
Surinaamse nationaliteit op de dag van de stemming achttien
jaar oud zullen zijn. Het centrale vraagstuk in de discussie
richt zich dus op de leeftijd van de aanstaande kiezer en
niet op de andere voorwaarden die in de Grondwet zijn
gesteld en in de Kiesregeling nader uitgewerkt. Er bestaat
dus geen behoefte tot wijziging van het moment waarop men
ingezetene moet zijn en het moment waarop men Surinamer moet
zijn.
Wanneer de regering, bij monde van de minister van
Binnenlandse Zaken, recentelijk te kennen geeft dat iedereen
die op 25 mei 2010 achttien jaar oud is, moet kunnen
stemmen, dan zal dat alleen maar kunnen indien er een
wetswijziging plaatsvindt. De artikelen 3 en 4 van de
Kiesregeling zullen moeten worden gewijzigd.
Voor de goede orde zij hier opgemerkt dat het dus alleen
maar dient te gaan om wijziging van het moment waarop de
achttienjarige leeftijd wordt vastgesteld.
Een dergelijke wetswijziging moet zorgvuldig worden
geformuleerd, omdat voorkomen moet worden dat een
goedbedoelde en mogelijk terechte wetswijziging negatieve
effecten heeft zoals het tot Surinamer naturaliseren van
achttienjarige ingezetenen kort voor de dag der stemming of
het, onder soortgelijke omstandigheden, toelaten tot de
stemming van in het buitenland gevestigde jonge Surinamers.
Anton Paal
Consultant Bevolking Boekhouding
Zelfbedrog!
Op talloze gebieden worden voortdurend vergelijkingen
gemaakt tussen diverse perioden uit ons recente verleden.
Keer op keer, onophoudelijk en onder regie van politici,
bezig zijnde met elkaar vooral de negatieve herinneringen
uit het verleden op te roepen. De bekende tijdvakken worden
in de drang, steeds weer schade te berokkenen, routinematig
voor de geest gehaald. Elke regeerperiode wordt in allerlei
discussies en debatten, ook op het hoogste niveau, telkens
weer tegen het licht gehouden, waarbij door personen uit
politieke partijen stelselmatig die ontwikkelingen worden
aangehaald die in hun kraam te pas komen. Regeringsperioden
uit het verleden worden als afzonderlijke tijdvakken gezien,
zonder consequenties voor elkaar. De periode voor 1975, de
periode daarna, de periode voor 1980, het tijdvak 1980-1987,
1987-1991, en zo maar verder. Terwijl er steeds gewezen
wordt op de toekomst van alle kinderen van het land, wordt
hardnekkig teruggegrepen naar het verleden . Parlementariërs
zijn aan te wijzen die van het aanhoudend refereren aan de
verleden tijd hun specialisatie hebben gemaakt. Jonge
burgers van nu, zo tegen de dertig aan, weten vrijwel niets
van de tachtiger jaren. Zij worden elke dag weer opgezadeld
met talloze verwijzingen van politici naar die periode. In
een situatie waarbij er van enige duidelijkheid in de
politieke koers geen sprake is, de dag van morgen ingericht
zal worden aan de hand van hetgeen zich op heden, zo tegen
het middernachtelijke uur voordoet, er geen verband gelegd
kan worden tussen gisteren en vandaag met een projectie naar
morgen, is het experimenteren met bestuur.
Op individueel niveau weten velen hoe onze
bestuurlijke praktijk ingericht moet worden.
Coalitiepartners in de regering misgunnen elkaar de
positieve beleidsprestaties. Inzet en arbeidsresultaten van
de ene bewindvoerder worden door anderen met argwaan
gevolgd, omdat de ene coalitiegenoot niet door de andere in
de schaduw gesteld wil worden. Elke kritische burger herkent
dit gedragspatroon. De tragiek van dit verhaal is dat in
collectief verband vrijwel niets goed gaat. Breekt het
moment van samenwerken aan tussen ons als burgers van dit
land, als regeerders, als Surinamers, dan stremt alles.
Tegenwerking van de regering, als het om goede
beleidsvoornemens gaat, is bij ons gedragskenmerk.
Afbrekende kritiek, reeds op het moment dat dergelijke
plannen kenbaar gemaakt worden, lijkt bij velen wel op
dwangneurose. Als ouders en verzorgers laten wij ons elke
dag weer meeslepen in de stroom van meedogenloze en vaak
haatverwekkende kritiek op de regering, geregisseerd door
personen die onrust trachten te zaaien. De gemeenschap elke
dag weer luidop wijzen op beleidsfouten cultiveert ongekende
individuele populariteit in Suriname. Dat is onze creatie
van volksidolen.
Voortdurend nemen wij ons voor gezamenlijk te werken aan de
toekomst van ons land, aan de toekomst van onze eigen
kinderen. Het besef dat collectieve inspanningen vereist
zijn om het hoofd te bieden aan zoveel dat op ons afkomt,
leeft steeds weer in de geest van degenen die ons bezig
houden met hun droombeelden. Maar de realisatie van onze
toekomstplannen, voor zover die bekend zijn, blijft steeds
weer uit omdat wij niet met elkaar over weg kunnen. Elke
president zegt bij zijn inauguratie dat alle Surinamers bij
de nationale ontwikkeling betrokken zullen worden. Dit
refrein kennen zij , maar ook wij, van buiten. Straks wordt
dat versje ons weer voorgelezen. Buitenlandse experts
krijgen steeds een warm onthaal. Eigen expertise wordt
stelselmatig miskend. Maar de lijfspreuk blijft: “
vertrouwen in eigen kunnen’’. Een vertroosting om van te
huilen. De wrakstukken van alle afbraak liggen verspreid
over ons land. Vooral in moreel opzicht is de
maatschappelijke instorting pijnlijk merk- en voelbaar.
Suriname is verworden tot een oord van zedenbederf. Het
wordt beseft, maar niemand durft dit openlijk en ronduit te
zeggen.
Er wordt gesproken over bereikte welzijn voor alle burgers.
Er wordt daarbij voorbijgegaan aan het onderscheid tussen
materiële welvaart en geestelijk welzijn. Een materiële
welvaart overigens die oneerlijk is verdeeld over het volk.
Tekortkomingen van de huidige regering worden nu functioneel
gemaakt door nieuwe fortuinzoekers die ons willen overtuigen
van hun betrouwbaarheid en bekwaamheden, doch die tot heden,
aan de vooravond van de verkiezingen, niet het vermogen
tonen de gemeenschap een ontwikkelingsvisie voor te houden.
Openlijke debatten met het maatschappelijk middenveld over
onze toekomst vermijden zij. Politici is Suriname verhalen
elke dag weer over hun initiatieven. Wat zij niet beseffen,
is dat betrouwbaarheid in de politiek geheel wat anders is
dan al hun briljante demonstraties van initiatieven.
Politieke betrouwbaarheid is een constant gedragspatroon,
inhoudende dat men zich onvoorwaardelijk, ongeconditioneerd
houdt aan hetgeen het volk beloofd is. Dit alles
veronderstelt persoonlijkheid die de som is van iemands
persoonlijke eigenschappen en karakterkenmerken. Goede
politici zijn schaars, maar daar is ook weinig vraag naar!
De
‘belofte’ van de onafhankelijkheid is niet waargemaakt
Het is opvallend hoe de laatste tijd met de verkiezingen in
zicht er propagandafilmpjes worden afgedraaid waarin het
Front de gevolgen van terreuracties in de militaire
tussenperiode 1980-1987 tegen de toenmalige militaire
machthebbers in de schoenen probeert te schuiven van met
name de NDP en in het bijzonder de NDP-voorzitter Desi
Bouterse. Daarmee probeert men natuurlijk ook de
Megacombinatie te belasteren. Wat wordt verzwegen over
genoemde terreuracties, is niet alleen de betrokkenheid van
het buitenland en wel vooral Nederland, maar ook de eigen
betrokkenheid van Nieuw Front-toppers die nu de dienst
uitmaken in het land. Zeker bij de viering van het feit dat
het 30 jaren geleden was dat militairen de macht overnamen
in Suriname, zou het op zijn plaats zijn geweest om ter
stimulering van nationale eenheid en verdere natievorming op
een objectieve wijze, niet alleen de ontwikkelingen tussen
1980 en 1987 te beschrijven, maar ook die aan de coup van
1980 vooraf gingen.
De onafhankelijkheid 35 jaren geleden hield een belofte in
voor het Surinaamse volk, namelijk dat Suriname eindelijk
ingericht zou kunnen worden om het belang van het eigen volk
centraal te stellen en met de hoogste prioriteit te
behartigen; dit is immers het voorrecht van een
onafhankelijke natie. We weten intussen ook dat de regering,
die ons de onafhankelijkheid heeft gebracht, absoluut niets
heeft gedaan om de belofte die in onze onafhankelijkheid
besloten is, waar te maken. Terwijl we honderden miljoenen
aan ontwikkelingshulp kregen uit Nederland was er in
Suriname gebrek aan de meest elementaire voorzieningen.
De werkloosheid was groot en
Surinamers zochten hun onzekere heil in Nederland met
achterlating van have en goed. Het was dan ook niet te
verwonderen, dat het volk openlijk en massaal zijn
instemming en steun betuigde voor de staatsgreep waartoe het
jonge Surinaamse leger was geprovoceerd, door een arrogant
en volkomen incompetent leiderschap. Wanneer door de eerste
regeringen na 1980 pogingen worden gedaan om de belofte van
de onafhankelijkheid in te lossen, met onder andere een
herallocatie van de nog resterende miljarden aan
ontwikkelingshulp, worden die met de meest gemene en
levensgevaarlijke tegenwerking vanuit Nederland
geconfronteerd.
NDP/Megaleider Bouterse heeft dan ook gelijk wanneer hij
zegt dat het buitenland -en met name Nederland- niet zit te
springen om een regering van de Megacombinatie (MC), omdat
men daar liever een regering heeft die aan haar leiband
loopt, zoals in de afgelopen 10 jaar is gebeurd. De
Megacombinatie kiest er juist voor om straks een regering te
vestigen die haar opdrachten van het Surinaamse volk zal
krijgen, om de noden daarvan op te heffen en om de
aspiraties daarvan voor welvaart en welzijn te realiseren.
Immers, “revolutie” is niets anders dan de opgave die wij
als volk hebben om de kolonie, die Suriname was om de
belangen van anderen dan Surinamers te dienen, volledig te
ontmantelen. Revolutie is de strijd die wij als volk moeten
voeren om te kunnen garanderen dat in ons land het belang
van het Surinaamse volk met de hoogste prioriteit zal worden
behartigd. Dat was trouwens de belofte die het onafhankelijk
worden in 1975 in zich hield.
In het verleden hebben progressieven er ook op gewezen, dat
wat toen ‘de revolutie’ is gaan heten, een voortzetting was
van de strijd van vroegere Surinaamse vrijheidshelden. Namen
als Barron, Boni en Joli Coeur, maar ook Ramjanee,
Radjgaroe, Wongso, Anton de Kom enzovoorts zijn in dit
verband allang niet vreemd meer. Daarmee is meteen gezegd
dat ‘de revolutie’ inderdaad niet is begonnen met de
militairen. Wat de militairen wel hebben gedaan, is dat ze
door de machtsovername, deze strijd van onze voorouders om
het Surinaamse belang voorop te mogen stellen, naar een
hoger plan hebben gebracht. Immers kon vanaf het moment van
de machtsgreep deze strijd gevoerd worden met de staatsmacht
in handen, in tegenstelling tot al die tijd daarvóór. De
hardheid en de berekening waarmee Nederland uitgerekend in
deze periode is opgetreden en Surinamers tegen elkaar heeft
opgezet, wordt juist door dit gegeven goed verklaard.
Met de opmerking “de revolutie gaat door” heeft de
voorzitter van de Megacombinatie in elk geval aan iedereen,
maar in het bijzonder aan de jongeren te kennen gegeven dat
de belofte van een onafhankelijke natie met
zelfbeschikkingsrecht, waarin in de eerste plaats het belang
van Surinamers wordt gediend, zeker nog niet is vervuld. De
opgave die wij hadden bij het onafhankelijk worden van dit
land om Suriname tot ONS land te maken, staat nog recht
overeind.
Het mag in dit verband ook zeker kenmerkend genoemd worden
voor de huidige regeerders, dat zij de door Nederland
gesponsorde terreuracties tegen Suriname-onder-militair-
gezag altijd hebben toegejuicht en dat nog steeds doen. Dat
blijkt onder meer uit de manier waarop zij proberen om de
gevolgen van deze terreuracties, waar zij overigens ook zelf
bij betrokken waren, in de schoenen van anderen te schuiven.
Dat zij zich daardoor volledig vereenzelvigen met het
Nederlandse belang laat aan duidelijkheid niets te wensen
over. Voor de verwezenlijking van ‘belofte van onze
onafhankelijkheid’, hoeven wij van hen daarom ook niets te
verwachten.
Palu Secretariaat (www.palu-suriname.org)
De valutavlucht
“Schrikbarende koersstijgingen buitenlandse valuta”, zo
koppen de Surinaamse dagbladen alarmerend en jammerend! De
US Dollar en de Euro ondergaan, ondanks interventies van de
Centrale Bank, stijgingen die een bedreiging vormen voor de
economie van Suriname. Surinaamse ondernemers zien het
rampenwater reeds dichtbij de lippen gestegen, zoniet
proeven zij het brakke van dat water reeds.
In 2005 en 2007 heeft Clean Files Tribunal middels
persberichten erop gewezen dat aan deze nieuwe rampen voor
de Surinaamse economie, een roekeloze immigratie zonder een
daaraan gekoppelde bevolkingspolitiek ten grondslag ligt.
Roekeloos en misdadig zijn de ingrediënten die de
immigratiepolitiek ten opzichte van de nieuwe Chinezen en
Brazilianen kenmerken. Roekeloos, omdat er van enige
ordening in het vaststellen van bijvoorbeeld quota en
criteria in dit geheel geen sprake is. Misdadig, vanwege het
feit dat georganiseerde neo slavernij binnen de Surinaamse
grenzen wordt toegestaan. De meerderheid van de Chinezen die
de laatste vijf jaar Suriname binnenkwam, is naar publiek
geheim, eigendom van de criminele organisatie ‘Snakeheads’.
Deze criminele bende die niet terugdeinst voor het
koelbloedig vermoorden van diegenen die niet naar hun pijpen
wensen te dansen, is een conglomeraat dat voor de
“gefinancierde” export van de Chinees uit China borgstaat.
In ruil hiervoor, totdat de torenhoge met woekerwinst
omgeven “voorfinanciering” is afbetaald, is de Chinese
immigrant eigendom van het genoemde misdadigersgilde dat
wonderwel door de Surinaamse ambassade in China wordt
gefaciliteerd.
Nog misdadiger is het gegeven dat politici in Suriname rijk
worden van deze misdaden tegen het eigen volk gepleegd.
Clean Files Tribunal heeft bij meer dan één gelegenheid te
kennen gegeven dat er door feitelijk mensenhandel toe te
staan, politici graanschuren aan vies geld opstrijken. De
thans bij het Hof van Justitie in Suriname lopende zaak,
waarbij de immer boze minister van Justitie&Politie himself
als onderwerp van onderzoek met de billen bloot moet, zal
nog meer prominente politici als verdachten identificeren.
Bijna 5 jaar na dato komen de waarschuwingen die wij lieten
rondgaan en die naar goed Surinaams gebruik door de pers en
media van ons land werden genegeerd, triest maar waar
vlekkeloos uit.
Het bankwezen, waaronder de cambio´s, kunnen niet voldoen
aan de vraag van vreemde valuta, althans niet in die mate
die nodig is voor het verantwoord voortbestaan van de vrije
handel. Deze sector is daarom dan ook aangewezen op het veel
duurdere wisselcircuit in de zwarte en grijze sfeer. Tot
welke laatste categorieën heel nadrukkelijk ook de
nieuwkomers uit China met hun illegale valutahandel vanuit
de supermarkten die in Suriname als paddenstoelen uit de
grond verrijzen, behoren. In onze persberichten wezen wij
erop dat deze immigranten, maar ook de Brazilianen, op grote
schaal valutawinsten naar hun eigen land overmaken, waardoor
het legitiem rondpompen van dat vreemde geld in de
Surinaamse economie uitblijft. Met deze grove oneerlijke
daad, waarvoor het machtscentrum van Suriname om zijn
moverende reden de ogen sluit, is Suriname als entiteit
wederom de verliezende en bedrogen partij.
Het is ronduit beschamend te noemen dat een bankexpert niet
de vinger op de zere plek legt, maar die politiek in de
richting van de komende verkiezingen manipuleert. Er zou
kapitaalvlucht gaande zijn vanwege een mogelijke andere dan
de Front+ aantredende regering.
Deze misselijkmakende en ongewenste beïnvloeding van het
kiezersgedrag is niet alleen goedkoop, maar evenzeer
verwerpelijk en achterhaald. De onheilsprofeet uit
bankkringen zou er beter aan doen, om in de richting te
kijken van de ware veroorzakers van deze grote bestuurlijke
chaos in Suriname.
De huidige regering die met haar geveinsd en selectief
toegepast democratisch moraalridderschap in het geheel
voorbijgaat aan het feit dat opeenvolgende regeringen van
China, erkende mensenrechtenschenders zijn, maar waar toch
hartelijk mee wordt samengewerkt, is hypocriet. Een land
immers dat volop kinder(slaven)arbeid koestert, dient niet
aanbeden te worden maar met een kritische benadering
tegemoet getreden.
Verschoond van vreemdelingenhaat, komt Clean Files Tribunal
tot de conclusie dat immigranten met een meerwaarde voor
Suriname, welkom behoren te zijn! Kennismigratie, is daarbij
het credo. Ergo geen hapsnap beleid omfloerst met ordinair
verdiende smeergelden die de eigen landskinderen middels
concurrentievervalsing bovendien tot de bedelstaf drijven en
de economie van Suriname doen ontwrichten, maar een
weldoordachte bevolkingspolitiek.
Roy R. de Miranda
Ondemocratisch VHP-bestuur riskeert zware verliezen bij de
verkiezingen
Bent u niet moe van het gedoe bij één van de grootste en
oudste politieke partijen van ons land, die telkens maar
weer de interne problemen niet weet op te lossen en nu weer
een gang naar de rechter maakt? Het is voor mij volstrekt
duidelijk waarom zoveel sympathisanten weglopen van deze
partij. Gaat u maar eens na op welke gronden de huidige
voorzitter, leider geworden van deze partij. Ik vraag mij af
welke binding deze heer met ons land en zijn partij heeft.
Zo te zien, is hij in zijn gedachten alleen maar met
allerlei bespiegelingen bezig. Aspecten die wellicht ook te
maken hebben met de bekende bloedgroepen die de aanhang en
de sleutelposities van deze partij vertegenwoordigen en
waarover niet gesproken mag worden, omdat zogenaamd kerk en
staat gescheiden zijn. Maar ook het ondemocratisch
functioneren van het bestuur en de traditionele stijl van
leiding geven, zijn een doorn in het oog van de achterban.
Niet alleen de jongeren maar ook andere doelgroepen zoals
vrouwen en ouderen ervaren de stijl van leiding geven van
het bestuur Sardjoe als niet meer passend bij deze tijd.
Belangrijke zaken als inspraak, verjonging en
democratisering worden niet geaccepteerd. Eigenlijk zou het
hele bestuur zijn functie allang al hebben moeten neerleggen
en zouden er tussentijdse bestuursverkiezingen uitgeschreven
moeten worden om op het goede spoor te blijven. Maar daar
kiest dit bestuur niet voor om zijn machtspositie te
consolideren.
Aan de andere kant heeft men door de jaren heen allerlei
netwerken opgebouwd die maken dat men met vastgeroeste
ideeën op één plek blijft zitten. Je zou bijna denken dat de
verbroedering- en shantipolitiek nu plaats moeten maken voor
het samensmelten van de NPS met de VHP om de etnische
politiekvoering, die haar langste tijd heeft gehad, geen
kans meer te geven. De Megacombinatie heeft haar succes
zeker ook hieraan te danken, omdat wij constateren dat bijna
alle etnische groepen in deze combinatie vertegenwoordigd
zijn en de enorme groei die deze partij doormaakt. De VHP
heeft nu weer een probleem bij de interpretatie en de
toepassing van een regel uit het huishoudelijk reglement
die, als men deze situatie neutraal bestudeert, zeker in het
voordeel van het bestuur uitgelegd kan worden: immers een
alternatieve kandidatenlijst moet ondersteund worden door
400 personen die lid zijn van een kernbestuur, terwijl er
districten zijn waar feitelijk het totaal van deze 400
personen niet eens aanwezig is. De belangrijkste vraag die
de rechter zal moeten beantwoorden, is hoe er dan een
alternatieve kandidatenlijst voor betreffend district
ingediend moet worden. Het is ook goed dat eerst met
partijen is onderhandeld over deze zaak, zodat de totale
Surinaamse gemeenschap ziet, hoe beschamend leiding wordt
gegeven aan deze partij. De vraag is nu of u in welk
instituut dan ook zo’n leider straks tot president van ons
land wilt kiezen als een beroep op de VHP wordt gedaan om
iemand voor te dragen.
Wellicht begrijpt u nu waarom ik het niet opportuun vond dat
de huidige in leeftijd nogal heel oude president van ons
land zich uitsprak over zijn opvolger, dat deze een
partijleider moet zijn. Iemand die echt van zijn land houdt,
doet zo’n uitspraak niet omdat deze zaak in het huidige
Suriname zeer gevoelig ligt. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik
binnen de NPS ook zeer veelbelovende jongeren zie die deze
belangrijke functie veel beter kunnen uitvoeren dan de
huidige president. Volgens mij moeten wij niemand
uitsluiten. De beste kandidaat moet het uiteindelijk worden,
precies zoals dat bij een sollicitatie gaat. Elke kandidaat
moet voorgedragen kunnen worden als hij daartoe bekwaam en
geschikt is en de juiste competenties heeft. Eigenlijk moet
van tevoren door alle politieke partijen de functie-eisen en
bijkomende criteria bekend worden gemaakt waaraan een
kandidaat moet voldoen. Zo kan iemand die bijvoorbeeld geen
ulo- of mulodiploma heeft en zich wil kandideren, worden
uitgesloten. De onprofessionele wijze waarop het huidige
VHP-bestuur voortgaat met het uitstippelen van zijn beleid
is beslist niet in het belang van ons land. Het is
ondoorzichtig, kortzichtig, niet modern en wordt gestuurd
door een impopulaire leider. Als dit zo doorgaat, riskeert
de VHP zware verliezen bij de komende verkiezingen. Hier is
inmiddels ook al door velen op gewezen. Ik verwacht dat het
tij snel keert in het belang van de partij en ons land.
Robby Roeplall
Moeten wij wel de
verkiezing in?
Ons kiesstelsel heeft haar oorspronkelijk doel (“geen
politieke macht voor Aziaten in Suriname”), zoals door vele
instanties wordt aangegeven, verloren. Want een ‘one man one
vote’ zal geen grote zetelverschuiving met zich meebrengen
omdat Aziaten en Afro’s zich broederlijk in het Front hebben
gebundeld. Maar wat het stelsel nog doet, is zo vernederend
en zo vernietigend voor ons Surinamers, dat wij eigenlijk de
komende verkiezingen “on hold” zouden moeten zetten, een
referendum moeten houden en orde op zaken moeten stellen.
Dit om rampen te voorkomen. Papatam is er een voorbeeld van.
Het stelsel blijft de kwaliteiten van onze politieke leiders
devalueren, omdat de minst ontwikkelde kiezer zorgt voor de
meeste zetels. Hoe minder ontwikkeld, des te meer waarde
heeft je stem. Is het toeval dat Coronie hierbij het hoogst
is gewaardeerd en Paramaribo het laagst? Het blijft etnische
groepsvorming stimuleren waarmee kleine partijen ons volk
steeds meer uit elkaar slaan.
Omdat er door dit stelsel
geen ontwikkeling in de districten plaatsvindt, trekken de
ondernemende mensen naar Paramaribo. Wijdenbosch, de man van
de bruggen en de tigriwinti; Jessurun, intelligent
assembleelid; Wijntuin, ex-assembleevoorzitter (de man van
“geen commentaar”); het zijn allemaal Coronianen. Mensen die
grappig proberen te zijn, zeggen dat al dit soort
intellectuelen weg zijn uit Coronie…. en dat staat als een
paal boven water. Verder lijkt het erop dat Suriname
gegijzeld is door een paar “slimme boys”. De kunst voor deze
“slimme boys” is nu om de districtsbewoners zo weinig
mogelijk scholing te geven. Je kan dan zonder veel kosten
hun stem krijgen. De “slimme boys” hebben de statuten van
hun partijen en ook de grondwet zodanig aangepast dat ze
niet meer weg te krijgen zijn. Ze blijven tot de dood
bestuursleden van hun partij. Met hele goedkope handelingen
zoals straatnamen veranderen of kibbelen over een couplet
van het volkslied, verstrekken van kaarten voor gratis
medische behandeling enz. geven ze hun achterban het gevoel
dat er zeer hard wordt gewerkt. Dit, terwijl de groep die ze
aan de macht brengt in werkelijkheid flink wordt geknipt.
(Knippen betekent iemand zwaar te pakken nemen).
Eigenlijk precies zoals een
vakbondslid op een vergadering zijn leider toeschreeuwde dat
hij als beloning voor het koest houden van ambtenaren, zes
hartstikke hoge baantjes had bij de overheid. Wij raken dus
in een neerwaartse spiraal. Districtsbewoners stemmen op
mensen die ze begrijpen; dus mensen van hun niveau. Het
gevolg is dat nieuwe assembleeleden steeds minder kunnen
lezen, laat staan debatteren. Gevolg: minder ontwikkeling.
Gevolg: mindere assembleeleden enz. enz. Enige voorbeelden
van rampen ten gevolge van het kiesstelsel: wij hebben geen
Constitutioneel Hof of ander orgaan om wetten aan de
grondwet te toetsen. Dit is ook de strategie van de “slimme
boys” om hun positie te monopoliseren. Ze zitten hierdoor
nog steviger verankerd. Mogen wij wel praten van een
rechtsstaat? De sluwe uitvinding van een blinde muur. In
plaats van problemen aan te pakken, kijkt men een andere
richting uit. Dit noemt men struisvogelpolitiek. Dit
stimuleert gebruik van geweld en geeft mensen de moed om de
lijfwacht van toppers te ontwapenen! Meten met twee maten
stimuleert geweld tegen overheidsorganen.
Een deel van je land is
bezet; je doet niets, zelfs niet op diplomatiek gebied. Maar
als er in een vliegtuig een kaart met het betwiste gebied
als Guyanees gebied wordt aangegeven, dan wordt er met veel
poeha daartegen geprotesteerd. Don Quichote vocht ook tegen
windmolens. Wij moeten hopen dat de ambassadeur van Guyana
niet in de krant heeft gelezen wat er in Papatam is gebeurd.
Ik acht ze in staat dat ze dan de Nickerierivier als grens
zullen nemen. De “slimme boys” zullen dan praten over een
tweede blinde muur. Wij zijn onafhankelijk, maar onze
overheid is niet bij machte de procedures uit de koloniale
tijd aan te passen, met als gevolg lange wachttijden voor
alle overheidstukken. Maar er worden wel koloniale
straatnaamborden veranderd en er is een historisch
standbeeld verplaatst. Geschiedvervalsing? Stadsvervuiling?
In ieder geval een tweede Don Quichote…nietwaar, lieve
lezer? De onderwereld is machtig en de regering dokt.
Rudi Jadnanansing
Compañeros, de eerste presidentskandidaat is net
bekendgemaakt!
Nadat ik begrepen had dat de Surinaamse ambassadrice in
Nederland is afgetreden, ben ik een later dag gaan Googlen
(zoeken op internet) naar nieuws over deze opmerkelijke
gebeurtenis. Geen nieuws trof ik aan, wat op z’n minst
vreemd is. Als ik de webpagina van het Surinaamse Consulaat
probeer te bezoeken voor meer nieuws lijkt de website
beheerder ook zijn of haar functie neergelegd te hebben. Je
krijgt een foutmelding. Probeer het zelf maar
http://www.consulaatsuriname.nl/ en lees verder…
Byebye zwaai-zwaai
Een dag eerder had ik namelijk op de website van Dagblad
Suriname gelezen dat de ambassadrice, Urmila
Joella-Sewnandan (JS), haar functie had neergelegd omdat ze
een andere verwachting had van haar functie in Nederland.
Wat is dan niet uitgekomen, welke verwachting? Persoonlijk
vind ik dit erg jammer. Volgens mij was ze een goede
ambassadrice en ik vond het prachtig dat een capabele
Surinaamse vrouw zo een mooie functie mocht bekleden. We
hebben immers genoeg van al die oude geiten die lopen te
blaten in de Surinaamse politiek. Het is tijd voor een fris
gezicht, die mensen inspireert en vernieuwing kan initiëren
en dragen. Mevrouw JS kan dat, daar ben ik van overtuigd.
Daarom denk ik dat we nog geen afscheid moeten nemen van
mevrouw JS. De Surinaamse verkiezing is volgens mij net iets
interessanter geworden. Hoezo?
Is het zo of niet?
Terwijl het in de USA, Engeland en vele andere landen heel
normaal is om aan de start van de verkiezing duidelijk te
maken wie de presidentskandidaten zijn, is het in Suriname
niet gebruikelijk. Vooral binnen de VHP en NPS is het niet
normaal om aan het begin van de verkiezing te verklappen wie
de presidentskandidaten zijn. Volgens mij doet men dit niet
omdat men gewoon geen goede kandidaten heeft met flair om
van begin af aan de toon te zetten en kiezers voldoende te
boeien. Suriname is wat dat betreft wederom een apart land.
Maar de oplettende Surinamer leest tussen de regels door en
kijkt door de bladeren van de stevige kraka. Wat we nu zien
gebeuren, is uniek. Zou het zo kunnen zijn dat met het
aftreden van mevrouw Joella-Sewnandan de VHP ons toch wat
probeert te vertellen? Zou het zo kunnen zijn dat mevrouw JS
nu de presidentskandidaat is voor de VHP bij de volgende
verkiezing? Het zou me niets verbazen als dat zo zou zijn.
Mijn steun heeft mevrouw JS, ze zou een Tone At the Top
kunnen zetten die Suriname nu nodig heeft, namelijk,
vernieuwende politiek, vernieuwende mensen met vernieuwende
ideeën. Ze zou het vooral goed doen omdat ze in Nederland in
ieder geval bekend is bij de politieke elite en de flair en
charme heeft om de leider te zijn van de parel van
Zuid-Amerika, Sranan!
De steen in de nieuwe schoen
En toch zit er een knellend steentje in deze soepel zittende
nieuwe schoen. En ik zal u vertellen wat ik bedoel. Terwijl
de echtgenoten van succesvolle politica als Angela Merkel
(premier van Duitsland) en Margaret Thatcher (premier van
Engeland in de jaren 80) echtgenoten hebben en hadden die
zich op de achtergrond houden en hielden, lijkt dat niet het
geval bij mevrouw JS. Dit kan fataal zijn. In het stuk in
deze krant over haar aftreden, werden de acties van haar
echtgenoot in één adem genoemd. Hij zou partijen hebben
willen verzoenen zonder succes etc, etc. Waarom is dit
belangrijk? Wat had dit te maken met het aftreden van deze
waardige mevrouw? Men kan hierover speculeren, maar daar
komen we niet verder mee. Ik herinner u aan premier Benazir
Bhutto, de Pakistaanse premier (in de jaren 80-90) met haar
echtgenoot Asif Ali Zardari. Terwijl Benasir Bhutto prima
werk verrichtte als premier, was haar echtgenoot Zardari met
allerlei vreemde zaakjes bezig. Zardari werd later daarom
ook veroordeeld wegens corruptie en moest jaren de
gevangenis in. Bhutto and Zardari zijn uiteindelijk van
elkaar gescheiden. Toen mevrouw Bhutto op 27 december 2007
stierf bij een aanslag werd Zardari (de echtgenoot)
opportunistisch president van Pakistan, ondanks het feit dat
hij als schurk jaren in de gevangenis had gezeten. Ik
begrijp de Surinaamse man. Het is lastig om als man geen
viool te mogen spelen, maar in bepaalde situaties is het
verstandig om met een vrouw van kaliber aan je zijde rustig
van het orkest te genieten. Bhutto had veel voor Pakistan
gedaan en met name voor de Pakistaanse vrouw. Ook mevrouw JS
zou als president het uitstekend doen. Maar als de steen
teveel knelt, en het viool vals speelt, dan is zeker het
Surinaamse politiek orkesthuis een meedogenloze plek. De
rotte eieren zijn dan snel aangevoerd. En dat is niet wat ik
mevrouw Joella-Sewnandan toewens als nieuwe leider van
Suriname. Succes!
drs Ashwin Ramcharan
Voor reactie: asramcharan@gmail.com
Bezoek ook de website:
www.ashwinramcharan.com
De Verrekijker…………..
Wilfred H. Molly
Ontevredenheid of inflatie! De marge die door de overheid is
bepaald, inzake de Fiso-II-aangelegenheden, zou
hoogstwaarschijnlijk mede ongunstig zijn beïnvloed door vier
(4) belangrijke factoren, namelijk: “de serieuze dreiging
van inflatie”, “de verminderde inkomsten van het land door
een teruggang in de bauxietsector”, “de stroomrekening van
het land” en de “gedoogde aanwezigheid van het kleurrijk
leger van de zogenaamde spookambtenaren.”
Na het debacle, de inflatoire werking van het “geld
scheppen”, met de nare gevolgen waar wij tot vandaag – te
wijten aan de regering Wijdenbosch – mee opgescheept zitten,
moet worden aangenomen dat er lering is getrokken uit het
verleden. Lering door verantwoordelijke regeerders, die de
jongste kritische aantekeningen van het Internationaal
Monetaire Fonds beslist niet in de wind zullen slaan.
Verondersteld moet worden, dat wij thans met een
verantwoorde overheid te doen hebben, die bovendien niet
onbekend is met de vele naweeën van het eerdergenoemd
ongunstig gebeuren. Daarnaast klinken de ernstige
waarschuwingen van overige deskundige instanties uit binnen-
en buitenland – die van de governor van de Centrale Bank
(CBvS) het luidst – om rekening te houden met de moeizaam
bereikte stabilisatie, vooral de overheid nog vers in de
oren.
Het zou dus van begripvolle burgerschap alsook goede
vaderlandsliefde en eveneens begrip voor de huidige
omstandigheden getuigen als kon worden meegegaan met het
aanbod van de overheid, het uiterste. “Liever een half ei
dan een lege dop.” Liever een kleinere tegemoetkoming en een
ontevreden COL, dan weer een inflatie.
Het is immers belangrijk voor land en volk – dus ook voor de
handelingen van de in het verleden onverantwoordelijke
lieden – dat inflatie wordt voorkomen. “Na mij de zondvloed”
kan in deze tijd moeilijk de redeneringstrend zijn. Vindt u
ook niet?
De heer drs. R.R. Venetiaan in zijn hoedanigheid als
President van de Republiek Suriname, heeft de wilde verhalen
– in de vorm van kritiek – die delen van de oppositie
tijdens de openbare beraadslagingen in het parlement en op
politieke podia daarbuiten vertelden, knap weten te
ontzenuwen. Met enkele zeer goed pakkende voorbeelden van
recente datum gaf de president aan, dat de situatie binnen
de samenleving sinds lange tijd steeds gunstiger aan het
worden is.
De zogenaamde kritiek die vooral de parlementsleden
Parmessar en Doekhie van de NDP trachtten te leveren,
blijken slechts zuiver ter wille van de kritiek te zijn.
Spijkers op laag water zoeken, noemt men dat. Blijkbaar zijn
die leden bezig zich te laten horen door de leiding van de
partij om bij de kandidaatstelling – welke een groot
probleem schijnt te zijn in die gelederen – een gunstige
beoordeling over hun optreden te forceren. Voor het lid uit
Nickerie zal het misschien minder moeilijk zijn, gezien zijn
intieme verhouding met ‘baas’ en vooral om zijn bewezen
bereidheid allerlei vreemde karweitjes op te knappen voor
‘baas’, zoals zijn onaangename opmerkingen tegenover de
president. Voor Parmessar daarentegen is het door de
concurrentie bij de samenstelling van de lijst van
Paramaribo, stukken moeilijker. De kust zit immers vol
kapers en zoals bekend heeft de ‘baas’ altijd het laatste
woord.
De indruk naar buiten toe is dat de Palu en de KTPI geen rol
van betekenis zullen spelen op respectievelijk Coronie en
Commewijne na. Toch mocht nu reeds blijken dat de KTPI met
minder genoegen zal moeten nemen dan over het algemeen
verwachtbaar was. In Paramaribo heeft van de enkele
oud-DNP’ers die met hun voormalige voorzitter zijn
overgegaan naar de NDP, alleen Wijdenbosch een redelijke
kans om op een verkiesbare plaats op de lijst te komen te
staan. Ofschoon er meer dan 1(één) vlag van de NDP wapperend
te zien is aan de voorzijde van een woning in de omgeving
aan de achterzijde van het Andre Kamperveen Stadion, zal de
naam van de ex-vicepresdidentskandidaat van de NDP, de heer
Roseval, nog te zien moeten zijn op de lijst van Paramaribo.
Aldaar gaat het voor wat betreft de kandidatenlijsten nogal
minder ordelijk.
MACHT EN POLITIEK TAALGEBRUIK
Met de verkiezingen voor de deur wordt er door politici een
bepaalde taal gebezigd die in de taalbeschouwing als
publicitair en politiek taalgebruik bekend staat. In
Suriname is Nederlands de officiële taal en hebben wij ons
geconformeerd aan deze taal die al eeuwenlang in ons land
wordt gesproken. Om enige uniformiteit te krijgen in het
gebruik van de taal en de wetenschapsbeoefening die hiermee
samenhangt, heeft ons land zich aangesloten bij de
Nederlandse Taalunie. Er is volgens mij niets zo
veranderlijk als de taal. De gerenommeerde taalwetenschapper
C.H. Eersel heeft hier onlangs nog een zeer goede publicatie
aan gewijd in een plaatselijk dagblad. Nederland, Suriname
en Vlaanderen dragen samen zorg voor de Nederlandse Taal ,
uiteraard met respect voor eventuele verschillen die kunnen
voortvloeien bij het gebruik van de taal. Over de beginselen
van het gebruik van de spelling hoeft er wat mij betreft
niet veel verschil te bestaan. Hoewel natuurlijk binnen de
kaders van de taalwetenschap uitzonderingen toegelaten mogen
worden. De spelling van het Nederlands is gebaseerd op het
basisbeginsel van de standaarduitspraak. Dat wordt ingeperkt
door twee nevenbeginselen: dat van gelijkvormigheid en dat
van de etymologie. Met standaarduitspraak wordt bedoeld: een
uitspraak die niet gekleurd is door de woonplaats, leeftijd
of andere kenmerken van een bepaalde spreker. Ik verlaat dit
aspect om u mee te nemen naar een uitspraak van een
Surinaamse politicus, die ervoor pleitte om het Engels in te
voeren als officiële taal in ons land, omdat deze taal beter
aansluit bij onze regio en door veel meer mensen wordt
gesproken. Deze stelling lijkt op een onomatopoeia. Dit
geluid hoor je vaak, maar het is tegelijkertijd ook een
drogreden om een mooie maar vaak moeilijke taal als het
Nederlands een ondergeschikte plaats te geven. Vaak ook
omdat men deze taal niet goed beheerst. Dat verdient het
Nederlands dus niet en zeker niet van politici die zich niet
in deze taal verdiept hebben, maar het enkel als macht en
politiek taalgebruik bezigen. Het politieke gebeuren in ons
land is zo verziekt om maar een metafoor te gebruiken, dat
sommige politici zich permitteren om zich over bijna alles
uit te spreken, zonder dat zij over de nodige deskundigheid
beschikken. Zo permitteerde onze president zich recent nog
de uitspraak dat het zijn voorkeur verdient dat de
toekomstige president van ons land ook nog een partijleider
moet zijn. Daarbij verliest hij klaarblijkelijk uit het oog
dat deze situatie wellicht belangentegenstellingen met zich
mee kan brengen en dat dit niet gezond is voor een
democratisch geregeerd land. Suriname staat beslist niet
laag genoteerd als corruptiebedrijvend land op een lijst die
door de Verenigde Naties in 2009 is vastgesteld. Dit
standpunt verdraagt zich natuurlijk ook niet met de
verjongingsgedachte in de politiek en de drastische
veranderingen die moeten komen en waar alle politieke
partijen een bijdrage aan moeten leveren. Maar door onder
andere hebzucht, macht en zelfzucht gedreven, kunnen vele
politici uitspraken doen die indruisen tegen alle moraal en
logica. Dat zult u nu vaak merken bij de propagandavoering.
Zoals bekend, wordt zowel in Nederland als in Suriname
campagne gevoerd in verband met verkiezingen en wellicht
hebben beide landen in mei een nieuwe regering. Het is
raadzaam dat u zich bij het uitbrengen van uw stem laat
leiden door uw eigen gevoelens en verstand. Het heeft geen
enkele zin om naar de vaak mooie praatjes van politici te
luisteren zonder dat deze enige impact op u heeft. Ons land
staat een belangrijke toekomst te wachten en daar hebben wij
serieuze en betrokken Surinamers bij nodig die het menen met
ons land. Integere mensen die niet verdacht worden van
moorden en of een vonnis op hun naam hebben staan. Moderne,
dynamische en vitale mensen die alleen het belang van hun
land zien en hun denken richten op beleid dat op korte-
middenlange- en op lange termijn gemaakt wordt. Het gaat nu
behoorlijk goed met de economie in ons land. Ook aan de
infrastructuur en de veiligheid is veel gedaan. In vele
wijken, districten en in het binnenland hebben de mensen
licht en water en de armoede is behoorlijk verdrongen. Toch
ben ik nog niet tevreden. Ik kijk uit naar een programma van
een politieke partij of combinatie die dit beleid kan
verfijnen en tot een eerlijkere verdeling komt van alle
rijkdommen die ons land bezit. Aan praatjes en feestjes die
door veel politieke partijen door macht en taalgebruik wordt
tentoongesteld, hebben wij niet veel. Verdere
democratisering, verjonging en drastische veranderingen,
deze factoren moeten de issues voor de komende tijd op elk
gebied worden. Alleen dat zal echte vooruitgang en zeker
voorspoed brengen, verwacht ik.
Robby Roeplall
Phagwa: Vrolijke spiritualiteit in kleuren
Phagwa. Het feest van vrolijkheid en blijheid. Het feest
waarmee een nieuwe periode in het menselijk bestaan wordt
ingeluid. Het feest waarbij problemen plaatsmaken voor
gezelligheid en saamhorigheid. Het feest waarbij mens en
natuur een omslag doormaken en waarbij mens en natuur in een
nieuwe jas worden gestoken. Een feest dat door de
Hindoestaanse bevolkingsgroep in ons land steeds uitbundig
gevierd wordt, maar dat verdient vanwege de universaliteit
van zijn achtergronden door een ieder ongeacht ras,
overtuiging of kleur te worden meegevierd. Voor diegenen die
zich verbazen over de reden van de feestvreugde en zich
daarom weerhouden van deelname, zijn deze regels ter
onderricht geschreven. Alvast een Subh Holi aan allen
toegewenst.
Phagwa kenmerkt zich naast vrolijkheid ook door
kleurrijkheid.
Politieke partijen manifesteren zich met kleur. Elk orgaan
in ons lichaam heeft zijn eigen kleur, spreekt in eigen
kleur. Alles heeft zijn eigen verhaal. En de regenboog? Is
kleur misschien synoniem voor ontspanning en vrolijkheid?
De natuur zit vol kleuren die ons telkens weer herinneren
aan omslag, aan vernieuwing, aan inspiratie. De natuur
staat, na de winter, in bloei met bonte kleuren en
welriekende geuren. Ontwaakt van de winterslaap, zijn bomen
plotseling weer bezig met het produceren van zuurstof, ook
voor ons mensen. Hun jonge verse bladeren stellen insecten
en dieren in staat hun werk te doen van voortplanting.
‘Nature hath fram’d strange fellows in her time’ oftewel de
natuur heeft toch weleens vreemde heerschappen in de wereld
gebracht, zegt de beroemde schrijver William Shakespeare in
zijn The Merchant of Venice.
Bijna overal in de Noordelijke wereld wordt het lentefeest
gevierd. In het ene land minder in het andere land meer. De
Hindoes plegen het uitbundiger te vieren met meer begrip
voor de diepere betekenis van de omslag in de natuur voor
ons mensen. De omslag symboliseert de overwinning van het
goede op het kwade, van het licht op de duisternis, van
kennis op onwetendheid, van recht op onrecht, van waarheid
op onwaarheid van dharma (integriteit) op a-dharma (onrecht
en wanorde).
Kernboodschap
Phagwa staat symbool voor nieuw leven. De mens viert samen
met de natuur feest en voelt zich één met de natuur. Poeder,
parfum, reukwater en allerlei gekleurde vloeistoffen, die de
kleuren voorstellen van de planten zijn middelen voor dit
vrolijk bestaan. Het speels op elkaar strooien van kleurstof
heeft een diepere betekenis zoals welkom (geel), zakelijke
vriendschap (blauw), natuurlijke omgang (groen), dynamisch
gezelschap (rood), feestelijk onthaal (oranje), plechtig
vieren (paars), neutrale samenkomst (wit) en stijlvol
(zwart), wat ook bij de viering van dit feest behoort. Een
feest waarin stand, klasse of grens verzuipen in ornaat van
kleuren. En de natuur? Die kent geen vijand. De verleden
tijd (holi)laten we achter ons om heden in de toekomst te
stappen! Gelukkig Nieuwjaar, Subh Holi! Ja, die mag er wel
zijn. Tijd (Sanskriet:wa) voor hernieuwde vriendschappen
omdat de ego (pha) schadelijk is, voor mens en milieu (ga).
Subh Holi is nieuwe sieraden van sloopgoud. Vrolijk- en
gezondheid zorgen voor een happy end.
Tijdens de viering is een ieder gekleurd en daardoor kan men
moeilijk onderscheid maken. Een ieder is happy. Een ieder
doet mee. Rassen en kleuren hebben hun rol nu verloren. De
samenleving is een pretpark geworden voor feest en genot. De
tonen van ‘Gorie Gorie, Obake …’ maken een ieder los zodra
die ons trommelvlies bereiken. Verlost van slechte gedachten
dansen we, zingen we en vormen we een geïntegreerde eenheid,
een verenigde natie. Subh Holi.
Liederen zorgen voor een uitgelaten stemming. Ze geven
uiting aan vreugde over de komst van de lente, het seizoen
van de liefde. Als Rituraja is de lente trouwens de koning
van de seizoenen (ritu). En de God van de liefde Kãma
regeert in dit seizoen. Vandaar de uitgelaten stemming van
mens en dier; het milieu in en buiten de mens. Het
Holi-feest is een gemeenschapsfeest en dient daarom
gemeenschappelijk gevierd te worden.
Het is een vriendschapsfeest, want oude vetes en ruzies,
slechte daden enz. moeten worden afgeschud. Hierdoor kan het
nieuwe jaar welgemoed betreden worden tot heil van een
ieder. Het kwade, slechte, ongunstige en het onvruchtbare
van het afgelopen jaar worden door het vuur gereinigd om het
nieuwe jaar schoon te doen beginnen.
Tegenwoordig wenst men familieleden en vrienden een gelukkig
Holi-feest of Holi Abhinandan (de beste wensen in verband
met Holi) toe via wenskaarten met de spreuk:
Om Sarve Bhavantu Sukhina (...); laat alle wezens gelukkig
zijn. Laat allen gezond zijn. Laat allen goede dagen zien en
laat niemand in deze wereld lijden. Ohm Shaanti, Shaanti,
Shaanti. (vrede, weer vrede en nog meer vrede).
Voor de verklaring van de oorsprong van het Holi-feest
worden vaak twee culturele verhalen aangedragen.
a. Het verhaal van Putana, de kwade voedster;
b. Het verhaal van Prahlad, de rechtvaardige Hiranjakashipu,
een goede, rechtvaardige en vrome koning.
Phagwa ook wel aangeduid als Holi wordt ingeluid met het
planten van een stek van het Reer boompje. Symbolisch moet
dit het goede voorstellen. Het planten geschiedt door een
priester waarbij een korte kerkdienst wordt gehouden.
Veertig dagen na het planten wordt er een brandstapel omheen
gemaakt. Een dag voor het Holi-feest wordt het plantje
(symbool van het goede) verwijderd (bevrijd). Onder het
zingen van speciale Holi-liederen wordt een pop, Holika
geheten (symbool van het kwade), ingebracht. Dan wordt de
stapel verbrand ter symbolisering van de overwinning van het
goede en vernietiging van het kwade. Dit proces wordt
Holika-dahan genoemd. Daarna besprenkelt men elkaar met
parfum en reukwater, bepoedert men elkaar en begiet men
elkaar met gekleurd water om de natuur in kleur en geur weer
te geven. Met een knuffel wordt het geluksgevoel
aangewakkerd. Het Heilige Boek (Rig Veda) vermeldt
‘Spiritueel vraagt het seizoen om vernieuwing (overlijden)
en de lente dient zich aan (geboorte).’ Holi betekent
voorbij, een jaar verder. Een jaar op aarde is een (1) dag
van de zon. De zon begint de dag vuurrood aan de hemel
(Mitra, universeel vriendschap) en eindigt oranjerood. Dit
is een omslag naar de nacht toe. De nacht is het vrouwelijke
deel in het etmaal waarin de rust bepalend is. In dit deel
van het etmaal wordt de nieuwe dag bevrucht. Ohm Shaanti,
Shaanti, Shaanti. (vrede, weer vrede en nog meer vrede).
dr. C. Baidjnath Misier
Compañeros, Verkiezingsles 2010!
Het is een uniek moment in de geschiedenis in de relatie
tussen Suriname en Nederland. Nu de regering is gevallen in
Nederland om een principieel standpunt, namelijk het wel of
niet verlengen van het verblijven van Nederlandse militairen
in Afghanistan, breekt een interessante tijd aan waarin
verkiezingstoeschouwers zich aardig mee zullen amuseren. Het
wordt een toppunt van vermaak maar vooral een tijd waarin
twee verwante naties gaan laten zien hoe ze hun
verkiezingsstrijd voeren. Lees verder…
De samenkomst van het lot
25 mei 2010 is de verkiezingsdag in Suriname. 9 juni 2010 is
de verkiezingsdag in Nederland. Dit betekent dat het voor
het eerst in de geschiedenis van de beide landen zo uitkomt
dat politieke partijen in beide landen hun volk zullen
beloven, zullen voorliegen, zullen vermaken, om stemmen te
winnen. Journalisten, dit is jullie wake-up call. Als jullie
kranten willen verkopen dan is dit artikel jullie Billion
Dollar idea. Tenminste als je deze krant koopt en dit
artikel leest. Je kunt nu in ieder geval niet zeggen dat je
nieuwjaarswens niet is uitgekomen want dit wordt jou jaar.
Je zult je vingers krom typen als je oplettend mooie
vergelijkingen beschrijft tussen hoe partijen en
partijleiders het in Suriname doen versus hun lotgenoten in
Nederland. Een unicum voor iedereen maar vooral voor jullie!
De voorbereiding
Als journalist kun je nu al voorbereiden met behulp van de
volgende vragen:
• Welke Surinaamse politicus lijkt op Balkenende en wie
lijkt op Wilders?
• Wat is de vergelijking tussen de Bos-brothers, Wijd en Bos
en Wouter Bos?
• Welke Surinaamse partij lijkt op welke Nederlandse?
• Welke Surinaamse partij heeft het partijprogramma van
welke Nederlandse partij gekopieerd?
• Welke Nederlandse partij gaat overlopen, welke Surinaamse
partij gaat overlopen?
• Welke interviews plannen we om Nederlandse en Surinaamse
politici te interviewen, vanuit Suriname maar ook vanuit
Nederland?
• Wat doen we als Surinaamse politici naar Nederland komen
en Nederlandse politici naar Suriname gaan om op podia te
stunten?
• Welke leugens en beloften verschillen en welke zijn
hetzelfde?
De creatieveling kan deze lijst verder uitwerken. Als we
niet oppassen is de kans groot dat Nederlandse politici
zelfs Sranan Tongo gaan spreken op podia en Surinaamse
politic Draai-Tongo. Kortom verkiezingsles in volle gang, op
alle vlakken!
De kans voor de handelaar
De oplettende handelaar ziet ook mooie kansen om geld te
verdienen. T-shirts, petjes , allemaal in het kader van de
verziekingen met knipogen naar Nederland. Nog meer handel;
ik ben van plan om twee TV’s, twee telefoons, twee radio’s,
twee computers te kopen. Eén waarop ik de Surinaamse
verkiezing kan volgen en één waarop ik de Nederlandse
verkiezing kan volgen, allemaal tegelijk, real time! En dan
heb ik het nog niet eens over de Jang-Dringie, want een mens
die druk alles aan het volgen is moet ook eten. Kansen zat
om tijdens de komende verkiezing je slag te slaan.
Twee mooie dingen
Het wordt een mooie tijd. Twee mooie verkiezingen, twee
mooie volkeren, twee mooie landen. En misschien, met een
beetje geluk, hebben we ook nog de uitslag op dezelfde dag.
De verkiezingsuitslag voor Nederland is vaak al in de nacht
bekend, dus in de nacht van 9 juni op 10 juni 2010. Immers
in Nederland vindt het stemmen met de computer plaats, druk
op de knop. In Suriname wordt er nog steeds met de pen,
potlood en duim gestemd. Mei kan in Suriname een warme maand
zijn dus dan ligt het tempo ook wat lager, airco’s stuk etc.
Dus de kans is groot dat men ook wat langzamer gaat tellen.
Als de Surinaamse stembureaus rond 25 mei dichtgaan en men
begint dan met tellen, is het mogelijk dat men op 10 juni
(wanneer we het in Nederland zeker weten) ook weet welke
partij in Suriname de verkiezing heeft gewonnen. En dan stel
ik voor, dat we samen een groot feest houden op hetzelfde
tijdstip, in Suriname op het onafhankelijkheidsplein en in
Nederland op de Dam in Amsterdam met grote TV schermen
waarop we Oom Desi, Oom Vene, Balki en Bosje (tweemaal,
Wouter en Jules) zien swingen op het nummer van Damaru en
Jan Smit. Dan is er pas echt een tuintje in ons hart van
Nederlanders en van Surinamers, en geen plaats voor Wilders!
Zou dit kunnen, voor eens in ons leven? Zoals Ampi altijd
zei, We Benne Benieuwd, want net wanneer we een beetje
kunnen uitblazen begint de strijd opnieuw. WK 2010 op 11
juni 2010, Zuid-Afrika tegen Mexico!
Een ander fenomeen
Met het hierna volgende wordt er getracht een beschouwing in
het kort te maken van staatsmachten: de wetgevende macht, de
uitvoerende macht, en de rechterlijke macht. De wetgevende
macht is het hoogste orgaan van de staat. En dat is De
Nationale Assemblee, waarin de door het volk gekozen
volksvertegenwoordigers zitting hebben. Zij dienen in dit
hoge college alleen de wil van het volk tot uitdrukking te
brengen. Het is dit orgaan dat verder een president en een
vicepresident kiest. De uitvoerende macht berust bij de
president. De wetgevende macht wordt door hem en De
Nationale Assemblee gezamenlijk uitgeoefend. De president is
bevoegd ministers te benoemen en of te ontslaan. Het
staatshoofd kan in deze dan mede verantwoordelijk worden
gesteld voor eventuele tekortkomingen en of verkeerde
handelingen gepleegd door leden van de Raad van Ministers.
Wetsontwerpen en of andere voorstellen worden door het
staatshoofd voor goedkeuring aangeboden bij De Nationale
Assemblee. Dit hoge college heeft het recht voorafgaande aan
de gewenste goedkeuring wijzigingen aan te brengen aan
ingediende wetten. Het is de president die leiding geeft aan
de voorbereiding van regeerprogramma’s. De wet regelt
namelijk de wijze van de voorbereiding, opstelling en de
uitvoering van de jaarlijkse begroting en natuurlijk daaraan
verbonden tijd waarvoor die geldig is. De begroting wordt
jaarlijks in een of meerdere voorstellen met betrekking tot
het ontwikkelingsplan door de regering bij de assemblee
aangeboden en wel telkens op uiterlijk de eerste werkdag van
oktober. De desbetreffende begroting moet dan met ingang van
1 januari van het komende dienstjaar in werking treden.
Thans blijkt uit de realiteit dat de assemblee als hoogste
orgaan van de staat in deze heeft gefaald. De begroting voor
het dienstjaar 2010 die reeds in 2009 moest zijn goedgekeurd
is nu pas in behandeling genomen. Het is duidelijk dat dit
orgaan tekort is geschoten in haar verantwoordelijkheid. Het
is gebruikelijk dat wanneer er een staatshoofd deel moet
nemen aan een staatsgebeuren hij of zij protocollair wordt
bejegend. Ook wordt er binnen bepaalde kringen met
betrekking tot de onderlinge omgang bepaalde normen of
etiquette in acht genomen. De President had waarschijnlijk
graag willen deelnemen aan de beraadslagingen van de
assemblee over zijn ontwerpbegroting, of misschien wel ook
alleen willen zitten luisteren naar het debat ten einde het
van dichtbij goed te kunnen volgen. Maar volgens bekomen
informaties trad hij zonder gebruik te maken van de
traditionele protocollaire begeleiding De Nationale
Assemblee binnen. En dat was natuurlijk incorrect in de ogen
van de leden van het college. Dit fenomeen werd toen
onmiddellijk aan de leiding kenbaar gemaakt. En het
staatshoofd werd waarschijnlijk ook direct gevraagd terug te
treden om dan wederom op een correcte wijze deel te nemen
aan het desbetreffend debat. De president werd kennelijk
vanwege het te lang wachten ongeduldig en hij maakte dan ook
gebruik van een niet officiële ingang om binnen te treden.
Maar het kan ook zijn dat de komst van de president niet
tijdig genoeg bekend was bij de leiding van het college. Men
moet natuurlijk ook beseffen dat De Nationale Assemblee het
hoogste orgaan van de staat is. Er daar dient er adequaat
rekening mee te worden gehouden. Binnen de samenleving zijn
er personen die het voorval in de assemblee als moedwillig
handelen kwalificeren. Dit heeft toch ongenoegen teweeg
gebracht onder betrokkenen. Ofschoon deze aangelegenheid
inmiddels is recht getrokken zal dit fenomeen ongetwijfeld
worden vastgelegd in het verslag van de
assembleevergadering. De vraag die toch wel gesteld moet
worden is of het wel elegant was naar het staatshoofd toe
door hem terug te sturen en hem wederom in het college toe
te laten en wel op de traditionele wijze. Wie is in deze dan
getroffen. Niet de leiding van De Nationale Assemblee. Het
is wenselijk dat de bovengenoemde machten in hun functie
voortaan correct te werk gaan opdat de samenleving daarin
welbehagen vindt. Handhaaf de discipline overal waar je
bent. In de DNA en natuurlijk ook in het verkeer.
Verkeersdiscipline voor een veilig verkeer in ons geliefd
Suriname, kan maken dat mensenlevens gespaard blijven.
Edward Marbach
Kaw dede, asi fatoe
Een vrije vertaling van deze uitdrukking is dat men vele
pogingen gaat wagen om middels allerlei verklaringen het
eigen falen goed te praten. De kiezers worden in de komende
maanden opgezadeld met allerhande vreemde uitspraken. Bewust
of onbewust gaat men dagelijks de krant pakken, meer om
politiek nieuws te kunnen vernemen. Dat in de loop van de
volgende maand[en] vooral politici terechte en soms ook
onterechte opmerkingen zullen maken om in een goed blaadje
te staan, is normaal. Denk maar aan de vele uitlatingen van
verschillende figuren die in mei een goede plaats op de
lijst willen innemen. De leiders zitten al hoog en droog
voor wat betreft hun riante plaatsen. De rest moet nog
bekeken worden. Vandaar dat de aspirant-kandidaten hemel en
aarde bewegen om nog naam te maken. Het is voor hen, nu of
nooit. We gaan veel ongenuanceerde uitspraken horen.
Blakamans tegenover koelies, om ons tegen elkaar uit te
spelen. Veelal met de bedoeling om hun eigen falen proberen
te camoufleren. Zij willen niet eerlijk toegeven dat zij de
aflopen zittingsperiode van vijf jaar vrijwel niets hebben
gepresteerd of gerealiseerd naar de gemeenschap toe. Laten
we deze komende dagen nog luisteren naar hun volgende
bijdragen op de verschillende podia. Inderdaad is men bang
dat een verandering de zaak kan verergeren. Dat zit er wel
in. Waarom wordt er niet gesproken over de potentiële
rijkdommen van het land die nog steeds in de bodem zitten en
niet worden ontgonnen? Wat gaat er gebeuren met de
bauxietvoorraden in het westen van het land, de
verschillende goudvoorraden in het oosten en in het midden,
onze olievoorraden, onze bossen en de onnoemelijke
visvoorraden? Zo kan je doorgaan. Wat staat ons te wachten?
We houden ons steeds bezig met onderwerpen als het
gronduitgiftebeleid, de armoede in het land, de woningnood
en het onderwijs. Maar niemand heeft echt aandacht voor de
noden van districtbewoners, die anno 2010 niet eens stromend
water en elektriciteit hebben. Neem maar als voorbeeld de
bewoners van Ellen en omgeving in het district Commewijne
die langer dan 10 jaar de watervoorziening moeten ontberen.
Hals over kop moeten nu sloten worden opgehaald en allerlei
andere populistische maatregelen worden getroffen, enkel en
alleen om stemmen te winnen. Men hangt de bevolking wederom
het bekende worstje voor hun neus. Dit zal zeer sterk het
beeld zijn van de komende maanden van politiek Suriname.
Onze politiekvoering is gewoon uniek. Het is toch bekend dat
veelpraters soms niet eens stemrecht hebben omdat zij een
vreemd paspoort in hun koffer hebben bewaard. Ze zijn daarom
niet te vinden op de algemene kiezerslijsten die momenteel
overal ter inzage liggen. Gaat u maar eens voor de lol op
zoek naar enkele bekende namen uit uw kennissenkring. Deze
lui hebben het goed, ze hebben reeds een stevige rug en zij
rekenen alleen maar op hun politieke vrienden die zij met
hun geld sponsoren.
En toch kijken wij met ons allen vol spanning uit naar de
grote dag van 25 mei 2010. De dag waarop wij met ons allen
zelf zullen bepalen wie de leiding zal hebben, want op dit
moment durft niemand de naam te noemen. Eigenlijk mag dit
geen geheim zijn voor de kiezers. Het mag niet zo
geheimzinnig toegaan. Vandaar ook dat men steeds gaat
gissen. Een vraag die de kiezers ook bezighoudt, is of men
nu niet moet gaan werken met een regeling die verbiedt dat
het ambt van president niet meer dan drie termijnen mag
duren voor eenzelfde partij. Maar geen enkele partij durft
zulks te doen. Iedereen is bang om de kat de bel aan te
binden. We speculeren en speculeren en speculeren al maar
door. Als de kiezers Bouterse, ondanks zijn gebreken en zijn
reputatie, toch als president willen van dit land, dan is
dat de keuze van het volk. Het volk heeft het dan verdiend.
Punt uit.
Er wordt steeds maar om de hete brei heen gedraaid en men
zit steeds te draaien en smoesjes te bedenken en andere
hindernissen op te werpen. Inderdaad, tijden veranderen en
zo ook visies en meningen van mensen. In feite blijven in de
politiek alle beloften conform de afspraken, maar politieke
macht werkt nu eenmaal net als ‘djandu’ [ heroïne, cocaïne].
Hoe langer men dat spul gebruikt, des te meer wil men er
niet van af komen; vandaar die slimmigheden, ook in de
politiek
Kadi kartokromo
Een voorlopige prognose
voor 25 mei 2010?
Over 90 dagen gaan de kiezers weer naar de stembus. Wij
willen de kiezers zoveel mogelijk achtergrondinformatie
geven, waardoor zij de uitslagen van de afgelopen
verkiezingen weer voor de geest kunnen halen. Velen houden
ervan, vooral aan de borreltafel, om in de ruimte, analyses
te maken en allerlei onzinnige verhalen te vertellen die
kant noch wal raken. De politieke kaarten beginnen nu vaste
vormen te krijgen. Er zijn hier en daar wat besprekingen
gaande, maar zoals de stand van zaken nu liggen, kunnen wij
een voorlopig plaatje presenteren. Het Megablok (bestaande
uit de NDP, VVV, KTPI en PALU) zal voorlopig geen
uitbreiding ondergaan. Het Nieuw Front (VHP, NPS, SPA en
waarschijnlijk ook DA-91 en UPS) zal straks ook een groot
blok vormen. Wij moeten wel voorzichtig zijn met onze
analyses. De onderhandelingen die de VHP en UPS voeren,
beginnen nu vaste vormen te krijgen in positieve zin. De
politieke hebzucht van oude en niet sprekende
parlementariërs van de VHP vormen nog een struikelblok. Men
vergeet vaak het grote nationaal doel; men vergeet vaak dat
er een tijd van komen, maar ook een tijd van gaan is; men
vergeet vaak dat jonge kiezers een ander gedrag hebben en
zij willen mensen in de politieke arena hebben die rap van
tong zijn en geen ‘slappe verhalen’ vertellen. Zij willen
mannen als Ch.Santokhi, G.Kandhai, S.Girjasingh en dokter C.
Oemar zien. Wil het Nieuw Front (vooral de VHP) sterker uit
de bus komen zal zij grote offers moeten brengen en de
gevestigde orde tot andere gedachten brengen en hen op
andere plaatsen accommoderen. Maak de heer Ch.Santokhi tot
lijstduwer in Wanica en als politiek analist kan ik nu al
verzekeren dat andere politieke partijen in grote problemen
gaan komen. “Die jongen durft”, zou men zeggen. De oppositie
heeft er baat bij dat Ch.Tilakdhari en anderen weer op de
lijst pronken, waardoor zij zich minder hoeven in te spannen
om een groter rendement te halen. De Volkscombinatie
(Pertjajah Luhur, D-21, Pendawalima, PVF en Trefpunt) zal
waarschijnlijk in deze constellatie de verkiezingen ingaan.
De heer S.Jairam heeft het een en ander nog niet bevestigd.
De AC (BEP, SEEKA en ABOP) heeft al kenbaar gemaakt dat zij
alleen de verkiezingen zal ingaan. Wat nog overblijft, zijn
de BVD en DOE.
Het Nieuw Front (maar vooral de VHP) heeft nog mogelijkheid
om het Middenblok (vooral de UPS en de sterke dr.R.Nannan
Panday ) naar zich toe te trekken. Het zal een grote winst
voor de VHP zijn in Nickerie, Commewijne, Paramaribo en
Wanica. De potentiële kandidaat in Commewijne is de heer
Shailendra Girjasingh. De NPS heeft minder mogelijkheid om
nieuwe partners naar zich toe te trekken. In
combinatieverband de verkiezingen ingaan, hebben alle
partijen wederzijdse voordelen.
Het is prematuur om nu al resultaten te presenteren, maar
aan de hand van de afgelopen verkiezingen kunnen wij een
voorzichtige prognose maken. Wij gaan van de eventuele
nieuwe situatie uit waarbij Volkscombinatie zelfstandig de
verkiezingen ingaat en de UPS en de sterke drs.R.Nannan
Panday bij de VHP aansluiten. Het binnenland (de districten
Marowijne, Sipaliwini en Brokopondo) zal ik voorlopig buiten
beschouwing laten, daar ik nog weinig informaties heb over
de sterkte van politieke partijen die daar heel actief zijn.
Deze voorlopige analyse is niet bedoeld om politieke
partijen onaangenaam te zijn. Een analyse moet zo dicht
mogelijk bij de realiteit aansluiten. De analist moet niet
uitgemaakt worden voor een ‘politieke opportunist’ of een
‘politieke huurling’ die van de media misbruik wil maken.
Ondanks mijn eigen politieke kleur, zal ik nimmer proberen
de realiteit te verdoezelen. Deze prognose zal door mij
continu bijgesteld worden, want kiezers hebben vaker een
‘onberekenbaar’ politiek gedrag. Betrouwbare en sprekende
kandidaten in een klein district, kunnen voor veel
verrassingen zorgen. In 1969 had de toenmalige PNP kans
gezien om 8 zetels te behalen en had de NPS in grote
problemen gebracht. In 1991 had DA-91, binnen enkele
maanden, kans gezien om negen zetels te behalen.
Een voorlopige prognose in de 7 kustdistricten kan
het volgende politiek resultaat opleveren op 25 mei
2010:
Pol.Partij
Par’bo
Wan.
Nick.
Cor.
Comm
Sar’ca
Para
Totaal
NPS
(SPA/DA’91)
4
0
0
0
0
0
1
5
VHP
(UPS+)
2
3
2
0
2
1
0
10
VC(PL+)
1
1
1
0
1
1
0
5
AC(BEP+)
2
0
0
0
0
0
0
2
MC(NDP+)
7
3
2
2
1
1
2
18
DOE
1
0
0
0
0
0
0
1
BVD
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
17
7
5
2
4
3
3
41
Een ieder gaat vreemd
opkijken waarom ik de VHP zo hoog gewaardeerd heb. Met het
eventuele vertrek van de Pertjajah Luhur uit het Nieuw Front
is de kans voor de VHP groter geworden in Nickerie om de
lijstduwer via voorkeursstemmen binnen te halen. In 2005 had
het Nieuw Front 6.320 stemmen behaald en de lijstduwer,
drs.N.Badloe, moest de helft plus één stem ( 6320: 2 +1=
3.161 stemmen) halen om gekozen te worden. Met de
aansluiting van UPS en drs.Nannan Panday bij de VHP (NF)
wordt de lijstduwer zeker gekozen, waardoor de NPS-kandidaat
die op nr. 2 staat, uit de boot valt. Het Nieuw Front blijft
op twee zetels, maar de VHP/UPS wordt er beter van in
Nickerie.
In het district Commewijne wordt de situatie zeer
interessant als de UPS en de sterke drs.Nannan Panday bij
het Nieuw Front aansluiten. De uitslag van de verkiezingen
in 2005 haal ik weer voor de geest in het district
Commewijne.
NF
Stemmen
NDP
Stemmen
VVV
Stemmen
UPS/DOE
Stemmen
Tamsiran
299
Rosan
475
Asmoredjo
394
Girjasingh
1640
Tilakdhari
1643
Marodikromo
324
Jagdew
460
Breinburg
55
Pollack
2116
Kodan
52
Soedardjo
1077
Poeran
27
Sakimin
2816
Landus
255
Amatsoerdi
1631
Warno
52
Totaal
6.874
Totaal
1.106
Totaal
3.562
Totaal
1.814
Indien de Pertjajah Luhur uit
het Nieuw Front stapt, gaat de PL met 299 + 2816 = 3115
stemmen weg. Voor het NF blijft dus over 6874-3115=3.769.
Als alles ongewijzigd zou blijven, zou de zetelverdeling in
Commewijne als volgt zijn: NF 1 zetel (3.769 stemmen); PL 1
zetel (3.115 stemmen) en Megablok 2 zetels (3.563+1.106=
4669 stemmen). Indien de UPS aansluit bij het NF (VHP),
wordt de nieuwe situatie voor het Nieuw Front 3.769 + 1.814=
5.583 stemmen. Als het Nieuw Front (vooral de VHP) haar
verstand goed gebruikt, kan de VHP met ondersteuning van de
UPS/Nannan Panday twee zetels in Commewijne behalen. De
Volkscombinatie en het Megablok gaan elk met één zetel
genoegen moeten nemen.
Hardeo Ramadhin
Oproep aan VHP’ers en VHP-sympathisanten
De NPS en de VHP hebben in het verleden niet altijd even
goede relaties onderhouden. Dit was in het bijzonder het
geval in de fase toen de VHP een partij was, die bijna
slechts opkwam voor de belangen van mensen die op de
voorzitter leken, zoals de volledige naam destijds, de
Verenigde Hindostaanse Partij aangaf. De relaties werden,
zoals het zo vaak gebeurt pas heel goed, toen zich in 1980
een gezamenlijke vijand aandiende, in de vorm van de
initiators en dieners van de revolutie. De weigering van
Jagernath Lachmon tijdens die revolutie, om zonder Henck
Arron het herdemocratiseringsproces gestalte te helpen geven
met daarbij duidelijke directe voordelen voor de VHP, was
een duidelijk symbool van deze op gang gekomen samenwerking
door het vergrote onderling vertrouwen. In het Front voor
Democratie en Ontwikkeling behaalden VHP en NPS met anderen
een grote overwinning in 1987, en vormden een sterk
tegenwicht voor ondemocratische, semi-democratische en
pseudo-democratische krachten van die tijd. De NPS had
daarna enkele interne strubbelingen, maar die werden
grotendeels in betrekkelijke harmonie opgelost.
Strubbelingen in de VHP kwamen er later ook, maar die zijn
tot heden niet echt opgelost. Intussen werd en wordt wel de
kracht van de VHP steeds meer aangetast door interne
organisaties, waarvan een deel gerekend mag worden tot de
waarachtige democratische organisaties, een ander deel tot
de pseudo-democratische organisaties, een deel tot de oude
groep van belangen behartigingsorganisaties, en tenslotte
door ambitieuze jongeren van alle groepen. Deze groepen
dienen echter daarbij op termijn de belangen van de VHP
niet. Als buitenstaander in de VHP, maar vaste NPS –Fronter,
wil ik daarom hierbij op de groepen binnen en rondom de VHP
een beroep doen, om de gelederen te sluiten, omdat
verzwakking van de VHP betekent verzwakking van het meest
democratisch of minst ondemocratisch gestoelde segment van
het Nieuw Front, bestaande uit de politiek zeer ervaren
partijen, de VHP en de NPS. Ik doe daarom een beroep op
allen uit die groepen, om geen doorlopende interne
confrontatie op te zoeken, maar om via dialoog de plaats en
rang binnen de VHP te vinden. Het zou in dit verband raar
moeten lopen, als na een eventuele overwinning van het
mogelijk gewijzigde Front niet de VHP het presidentschap
toegewezen krijgt. De VHP onder de nu werkelijk tot
nationaal leider geëvolueerde Ram Sardjoe, heeft in de
afgelopen periode vaak veren moeten laten en ook gelaten, om
het nationale belang te dienen, en komt daarom als geen
andere na drie maal NPS in aanmerking voor de organisatie
van de procedure tot bezetting van die post. De VHP’ers
zullen daarbij wel de handen ineen moeten slaan, om de post
binnen te halen, waardoor de dan zittende door de VHP
aangewezen president automatisch ruimer geïnformeerd en
georiënteerd zal zijn over de problemen binnen de totale
groep VHP’ers , zonder daarbij de belangen van de overige
partners en overige Surinamers tekort te doen. Laat de buit
eerst collectief binnenhalen. Een intelligente zakenman,
maar ook een ervaren rover, doet bij voorkeur geen zaken met
iemand, die met een cheque een bank ingaat, maar altijd met
iemand die na de verzilvering van de cheque de bank uitkomt,
gepakt, gezakt en voorzien van het nodige. Haal in gesloten
slagorde het presidentschap binnen door een goed
verkiezingsresultaat, en leg daarna de resterende problemen
in het nationale kader aan die president voor. Hij mag en
zal u als VHP’ers niet voortrekken, maar hij zal wel sneller
inzicht hebben in de aard en de oplossing van uw specifieke
problemen, zoals die bij handelsvergunningen en
verblijfsvergunningen aan niet-ingezetenen, de handels- en
importpolitiek en de landbouw. De huidige VHP-leider wekt in
dit verband nu reeds groot vertrouwen op bij veel anderen
voor het uitvoeren van een niet specifiek VHP gericht beleid
in de directe toekomst. In dit verband wil ik ook op de
huidige VHP-leiding het beroep doen, om in de geest van
Jagernath Lachmon minimaal de interne dissidente groep als
geheel aan te horen, omdat er naast onverbeterlijke en
onverbeterbare zakelijke belangenbehartigers vooral bij
degenen van middelbare leeftijd en ouderen, ook integraal en
nationaal denkende jongeren er bij zijn, die op termijn veel
voor dit land zouden kunnen betekenen. Op de jongeren en
dissidenten doe ik het beroep om ook te luisteren , omdat de
acties tot het intern VHP-stoelpoten wegzagen, zorgen voor
de aanlevering van weliswaar verkorte, maar nog alleszins
bruikbare stoelpoten voor vijanden van de democratie. Sluit
daarom de gelederen, want de huidige oppositie heeft het
Nieuw Front reeds in 2008 aangeduid als “het kwaad van
Suriname”, omdat er in de laatste jaren in haar ogen zeer
weinig is gerealiseerd. Op grond van deze kwalificatie
zullen de komende verkiezingen dus niet meer gaan tussen
goed en kwaad, maar tussen kwaad en erger. Sluit daarom
intern de gelederen, als het moet mede onder de leiding of
met advies van interne VHP nationaal denkende wereldse en
religieuze tijdgenoten van Jagernath Lachmon, in een “Raad
der Wijzen” van ouderen, die geen politieke toekomstagenda
meer op na houden, maar die de belangen van de natie en
daardoor ook die van de VHP op termijn voorop stellen.
Voorkom daarmee dat het ergere verder verergert. Bij de
komende verkiezingsstrijd tussen “kwaad” en “erger” kies ik
wel bij deze nu al bij voorbaat voor “het kwaad”.
Moge deze keuze mij in deze fase van de verkiezingsstrijd
vergeven worden.
DRS. EDDY MONSELS
Het district Nickerie in de politieke branding (slot)
Over 94 dagen gaan de Surinaamse kiezers weer naar de
stembus. Het Nieuw Front gaat moeilijke tijden doormaken.
Zoals de kaarten nu liggen, gaat het Nieuw Front alleen de
verkiezingen in, zonder de Pertjajah Luhur. De komende dagen
kunnen wij een exacte uitspraak doen. De voorzitter van de
Pertjajah Luhur heeft bij verschillende gelegenheden laten
doorschemeren dat zij op DNA-niveau alleen de verkiezingen
wil ingaan, maar op RR-niveau met het Nieuw Front wil
doorgaan. Het huidige kiesstelsel dwingt politieke partijen
om in groter verband de verkiezingen in te gaan. Er is veel
kritiek van de zijde van de NPS op de Pertjajah Luhur. De
NPS’ers C.Ferreira, Lelie, Arnold Kruisland willen de
Pertjajah Luhur buiten het Nieuw Front houden. De VHP heeft
nog steeds een goede band met de Pertjajah Luhur en ziet
graag dat de PL in de combinatie blijft. Laten wij niet om
de hete brei heen draaien. Het is meer dan redelijk en
billijk dat de Pertjajah Luhur in Wanica beter
geaccommodeerd wordt. De NPS is veel minder waard dan de
Pertjajah Luhur in Wanica en toch blijft de NPS de derde
plaats behouden. De Pertjajah Luhur wil ook een plaats in
Coronie, maar krijgt de ruimte niet om een kandidaat te
plaatsen. In 1996 had de toenmalige Pendawalima, welke
geleid werd door de heer S.Somohardjo, 283 stemmen behaald
in Coronie. De VHP heeft de afgelopen jaren veel water bij
haar wijn gedaan. In 1996 was de NPS goed voor een derde
plaats in Nickerie. Nu heeft de NPS een riante tweede plaats
op de lijst. Zonder veel inspanning wordt de NPS’er in
Nickerie gekozen. Tussen 2000 en 2005 is de NPS gaan
groeien, terwijl de andere Frontpartners achteruitgegaan
zijn.
De sterkte van het Nieuw Front in Nickerie (1996, 2000 en
2005)
Het Nieuw Front had in 2000 kans gezien vier zetels te
behalen doordat andere politiek partijen verspreid de
verkiezingen waren ingegaan. In 2005 is het Nieuw Front
teruggevallen naar 2 zetels. Ook de VHP kandidaten hebben
heel slecht gescoord. Naar mijn bescheiden mening waren er
geen trekkers in Nickerie. De pedagoog N. Badloe is niet bij
voorkeursstemmen gekozen met als gevolg dat Matai en
Ferreira binnen kwamen. Had de lijstduwer N.Badloe 3.161
stemmen ((6320 :2)+1= 3161) behaald, dan was hij als eerste
in het parlement beland en als tweede zou de heer K.Matai
gekozen worden. Politiek bedrijven is niet in de ruimte
praten, maar eist een gedegen analyse om goede resultaten te
boeken. Indien de Pertjajah Luhur toch beslist (wij hopen
dat niet, vanwege ons kiesstelsel) alleen de verkiezingen in
te gaan, is de kans voor de VHP groter om twee zetels
makkelijk binnen te halen. Indien het Nieuw Front 5.000
stemmen behaalt in Nickerie, dan krijgt het NF twee zetels.
De lijstduwer moet er voor zorgen dat hij of zij de helft
van de 5.000 stemmen plus nog één stem behaalt, dan is die
kandidaat bij voorkeur gekozen. Heel eenvoudig gezegd
((5000: 2) +1=2.501). Een derde zetel zie ik voorlopig voor
het Nieuw Front niet zitten.
Nieuw Front in groter verband de verkiezingen ingaan Het
Nieuw Front moet nagaan hoe zij in groter verband de
verkiezingen kan ingaan, omdat de Pertjajah Luhur
waarschijnlijk uit de combinatie stapt. Het vertrek van de
Pertjajah Luhur zal een grote aderlating zijn voor de andere
Frontpartners (VHP en NPS). De NPS heeft minder
mogelijkheden om partners buiten het Nieuw Front te zoeken
voor een eventuele aansluiting. De VHP heeft meer
mogelijkheden om met andere partijen samen te werken die,
eerder bij de VHP waren. Laten wij eerlijk voor de dag
komen. De UPS, de PVF, de BVD, de Naya Kadam en Nieuw
Suriname bestaan voor het grootste deel uit ex VHP’ers. Wij
willen in onze analyses altijd beschaafd blijven. Wij willen
niet graag zeggen dat zij overwegend uit Hindostanen
bestaat. Wij zijn Roomsers dan de Paus en willen alles zo
netjes en beschaafd mogelijk zeggen. Men is bang voor
kritiek. Men is bang dat men een stigma krijgt van etnische
politiekvoering. Alles moet in een mooi cadeaupapiertje
gezet worden. Men wil niet uitgemaakt worden voor etnisch
denkende Surinamers. Een groot deel van de NPS achterban zit
nu bij de NDP, de VVV en de A-Combinatie. Kijk maar naar de
cijfers van de districten Coronie, Para, Brokopondo en
Marowijne. Deze analyses zijn al gemaakt en wij gaan geen
cijfers meer naar boven halen.
De VHP moet het voortouw nemen
Als politiek analist wil ik de VHP adviseren om met de UPS
(Middenblok), PVF, BVD en met de heer drs.R.Nannan Panday
rond de tafel te gaan zitten. Het is vijf voor twaalf.
Arrogantie en grootdoenerij moeten wij nu achterwege laten.
Het nationaal belang moeten wij op de voorgrond plaatsen.
Niemand is groot of klein in de politiek. De toegevoegde
waarde van alle politieke partijen (‘newcomers’) moet voor
een groter politiek rendement zorgen. Zo gaat het in de
grote wereld en Suriname is geen uitzondering. De Palu is
door de NDP binnengehaald om verzekerd te zijn van de tweede
zetel in Coronie. Alle andere verhalen verwijs ik naar het
rijk der fabelen. De ‘oude garde, met veel ervaring en
loyaliteit’ moet tot inkeer gebracht worden. Ervaring en
loyaliteit zijn prima in de politiek, maar de partij die
niet meer groeit en zelfs achteruitgaat, moet een andere
strategie ontwikkelen. Ervaren politici weten precies hoe de
kiezers over deze partijloyalisten denkt. De VHP heeft
voldoende potentie om uit te groeien naar 11 zetels, maar de
partij moet ook groot zijn om een stukje van haar
soevereiniteit prijs te geven.
Hardeo Ramadhin
Keteldijk jammert om militaire bezetting deel Suriname door
Guyana
De minister van Buitenlandse Zaken, drs. Lygia Kraag –
Keteldijk, heeft naar aanleiding van vragen, gesteld tijdens
de begrotingsbehandeling inzake de westelijke grens, de
volgende statement afgelegd in De Nationale Assemblee.
“Met betrekking tot het gebied tussen de Boven-Corantijn en
de Coeroeni-Kutari roep ik bij uw geacht College in
herinnering dat dit gebied op grond van het verdrag van 1799
waarbij werd vastgesteld dat de grens tussen Suriname en
Guyana wordt gevormd door de westelijke oever van de
Corantijn, waarmee niet anders is bedoeld dan dat de
Corantijnrivier van oorsprong tot monding, tot het
grondgebied van Suriname behoort. De definitie van het
grondgebied van Suriname bij de soevereiniteitsoverdracht
door Nederland is hiermee in overeenstemming.”
“Guyana betwist de soevereiniteit van Suriname over het
gebied. De oorsprong van deze betwisting is een feitelijk en
juridisch ongegronde en onjuiste interpretatie van
gebeurtenissen uit de koloniale tijd. Vanaf 1966 tijdens de
zogenaamde Marlborough House Talks in Londen, zijn Suriname
en Guyana overeengekomen om de grensgeschillen tussen hen,
waaronder het geschil omtrent de soevereiniteit over
voormelde driehoek, gezamenlijk op vreedzame wijze in
overleg met elkaar op te lossen. Deze intentie is in de
overeenkomst van Chaguaramas van 1970/1971, waarbij
gezamenlijk tot demilitarisatie van het gebied door beide
landen werd besloten, herhaald en hetzelfde is geschied bij
de instelling van de Grenscommissies van beide landen in
2002.”
“Deze tussen Suriname en Guyana afgesproken gedragslijn is
in overeenstemming met het beginsel van vreedzame oplossing
van geschillen, dat is vastgelegd in het Verdrag van de
Verenigde Naties en wordt onderschreven door de Organisatie
van Amerikaanse Staten van Caricom. Suriname blijft daarom
insisteren dat de militaire bezetting van het gebied in 1969
door Guyana een inbreuk is op de soevereiniteit van
Suriname, in strijd is met het internationaal recht en zich
niet verstaat met de tussen Suriname en Guyana gemaakte
afspraken.”
Kritische noot: Een kritische Surinamer merkt op dat de
theoretische uitleg van minister Kraag-Keteldijk van nul en
generlei waarde is, zolang Suriname geen voet aan de grond
kan zetten op een gebied dat zogenaamd van hem is. Suriname
mag dan mooi weer spelen met theorie die buiten Suriname
niemand verstaat en van op de hoogte is, feit is dat
Suriname in een deel van zijn eigen huis helemaal niks te
zeggen heeft. De buurman Guyana is daar heer en meester.
Voorts is het de kritische burger bekend dat analyses van
internationale recht-juristen, op basis van theoretische
uitgangspunten, uitwijzen dat Suriname bij een rechtsgeschil
weinig kans heeft op succes in het Tigrie-gebied. Onder
andere komt dit doordat Suriname al decennialang het gebied
heeft verwaarloosd en geen effectieve controle heeft c.q.
wenst op dit grondgebied. Minister Keteldijk zou als
minister belast met buitenlands beleid er beter aan doen
haar verhaal aan Guyana en de rest van de wereld te gaan
vertellen en ervoor te zorgen dat Suriname bezit kan nemen
van het gebied dat zogenaamd van hem is. Het ultieme blijk
daarvan zou zijn een Surinaamse militaire post en
aanwezigheid van autoriteiten in het gebied.
Veranderende machtsverhoudingen in de Latijns Amerikaanse-
en Caraibische (LAC) regio ( deel 3 / slot)
Inleiding
Van oudsher behoorden Noord- en Zuid-Amerika tot de
invloedssfeer van de Verenigde Staten van Amerika
(Monroe-doctrine) en gedurende een lange periode heeft
laatstgenoemd land veel invloed uitgeoefend op economisch,
politiek en ook op militair gebied. Hierin is gaandeweg
verandering gekomen. Vooral tijdens de regering van
President Bush Jr. werd het beleid verlegd naar de ‘war on
terror’. In de regio zijn in de achter ons liggende decennia
nieuwe politieke leiders aan de macht gekomen, die meer
zelfverzekerd zijn en een meer onafhankelijke koers nijgen
te volgen. De traditionele machtsverhoudingen blijken dan
ook onderhevig te zijn aan veranderingen, waarbij ook nieuwe
invloeden - zoals de opkomst van Brazilië en de toegenomen
activiteiten van China - een rol spelen.
De invloed van China in de regio
Door actieve diplomatie en beschikbaarstelling van soft
power, heeft China snel een belangrijke plaats in het
sociaal-economisch leven van vele landen in de regio
ingenomen. Bij het ontwikkelen van een strategie werd ervan
uitgegaan ‘that China’s policy priorities in the Western
Hemisphere are comparable with a universal pattern of
economic globalisation and that other traditional concerns,
especially the geopolitical dimension, have become less
relevant(11)’.
Door de snelle groei bestaat er grote behoefte aan
grondstoffen, waarover de LAC landen in ruime mate
beschikken. Omgekeerd is de regio met een markt van 500
miljoen mensen en een economie van ruim $ 3 triljoen, een
goede afzetmarkt van industriële producten. In de loop der
jaren werden de diplomatieke betrekkingen dan ook uitgebreid
of verstevigd en vonden grote kapitaal investeringen plaats
in :
- Peru: investering van US$ 2.2 miljard door Chinalco
(mijnbouw)
- Brazilië: lening aan Petrobras van US$ 10 miljard
- Argentinië: currency swap ter waarde van US$ 10 miljard
aanbod van US$ 17 miljard ter verkrijging van belang in YPF
(olie) door China National
Petroleum Corp.
- Jamaica, Ecuador, Venezuela, Costa Rica ( Investeringen in
verschillende bedrijven )
De bilaterale handel tussen Brazilië en China bedroeg in
2007 $ 11 miljard. Eerstgenoemd land verkoopt onder meer
soya, ijzer, staal, petroleum, voedsel en houtproducten.
China verkoopt omgekeerd Braziliaanse auto’s, motorfietsen,
huishoudelijke apparaten, textiel, schoenen en elektronische
producten.
Slot
Over het algemeen kan worden gesteld dat de meeste landen in
de Latijns-Amerikaanse en Caraibische regio in de laatste
decennia een redelijke groei en welvaart hebben doorgemaakt.
Brazilië heeft op basis van de factoren die wij reeds hebben
genoemd, de beste kansen om zowel regionaal- als mondiaal
een leidende rol te gaan spelen. Met de Verenigde Staten
wordt – zij het soms voorzichtig – op verschillende gebieden
samengewerkt en verwacht wordt dat op een aantal gebieden de
betrekkingen zullen worden verdiept. De Verenigde Staten
blijft één van de grote afzetmarkten en investeerder in de
regio. Het grootste deel van de 500 Fortune Magazine
bedrijven is actief in de regio. ‘If it becomes deeper, this
multifacetted cooperation will be the most important
geopolitical change in the history of the hemisphere since
the end of the cold war’(12).
De activiteiten van China in de regio dienen – naast
zakelijke belangen – ook te worden gezien als een
versterking van de Zuid-Zuid relatie. Op lange termijn zou
dit – vanwege de toenemende invloed van China, maar ook van
andere opkomende grote economieën zoals India, Rusland en
Zuid-Afrika – kunnen uitmonden in een nieuwe regionale
koers. ‘Latin American countries are motivated by the search
for export markets, Chinese investment capital to fuel
development and the desire to offset the traditional
political, economic and institutional dominance of the
United States of America (13).
Kortom, gesteld kan worden dat door de veranderende aard van
de hedendaagse internationale betrekkingen een spreiding van
macht is ontstaan, die ook duidelijk merkbaar is in de
Latijns-Amerikaanse en Caraibische regio.
In de context van deze ontwikkelingen, veranderingen en
aanpassingen is het van groot belang dat vooral kleine
landen alles in het werk stellen (tijdige en goede
voorbereiding) om collectief (sub-regionaal G-77)
gemeenschappelijke standpunten in te nemen en deze vorm te
geven, teneinde hun aspiraties in vervulling te doen gaan.
Noten:
11. Xing Lanxin – China’s Expansion into the Western
Hemisphere ; Brookins Institution Press
12. Corales, Javier – Markets, States and Neighbours;
Americas Quarterly – Spring 2009
13. Evan Ellis, R. - China in Latin America; Lynne Riener
Publ. 2009
Kriesnadath Nandoe
De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly
Wispelturigheid! De voorzitter van Pertjajah Luhur heeft
zichzelf met zijn vele Indiaanse verhalen zo zoetjes aan in
een positie gemanoeuvreerd die verre van betrouwbaar
overkomt. Zo wordt de mededeling dat hij telkens weer om de
oren geslagen wordt met bruikbare adviezen, evenwel sterk in
twijfel getrokken. Sinds enkele dagen moet de samenleving
ook weer geloven dat PL-Nederland met betrekking tot de
samenwerking in Nieuw Front-verband een standpunt heeft
ingenomen, hetwelk door de voorzitter in serieuze overweging
is genomen. Slechts een nieuw verhaal met het enige
opvallend verschil dat het deze keer vanuit overzee is
overgewaaid. Dat wordt ons althans voorgehouden. Want de
strategie van bluf en intimidatie is door dit nog ernstig in
overweging te nemen standpunt in feite niet gewijzigd.
De zo goed als versleten en afgedankte mededelingen dat de
structuren van de partij zich gaan buigen over deze nieuwe
ontwikkeling, moet ook nog volgen om het verhaal compleet te
maken.
Het is de PL-voorzitter blijkbaar onbekend dat in elke
samenwerkingsverband aanhoudend wispelturig gedrag tot
verdenkingen kan leiden. Deze verdenkingen brengen op lange
termijn irritaties met zich mee, die op hun beurt ook nog
twijfels tot gevolg hebben en die tenslotte uitmonden in
gebrek aan vertrouwen.
Hoogst waarschijnlijk hebben partners binnen de Nieuw
Front-combinatie alsook andere politieke partijen de
wispelturige gedragingen van de PL-voorzitter aan een
analyse onderworpen en zijn ze tot de conclusie gekomen dat
die in het nadeel vallen van de PL. Uit een reactie van de
Megacombinatie (lees: NDP) wordt dat tenminste
verondersteld.
Het van recente datum overzeese verhaal, aangevuld met de
eerdere vele Indiaanse, zullen de onderhandelingspositie van
de PL-voorzitter – als dat de strategie is tenminste – in
geen enkel opzicht en in welke combinatie dan ook
versterken.
De mogelijkheid dat de PL als partij tussen wal en schip
komt te vallen, is hierdoor naar alle waarschijnlijkheid
levensgroot. Het is immers niet verwachtbaar dat bij een
eventueel samengaan met het Middenblok, de PL een positie
als die van de NDP bij de Megacombinatie zal kunnen innemen.
Zij zal in het uiterste geval genoegen moeten nemen met de
positie die haar wordt toebedeeld, de Nederlandse afdeling
ten spijt.
Het ontbreken van bruikbaar kader in de gelederen van
Pertjajah Luhur – een steeds bewezen feit – is bovendien
tenminste één van de overwegingen die zouden kunnen gelden
bij het bepalen van het opeisen van belangrijke posities
tijdens de onderhandelingen nog vóór de uitslag van de
verkiezingen. Het koppig blijven aanhouden dat de partij
inmiddels danig gegroeid is, is een kwestie die pas na de
uitslag van de verkiezingen hard kan worden gemaakt,
uiteraard aan de hand van officiële cijfers.
Het is de voorzitter van PL ongetwijfeld bekend dat de
samenleving intussen kotsmisselijk geworden is van zijn
gedragingen binnen en buiten het parlement. Dat de openbare
mening voor een groot deel mede bepalend kan zijn bij
gelegenheden zoals de algemene verkiezingen zal de
voorzitter niet onbekend zijn. Wil hij dus een redelijke
kans van slagen hebben in zijn pogingen om tenminste de
huidige positie in het politieke spectrum te behouden, dan
zal hij zijn attitude drastisch in positieve zin moeten
veranderen. Volharden in het tot nog toe gehanteerde systeem
van intimidatie en bluf met allerlei onruststokende verhalen
zal hem enkel windeieren leggen.
In de hoop dat een gewaarschuwd mens voor twee telt,
verwachten wij inderdaad verbetering in het gedrag van de
voorzitter van PL.
Vertrouwen en onzin over
democratie & economische ontwikkeling
Democratie heeft op korte termijn geen effect op het
onderlinge vertrouwen, noch op het politieke systeem, maar
op heel lange termijn wel een positief effect. Empirisch
onderzoek heeft ook aangetoond dat economische ontwikkeling
insignificant (niet van betekenis) is voor het onderlinge
vertrouwen wanneer corruptie en onrechtvaardigheid in
inkomensverdeling heersen. Omgekeerd blijkt onderling
vertrouwen wel een positief effect te hebben op de
economische ontwikkeling. Het is opmerkelijk dat corruptie
niet alleen het vertrouwen in de politiek, maar ook
onderling doet afnemen. Onderling vertrouwen blijkt het
meest beïnvloed te worden door de beleving van corruptie en
onrechtvaardigheid in inkomensverdeling, vergeleken met
etnische gelijksoortigheid en sociale netwerken. Dus hoe
meer corruptie en onrechtvaardigheid in inkomensverdeling,
die beide in Suriname heersen, hoe minder het onderlinge
vertrouwen.
Onrechtvaardigheid in inkomensverdeling en corruptie
Fiso 1 heeft de onrechtvaardigheid in inkomensverdeling
binnen de overheid, alsook ten opzichte van het
bedrijfsleven, verder vergroot (los van
productiviteitstoets). Naast de alom bekende vormen van
corruptie (inclusief klassenjustitie), heeft Transparancy
International recentelijk benadrukt dat vanaf het doen van
beloftes aan tot en met het transport van kiezers
belangrijke bronnen van corruptie zijn, hetgeen in Suriname
traditie is. Het wettelijk toestaan dat strafrechtelijk
veroordeelden tot lid van De Nationale Assemblee, die
grondwettelijk de hoogste wil van het volk vertegenwoordigt,
gekozen mogen worden, loopt de spuigaten uit.
Gezeur en onzin
Het gezeur en de onzin van politici en intellectuelen over
herstel van vertrouwen in verband met de democratie en
economische ontwikkeling, hoe belangrijk die ook moge zijn,
moet ophouden. Deze dingen vullen trouwens geen hongerige
magen van de meerderheid van ons volk. De grootschalige
beleving van corruptie en de onrechtvaardigheid in
inkomensverdeling, zullen het onderlinge vertrouwen verder
doen afbrokkelen, als er meteen geen drastische maatregelen
hiertegen worden getroffen. Het niveau van vertrouwen is
namelijk van essentieel belang voor onder meer een hechte
samenwerking, arbeidsbevrediging en prestatieverhoging.
Roy Bhikharie
8 Decemberstrafproces boet
verder in aan geloofwaardigheid
Bij de voortzetting van het 8 decemberstrafproces op 15
februari j.l. heeft de president van de Krijgsraad wederom
een procedure gevolgd die totaal niet in overeenstemming
lijkt te zijn met de geldende wetten. In dit geval betrof
het de wijze van voortzetting van het proces tegen de
hoofdverdachte, dat in januari formeel was opgeschort om een
geheime getuige a charge door de rechter-commissaris te doen
horen.
Het 8 decemberproces was in januari van dit jaar opgeschort
omdat er sprake was van een geheime getuige van het Openbaar
Ministerie, die door de rechter-commissaris (rc) nog gehoord
zou moeten worden. De getuige is kennelijk niet voor het
verhoor verschenen en de Krijgsraad heeft besloten het
opgeschorte proces – tegen de geldende wettelijke
voorschriften in - dan maar gewoon voort te zetten. Echter,
alvorens het proces voorgezet zou kunnen worden, zou volgens
artikel 302 van het Surinaamse Wetboek van Strafvordering de
vervolgingsambtenaar, in dit geval de auditeur militair mr.
Elgin, eerst op de hoogte moeten worden gesteld van het feit
dat het verhoor door de rc niet meer heeft plaatsgevonden en
dat de getuige eventueel in de rechtszaal zou moeten worden
gehoord. Ook de advocaat van de verdachte, die bij het
verhoor betrokken had willen zijn, zou in principe aldus
moeten zijn geïnformeerd. Bij aanvang van het proces maandag
bleek uit de verklaringen van Elgin, dat hij niet op de
hoogte was gesteld door de rc en hij vroeg alsnog meer
ruimte om de getuige te verhoren. De verdediging wees de
vervolgingsambtenaar erop dat dit tegen de wet was en wierp
een incident op (d.w.z. maakte een op de wet gestoeld
bezwaar) waarna de zitting door de President van de
Krijgsraad, mr. Valstein-Montnor, werd geschorst.
Opmerkelijk was dat na de schorsing de auditeur militair mr.
Elgin terugkwam op zijn eerdere verklaring en hij stelde
toen toch door de rc op de hoogte te zijn gesteld en wel
tijdens het telefonische contact dat hij in het weekend met
de rc zou hebben gehad. De president zag hierin reden genoeg
om het proces gewoon voort te zetten, zonder acht te slaan
op de tegenstrijdige informatie van de auditeur militair
maar ook met voorbijgaan aan de wettelijke voorschriften.
Met dit besluit lijkt in het 8 decemberstrafproces de
Surinaamse wetgeving wederom zonder enige schroom opzij te
zijn gezet en heeft dit proces verder aan geloofwaardigheid
ingeboet. De wet schrijft immers voor dat de zaak pas weer
op de rol had moeten komen, nadat de rc verslag had gedaan
aan in elk geval de Auditeur Militair. In dit geval heeft
kennelijk alleen de President van de Krijgsraad overleg
gehad met de rc en indien de Auditeur Militair werkelijk is
geïnformeerd door de rc, dan is dat pas gebeurd nadat de
zaak reeds op de rol was geplaatst. “Voor ons als leek is
dit misschien een oninteressant detail, maar voor de wet een
zeer gevaarlijk precedent. Sommige zaken in de wet lenen
zich namelijk niet voor ruime interpretatie”, zegt de
voorzitter van de Palu, Jim Hok, desgevraagd.
Overigens is hij van mening dat dit proces al vanaf het
begin bol heeft gestaan van dit soort zaken. Zo zijn bij de
betekening van de dagvaardingen aan de verdachten in
december 2007 de artikelen 98 van het Wetboek van Strafrecht
en 517 van het Wetboek van Strafvordering met de voeten
getreden. Indien de dagvaardingen niet op de wijze zijn
geschied zoals door deze artikelen is voorgeschreven, zou er
sprake moeten zijn van ‘nietigheid’ van het proces. Door de
verdediging is bij de toelichting van de ingebrachte
bezwaren, op niet mis te verstane wijze in de rechtszaal
gesteld, dat de toenmalige auditeur militair op dat vlak
fraude heeft gepleegd om de schijn te kunnen wekken te
hebben voldaan aan de betreffende wetgeving. In haar
tussenvonnis betreffende deze opgeworpen excepties heeft de
President van de Krijgsraad met geen woord over deze kwestie
gerept en is het “strafproces” rustig voortgegaan. Hok werpt
de vraag op hoe het komt dat uitgerekend bij zo’n belangrijk
proces men bereid is om fout op fout te stapelen en de zaak
toch rustig voort te zetten. In de meeste andere gevallen
zou men zich daarvoor niet moeten lenen en zeker niet in een
democratische rechtstaat met een goed functionerende
onafhankelijke rechterlijke macht.
Hij zegt verder dat de Palu liever een ander soort proces
had gezien, waarbij waarheidsvinding centraal zou staan. Het
doel moet namelijk zijn om erachter te komen wat er precies
gebeurd is, maar ook en vooral hoe het zover heeft kunnen
komen, zodat wij eruit kunnen leren en ervoor kunnen zorgen
dat zo’n situatie zich niet herhaalt. Maar nu eenmaal voor
dit strafproces is gekozen, was de hoop van de Palu
gevestigd op een goed, onpartijdig en gedegen proces zoals
dat in een goed werkende democratie zou moeten plaatsvinden.
Volgens de voorzitter is op diverse momenten tijdens het 8
decemberproces deze hoop de grond ingeboord. Deze werkwijze
doet onze jonge democratie helemaal geen goed.
Palu Secretariaat
Veranderende machtsverhoudingen in de Latijns Amerikaanse en
Caribische (LAC) regio ( deel 2)
Inleiding
Van oudsher behoorden Noord- en Zuid-Amerika tot de
invloedssfeer van de Verenigde Staten van Amerika (Monroe
doctrine) en gedurende een lange periode heeft laatstgenoemd
land veel invloed uitgeoefend op economisch, politiek en ook
op militair gebied. Hierin is gaandeweg verandering gekomen.
Vooral tijdens de regering van president Bush Jr. werd het
beleid verlegd naar de ‘war on terror’.
In de regio zijn in de achter ons liggende decennia nieuwe
politieke leiders aan de macht gekomen, die meer
zelfverzekerd zijn en een meer onafhankelijke koers nijgen
te volgen. De traditionele machtsverhoudingen blijken dan
ook onderhevig te zijn aan veranderingen, waarbij ook nieuwe
invloeden - zoals de opkomst van Brazilië en de toegenomen
activiteiten van China - een rol spelen.
De opkomst van Brazilië
Brazilië, India, Rusland en China - ook aangeduid als de
BRIC landen - zullen volgens de bekende investeringsbank
Goldman Sachs, begin 2050 de wereldeconomie domineren.
Uitgaande van een groei van 8 – 10%, werd echter de vraag
gesteld of Brazilië met een lagere groei ook tot deze groep
van landen kan worden gerekend. Deze veronderstelling blijkt
misplaatst te zijn omdat – volgens Goldman Sachs – reeds na
2014 Brazilië de 5e grootste economie in de wereld kan
worden en Engeland en Frankrijk kan voorbijstreven. Tevens
kan worden gesteld dat in vergelijking tot de andere BRIC-
landen, Brazilië democratie kent, geen opstandelingen en
vijandige buren heeft en een exporteur is van olie en wapens
(5).
Welke oorzaken hebben ertoe geleid dat Brazilië, waaraan 10
landen – waaronder Suriname – grenzen, niet alleen in de
Latijns-Amerikaanse- en Caribische regio, maar ook in
mondiaal opzicht, een belangrijke plaats heeft kunnen
innemen?
In een 14 pagina’s tellend verslag besteedt The Economist
ruime aandacht aan dit buurland van Suriname en stelt
‘Brazil had been democratic before, it has had economic
growth before and it has had low inflation before. But it
has never before sustained all three at one time’(6).
Brazilië heeft in zijn lange geschiedenis over grote,
integere en bekwame leiders kunnen beschikken, die in staat
waren visies te ontwikkelen om het land tot een belangrijke
natie te maken. Deze leiders bezaten het vermogen en de
kracht - om op basis van goede ontwikkelingsplannen - soms
pijnlijke beslissingen te nemen en offers te vragen, die pas
op lange termijn zouden leiden tot gunstige resultaten voor
land en volk.
Reeds heel vroeg werd een ontwikkelingsbeleid ontwikkeld,
dat bij een goede uitvoering van betekenis zou zijn voor de
komende jaren. In dit verband kunnen worden genoemd (7):
A. De opleiding van goede diplomaten.
Minister van Buitenlandse Zaken Jose Maria da Silva
Paranhos, Baron van Rio Branco (1902-1912), wordt beschouwd
als één van de grondleggers van Itamarity en de grote
inspirator van de hedendaagse stijl van diplomatie, gericht
op pragmatisme en realisme. Hierbij dient te worden gewezen
op de actieve rol van Braziliaanse diplomaten en
onderhandelaars in de G 77, G 20 (plus China) en bij
internationale onderhandelingen (WTO).
Brazilië is medeoprichter van MERCOSUR en samen met India en
Zuid-Afrika (IBSA), worden ook belangen van andere
ontwikkelingslanden behartigd. Dit land is ook aanwezig op
de jaarlijkse bijeenkomsten van de industriële landen (G 8)
en China.
Indachtig de droom van Simon Bolivar werd op 23 mei 2008
UNASUR opgericht, waarin Brazilië een leidende rol vervult.
Volgens één van de preambulaire paragrafen van de
oprichtingsakte is het streven van UNASUR gericht op het
ontwikkelen van een geïntegreerde regionale ruimte op
politiek, economisch, sociaal, cultureel, milieu, energie en
infrastructureel gebied, teneinde bij te dragen aan het
versterken van de eenheid in Latijns-Amerika en het
Caraibisch gebied.
B. Oprichting in 1949 van de Escola Superior de Guerra voor
de opleiding van Officieren.
Oprichting van het Centro Tecnico de Aeronautico (Embraer).
Dit bedrijf is na privatisering uitgegroeid tot ‘world’s
biggest manufacturer of mid range passenger jets’.
C. Uitbreiding en versterking van de economische
infrastructuur.
Geleidelijk aan is Brazilië één van de wereldleiders
geworden in hernieuwbare energie en kan in de komende
decennia nog fors verdienen aan fossiele brandstoffen.
Tevens is Brazilië een grote producent en exporteur van
levensmiddelen en hernieuwbare grondstoffen.
Tot de grote nationale- en multinationale Braziliaanse
bedrijven kunnen worden gerekend (8):
Vale (mijnbouw); Petrobras (olie); Gedau en CSN (mijnbouw);
Marco Polo (constructie van bussen); Perdigao en Sadia
(pluimvee); JBS-Fribo (voedsel); WEG (elektronische
componenten); Odebrecht en Camargo Correa (bouw industrie);
Natura (cosmetica); Votorantin (industriële bedrijven);
Coteminas (textiel).
Van de 100 grootste multinationals in opkomende landen zijn
14 uit Brazilië afkomstig.
D. Onderzoek naar aardolievoorkomens.
Een wijs besluit, gericht op de toekomst heeft ertoe
bijgedragen dat Brazilië thans gerekend wordt tot ‘the ten
countries with the largest oil reserves’. Olie- en gas
onderzoek, exploratie en handel worden gecoördineerd door
één van de grootste nationale bedrijven t.w. Petrobras.
E. Tijdens een bijeenkomst van Zuid-Amerikaanse
staatshoofden in september 2000 werd door President Henrique
Cardoso ‘The initiative of the integration of the regional
infrastructure of South America (IIRSA)’ gelanceerd. Dit
plan moet op lange termijn - via de aanleg van wegen,
bruggen, kanalen, havens enz. - resulteren in de
infrastructerele integratie van Zuid-Amerika.
Zoals gesteld, werd de basis voor de huidige groei en bloei
van Brazilië in de eerste helft van de vorige eeuw gelegd,
maar de huidige macro-economische stabiliteit zou niet
mogelijk zijn geweest zonder de hervormingsmaatregelen die
door President Henrique Cardoso (1995-2003) werden genomen,
zoals de introductie van het Plano Real dat onder meer
leidde tot de stabilisatie van de economie en de nationale
munt.
President Luiz Inácio Lula da Silva zette het beleid van
Cardoso grotendeels voort en in bepaalde opzichten overtrof
hij de successen van zijn voorganger. In dit verband is het
interessant op te merken dat – in tegenstelling tot vele
politieke leiders in ontwikkelingslanden – President Lula
moed en durf toonde ‘in sticking to responsible economic
policies, ignoring calls from his left wing Workers Party to
default on debt’ (9). Hij weigerde ook om de grondwet te
doen wijzigen, om voor een derde ambtstermijn in aanmerking
te kunnen komen.
Ofschoon het niet nadrukkelijk wordt gezegd, blijkt uit het
beleid van opeenvolgende regeringen dat zowel in regionaal-
als in mondiaal opzicht, het streven van Brazilië erop is
gericht om in de toekomst een leiderspositie in de wereld te
verwerven.
Tot nog toe blijken de perspectieven voor dit groot land
niet ongunstig te zijn, zeker indien er rekening mee wordt
gehouden dat ‘Its take off is all the more admirable because
it has been achieved through reform and democratic
consensus’ (10). ( wordt vervolgd)
Noten:
5. The Economist – Brazil takes off; 14-11-2009
6. Ibidem
7. Nandoe, K. – Essays over internationale ontwikkelingen;
IIR/Adekus, 2007
8. The Economist – zie noot 5
9. The Economist – Whose side is Brazil on? 15-8-2009
10. The Economist – zie noot 5
Kriesnadath Nandoe
Duidelijke contouren in de ‘Javaanse’ politiek
Het is bekend dat de Megacombinatie een stille tijd
doormaakt. De aanhangseltjes hebben daar niets anders te
zeggen dan maar ja en amen te knikken. Toch waren er binnen
het NF op woensdagavond 3 februari 2010 lichtpunten waar te
nemen met betrekking tot de verdere samenwerking. De leiders
hebben in elk geval hun zegje gedaan. Inderdaad was de
houding van PL nog onduidelijk. De geweldige uitspraken van
enkele weken geleden weten wij nog. Vele persmensen hadden
hun bedenkingen over de verklaring van de PL- voorman op
zijn eigen persconferentie de volgende dag. Was het een
politieke zet of een strategie. In elk geval wil Somohardjo
politiek scoren en dat heeft hij op die dag ook gedaan. Punt
uit.
Inderdaad was de pers er als de kippen bij om meer nieuws
van Somohardjo los te krijgen. Maar in de politiek is en
blijft het feit overeind dat geheime agenda’s zullen blijven
bestaan. Al willen sommige politici, die nog niet rijp zijn
voor de politiek, die gedachte en of visie als een onzinnige
beschouwen. Zeker gebrek aan politiek engagement. Veel
politieke nieuwtjes hebben de persmensen toch niet kunnen
losweken bij de PL- topman. Het waren slechts de oude reeds
bijna vergeten onderwerpen die weer boven water werden
gehaald.
Maar volgens de verklaringen van de twee Frontleiders zijn
er wel enkele nieuwe punten eruit gerold waarover diep
nagedacht moet worden. Ook de voorzitter van SPA kon zijn
hart eindelijk luchten. Politiek is hard en dynamisch en in
vele gevallen moet men geduldig blijven wachten. Het gaat om
de juiste timing. Het wordt steeds spannender. De
verkiezingsklok tikt gestaag verder. Men verwacht dat de
voorzitter van PL zelf de besluiten uit die vergadering zal
uitleggen. Iedere partij wacht echter het juiste moment af.
Na de aantijgingen aan het adres van de voorzitter van IRSD
via het programma “Panorama” wordt zijn 3 jaar geleden
gelanceerde “Pancarana- gedachte “ wederom opgepakt. Men
heeft de rol en de plaats van de Javaanse politieke
partijen, die toentertijd meededen, aangewakkerd. Het
radioprogramma “IRSD-info” met het doel de samenleving op
verschillende gebieden bewuster te maken, heeft de achterban
van Pendawalima aan het denken gezet. Eerder had een der
deelnemende partijen van de tweede lijn doelbewust gevraagd
om het werk van IRSD voort te zetten. Binnenkort zal het
contacten met de leider van Pendawalima worden voortgezet en
zal men met duidelijke richtlijnen komen.
In elk geval voert de voorzitter van Pendawalima met alle
partijen aftastende gesprekken. Hoewel ik persoonlijk aan de
kantlijn sta, geniet ik nog vanwege mijn vroegere
activiteiten binnen de politiek, een zekere mate van
erkenning. Zo had ik in december 2008 mijn best gedaan om
hem (Sapoen) bij Somohardjo te begeleiden (zie eerder
krantenartikel) voor een nader gesprek om een eventuele
samenwerking te bewerkstelligen. Inderdaad had Somohardjo
hem toen alle gelegenheid gegeven om zich verder te
profileren. Maar het gesprek is niet verder geïmplementeerd.
Maar met de nieuwe ontwikkeling zijn de zaken natuurlijk
anders geworden. Ik ben echt benieuwd wat er zal volgen. Het
ziet er naar uit dat Sapoen op dit moment in een moeilijk
parket zit. De deur van Megacombinatie is allang dicht. Voor
Somohardjo staat de weg nog open.
Uit betrouwbare bron heb ik als voorzitter van IRSD vernomen
dat Sapoen bereid is samen te werken met PL. Sapoen wil zo
te zien met zijn gehele partij de PL joinen. En zo te zien,
aast hij op een verkiesbare plaats op de lijst. Politiek
gezien is het nu inderdaad een voor twaalf, dus de
beslissing moet nu komen. Raymond Sapoen mag naar mijn
bescheiden mening niet zomaar buiten de politiek blijven.
Dat hij in het verleden een verkeerde inschatting had
gemaakt, zullen wij hem maar moeten vergeven. In elk geval,
er is wat licht in de tunnel voor wat de toenadering van
Pendawalima en Pertjajah Luhur naar elkaar toe, betreft. De
IRSD zal er zeker werk van maken om de drie Javaanse
politieke partijen, geheel zoals de achterban dat zo vurig
verlangt, tot twee te maken. We zullen de besprekingen
afwachten.
Kadi kartokromo
Het district Nickerie in de politieke branding (deel 2)
De politieke turbulentie is op gang. Alle politieke partijen
maken zich klaar om de politieke macht over te nemen. De
verkiezingsresultaten van de afgelopen verkiezingen gaan wij
weer voor de geest halen, waardoor de kiezers meer inzicht
krijgen over het stemgedrag van de kiezers. De kiezers
moeten niet in de ruimte “praten” en onnodige verhaaltjes
vertellen bezijden de waarheid. Het is hen aangeraden om met
cijfermateriaal te werken. De beste meetmomenten zijn de
resultaten van de verkiezingen. In onderstaande tabel geef
ik de verkiezingsresultaten weer van de afgelopen drie
verkiezingen in het district Nickerie, te weten 1996, 2000
en 2005.
Vaker hoor ik de mensen zeggen: “De verkiezingen naderen en
de politici krijgen weer belangstelling voor de kiezers.” De
kiezers gaan op 25 mei 2010 hun eigen toekomst bepalen. De
kiezers moeten de juiste beslissing nemen, want pas na 5
jaren krijgen zij weer de gelegenheid om naar de stembus te
gaan. Binnen 5 jaren kan er veel gebeuren. Een verkeerde
keus op 25 mei 2010 kan tot gevolg hebben dat Suriname in
een isolement belandt. Laten wij positief blijven denken en
geen oude koeien uit de sloot halen.
De klaagmentaliteit van de Nickerianen De Nickerianen klagen
veel, maar de afgelopen jaren is er veel in dit district
geïnvesteerd. De Zeedijk met een lengte van 7.620 m (7,62
km) werd in 2002 opgeleverd. Hiervoor is een bedrag van NF
41 miljoen uitgegeven. De weg naar South Drain is al
geasfalteerd ( ruim 13 miljoen Euro). Een groot aantal wegen
is geasfalteerd (de Gemaalweg, de Mandja Veiraweg, de van
Dijkweg, de weg naar Paradise, Boonacker- en
Hamptoncourpolder, de weg naar Zeedijck). Binnenkort zal er
nog eens 50 km geasfalteerd worden. De Wakaypompen en de
dolwerken van het MCP-kanaal zijn al hersteld. De Nieuwe
Rijsdijksluis werd gebouwd. De weg naar het crematieoord is
geasfalteerd. Een nieuw pompgemaal werd gebouwd te
Clarapolder. Het district Nickerie is het enige district
buiten Paramaribo waar er een modern ziekenhuis is en waar
een aantal medische specialisten werkzaan zijn. Ruim 51 %
van de Nickeriaanse bevolking heeft de beschikking over een
on- en minvermogend kaart. Zie daar de bijdrage van de
overheid aan de Nickeriaanse gemeenschap. Met deze enkele
voorbeelden wil ik slechts aangeven dat de overheid veel
geïnvesteerd heeft en nog steeds investeert in het
rijstdistrict. Er is relatief veel gedaan voor de
Nickeriaanse gemeenschap door deze regering.
Vooruitgang van Nickerie Op het onderwijsvlak hebben de
Nickerianen een grote sprong voorwaarts gemaakt. Sedert 1949
heeft het district Nickerie de beschikking over het
mulo-onderwijs. Dank zij de muloschool zijn vele Nickerianen
hoger op de maatschappelijke ladder geklommen. In 1986 heeft
Nickerie ook de beschikking over het middelbaar onderwijs.
Ik wil nogmaals benadrukken dat vooral Creoolse leerkrachten
de polders introkken om de nakomelingen van de immigranten
op school te krijgen. Wij denken aan G.G.Maynard, Eduard
Samsin en vele anderen. Het Nieuw Front heeft de afgelopen
10 jaren het land niet slecht bestuurd. De wisselkoers heeft
men gestabiliseerd; de rechtsstaat heeft men goed hersteld;
de internationale betrekkingen zijn goed op gang gebracht;
de infrastructuur (vooral wegen en bruggen) heeft men goed
aangepakt; de pensioenen worden opgetrokken; het binnenland
wordt geordend; particuliere onderwijsopleidingen worden
gecertificeerd; de agrarische sector, met name de rijstbouw,
is goed hersteld; de privatisering van de SML is goed op
gang; de mijnbouw (aardolie, bauxiet en de goudsector) is in
de lift. De criminaliteit is teruggedrongen. Ondanks alle
vooruitgang in het rijstdistrict, is de VHP de afgelopen
jaren teruggevallen. De sterkte van de VHP in 1996, 2000 en
2005:
De verkiezingsresultaten van de zes van de zeven politieke
partijen of combinaties die aan de verkiezingen in Nickerie
hebben deelgenomen in 2005. De politieke partij, de PPP, had
160 stemmen behaald en die hebben wij buiten beschouwing
gelaten.
Hardeo Ramadhin (wordt vervolgd)
Niet zomaar een stemadvies
Het zou goed zijn als de bestaande politieke combinatie
Nieuw Front werd uitgebreid met andere partijen zoals DA
91,UPS en BEP. Dit om verspilling van stemmen te voorkomen.
Bovendien moeten partijen niet hebzuchtig doen om een zetel.
De partij van Ronny moet naar mijn mening uitgesloten worden
voor deelname aan zo een constellatie. Ronny hoort vanwege
zijn historie niet thuis in het hoogste orgaan van de staat.
Dhr. Tilakdharie heeft vele jaren zijn best gedaan, maar nu
wordt het de hoogste tijd om een stap terug te doen. Het zou
de gehele gemeenschap in Commewijne goed doen om in
samenspraak met de leiding van de desbetreffende partijen
dhr. Girjasing eens de kans te geven om zijn de doelen te
bereiken.
Als dhr. Girjasing gekandideerd wordt voor het district
Commewijne, in Front-combinatie, zijn velen met mij ervan
overtuigd dat hij zonder kleerscheuren gekozen wordt tot lid
van ons hoogste college van staat. Ook zonder de steun van
PL zal hij binnenkomen en dit is simpel aan te tonen vanwege
het feit dat hij in 2005 ruim 1900 UPS-stemmen had weten te
vergaren. Een eenvoudig optelsommetje leert ons dat hij,
volgens dit idee, met de stemmen van de VHP ruimschoots
binnen wordt gehaald. Als medepresentator samen met de dhr.
F.Pierkhan van het zeer populaire en educatieve
radio/televisiepraatprogramma KAAK is hij nog populairder
geworden onder alle lagen van de bevolking. Ik vind hem
persoonlijk een integere persoon. Hij levert gelijk kritiek
als het fout gaat met het regeringsbeleid, maar is er ook
niet gierig om een pluimpje weg te geven als zij het goed
doen. Girjasing slijmt dus momenteel niet.
De toekomst zal ons meer hieromtrent leren. Van enkele
vrienden uit Commewijne heb ik vernomen dat hij vaker met de
bewoners aldaar communiceert. Dat is een goede zaak, zo komt
hij te weten wat de noden van de bevolking zijn, zo weet hij
hoe het reilt en zeilt in het district waar hij al jaren
werkelijk woonachtig is. Sommigen wonen immers slechts op
papier in het district waar zij gekozen zijn. Onze
regelgeving kent op dat gebied nog mazen en wie slim is,
maakt daar handig gebruik van. Jammer is het dat wij als
volk graag belazerd willen worden. Wij stemmers brengen onze
stem uit en wij geven uiteindelijk daardoor goedkeuring aan
zulk een ongehoord gedrag. Ik ben ervan overtuigd dat
Girjasing, vanwege zijn kwaliteiten, eenmaal gekozen, niet
alleen parlementariër wordt van het district Commewijne,
maar voor geheel Suriname zal willen opkomen. Ik wil dhr. S.
Girjasing adviseren om in dat gaval zijn opdrachtgever en
comparant als zijn persoonlijke politieke adviseur in te
lijven. Hij kent het klappen van de zweep zeker ook.
In Dagblad Suriname las ik onlangs een artikel afkomstig van
dhr. E. Monsels over “liever de kwade dan het erge “ en ik
ben volledig eens met hem. Wij hebben het in het verleden
reeds aan de lijve moeten ondervinden. Persvrijheid en
vrijheid van leven moet je niet verwachten onder een
regering van de bermvoorzitter. Er is al aangegeven op een
vergadering te Marienburg dat als puntje bij paaltje komt de
rechterlijke macht gereshuffeld zal worden. Rancune uit die
tijd is alom bekend. Het 8 decemberstrafproces, dat nu al
enige tijd gaande is, zegt ons toch een heleboel. Bovendien
zijn wij heel bezorgd dat alle kranen voor buitenlandse hulp
dichtgedraaid zullen worden en geen enkel democratisch land
Suriname zal willen helpen bij onze verdere ontwikkeling.
Het DNP en de andere kleine franjes doen er alles aan om na
tien jaren buiten het machtcentrum te zijn geweest wederom
in het machtcentrum te komen. Hun enig aandachtspunt is de
pot van de Centrale Bank. En dan krijg je binnen de kortste
keren weer een gigantische inflatie, de gelddrukpers wordt
dan in werking gesteld en dan zullen de biljetten van SRD
100.000 eruit rollen. Met een biljet van SRD 100.000 ga je
misschien een krant en een paar broden kunnen kopen, net als
in Zimbabwe van dictator Mugabe. Hij heeft het gepresteerd
om biljetten in omloop te brengen van 1 miljard
(1.000.000.000). Iedereen wordt dan in een keer een
straatarme miljonair. In de periode 1982 tot 1990 en dan
weer vanaf 1996 tot het jaar 2000 waren wij niet in staat
een behoorlijk vervoermiddel aan te schaffen, tegenwoordig
heeft bijna een ieder een auto in de garage staan. Als je
een paar jaartjes terug in de districten op bezoek was bij
de familie zocht je naarstig naar een geasfalteerde weg om
snel je bestemming te bereiken. Nu moet je zoeken naar een
zandweg, want ook in de districten is het grootste deel
reeds geasfalteerd.
Wilt u deze huidige regering weer regeermacht geven, dat
moet u ongetwijfeld voor deze combinatie kiezen. Ik zeg niet
dat deze regering geweldig heeft gepresteerd, maar zij zijn
zeker op het goede spoor. Zij moeten vooral de huisvesting
en het onderwijs drastisch aanpakken en je ziet duidelijk
dat de regering langzaam maar zeker verlichting brengt in de
noden van het volk. De Idos-peiling moeten wij doornemen en
hiervan goede nota nemen. De boodschap die uit deze
peilingen naar buiten rolt, is bestemd voor de regering.
Mijne heren, die boodschap is dat de regering nog veel werk
aan de winkel heeft. Ik wil vooral de jonge kiezers op het
hart drukken geen verkeerde keuze te maken. Vraag het aan uw
ouders of aan andere oudere burgers. Zij kennen de historie
van het land beter dan wie ook. Laat je niet misleiden
door mooie beloften en stoere praatjes, want het zal alleen
bij beloften blijven.
Naipal.A
Chinezen zijn ook mensen
Mensen verplaatsen zich in de wereld. 400.000 Surinamers
hebben zich in Nederland gevestigd en een aantal elders in
de wereld. Het is ronduit niet goed te praten dat een auteur
de toegelaten Chinezen koppelt aan de expansiedrift van de
Chinese regering. Dat valt niet te bewijzen. Bovendien is
dat simpel te pareren met de hoeveelheid Surinamers in
Nederland. Indien er een blanke auteur in Nederland het in
zijn hoofd haalt om te schrijven dat de aanwezigheid van
Surinamers in Nederland het gevolg is van een strategie die
de Surinaamse regering uitvoert om zodoende meer zeggenschap
te krijgen in Nederland en te zorgen dat de Surinamers geld
sturen naar hun moederland, dan schreeuwen Surinamers gelijk
discriminatie.
Over het algemeen vinden Surinamers dat ze vrijelijk mogen
reizen en zich vestigen in een ander land. Waarom zou de
Chinees dat niet mogen? Je kunt niet altijd achter alles een
plan bij denken dat erop gericht is om een land over te
nemen. Niet paranoïde worden mensen. Alle mensen hebben
rechten. Ieder mens moet in gelijke gevallen gelijkelijk
worden behandeld. Ieder mens heeft het recht om ergens
anders in de wereld naar een beter leven te zoeken. Waarom
zouden Surinamers dat wel mogen en Chinezen niet?
In Suriname geeft de bevolking af op de nieuwkomers, omdat
deze nieuwkomers iets kunnen wat Surinamers helemaal niet
kunnen. Dat is samenwerken, zich organiseren. Benchmarking
is totaal vreemd bij de Surinaamse ondernemers. Organisatie
is totaal afwezig. Surinaamse ondernemers hebben laten
blijken niet in staat te zijn om een gezamenlijk beleid te
ontwikkelen en dit te gebruiken in het buitenland. Terwijl
de Chinezen samen kunnen werken en elkaar bijstaan, hakken
Surinamers elkaar het hoofd af voordat het boven het
maaiveld uitsteekt. Kijk maar eens naar de vele zaken die de
Chinezen opzetten, supermarkten en industriële bedrijven, er
is dus een markt voor. Daarin duiken de echte Surinamers
niet; ze kijken met afgunst alleen maar toe naar de
nieuwkomers die heel snel een mooie auto kunnen rijden.
Waarom moet de Chinees grote zaken komen oprichten in
Suriname, terwijl er genoeg Surinamers aanwezig zijn die dat
ook kunnen, als ze maar willen en samen kunnen werken in een
organisatie? Waarom kunnen onze Surinamers dat niet? Die
vragen moeten we eerst beantwoorden. Het is gewoon afgunst
en afschuiven van de lethargie die Surinamers typeert. Er
zijn legio mogelijkheden, dat is gebleken, want de anderen
gebruiken het, maar de Surinamers maken er geen gebruik van.
Zodra een ander dat doet, worden de Surinamers boos. Laat de
Surinamer ook de handen uit de mouwen steken in plaats van
afgunstig en werkeloos toe te zien hoe anderen hard werken
en vooruit komen.
Het is mogelijk voor Surinamers om even hard te werken en
zich te bundelen in organisaties en van daaruit te
ondernemen. De Chinezen doen het, dus het is mogelijk.
Surinamers doen het niet omdat ze een andere mentaliteit
hebben. Ze willen snel rijk worden zonder echt hard te
willen werken, zoals de Chinezen dat doen. De Chinees huurt
een pand van een Surinamer en werk zich echt uit de naad. Ik
heb dat gezien. In de Grote Combeweg is er een Chinees die
amper Sranan kan praten. Ik ging 's avonds laat in november
2009 vaak bij hem om inkopen te doen. Ik praat over 02 uur
in de ochtend of nog dichterbij het daglicht. Hij was al
moe, maar bleef verkopen tussen de tralies door. Hij had een
doel en was niet doelloos zoals de Surinaamse klagers.
Op een dag vroeg ik aan de Chinees waarom hij zo laat nog
open blijft en waarom hij niet rust neemt. Hij zei dat de
huur moet worden betaald en dat hij spaart om een stukje
grond te kopen om daarop een eigen winkel te bouwen. De
Chinezen brengen offers, die Surinamers niet willen brengen.
Surinamers willen makkelijk geld verdienen en hebben een
beetje de mentaliteit van de Haitianen. De Haitianen hebben
een soort afwachtende houding van: wanneer worden we
geholpen. Ik zag een man op de televisie net na de ramp in
Haiti, die zei: "Er zijn nog een paar kinderen onder het
puin." De journalist vroeg hem waarom hij niet alvast begint
met opruimen? Hij pareerde met: "Ik wacht op hulp en ik kan
niemand vinden die mij wil helpen, iedereen zoekt geld en ik
heb geen geld om te betalen." Daarom liet hij de lijken
onder het puin en bleef in de buurt rondhangen, onderwijl
werd de lijkengeur sterker en die bleef hij opsnuiven.
Zo vergaat het de Surinamer ook een beetje. Die wacht op
hulp en doet zelf niet veel. Ze staan op de hoeken van de
straten te kijken hoe de Chinees zich rijk werkt en worden
jaloers. De Surinamers verenigen zich niet, halen elkaar
neer. In een organisatie kan je meestal niet op de
Surinamers rekenen en alle goede bedoelingen en pas
opgestarte organisaties lopen spaak door onwil en interne
conflicten die niet kunnen worden bedwongen. Rest hen dan
maar een ding en dat is afgeven op de nieuwkomers. Maar in
Nederland willen ze niet dat een blanke op- en aanmerkingen
maakt op Surinamers. In Suriname mogen ze dat wel doen op
andere bevolkingsgroepen, zoals op de Chinezen. Is dat
recht? Ik ben het met auteur Roemi dan ook niet eens en ik
deel zijn mening niet. Die auteur belicht het mijns inziens
vanuit een totaal verkeerde invalshoek. Het is ook zo
begonnen met de vervolging in Nazi Duitsland.
Veranderende machtsverhoudingen in de Latijns Amerikaanse-
en Caraibische ( LAC) regio ( deel 1)
1. Inleiding
Van oudsher behoorden Noord- en Zuid-Amerika tot de
invloedssfeer van de Verenigde Staten van Amerika (Monroe
doctrine) en gedurende een lange periode heeft laatstgenoemd
land veel invloed uitgeoefend op economisch, politiek en ook
op militair gebied. Hierin is gaandeweg verandering gekomen.
Vooral tijdens de regering van President Bush Jr. werd het
beleid verlegd naar de ‘war on terror’. In de regio zijn in
de achter ons liggende decennia nieuwe politieke leiders aan
de macht gekomen, die meer zelfverzekerd zijn en een meer
onafhankelijke koers nijgen te volgen. De traditionele
machtsverhoudingen blijken dan ook onderhevig te zijn aan
veranderingen, waarbij ook nieuwe invloeden - zoals de
opkomst van Brazilië en de toegenomen activiteiten van China
- een rol spelen.
2. De ‘Superpower’ na de terroristische aanslagen in 2001
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog bereikte de macht
van de Verenigde Staten zijn hoogtepunt. Machtige staten,
zoals Japan en Duitsland, waren verslagen en Europa was
grotendeels verwoest. Bij de wederopbouw van dit werelddeel
speelde de Verenigde Staten een belangrijke rol middels
goedkeuring van het Marshall Plan en de oprichting van de
NATO. Hierbij speelden veiligheidsbelangen – maar op lange
termijn ook handelsbelangen – een rol. ‘In 1945 the United
States had more relative power and prestige then it has
today. Instead of seizing the occasion to strip the country
of constraints and dominate the world, the ruling Democrats
realized that the global fight against communism required
partners’ (1).
De machtspositie van de Verenigde Staten nam verder toe door
het spelen van een leidende rol bij de oprichting van de
Verenigde Naties, de Wereldbank en het Internationaal
Monetair Fonds. Deze positie werd verder geconsolideerd na
het uiteenvallen van het Sovjet Rijk in 1990 en tijdens de
eerste Golfoorlog kon de Verenigde Staten op grandioze wijze
zijn militaire suprematie bewijzen door snel de
soevereiniteit van Koeweit te herstellen. Na de overwinning
sprak President Bush Sr. over een ‘Nieuwe Wereldorde’. Een
wereld waar ideologische tegenstellingen plaats hadden
gemaakt voor ‘consensus building’.
Het optimisme en triomfantalisme in de Verenigde Staten en
de Westerse wereld kreeg een gevoelige klap na de
terroristische aanslagen op 11 september 2001 in de
Verenigde Staten (nine eleven), waarbij bleek dat ook de
Verenigde Staten kwetsbaar was. Kennelijk was ‘nine eleven’
een ‘wake up call’ en President Bush Jr. lanceerde een
nieuwe veiligheidsstrategie tegen de ‘war on terror’,
waarbij unilateristisch optreden in geval van bedreiging van
de nationale veiligheid, niet werd uitgesloten.
In 2003 viel de Verenigde Staten – samen met enkele andere
landen – Irak binnen, die vrij snel werd overwonnen,
vernederd en onderworpen. Deze interventie vond plaats
zonder machtiging van de VN Veiligheidsraad en vele
rechtsgeleerden trokken de rechtmatigheid van de Irak oorlog
in twijfel. Secretaris-Generaal Kofi Annan zei in dit
verband tijdens een interview met de BBC op 15 september
2004 ‘I have stated clearly that it was not in conformity
with the Security Council, with the UN Charter, and when
asked pointedly “It was illegal, if you wish”
Het unilateraal handelen tegen Irak bleek ‘an inaccurate
reading of the dynamics of contemporary international
relations’ te zijn. Achteraf bleek dat de oorlogsstrategie
niet de juiste was, waardoor anno 2010 nog altijd – meer dan
100.000 – troepen in Irak aanwezig zijn. ‘The mistake in
assuming a topdown approach to the situation, in which the
decapitation of the Irak leadership (and the overrunning of
the capital Baghdad) would ensure that the tempo of succes
could be sustained, was to be demonstrated (2).
Ook aan de oorlog in Afghanistan – die de Verenigde Staten
met NATO troepen al 8 jaren voert – in het kader van de ‘war
on terror’ schijnt geen einde te komen. Kortgeleden werd
door de regering van President Obama besloten om nog eens
40.000 extra manschappen naar Afghanistan te sturen.
De ontwikkelingen in de laatste 10-15 jaar tonen aan dat
militarie macht (hard power) vaak niet voldoende is om
oorlogen en conflicten alleen succesvol te bedwingen.
Behalve in Afghanistan en Irak bleek dit ook tijdens
religieuze-, etnische- en andere conflicten, zoals in
Centraal-Afrika en Joegoslavië. De Verenigde Staten moest
zich noodgedwongen terugtrekken uit Somalië.
Ondanks een defensiebudget dat groter is dan dat van de
NATO-landen tesamen, blijkt dat de Verenigde Staten niet
oppermachtig is, omdat thans – naast statelijke ook door
niet-statelijke (zelfs onzichtbare) actoren – macht kan
worden uitgeoefend.
De President van de prestigieuze Council on Foreign
Relations (3) schreef in dit verband : ’The principal
characteristics of twenty-first century international
relations is turning out to be no polarity. A world
dominated not by one or two or even several states, but
rather by dozen of actors, possessing and excercising
various kinds of power’.
Deze harde constatering kwam tot uitdrukking tijdens de
eerste rede van President Obama voor de Algemene Vergadering
van de Verenigde Naties in september 2009. Bij deze
gelegenheid merkte hij onder meer op, dat de Verenigde
Staten niet alle problemen van de wereld alleen zal kunnen
oplossen en benadrukte hierbij het belang van internationale
samenwerking. Vooral bij mondiale uitdagingen - waarvan de
gevolgen zich niet beperken tot het eigen grondgebied – is
een collectieve aanpak van grote betekenis. In dit verband
kunnen onder andere worden genoemd de gevolgen van milieu,
klimaatsverandering, epidemieën, transnationale misdaad,
terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens.
Echter dienen de rol en invloed van de Verenigde Staten
binnen de context van internationale samenwerking toch niet
te worden onderschat.
Fareed Zakaria schrijft in hoofdstuk 1 van zijn boek (4):
‘This is a book not about the decline of America, but rather
about the rise of every one else. It is about the great
transformation taking place around the world’…. Het gaat met
andere woorden niet om vermindering van de macht van de
Verenigde Staten, maar om de opkomst van nieuwe mogendheden,
zoals Brazilië, India, China, Rusland, Zuid-Afrika enz.,
waarmede de Verenigde Staten nu zijn macht moet delen. (
wordt vervolgd )
N o t e n:
1. Packer, George – Interesting Times
Farrar Straus and Giroux – New York 2009
2. Black, Jerry – Great Powers and the Quest for Hegemony
Routledge 2008
3. Haass, Richard – US Foreign Policy in a nonpolar World
Foreign Affairs – May/June 2008
4. Zakaria, Fareed – The Post American World
Norborn Corp.
Kriesnadath Nandoe
District Nickerie in de politieke branding (deel 1)
De recente Idos-opiniepeiling van januari 2010 heeft
politiek Suriname in beweging gebracht. Het Megablok zit
volgens de peiling bijzonder goed. Het Nieuw Front is ook
behoorlijk gaan groeien, maar heeft het niveau niet gehaald
om alléén, meer dan 26 zetels te behalen. De andere
politieke partijen zijn bij de opiniepeiling niet goed
zichtbaar. Wij hebben nog drie maanden en enkele dagen te
gaan. Wij gaan de kiezers zoveel mogelijk kennis laten maken
met het verleden en ook de namen van politici in beeld
brengen die in het verleden een grote bijdrage geleverd
hebben aan de ontwikkeling van Suriname. Wij doen geen
opiniepeiling, maar wij analyseren de uitslagen van de
afgelopen verkiezingen en kunnen met onze statistische
kennis weloverwogen uitspraken doen.
Korte geschiedenis van het district Het district Nickerie
heeft een kortere historie ten opzichte van de districten
die ten oosten van de Coppenamerivier liggen. In de jaren
1797 begon men de eerste plantages in Nickerie aan te
leggen. De motor achter deze ontwikkeling was gouverneur
Juriaan F. Frederici ( 1790-1802). Aan de rechteroever van
de monding van de Nickerierivier werd omstreeks 1820 een
dorp aangelegd. Dit dorp werd “De Punt” genoemd. Omstreeks
1850 kreeg het dorpje “De Punt” de naam ‘Nieuw-Rotterdam.
Door de zee is de stad Nieuw-Rotterdam weggespoeld en in
1879 werd de stad Nieuw-Nickerie gesticht. De huidige
oppervlakte van het district Nickerie bedraagt 5.353 km². De
economische kurk waarop Nickerie drijft, is nog steeds de
rijstbouw. Dit district zorgt ervoor dat de totale
Surinaamse samenleving dagelijks rijst op tafel heeft. De
andere districten produceren nauwelijks rijst. Slechts
enkele boeren van Coronie en Saramacca produceren wat rijst.
De demografische gegevens van het district Volgens de
laatste volkstelling (2004) telt het district Nickerie een
bevolking van 36.639 zielen. Hiervan zijn er: Creool 3.551 (
9.69 %), Hindoestaan 21.921 (59.83%), Javaan 6.114 (16.64%),
Marron 123 (0.34%), overige 1.421 (3.88%), gemengd 3.273
(9.65%) en onbekend 236 (0.64%). Ruim 60% van de bevolking
bestaat uit Hindostanen, gevolgd door de Javanen met 16.64%.
Dit district wordt vanaf 1987 in het parlement
vertegenwoordigd met vijf parlementariërs. Verder heeft dit
district 5 ressorten en telt 63 ressortraadsleden en 10
districtraadsleden.
De volksvertegenwoordigers die tussen 1949-1980 gekozen
waren in Nickerie
Wij moeten op hoogtijdagen proberen onze leiders die goed
werk verzet hebben, in de belangstelling te brengen. Jonge
kiezers hebben weinig belangstelling voor de historie en
zijn meer gefocust op materiële zaken. Het is niet
onaangenaam bedoeld, maar bij gelegenheden praten zij meer
over een auto, een perceel, een huis en vaak hoor ik ze nog
zeggen: “Ik moet het maken in deze ronde” of “Wat heeft de
partij mij nog te bieden”. Als dit niet voldoende is, zeggen
zij vaak: “Wat heeft de partij voor mij gedaan”. Men vergeet
vaak dat gratis onderwijs en gratis medische zorg een
inspanning is van de totale natie. Persoonlijke zaken treden
vaker op de voorgrond, maar nationale doelen als democratie,
rechtsstaat, politiek rust en stabiliteit, moraal, ethiek,
waarden en normen worden door deze wilde uitspraken op de
achtergrond geduwd. Tussen 1949 tot 1980 mocht dit district
twee volksvertegenwoordigers naar het parlement sturen.
De gekozen volksvertegenwoordigers van 1949-1980
1949
1958
1969
S.Rambaran Mishre
D.Poetoe
L.Mungra
H.W.Mohamed Radja
J.Kolhoe
H.B.Laigsingh
1951
1963
1973
S.Rambaran Mishre
D.Poetoe
L.Mungra
Khemradj Kanhai
Leo N.Pahladsingh
H.B.Laigsingh
1955
1967
1977
Khemradj kanhai
L.Mungra
I.Oemrawsingh
R.D. Oedayrajsing Varma
H.B.Laigsingh
K.Mahadewsingh
De
politieke partij, de VHP, was tussen 1949 en 1958
onverslaanbaar in het district Nickerie. In 1949 werd de
medicus S.Rambaran Mishre (in 1942 als geneesheer
afgestudeerd) in het district Nickerie gekozen. Dokter
S.Rambaran Mishre was van de Corantijnpolder en was tevens
de eerste Surinamer die in 1955 als cardioloog afgestudeerd
is en in hetzelfde jaar gepromoveerd. In 1958 hebben de
heren D. Poetoe en J. Kolhoe van de Nickerie Onafhankelijke
Partij (NOP) de verkiezingen in Nickerie gewonnen. Ook
tijdens de verkiezingen van 1963 heeft het Actiefront (de
NOP in samenwerking met de Actie Groep) de verkiezingen in
Nickerie gewonnen. Vanaf 1967 tot 1980 was de VHP de
onverslagen politieke partij in Nickerie. Vermeld dient te
worden dat prof. Inderbaal Oemrawsingh (biochemicus/docent
op de Medische Faculteit) zich in 1977 bij de VHP had
aangesloten en de HPP vaarwel had gezegd. De revolutie heeft
een grote omwenteling gebracht in het kiesstelsel. Vanaf
1987 mocht Nickerie vijf volksvertegenwoordigers naar het
parlement sturen.
De gekozen volksvertegenwoordigers 1987, 1991, 1996, 2000
en 2005
Hardeo
Ramadhin (wordt vervolgd)
Wat is
de waarheid?
Middels verzinsels proberen sommige personen binnen de
samenleving ons een vertekend beeld te geven van de
geschiedenis met betrekking tot de ontwikkeling van
Suriname. Zij schromen er zelfs niet voor om via de lokale
media grove onwaarheden te verkondigen. De jongere generatie
van vandaag krijgt zo dan een verkeerd beeld van de stand
van zaken. De gebeurtenissen gedurende de jaren tachtig
worden telkens weer door hen genoemd als te zijn de periode
van de grote teruggang van de Surinaamse economie. Heel
jammer is het echter dat er onder hen ook personen zijn die
leiding geven aan bepaalde organisaties die toch wel van
grote betekenis zijn binnen onze samenleving. Velen zullen
zich nog kunnen herinneren dat er begin 2005 een
vraaggesprek was te beluisteren via een der lokale
radiostations en wel tussen een Nederlandse verslaggever en
enkele Surinamers woonachtig in Nederland. Het betreffende
gesprek had voornamelijk betrekking op hun ervaringen en
opvattingen over de machtsovername gepleegd door zestien
jonge Surinaamse militairen van het Nationaal Leger op 25
februari 1980, die zij toch wel persoonlijk hadden beleefd.
Een der
bekende en bekwame Surinamers was daarbij de inmiddels
overleden ex-president van Suriname de heer Johan Ferrier,
die zijn presidentschap waardig heeft vervuld gedurende zijn
periode als staatshoofd van de Republiek Suriname. Deze
persoon had voornamelijk een zeer belangrijk deel van de
historische gebeurtenis van de machtsovername belicht en wel
over de voornaamste oorzaken die geleid hadden tot de
couppleging in Suriname. De conclusie welke allicht uit dat
gesprek mag worden getrokken is, dat er voor de overname van
de politieke macht er duidelijk sprake was van een
onoverzichtelijke bestuursvorm van de toenmalige
machthebbers. Hopelijk is de huidige situatie binnen de
regeermacht niet hetzelfde als voor de ons bekende
omwenteling van 25 februari 1980. Het was toen, na het
verkrijgen van de staatkundige onafhankelijkheid, heel
duidelijk merkbaar dat Suriname economisch steeds sterker
achteruit ging. Grote delen van de samenleving konden heel
moeilijk in hun levensonderhoud voorzien.
Op haast
elk gebied heerste er een toestand van slapheid, gebrek aan
kracht en bloei. Het begin van de sterke daling van de
waarde van het Surinaamse geld zit nog heel goed in het
geheugen van ondergetekende als de boekhouder van de
toenmalige Dienst der Posterijen, die toch wel dagelijks te
maken had met de koersnoteringen gedurende de periode voor
de onafhankelijkheid en ook daarna. Er waren
geldovermakingen middels postwissels naar andere delen van
de wereld. In het verzinsel als bovengenoemd werd er ook
gezegd dat het Surinaamse geld, voor 1980, in waarde nog
twee maal hoger was dan de Nederlandse gulden. Deze valse
constatering verbaast ons des te meer omdat betrokkene
ongetwijfeld wel weet dat het zo niet was. Beide munten
hadden namelijk reeds lang voor 1980 haast een gelijke
waarde volgens de koersnoteringen van de Centrale Bank.
Doordat de armoede voelbaar en duidelijk merkbaar was,
voelde de overheid zich genoodzaakt een nieuwe dienst in te
stellen, genaamd Markt Interventie, teneinde tegemoet te
komen aan de behoeften van de minder draagkrachtigen. Er
ontstond gaandeweg ook nog een groot tekort aan deviezen in
het land.
De overheid
ging daarom over tot specifieke maatregelen met betrekking
tot het deviezenverkeer. Een van de nieuwe regels was dat
men ten behoeve van een vakantiereis niet meer naar eigen
behoefte valuta’s kon betrekken bij de bankinstellingen. De
overheid bepaalde voor jou hoeveel je mocht wisselen. Gelden
konden niet onbeperkt per postwissel naar het buitenland
worden overgemaakt. Suriname zou waarschijnlijk economisch
erger aan toe zijn indien het de beschikking niet had over
de ontwikkelingshulp vanuit het voormalig moederland. Er
werd ook nog gezegd dat de Centrale Bank ‘beroofd’ is
geworden van zijn voorraad aan goud. Om welke hoeveelheid
het daarbij precies ging, werd daarbij evenwel niet
aangegeven. Vanwege zijn functie als assistent accountant
bij een landsbedrijf heeft ondergetekende ook controle
werkzaamheden verricht. Zaken zijn bij hem dan ook tot op
zekere hoogte wel bekend. Het is dan ook zeer teleurstellend
te moeten merken dat leidinggevende figuren kwaadwillige
verzinsels in het openbaar verkondigen.
Edward Marbach
IN MEMORIAM SUKY AKKAL
Op 6 februari is van ons heengegaan een man die bij de
Burgerlijke Stand ingeschreven stond als Soekram Akkal, maar
die bij de gewone Surinamer bekend was als Suky Akkal. Ik
heb hem enkele malen persoonlijk ontmoet, onder andere in
zijn formele functie bij de STVS. Daarbij had hij steeds een
zodanige uitstraling dat hij groot respect afdwong, niet
alleen als artiest maar ook als persoon. Ik kon die
uitstraling echter niet plaatsen, omdat ik buiten zijn
muziek en technische kennis, weinig van hem wist. Een
recentelijk in 2009 via de televisie uitgezonden programma
van Owroe Pokuman van Henk van Vliet gaf mij reeds een beter
inzicht in de persoon, maar een recentelijk verschenen
levensbeschrijving opende voor mij echt de ogen voor het
bijzondere wat ik steeds in hem gezien heb. Uit die
levensbeschrijving bleek een bewogen leven, deels in de
entertainment, deels in het recht en deels in de
elektronica, deels in Suriname en deels in India. Qua
vooropleiding is hij geweest op o.a. de openbare
Hendrikschool en de Rooms Katholieke Paulusschool, alwaar
hij waarschijnlijk mede de brede nationale kijk dwars door
etnische en culturele muren opdeed.
Suki Akkal zal voor mij altijd blijven een groot
accordeonist, die vrijwel alle genres van de muziek
beheerste. Hij schakelde zonder overgang over van
Hindostaanse muziek naar Creoolse, Javaanse, Latin of
klassieke muziek, omdat hij, naar nu voor mij bleek, mede
dank zij zijn vrouw de theoretische basis van muziek als
algemene en internationale wetenschap beheerste. Als
componist wist hij optimaal gebruik te maken van het
instrument accordeon, bij het uitvoeren en aanpassen van
onze typisch Surinaamse variant van baithak gana muziek .
Aangezien hij ook met de in mijn jeugd roemruchte
kermisentertainer Harry Tota heeft samengewerkt in zijn tent
op de plaats waar nu het Jaarbeursterrein is, is het
duidelijk dat geen enkel genre van muziek hem kon ontgaan.
Toen hij later ook vrijelijk kon overschakelen naar
keyboard, nam hij die ervaring mee, en speelde vaker allebei
de instrumenten. Met het elektronische keyboard had hij
natuurlijk veel meer mogelijkheden, maar hij beperkte zich
vaker tot bijna puur spel, zonder allerlei elektronische
trucs en opties, waarmee zelfs een muzikale analfabeet als
ik nog een show zou kunnen geven. Zijn progressie was te
zien in zijn in de tijd veranderende uitvoeringen van het
voor mij als “ Hindi song of the century” genaamd “Sohanie
Raat”. Deze eerste Hindostaanse plaat die in 1965 de
nationale top tien bereikte, tussen nummers van Otis
Redding, Wilson Picket, Cliff Richard, Kyo Sakamoto,
CarlaThomas en Garnett Mimms, wist Suky Akkal bij zijn
uitvoeringen steeds aan te passen aan de veranderende eisen
van de tijd en ook aan de steeds groter wordende
elektronische opties die hij had om de muziek steeds voller
te doen klinken, met inzet van slechts een enkele ervaren
artiest zoals hij was. Hij maakte nog geen gebruik van de
meest geavanceerde hip hop effecten, omdat bij die effecten
de artiest vaak wegvalt tegen het naar believen inzetbare
elektronische geweld. Tijdens zijn laatste uitvoering bij de
Owrou Pokuman in 2009 liet hij zien wat hij kon met Sohanie
Raat van Mohamed Rafi uit 1964 in de versie 2009. Hij
introduceerde daarbij ook een van zijn zonen als leerling en
toekomstige opvolger. Slechts maanden daarna moest hij zijn
plaats in het echt afstaan. Zijn geïntroduceerde zoon mag
echter niet er van uitgaan dat hij het recht heeft om de
zaken van zijn vader voort te zetten. Helemaal niet! Hij
heeft de plicht daartoe, omdat zijn vader hem ten overstaan
van het grote publiek daartoe heeft aangewezen, en omdat het
publiek voortzetting van de Suky Akkal muziek eist. Daarom,
Sukram Akkal mag dan overleden zijn, Suky Akkal is voor ons
slechts heengegaan. Hij heeft daarbij zijn zoon en zoveel
aan digitaal vastgelegde muziek, maar ook aan puur
technische media-constructies binnen en buiten Suriname voor
ons achtergelaten, dat wij hem zullen blijven tegenkomen en
hem zullen blijven gedenken. Wij zijn muzikaal reeds door
hem voorzien.
Moge het zo zijn dat alle vooruitzichten die hem tijdens
zijn vruchtbare leven vanuit zijn religie zijn voorgehouden
over het LEVEN na dit leven voor hem bewaarheid worden,
zodat wij hem met een gerust hart kunnen laten gaan naar de
plaats waar hij naar toe moest gaan. Aan de familie wensen
wij veel sterkte toe.
DRS. EDDY MONSELS
Wat is mis aan de AZV-wet
van 1979? Met intense
belangstelling volg ik de perikelen over de totstandkoming
van de AZV, zowel binnen als buiten het parlement. Dankzij
een heel lang en onpersoonlijk artikel, gepubliceerd in een
lokaal ochtendblad op 6 februari jl. vind ik voldoende grond
om op bescheiden wijze enkele hiaten aan bloot te leggen.
Erg storend ervaar ik de verwijzing van de commissie naar de
ontwerpwet van 1999, terwijl de commissie met geen enkel
woord rept over de door de toenmalige PSV-minister, Ir. Mike
Brahim, ingediende wet, welke met algemene stemmen werd
aangenomen.
Geheel verschillend met de hedendaagse werkwijze van het
parlement teken ik aan dat de voorzitter van de commissie
van rapporteurs het oppositielid L.Mungra was. Door geen
melding te maken van die wet, kom ik tot de conclusie dat
het geen enkel wezenlijk element bevat, dat geïncorporeerd
zou kunnen worden in de nieuwe versie van de AZV anno 2010.
Opvallend is wel dat in de reeks namen van personen en
instanties die toentertijd door de commissie geconsulteerd
werden, ook die van de heer R.Sardjoe (onze huidige VP)
voorkomt.
Uit de fundamentele verschillen in inzichten betreffende de
financiering van de AZV bleek toen ook al heel duidelijk dat
de financiering een heel moeilijk punt zou worden. Als
slechts twee politieke partijen de moeite namen om de mening
van de commissie aan te horen, hoe geloofwaardig komen de
tegenstanders bij onze samenleving over, als zij zonder
enige berichtgeving verstek lieten gaan.
In een objectieve beantwoording van een groot aantal vragen
van parlementsleden aan de toenmalige
volksgezondheidminister Mike Brahim, zei deze dat
gezondheidszorg een grondrecht is.
Ofschoon ons parlement over enkele maanden zijn 35ste
geboortedag zal herdenken, valt het mij steeds op, dat zij
er nog niet in geslaagd is, zaken, zonder de toediening van
allerlei blakka’s te bespreken. Ongepast en zelfs ongehoord
vond ik de aanmerking uit de mond van een bewindsman, dat
zij die een ander berekening hebben over de financiering van
de AZV, hun diploma of bul moeten verscheuren. Jammer, dat
bij de brand van de woning van president Venetiaan, alle
diploma’s door het vuur verteerd werden.
Indien de volksgezondheid een grondrecht is, zal de AZV
moeten komen. Alleen moet het parlement op volwassen wijze
zijn geboorte aankondigen en in elk geval de AZV loskoppelen
van partijpolitiek. Een ander pijnpunt, dat ik de laatste
tijden constateer, is steeds weer de opmerking dat in het
verleden onvoldoende gedaan werd voor een bepaald deel van
ons volk.
Ik erken zonder meer dat er zeker meer gedaan moest worden
voor alle achtergebleven gebieden, doch de constatering dat
er niets gedaan werd, acht ik volkomen onterecht. Hoe moeten
missie en zending, die vanaf de slaventijd hun best hebben
gedaan het lot van deze ongelukkigen te verbeteren , zich
wel voelen met zo een onterechte constatering.
Kort samen gevat: de AZV zal moeten komen, mits allen bij
dat proces betrokken personen een en dezelfde richting
kijken. De zieke mens is dat offer wel waard.
E.Wijntuin
De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly
Riooljournalistiek! Het orakel van de voorzitter van
Pertjajah Luhur, dhr. Somohardjo, tijdens zijn
persconferentie op donderdag 4 januari j.l. was aanleiding
voor de redactie van een plaatselijk ochtendblad om op 5
februari 2010 in haar commentaar een scala van uiterst
gemene verzinselen in de schoenen van de Nieuw Fronttop te
schuiven. Verzinsels, die alleen uit een kwaadaardig brein
kunnen voortkomen en die in dit geval veel weg hebben van
het bedrijven van riooljournalistiek. Immers, in de
berichtgeving omtrent het Nieuw Fronttop-overleg, is uit
geen enkel ander bron gebleken dat de in het commentaar van
bedoelde redactie voorkomende valse beweringen aan de orde
zijn geweest op de bewuste bijeenkomst, laat staan dat er
besluiten m.b.t. de te volgen strategie van het Nieuw Front
zijn besproken, welke het daglicht zouden schuwen.
Het commentaar van bedoeld ochtendblad is geheel uit eigen
kwaadaardig opzet van valse voorlichting voortgesproten en
gepubliceerd met de kennelijke bedoeling het Nieuw Front in
een slecht daglicht te plaatsen. Op z’n zachtst gezegd:
hoogst onverantwoordelijk en verre van objectief.
Dat het ochtendblad vanwege overbekende redenen gebonden is
aan een bepaalde politieke partij is publiek geheim. Dat
haar objectiviteit steeds in twijfel wordt getrokken wanneer
het politieke aangelegenheden betreft, is eveneens bekend in
deze kleine samenleving. Deze harde feiten die in het nadeel
van het ochtendblad zouden kunnen worden uitgelegd, mogen
echter nimmer aanleiding zijn voor de redactie om de schone
taak van het beroep van de journalistiek met al haar ethiek
terzijde te stellen ter wille van de smeer.
De samenleving bewust valse voorwendsels en gemene
handelingen voorhouden, is een verwerpelijke vorm van
berichtgeving, die veroordeling tot gevolg zou kunnen
hebben.
De passages waarin de redactie tracht de samenleving met
verzinsels van zeer kwaadaardige aard op te schepen zijn
bovendien zo kenmerkend vals dat men de aard van het beestje
herkent. Aan het werk zijn bedreven opportunisten bezig
geweest, die met Job’s geduld wachten op accommodatie bij
een eventuele stembusoverwinning van de partij van hun
idool.
Geheel vervuld met ijver en vlijt om het vuile werk tot een
goed einde te brengen, moet het de redactie blijkbaar zijn
ontgaan dat niet slechts in Suriname, maar wereldwijd het
slechte verleden van een individu, een leider, een
organisatie, in dit speciaal geval een politieke partij
voldoende aanleiding geven om bij de verkiezing van een
belangrijke functie terug te blikken naar het verleden. Wie
het verleden niet mee heeft, moet bij zichzelf te rade gaan.
Antecedentenonderzoek is evenals controle geen daad van
vijandschap.
Hoe onbezonnen en onervaren de jeugd van Suriname ook zou
mogen zijn, de militaire staatsgreep oftewel roofoverval en
alle narigheden die zich nadien hebben voltrokken en de
geschiedenis van hun eigen land zodanig hebben beïnvloed,
zal hun allen niet onverschillig zijn. De geschoolde jeugd
is niet te onderschatten, vooral wanneer ze voor een
dergelijke keus staan waarbij zij medeverantwoordelijkheid
dragen voor de gekozen leiding van het land. Het land waar
ze carrière moeten maken en de leiding te zijner tijd zullen
moeten overnemen.
De onvoorstelbare keuze van de redactie om tegen de stroom
in van nagenoeg alle sociale / maatschappelijke groeperingen
– de traditionele kerken niet te vergeten – die een
duidelijke bijdrage leveren om te geraken tot een vredig
verloop van de verkiezingen, met hun commentaar toch te
trachten een vorm van vijandschap tussen de politieke
combinaties te scheppen, is een medium onwaardig en
bovendien à-Surinaams.
De overige commentaren in verband met dat van bedoeld
plaatselijk ochtendblad alsof de krant spoken bij dag ziet,
gaat bij deze niet op. De redactie heeft bewust gekozen voor
deze kwaadaardige vorm van berichtgeving. Zij tracht van de
twee grote politiek andersdenkende groeperingen vijanden te
maken met haar commentaar, waardoor de partij die men
aanhangt er beter voor komt te staan. Dat is een
verfoeilijke manier van journalistiek bedrijven en daarom
misdadig te noemen.
Stemmen, maar op wie ?
Uw Stem op 25 mei geeft blanco volmacht ! De vraag is of de
doorsnee of toekomstige kiezer wel beseft wat zijn of haar
stem betekent. Wat is de waarde van elke stem? Het is goed
als de kritische media en de partijen daar veel meer
aandacht aan besteden, opdat men een juiste keuze maakt en
zijn/haar stem niet uitbrengt op slechts de populaire
gezichten. Wat doet de politicus met uw zo waardevolle stem?
Wordt hij daar later zo arrogant en machtsdronken van en
wordt het voor jou weer 5 lange jaren klagen, voordat je
inziet dat je keus niet goed was? Kies je voor een ‘zware
jongen’, die niet berecht wil worden en zijn eventuele
onschuld niet wil bewijzen? Kies je voor zo iemand die over
God, normen en waarden praat, die lijsttrekker wil zijn om
weer DNA-lid of zelfs president van Suriname te worden? Kies
je straks voor iemand die steeds fundamentele debatten uit
de weg gaat en zo te zien aan grootheidswaanzin lijdt? Keurt
u dit gedrag van jouw vertegenwoordiger in de Assemblee
goed.? Vindt u het goed dat ook anderen dit systeem in stand
houden om bijna blindelings te stemmen op iemand? Suriname
snakt naar totale vernieuwing. We moeten in elk geval
voorkomen dat mensen bedreigd gaan worden en uit vrees het
land zullen uitvluchten. Wij moeten voorkomen dat er straks
chaos ontstaat in het land
Stemmen op de bekende oudere personen (seniore burgers) uit
onze huidige frontregering haalt ons ook niet uit het diepe
dal waarin wij momenteel zitten. De bejaarden moeten
volledig verdwijnen uit de politiek. Ze noemen zich
democraten, maar gedragen zich als grote machthebbers, als
heersers. Deze politici hebben met hun partijen een
conservatieve politiek gevoerd. Het behartigen van vooral
kleine groepsbelangen voerde de boventoon. Ze hadden op dit
moment de politieke en economische wind erg mee dat Suriname
niet echt in de spiraal van de wereldeconomische crisis
geraakte, omdat ons land over heel veel goud en andere
potentiële natuurlijke hulpbronnen beschikt. Deze heren
zouden er echt wel goed aan doen om zich geheel terug te
trekken uit de actieve politiek. Doen ze dat niet, dan
moeten de kiezers hen resoluut afwijzen op 25 mei. Het is al
genoeg geweest om zo lang te regeren en zich ook zolang te
verrijken. Het is wel moeilijk om een juiste keuze te maken,
vrij van alle franjes. Want deze heren zijn per slot van
rekening toch zeker beter dan ‘Des-for-Pres’ en zeker ook
beter dan de ‘koning van Marowijne’ die met zijn opvallende
rondrijdende gele propaganda auto's, president van Suriname
wil worden. De Vernieuwingsbeweging VHP kon niks meer
vernieuwen dan wat intern papierwerk binnen hun partij. Zij
durfden niet eens de rancuneuze en corrupte cultuur op hun
twee ministeries openlijk te bekritiseren laat staan te
bestrijden. Het zijn dus slechts zogenaamde vernieuwers, het
zijn twee handen op een buik n.l. van de partijtoppers.
Nickerie, Wanica en Commewijne, straf hen af ! Maak a.u.b.
nu een bewuste keus. Het volk snakt naar totale vernieuwing
in alle politieke partijen. We willen nieuwe spelers en ook
een nieuw spelsysteem; wij willen af van het gedoe van dit
verziekt politiek systeem. Er moet nu hervorming en
vernieuwing komen, anders zal onze rechtstaat aangetast
blijven door enorme corruptie, vriendjespolitiek, patronage,
massale goudroof in het binnenland en drugsmokkel en komen
we nooit uit de onzichtbare katibo, die vicieuze cirkel.
Frappant is dat socialisten en loyalisten jaar in jaar uit
klagen over de onrechtvaardige verdeling van de
welvaartskoek, maar ze doen wijselijk niks aan de
bestrijding van de goudroof in het binnenland door de
illegale klein-mijnbouw, die, naar men beweert, heel veel
oplevert. Daarover wil men gewoon niet praten. Waarom?
De partij die werkelijk niet slaapt en dus ook 's nachts
naar uw perceel kijkt, moeten wij letterlijk niet uit het
oog verliezen. Zij komen via het Glis heel makkelijk aan
alle perceelkaarten. Heel wat Hindostaanse kiezers hebben nu
echt wel de buik vol van de traditionele parijen en kiezen
nu terecht voor de partij die nooit slaapt, want daar wordt
er hard gewerkt, daar wordt enige toekomst geboden en daar
valt er voor de kleine man ook wel wat voordeel te halen.
Bij de olifant kijken de zeer rijke toppers nog altijd eerst
naar hun eigen welvaart, hun eigen toekomst en de toekomst
van hun naaste familie. Daarnaast gaan ze steevast door met
de buit binnen te halen. Top-onderhandelaar, strateeg, is de
grote grootkapitalist meneer P. Je moet steeds voor hem een
diepe buiging maken als je iets gedaan wil krijgen. Hij
voert de onderhandelingen. Maar waarover onderhandelt hij?
Het Nieuw Front gaat de verkiezingen zeer zeker winnen ( dat
zeggen zelfs vele nuchtere NDP'ers) dus waarom uw kostbare
stem verliezen aan NDP of de eens beruchte floppartij in de
omgeving van het Minov. ? Verliest de NDP de verkiezingen
echt wel? Laten wij toch nog wachten op de laatste
idos-peiling, een week voor de verkiezing. Hopen dat die
peiling toch nog komt.
Als wij de geruchten mogen geloven, haalt de UPS nauwelijks
wat binnen. De hoofdrolspelers maken volgens de
geruchtenmachine een grote overstap naar de VHP. De
tv-presentator gebruikt zijn medium meer voor de politiek.
Uit ervaring blijkt dat vele presentatoren die vanuit de
zijlijn zo veel kritiek op alles hadden, de afgelopen 20
jaren de politiek zijn ingegaan maar grandioos flopten als
DNA-lid of als minister. PL heeft wel aantal dingen tegen
zich pleiten. Bijvoorbeeld dat men de aanvraag van grond van
de beroepsgrondspeculant, de dorpskapitein met de grote
ronde buik en een kleine witte baard goedkeurt voor vele
miljoenen euro's te laten opkopen door de regering van
Suriname. Andere politieke partijen hebben dit model in het
verleden ook gehanteerd. Dus als u de huidige politiek op zo
vele gebieden aan een nadere beschouwing gaat onderwerpen,
zult u ontdekken dat ook deze regering heel wat
voordeeltrekkers met zich meegedragen heeft die fors beloond
zijn.
Dus als u bij de verkiezing geen juiste keuze maakt, dan
hebt u de gekozene een volmacht gegeven om alles te doen wat
hij/zij wil, 5 jaren lang en die bovendien heel vaak niet
het land’s belang zal dienen, maar meestal als eerste zich
zal proberen te verrijken via grond, gunsten en macht.
K.V. Jagnanan
In memoriam:
Ustád (Maestro) Soekram (Suky) Akkal (04-04-1933 –
06-02-2010)
Elektronicus en begenadigd musicus
De begenadigde elektronicus en accordeon- en
keyboardvirtuoos Suky Akkal is op 6 februari 2010 door
Sarasvati Mátá (godin van kunsten en wetenschappen)
opgeroepen om in het orkest van de Gandharvas (kosmische
muzikanten) voor eeuwig in het paradijs te musiceren. Voor
de (tijdelijke) aardse achterblijvers heeft het vertrek van
de Maestro een muzikale leemte achtergelaten. Gelukkig is
zijn erfenis in de vorm van cd’s en andere geluidsdragers
van dien aard dat wij nog steeds van zijn muziek kunnen
genieten. Het bericht van zijn verscheiden kwam voor velen
als een donderslag bij heldere hemel, maar de ingewijden
wisten dat Suky reeds jaren kampte met een zwakke
gezondheid. De dood van zijn vrouw, Chitra, gevolgd door die
van achtereenvolgens een zoon en een dochter hebben Suky
onherstelbare klappen toegebracht. Hij werd een verbitterd
mens en kon niet echt meer van het leven genieten.
Desondanks bleef hij doorgaan met zijn werkzaamheden op
elektrotechnisch gebied en bleef hij tevens muziekoptredens
verzorgen vooral op huwelijken, verjaardagen en andere
gelegenheden. De onderstaande gegevens betreffende de
levensbeschrijving van de overledene, zijn hoofdzakelijk
gebaseerd op een interview die Narinder Mohkamsing op 12
februari 2008 in het woonhuis van Suky aan de
Estabrielstraat 21 te Zorg en Hoop van hem heeft afgenomen.
Dit in verband met de huldiging die Suky ten deel viel op 15
februari 2008 te Paramaribo in het Trade Center, door de
Sociëteit Republiek Suriname (SORES). De biografische data
zijn niet door mij geverifieerd.
Soekram Akkal werd geboren op 4 april 1933 te Paramaribo aan
de Koningstraat en heeft daar tot zijn twaalfde gewoond
naast de familie Sohansingh. Suky was de jongste uit een
gezin van 9 kinderen. Zijn scholing begon bij de
Paulusschool en vervolgens schakelde hij over naar de
Hendrikschool alwaar hij zijn diploma behaalde.
- Daarna zat hij één jaar op de Geneeskundige school.
- Vervolgens bezocht hij vier en een half jaar de
Rechtsschool.
Suky haakte af voor beide opleidingen, niet omdat hij niet
intelligent genoeg was, maar omdat het zijn vader was die
erop aandrong dat hij arts werd en na het afhaken op de
geneeskundige school, jurist. De medische opleiding lag hem
niet, omdat Suky geen bloed kon zien. Hij zette een punt
achter de opleiding toen hij voor het eerst een keizersnee
bijwoonde. Bij de rechtenopleiding haakte hij af in het
eindexamenjaar omdat hij als een 'blessing in disguise' een
beurs van India kreeg om in dat land muziek te gaan
studeren. Toen hij nog een kind was, was zijn vader fel
tegen muziek en techniek gekant. De reden is dat Suky's
oudste broer ooit leerling was bij de jurist mr. dr. J.C. de
Miranda, maar op een gegeven moment de studie vaarwel heeft
gezegd en monteur is geworden! Sindsdien had zijn vader een
hekel aan alles wat technisch was. In feite hebben zijn
broers Suky in de muziekwereld gebracht. Ze hielden zich
allemaal bezig met de baithak gana. Ze opereerden op
dezelfde golflengte van ustáds als Noer Pierkhan. Suky mocht
toen mondharmonica spelen.
In 1952 richtte Suky een formatie op, The Indian Orchestra
genaamd, die uitsluitend filmmuziek speelde. In die tijd
speelde een illustere figuur Harry Chuman alias Harry Tota
genaamd een belangrijke rol in de muziekwereld. (Zijdelings
zij opgemerkt dat het deze persoon is die buitenlandse
danseressen naar Suriname liet komen om hier onder andere op
de kermissen hun kunnen te demonstreren. De term “paturiya”
voor het aanduiden van dergelijke artiesten stamt uit die
tijd.). Tota is volgens Suky de vader van de moderne
muziekinstrumenten in de Surinaams- Hindostaanse muziek. The
Indian Orchestra was het eerste orkest in Suriname dat
elektrische instrumenten introduceerde; ook het harmonium
werd elektrisch versterkt.
Begin ‘55 vertrok Suky naar India. Hij kon kiezen uit de
opleidingen muziekinstrumenten, zang of music director. Hij
koos voor het laatste omdat je daardoor tegelijkertijd ook
instrumenten en zang leerde. De beurs naar India heeft veel
teweeg gebracht in Suky's leven. Hij deed 5 1/2 jaar over de
Bachelor of Music opleiding [vergelijkbaar met Sangeet
Visharad] aan de Bhaatkhande University of Music, Luckhnow.
Tijdens deze opleiding leerde hij zijn vrouw, Chitralekha
Shrestha, een geboren en getogen Indiase, kennen. Ook zij
had een hoge muziekopleiding genoten en bracht het zelf tot
professor in de muziek aan dezelfde universiteit waar Suky
gestudeerd heeft. Laatstgenoemde vertrouwde ons toe dat hij
zijn gehele leven door zijn vrouw onderricht is op
muziekgebied. Samen kregen zij vier kinderen, die allen in
India zijn geboren. Samen met Chitra heeft Suky vele shows
gegeven en talrijke grammofoonplaten en cd’s uitgebracht.
Als bestgeslaagde kon hij doorstromen naar de Master of
Music opleiding. Ook daarvoor slaagde hij als eerste, daarna
volgde hij de Sangeet Nipunna, te vergelijken met een PhD
opleiding. Vermeldenswaard is dat hij samen is afgestudeerd
met de befaamde Indiase music director Rahul D. Burman, die
als beste van zijn jaar afstudeerde, en Suky als op één na
de beste. Vervolgens deed hij praktijkervaring op bij
verschillende music directors, waardoor hij ook gerechtigd
werd de titel van music director te voeren. De eerste film
waarin hij muziek gespeeld heeft, is Sangam waarin de
legendarische Shankar & Jaikishan music directors waren. In
die film bespeelde hij het accordeon samen met Shankar. Waar
Raj Kapoor in de film Sangam de accordeon bespeeld, heeft in
feite Suky gespeeld. Gedurende zijn muziekopleiding behaalde
Suky in India ook drie diploma’s in de elektrotechniek, te
weten voor radio, tv en het opzetten van stations. Door een
boedelkwestie moest Suky in 1965 terugkeren naar Suriname.
De eerste twee jaren van zijn muziekcarrière verliepen niet
erg succesvol. Hij gaf 1 1/2 jaar lang kosteloos les. Hij
was zeven jaar lang verbonden als muziekleraar aan het CCS
en kreeg naar zijn zeggen te kampen met vele intriges. Suky
bracht niet alleen muziek van alle culturen ten gehore, maar
heeft ook verscheidene eigen composities op zijn naam staan.
Naar ik uit de pers begrepen heb, waren zijn bekendste
creaties in het Sranan, onder andere uma nanga man. Hoewel
Suky vloeiend Sarnami en Hindi sprak, beschouwde hij het
Sranan als een van de talen waarin hij zich graag uitdrukte,
omdat hij vond dat hij bepaalde zaken in die taal
kernachtiger kon zeggen. Een van zijn bekendste leerlingen
is de toetsenist Sonny Khoeblal, die niet alleen in
Suriname, maar ook in het buitenland naam gemaakt heeft.
Uiteindelijk maakte Suky van de elektronica zijn beroep,
daar zoals hij dat met zijn bekende gevoel voor humor
uitdrukte, er in die branche meer muziek zat (in financieel
opzicht). Muziek werd toen eigenlijk meer zijn hobby, hoewel
hij een veel gevraagde toetsenist bleef voor allerlei
feesten en bruiloften. Maar ook onder andere in Torarica,
Krasnapolsky, Het Park en zelfs in het buitenland heeft Suky
optredens verzorgd. Zelf zegt hij dat muziek een gift van
boven is. In het begin van de zeventiger jaren trad hij in
dienst van de STVS en bleef daar 25 jaar tot zijn
pensionering.
Al in zijn kinderjaren had hij een grote belangstelling voor
elektronica. Toen hij ongeveer 5 jaar oud was, bouwde hij
zijn eerste radio in een sardineblikje! Hij weet niet meer
precies of het om olie dan wel tomatensardienen ging! Om wat
bij te verdienen, repareerde hij als kind radio’s. Hij werd
in die tijd bijgestaan door Boy Netto, een schoolkameraad
die nu bij de NASA zit in de USA en vele uitvindingen op
zijn naam heeft staan. Ook van Otto Moroy heeft hij veel van
de elektronica geleerd.
Na zijn pensionering gaf Suky zijn krachten aan het bouwen
van nieuwe radio- en tv stations in Suriname en het
Caribisch gebied. Het grootste tv-station heeft hij in de
Bahamas gebouwd. Naar zijn zeggen moet dit station volgens
Surinaamse begrippen als een klein dorp worden beschouwd.
Voor zijn verdiensten in de Bahamas is hij o.a. beloond met
een levenslang visum, zodat hij dat land onbeperkt in en uit
kon gaan! Zijn laatste project in Suriname is channel 45,
het Chinese kanaal. In ons land is Suky o.a. gewaardeerd in
het light on a artist evenement, georganiseerd door Hotel
Torarica, door de President van de Republiek Suriname met de
onderscheiding van Officier in de Ere-Orde van de Gele Ster,
door SORES met de gouden soresspeld en recentelijk in de
V–tunnel door de organisatie owru poku man fu Sranan. Dit
laatste mede vanwege het feit dat Suky zich niet beperkte
tot Hindoestaanse muziek, maar ook kaseko, Caribische- en
westerse muziek (zowel pop als klassiek) in zijn repertoire
had. Ook bij het spelen van Hindoestaanse melodieën slaagde
Suky erin kaseko en andere Caraibische elementen in die
muziek te integreren. Hierbij wordt de hoop uitgesproken dat
Suriname deze grote zoon op een passende wijze zal
vereeuwigen, bijvoorbeeld door het vernoemen van een
muziekschool of andere instelling die met muziek te maken
heeft naar hem.
Aan de nabestaanden wordt sterkte toegewenst.
Door: Carlo Jadnanansing
De Verrekijker………….. Wilfred H. Molly
Een reactie! Naast de vele ons al jaren bekende uitwassen
tijdens het parlementaire werk in de assemblee, deed zich
onlangs een andersoortige voor, die ook wel voor ernstige
consequenties kan zorgen. Het ging om de al dan niet terecht
breed uitgemeten (grammaticale) taalfouten in ontwerpwetten
het college aangeboden. Wat dat betreft, blijkt er veel aan
te haperen in onze totale samenleving, wat des te meer
opvalt in officiële stukken die het grote publiek te zien
krijgt, zoals in officiële advertenties, bekendmakingen,
enz.
Hetgeen zich in de assemblee afgespeeld heeft, deed onze
deskundige in deze bij uitstek naar de pen grijpen om zijn
visie daarover weer te geven in een lokale krant van
14-01-2010, een visie die – als wij die goed begrepen hebben
– erop neerkomt dat het allemaal niet zo erg is als die
fouten gemaakt worden. Wij leven immers in een andere
“habitat” dan die aan de Noordzee. En met verscheidene
voorbeelden demonstreert hij zijn visie.
Wij zijn ons er terdege van bewust geen partij te zijn voor
deze deskundige en zullen ons daarom ook niet met hem willen
meten. Wel vragen wij ons af of de taal in een bepaald
gebied niet uniform moet zijn, m.a.w. de afspraken die in
regels zijn vastgelegd of die niet gehandhaafd moeten
worden; eenvoudig nageleefd moeten worden ter voorkoming van
wildwest situaties.
Wij zijn de mening toegedaan dat die deskundigen ons juist
moeten voorgaan in het op de juiste wijze hanteren van op
zijn minst het elementaire van de taal, door ons van die
middelen te voorzien die het streven daartoe bevorderen. Dat
moet naar onze mening niet worden overgelaten aan allerlei
onder- of niet-ontwikkelden op dat gebied. Niet aan Jan met
de pet. Het blijkt steeds weer dat er talloze van deze
Jannen op leidinggevende posten terechtkomen, die nauwelijks
redelijk een memo weten neer te pennen.
Wij moeten voorkomen de chaos te scheppen die er al heerst
in het Sranan. Omdat er naar wij vermoeden nog geen
dwingende regels ten aanzien daarvan zijn gesteld, doet
iedereen maar wat hij goed denkt. Vele affiches van bijv.
BOG getuigen daarvan. Wij onder elkaar – vooral de
Surinamers – denken heel verschillend en horen ook heel
verschillend, reden om de zaak niet aan de fonetiek over te
laten.
Laten wij onszelf niet voor de gek houden. De doorsnee
Surinamer is niet gedisciplineerd, wil niet gedisciplineerd
zijn. Dat merken we dagelijks om ons heen.
Waar wij officieel de Nederlandse taal moeten gebruiken,
laat ons dat dan op de juiste wijze doen. Laat ons eindelijk
dat “Nederlands is niet mijn taal” loslaten, dat ons een
generatie geleden door een toen vooraanstaande figuur werd
ingepompt. De Braziliaan bijv. zegt toch ook niet dat het
Portugees niet zijn taal is? Het schijnt dat bij ons de
deugd om minderbedeelden op de hoogte te brengen van zaken,
waarvan zij geen weet hebben, verleerd hebben. Erger is dat
wij er in volharden die deugd te willen verleren.
Moeten wij volgens de deskundige alles maar op zijn beloop
laten? Maar waarvoor gaan wij dan naar school? 1 + 1 = 3
schijnt nou binnen onze samenleving opgeld te doen, dus …..
Hier hebben wij te maken met kennis en niet met politiek,
waar men “schijnbaar” rekening houdt met wat van de
onderkant van de samenleving komt.
Trouwens, in de assemblee blijkt ook (weer) gepleit te zijn
voor het overschakelen op het Engels. Welke taal ook, als
wij ons niet houden aan de regels daarvan, zal het resultaat
hetzelfde zijn als tegenwoordig in het Nederlands:
ambtenaren, die het elementaire Engels niet beheersen, die
regeringsstukken moeten voorbereiden. Gelukkig dat er nog
een paar lieden in de assemblee zitten, die over de
taalfouten konden struikelen. Onze journalisten zijn soms
ook van een slag apart. Vele lezers gruwen van hun
“taalvaardigheid” en op school durft de leerkracht de
leerlingen niet meer te adviseren de krant te lezen.
NIETS MEER TE VERWACHTEN
VAN VENETIAAN
Dat is de zin die bij mij opkwam toen ik het artikel gelezen
had in de editie van maandag 18 januari j.l van een lokaal
ochtendblad. Het artikel had als kop: “Kerkleiders:
Goudwinning moet stoppen” en deed melding van de
gemeenschappelijke mening welke de religieuze leiders van
ons land samen met wetenschappers op Wereld Religie Dag
hebben kunnen ontwikkelen met betrekking tot het vraagstuk
inzake het kwikgebruik in de kleine goudmijnbouw. Onlangs
werd het verslag van deze bijeenkomst nog aan de minister
van Binnenlandse Zaken aangeboden.
Dhr. R.R.Venetiaan heeft als staatshoofd gedurende zeker
langer dan 10 jaren geweten dat dit vraagstuk speelt. Meer
nog ...hij heeft het beleid van zijn voorganger Jules
Wijdenbosch bewust niet voortgezet. Dit beleid dat nauwgezet
voorbereid was en in de beginfase van uitvoering was, had
o.m. de volledige ondersteuning van de Braziliaanse regering
die via haar ambassade alle medewerking had toegezegd om de
ordening van deze sector ter hand te nemen. Vanuit Brazilië
was er zelfs een deskundige naar ons land gestuurd.
In een participatorich proces van alle betrokken partijen
waren alle richtlijnen en regels afgesproken en werd een
begin gemaakt om middels de “ Stichting Inter Departementale
Units” (SIDU) de ordening van deze sector slagvaardig ter
hand te nemen.
De regering Wijdenbosch heeft echter vroegtijdig haar
regeerperiode moeten beëindigen en dhr. R.R.Venetiaan heeft
bewust dit beleid niet voortgezet. De SIDU werd vrijwel
direct na zijn aantreden ontbonden en ook de leden van de
Inter Departementale Commissie ( Commissie Herstructurering
Goudsector) die de supervisie over de SIDU voerden, werden
vriendelijk voor hun diensten bedankt.
Wat dhr. R.R.Venetiaan niet gedaan heeft, is om iets anders
daarvoor in de plaats in te stellen; ik ontkom daarom niet
aan de indruk dat dit niets doen, voortvloeit uit
onwetendheid. Want niemand zal mij overtuigen dat het huidig
staatshoofd de gevaren van kwik niet kent. Gebrek aan
middelen kan ook niet als reden worden aangedragen, want
zowel nationaal als internationaal zijn er (nog steeds)
voldoende middelen ter beschikking om het gebruik van kwik
in de klein goudmijnbouw aan te pakken.
Als regeringsleider heeft het staatshoofd alle middelen ter
beschikking, waaronder wet en regelgeving, en ook alle
middelen (leger en politie en de GMD) om de naleving te
kunnen afdwingen. Ook de steun van nabuurlanden Frankrijk (
Frans Guyana) en Brazilië was op afroep beschikbaar.
Ik concludeer dat het niets doen van ons staatshoofd een
kwestie van pure onwil is geweest. Waarop deze onwil
gestoeld is, is een vraag welke dhr. R.R. Venetiaan zelf zal
moeten beantwoorden. Immers, het model van aanpak dat door
deskundigen tijdens de regering Wijdenbosch ontwikkeld was,
was een heel doordacht en effectief model, welke hij, naar
onze bescheiden mening, als Ronald Runaldo Venetiaan,
absoluut niet wilde overnemen.
Vier maanden voor de verkiezingen, waarbij volgens de
voorlopige peilingen de regering Venetiaan een gevoelige
nederlaag te wachten staat, doen de religieuze leiders in
een gezamenlijke verklaring met wetenschappers een vergeefse
oproep aan het staatshoofd om nu met maatregelen te komen.
Ik heb alle begrip voor deze leiders en ondersteun hun
oproep, zij het met enige nuance ook. Uit ervaring weet ik
dat deze oproep aan dovemansoren is. Maar als kind van dit
land, dat ook alles dat in zijn vermogen heeft gelegen heeft
aangewend om voor dit vraagstuk oplossingsmodellen aan te
dragen, heb ik de stille wens dat ik ongelijk krijg.
Bescherming van ons natuurlijk milieu is voor mij
belangrijker dan gelijk krijgen.
Drs. Winston W. Wirht
(Ex- Secretaris SIDU)
Hoe word ik diplomaat? (slot)
In landen met een open bestuur wordt heden ten dage aan alle
burgers gelijke kansen geboden om te solliciteren naar
diverse functies bij de overheid. Vacatures worden bekend
gemaakt via advertenties in kranten, tijdschriften en
tegenwoordig ook via de internetpagina’s van verschillende
overheidsinstellingen. In zulke landen biedt de overheid
alle burgers gelijke kansen en behandeling aan, ongeacht hun
afkomst, kleur, sekse, religie, leeftijd en politieke
affiliaties. In een samenleving die er naar streeft om haar
diensten zo goed en perfect mogelijk te doen zijn, wordt
consistent geprobeerd de beste krachten te vinden en de
juiste mensen op de juiste plaatsen te benoemen. In deel 1
en deel 2 van dit artikel, welke respectievelijk op woensdag
3 en vrijdag 5 februari j.l. zijn gepubliceerd, zijn enkele
aspecten aangehaald. In het laatste deel van vandaag gaan
wij in op nog enkele zaken.
De Verenigde Staten van Amerika zijn hun diplomatieke dienst
begonnen met personen, die niet specifiek daartoe waren
opgeleid, maar op een bepaald moment moest worden besloten
om over te gaan tot professionalisering van die dienst,
vanwege het besef dat diplomatie en internationale
betrekkingen dermate belangrijk zijn voor een land, dat die
niet in handen konden worden gelegd van amateurs i.c.
ondeskundigen.
In India is vanaf de onafhankelijkheid in 1947 gewerkt met
een professionele buitenlandse dienst, die voor iedere
Indiër openstaat als hij/zij de zeer zware selectie doorkomt
en de opleiding succesvol afrondt. Ook Singapore heeft
vastgehouden aan de lijn van een professionele buitenlandse
dienst vanaf hun zelfstandigheid in 1965.
De Republiek Suriname maakte in 1975 een serieus begin voor
een professionele diplomatieke dienst, maar gaandeweg werd
hiervan afgestapt en zijn onze politieke leiders overgegaan
tot plaatsing en benoeming van merendeels niet
gekwalificeerde personen oftewel amateurs op onze
buitenlandse posten. De richting die Suriname is opgegaan,
laat dus zien dat wij zijn afgestapt van het pad van
professionalisme en de weg zijn opgegaan van het
amateurisme. Laat het hier herhaald zijn: de diplomatie is
een professionele aangelegenheid, wie amateurs het veld
instuurt, plaatst zichzelf direct in een positie van
achterstand.
Bij de benoeming van een aantal ambassadeurs op 11 april
1997 merkte de toenmalige president, Jules Albert
Wijdenbosch, op dat “Suriname als enig klein land van de 206
staten in de top twintig van de rijkste landen voorkomt.
Afzakken naar de 18e plaats is gezichtsverlies. Het streven
moet zijn de 16e plaats te bereiken”. Maar het zijn juist
onze politieke leiders die een belemmering vormen om die
zestiende plaats te bereiken, omdat zij na 1996 vooral de
buitenlandse dienst, als werkarm van de regering, hebben
volgestopt met hoofdzakelijk zwakke en niet gekwalificeerde
personen.
Het verleden, zegt men, is soms een terugblik in de
toekomst; op grond van wat geweest is, verkondigt zij wat
komen zal. Ik heb niet veel hoop dat na de verkiezingen van
mei 2010 op het stuk van de Surinaamse diplomatie iets zal
veranderen. De politieke partijen, die tot nog toe in het
machtscentrum hebben gestaan, zijn naar mijn mening moreel
uitgeput, ideologisch hol en niet in staat om de
noodzakelijke hervormingen op dit stuk door te voeren. Onze
politici zullen hun greep op buitenlandse zaken niet
opgeven, zij zullen doorgaan met hun patronage benoemingen;
zij zullen volharden in hun onjuistheden, hun
ongerechtigheden en hun dwaasheden. Want het is uitermate
triest te moeten constateren dat vandaag de dag sommige
leiders van ons buitenlands beleid weigeren om gezien te
worden met enkele van door henzelf benoemde ambassadeurs,
zij zijn ook niet bereid sommige ambassadeurs te ontvangen
wanneer die in Suriname op bezoek zijn.
Suriname is een makkelijk land om diplomaat te worden. Er
zijn geen specifieke standaarden, er is geen transparant
selectieproces en er worden geen examens afgenomen om
diplomatieke kennis en vaardigheden te toetsen. Ook geen
talentest noch computerkennis. De benoeming tot diplomaat is
een zuiver politieke aangelegenheid.
Het advies om in Suriname diplomaat te worden, is daarom
kort en simpel: wordt lid van een politieke partij, die deel
uitmaakt van de regeercoalitie en belangrijk is, dat je
zoveel als mogelijk lijkt op één van de partijvoorzitters.
De onderstaande tabel van Surinaamse ambassadeurs vanaf 1975
– 2009 toont een totaal van 65 ambassadeurs, van wie 59
mannen en 6 vrouwen. Van het aantal van 65 hebben 44 een
afgeronde universitaire opleiding gehad. Enkele
wetenswaardige data zijn verder:
In 2000 hadden van de totaal 11(elf) ambassadeurs, 8 (acht)
een afgeronde universitaire opleiding. In 2005 hadden van de
totaal 12 (twaalf) ambassadeurs, 5 (vijf) een afgeronde
universitaire opleiding. Ten aanzien van het
opleidingsniveau is er sprake dus van een dalende lijn, met
andere woorden, er heeft geen verscherping van de criteria
plaatsgevonden, maar een verlaging. In 2006 is wel een
speciale cursus “Introductory Program for Diplomats”
afgedraaid voor de nieuw benoemde groep van ruim 18
personen, onder wie 9 (negen) vrouwen. De verwachting is
geweest dat deze nieuwe diplomaten, eenmaal op hun
standplaats, zich verder zouden bekwamen op het stuk van de
diplomatie en internationale betrekkingen.
Tabel: Ambassadeurs van Suriname 1975 – 2010
Dhr.E. Alibux
Dhr.L.Henar
Dhr.K.Nahar
Mevr.A.Alihusain-del Castilho
Dhr.H.Herrenberg
Dhr.K.Nandoe
Dhr.H.Alimahomed
Dhr.S.Hira
Dhr.K.Nannan Panday
Dhr.G.Alvares
Dhr.G.Hiwat
Dhr.S.Pawironadi
Dhr.E.Amanh
Dhr.H.Illes
Dhr.O.Pocorni
Dhr.O.van Amson
Mevr.U.Joella-Sewnundun
Dhr.H.Prade
Dhr.E.Azimullah
Dhr.R.Karamat
Dhr.A.Ramdin
Dhr.K.Bajnath
Dhr.R.Kensmil
Dhr.C.Ramkisor
Dhr.E.Braafheid
Dhr.H.Kolader
Dhr.R.Ramlakhan
Dhr.F.Boekstaaf
Dhr.J.Kross
Dhr.S.Rasam
Dhr.R.Christopher
Dhr.A.Lalmohamed
Dhr.E.Sedoc
Dhr.Ch.Defares
Dhr.C.Lamur
Dhr.S.Setroredjo
Mevr.M.Demon-Belgraef
Dhr.E.Leeflang
Mevr.M.Sewnandan
Dhr.F.van Dijk
Dhr.F.Leeflang
Dhr.I.Sewrajsingh
Dhr.W.van Eer
Dhr.E.Limon
Dhr.I.Soerokarso
Dhr.R.Ferrier
Mevr.I.Loemban Tobing-Klein
Dhr.C.Spier
Mevr.F.Graand Galon
Dhr.H.Mac Donald
Dhr.W.Udenhout
Dhr.H.Guda
Dhr.D.Mc Leod
Dhr.N.Veira
Dhr.A.Halfhide
Dhr.K.Middellijn
Dhr.S.Werners
Dhr.R.Halfhuid
Dhr.Ch.Mijnals
Dhr.P.Wijngaarde
Dhr.H.Hasrat
Dhr.S.Mungra
Dhr.R.Wong Lun Hing
Dhr.H.Heidweiller
Dhr.H.Naarendorp
Bron: R.Alihusain, Surinaamse
diplomaten 1975-1993, Nieuw Delhi, januari 2006; Manado, mei
2009 en Jakarta januari 2010
Het is goed om te herhalen
dat het prestige van een ambassadeur ook het prestige is van
het land dat zij vertegenwoordigen. Daarom moeten alleen
zeer getalenteerde en hoog gekwalificeerde mannen en vrouwen
benoemd worden in de hoogste diplomatieke functie van
ambassadeur. Doet men dit niet, dan kan dit als een verkeerd
signaal worden opgevat.
Het is bekend in de diplomatieke geschiedenis dat wanneer
heersers elkaar wilden beledigen, zij middelmatige en
ondermaatse mannen als hun gezanten naar elkaar zonden. Een
Franse Koning vernederde Edward de Derde van Engeland door
een boodschap van minachting voor hem te sturen door een
keukenbediende en de burgers van het oude Rhodes waren
furieus toen Rome een ambassadeur zond die gymnastiekleraar
was. Het wordt voor een gastland dan heel moeilijk om aan
zulke ambassadeurs de égards te betonen die bij deze functie
horen. Hoe spreek je zulke ambassadeurs met “Excellentie”
aan?
Drs. R. Alihusain
SCHAARSTE AAN DOLLARS LEGT ZWAKTE ECONOMISCH BELEID BLOOT
Bij het aangekondigde vertrek van de president van de
Centrale Bank van Suriname, André Telting, heeft de regering
eindelijk een reden kunnen bedenken voor de schaarste aan
dollars van de laatste maanden in de Surinaamse samenleving.
Volgens de minister van de Financiën, Humphrey Hildenberg,
zou de belangrijkste oorzaak zijn de onzekerheid die de
komende verkiezingen met zich zou meebrengen. Volgens hem
zou de voortzetting van het tot nu toe “succesvol” gevoerd
financieel beleid van de Front-regering na de verkiezingen
onzeker zijn. Om die redenen zouden Surinamers nu op zoek
gaan naar US-dollars om daarmee hun verdiensten in
Surinaamse dollars waardevast te maken. PALU-ondervoorzitter
Henk Ramnandanlal zegt dat deze verklaring de zwakke
zienswijze blootlegt die de huidige Front beleidsmakers
hanteren om economisch beleid uit te stippelen. “Dit laat de
kortzichtige zienswijze zien die schuilgaat achter het
van-dag-tot-dag beleid dat gevoerd wordt door de
Front-regering, waarbij men zich niet druk maakt over
effecten in de samenleving van dit soort uitspraken op lange
termijn”, aldus Ramnandanlal.
De schaarste aan dollars heeft volgens hem niets te maken
met onzekerheid van wat er na de verkiezingen zal gebeuren,
maar legt de zwakte van het tot nu toe gevoerd economisch
beleid van de Front-regering bloot.De PALU heeft keer op
keer erop gewezen dat de zogenaamde stabiliteit van de
Surinaamse dollar in de afgelopen jaren het resultaat was
van toevallige factoren en niet van een bewust gevoerd
beleid van de Front-regering. Deze heeft alleen maar
geprofiteerd van de toevallig hoge prijzen op de
internationale markt van een aantal belangrijke
exportproducten als bauxiet, goud en olie. Ramnandanlal: “In
plaats van dat de Front beleidsmakers de extra verdiensten
hebben gebruikt om de toevallige stabiliteit om te zetten in
een structurele stabiliteit door te investeren in
bijvoorbeeld onderwijs, productie en de dienstensector, zien
wij dat de extra verdiensten zijn opgespaard om nu vlak voor
de verkiezingen consumptief in te zetten om de kiezer
gunstig te stemmen”. Hij neemt daarom de regering en in het
bijzonder de minister van Financiën heel erg kwalijk dat het
pakket aan maatregelen om tot meer structurele dollar
verdiensten te komen en het vertrouwen in de Surinaamse
dollar verder te versterken tot nu toe is uitgebleven.
Het is een verklaring die kant noch wal raakt dat terwijl de
dollar overal in de wereld in waarde daalt de Surinaamse
ondernemer en consument op dit moment de US- dollar zou
verkiezen boven de Surinaamse gulden omwille van zekerheid.
De verklaring voor de schaarste is gewoon een kwestie van
vraag en aanbod. Het aanbod aan dollars is afgenomen in de
samenleving door het vertrek van een aantal buitenlandse
bedrijven waaronder Billiton. Ook zijn door de financiële
crisis de overmakingen door familie in het buitenland minder
geworden en is daardoor het aanbod aan dollars en euro’s ook
sterk verminderd. Daartegenover is de vraag naar US -dollars
toegenomen door de internationale daling van de waarde van
deze munteenheid. De Surinaamse samenleving heeft meer
US-dollars nodig om het huidig niveau van importen te kunnen
blijven garanderen. De effecten van de waardedaling worden
bovendien vergroot door koppeling van de Surinaamse dollar
aan de US-dollar. Daarbovenop heeft de Front-regering Fiso I
doorgevoerd, waardoor de koopkracht enigszins is toegenomen
en het inflatoire effect heeft versterkt. Volgens
Ramnandanlal hadden de Front beleidsmakers bij een goed en
gezond economisch beleid deze effecten moeten zien aankomen.
“En wat we zien, is dat men juist met uitspraken komt die de
onzekerheid in de samenleving aanwakkeren in plaats van
aankondigingen doen die het vertrouwen in de Surinaamse
dollar versterken”, aldus de PALU-ondervoorzitter. Dit laat
ook volgens hem zien hoe kortzichtig de huidige
beleidsmakers aankijken tegen zaken. Dit laat volgens hem
ook zien dat het Nieuw Front in de kern zeer
antinationalistisch is, omdat men ervoor kiest om politieke
uitspraken te doen in het eigen voordeel, terwijl daarmee
grote schade wordt aangericht aan de Surinaamse economie als
geheel.
De PALU-ondervoorzitter zegt dat wat we hebben gezien is dat
de Front- regering vier jaren heeft stilgezeten en als een
boekhouder alle extra verdiensten heeft opgepot en de
uitgaven van de Surinaamse overheid zoveel mogelijk op
hetzelfde niveau heeft gehouden. En in het laatste
zittingsjaar worden de extra verdiensten slechts consumptief
ingezet om de kiezer gunstig te stemmen. De nieuwe regering
die na de verkiezingen zal aantreden, zal bij een
verkiezingswinst van de Megacombinatie een fundamenteel
ander beleid moeten voeren op het economisch vlak. In plaats
van direct in te grijpen op de valutamarkt zal de nieuwe
Surinaamse regering ervoor moeten kiezen voor meer
investeringen in de reële sector. Dit zal twee effecten
hebben in de samenleving, namelijk op de eerste plaats zal
het aanbod aan dollars toenemen en op de tweede plaats
zullen de investeringen zijn effecten hebben op termijn door
toegenomen productie en exporten. “Als wij in de afgelopen
jaren dit hadden gedaan, was Suriname nu veel verder. Maar
omdat men nou eenmaal de traditionele berekening had gemaakt
om in dit verkiezingsjaar met geld te gaan strooien, heeft
men bewust nagelaten structurele investeringen te doen ten
behoeve van onder meer productie en onderwijs. Suriname had
direct, maar ook op termijn veel meer kunnen profiteren van
de gunstige omstandigheden. Dat zulks niet is gebeurd, is
alleen het Nieuw Front aan te rekenen”, aldus de PALU
-ondervoorzitter Henk Ramnandanlal.
De Centrale Bank
Overheden die hun land middels een goed economisch beleid
wensen te besturen, zullen ongetwijfeld een goed inzicht
willen hebben voor wat betreft de monetaire toestand van het
land. Zij zullen zeer zeker een centraal punt moeten creëren
van waaruit de noodzakelijke informaties met betrekking tot
het uit te voeren beleid kunnen worden ingewonnen. De
overheid heeft in het verleden op 1 april 1957 middels een
Beschikking van 10 oktober 1956 een eigen bankinstelling
gesticht die de naam van Centrale Bank kreeg. Het daartoe
benodigde startkapitaal werd toen ook door de staat
beschikbaar gesteld. De Centrale Bank kreeg onder meer de
volgende omschreven taakstelling van de staat.
- 1. Het bevorderen van de stabiliteit van de Surinaamse
munteenheid (dus het tegengaan van eventuele
inflatiekenmerken).
- 2. Het doen verzorgen van een goede geldsomloop in
Suriname middels bankbiljetten en het vergemakkelijken van
het giroverkeer.
- 3. Het doen bevorderen van de ontwikkeling van een gezond
bank- en kredietwezen in ons land en het houden van toezicht
op de banken en andere kredietinstellingen.
- 4. Het doen bevorderen en vergemakkelijken van het
betalingsverkeer van Suriname met het buitenland.
- 5. Het beheer van goud- en de deviezenreserves van het
land.
- 6. Het optreden als kassier van de staat en van
landsinstellingen en mee te werken aan de uitgifte van
schatkistpapieren en obligaties door de staat.
- 7. Het doen opstellen van de betalingsbalans en het
verzamelen en publiceren van andere financiële gegevens
betreffende het land.
De Centrale Bank is dus volgens de bankwet de enige bevoegde
instantie die bankbiljetten in omloop mag brengen. Een
bankbiljet heeft namelijk een bepaalde intrinsieke waarde
vanwege het feit dat het door goud en of deviezen bij de
bank is gedekt. Het heeft ook, en wel ten opzichte van
vreemde valuta’s, een toegekende wisselkoersmarge, welke bij
verhandeling wordt toegepast. Het blijkt dat overheden in
voorgaande jaren het goed hadden gevonden om muntbiljetten
van een gulden en van twee en een halve gulden als wettig
betaalmiddel in omloop te brengen. Deze biljetten hadden
geen dekkingswaarde in goud of deviezen. Het is dan allicht
te begrijpen dat deze emissie van de overheid in de economie
van het land de intrinsieke waarde van de munteenheid
aanmerkelijk zou laten dalen. Hierdoor zou er dan
ongetwijfeld een andere wisselkoersnotering voor het
bankbiljet moeten gelden.
Het blijkt dat de huidige governor van de Centrale Bank
zicht houdt aan de bankwet. Hij heeft waarschijnlijk met de
aanpassing van deze wet het verder in omloop doen brengen
van muntbiljetten door de overheid ongedaan gemaakt. Dit is
dan een maatregel overeenkomstig punt 1 van de bankwet als
bovengenoemd. Onder punt 4 is ook nog de taak voor hen
weggelegd het betalingsverkeer met het buitenland te
vergemakkelijken, tenzij deze wet inmiddels gewijzigd is
geworden. Door een vaste wisselkoers voor de Amerikaanse
dollar te bepalen door de Centrale Bank wordt er natuurlijk
geprobeerd een stabiliteit van deze koers te
bewerkstelligen. Uit de door de governor getroffen
maatregelen blijkt duidelijk dat hij er alles aan doet
teneinde een gezonde monetaire toestand voor ons geliefd
land tot stand te brengen. Maar zulks zal hij alleen niet
kunnen bereiken. De overheid zal in deze ook een bijdrage
moeten leveren door ook een economisch beleid uit te voeren,
vooral met betrekking tot de volkshuishouding. Op onder
andere het economisch handelen van de onderdanen in bepaalde
opzichten, zoals het frequent gebruik maken van veel
motorvoertuigen. Het doen onderhouden van deze voertuigen
gaat voornamelijk gepaard met deviezengebruik. En de kleine
economie van Suriname zal deze kosten van duurzaam onderhoud
van al deze voertuigen dan op lange termijn niet meer kunnen
dragen. Er blijkt momenteel een groot tekort te bestaan in
de behoefte aan US dollar. De governor heeft een beroep
gedaan op het bedrijfsleven de vastgestelde koersmarge van
de dollar niet te overschrijden. Maar het blijkt dat er nog
mazen zijn, waarbij men door allerlei tactieken en snufjes
toe te passen de regels ten eigen voordele kan omzeilen. Dit
kan bijvoorbeeld door bruikbare goederen te schenken aan
valuta verkopen. Suriname heeft namelijk in het verleden een
periode gehad van deviezenschaarste, waarbij de Centrale
Bank een wachtlijst van deviezen aanvragers moest bijhouden.
Hopelijk treft deze situatie Suriname niet wederom. De
prijzen van eerste levensmiddelen zijn inmiddels
aanmerkelijk verhoogd.
Edward Marbach
Het nucleuscentrum-idee
In de gemeenschap, maar vooral in De Nationale Assemblee,
wordt vaak gesproken over het nucleuscentrum. Ik had graag
gezien dat men over de nucleuscentrum-gedachte praat. Hoe is
deze gedachte in Suriname geïntroduceerd en op welke manier
is getracht invulling te geven aan deze gedachte in de
Surinaamse omstandigheid. Ik zal een poging ondernemen om
met u de gedachte van een nucleuscentrum in historisch
perspectief te behandelen niet alleen, maar ook om vast te
stellen hoe deze gedachte, zij het als pilot geïmplementeerd
is in Albina en Brokopondo.
In de beleidsperiode 2000 tot 2005 werd het ministerie van
onderwijs geleid door minister Walther Sandriman. De
directeur van onderwijs was drs. Adiel Kallan. In deze
periode werd het idee gelanceerd om vanuit een
coördinatiepunt op integrale manier het onderwijsleerproces
krachtig te ondersteunen. Dit betekent dat enkele diensten
van het Minov binnen een afgebakend gebied vanuit het
bedoelde coördinatiepunt met een hoge frequentie de
controlerende, begeleidende taken richting leerkrachten en
leerlingen moeten ontplooien. Dit is formeel vanuit de
klasse-situatie bekeken. Omdat het onderwijsgebeuren niet
geïsoleerd staat van de gemeenschap is in het initiële plan
opgenomen dat de ouders meegenomen dienen te worden in de
integraliteitsbenadering van dit coördinatiepunt. Er bestaan
diverse lezingen over wie de term ‘nucleuscentrum’
geïntroduceerd heeft ter aanduiding van het voornoemde
coördinatiepunt. De meest gehoorde lezing zegt dat de
toenmalige directeur van onderwijs in zijn afstudeerfase
geconfronteerd werd met deze voor/in de Surinaamse
onderwijsgeschiedenis nieuwe terminologie. In elk geval
heeft een consultant de opdracht gehad een dossier op te
stellen waarin het nucleuscentrum-idee nader werd
uitgewerkt. Immers, er moest een gedegen document van de op
te zetten gebouwen worden gepresenteerd aan de financier. Ik
kom hierop terug. In deze beleidsperiode werd de
planningsstrategie van project -gebondenheid veranderd in
een sectorgerelateerde benadering. De term sectorplan werd
ook geïntroduceerd op het ministerie van Onderwijs en
Volksontwikkeling. In het sectorplan onderwijs 2004-2008 is
ook opgenomen het opzetten van nucleuscentra te Albina en
Brokopondo.
Het project werd goedgekeurd. Het bureau onderwijs
binnenland werd als Project Implementatie Unit (PIU)
aangewezen. Het bureau rapporteerde aan de Project
Monitoringsunit (PMU). Het toeval wilde dat de toenmalige
directeur van onderwijs tegelijkertijd de voorzitter was van
de PMU. De Technische Dienst van onderwijs was belast met de
design en het toezicht op de constructie van de gebouwen. De
bouwwerkzaamheden werden in 2006 afgerond zonder dat er goed
zicht was op de opstart van de centra.
De PIU-voorzitter van het project, de heer Bert Eersteling,
werd gevraagd acties te ondernemen om de centra opgestart te
krijgen. De allereerste actie was om het projectdossier op
zijn uitvoerbaarheid te toetsen aan personen en instanties,
zowel nationaal als internationaal. Op verzoek van de PIU en
met medeweten en toestemming van de toenmalige directeur, is
onder meer de technische hulp van de Unicef en de VVOB
ingeroepen. Om enigszins een beeld te krijgen hoe het in
andere landen zit met de decentralisatie c.q. deconcentratie
van het onderwijsbeleid en activiteit, heeft de Unicef in
nauwe samenwerking met VVOB een oriëntatiereis gefinancierd
naar Guyana. De vorm van decentralisatie van het onderwijs
in Regio 10 te Santa Rosa heeft wat informatie opgeleverd
hoe wij in Suriname ten minste kunnen gaan experimenteren
met de nucleuscentra. Voorts heeft VVOB het mogelijk gemaakt
dat de voorzitter van de PIU samen met andere onderwijs
-functionarissen de internationale conference met als titel
“Strengthening Innovation and Quality in Education” heeft
bijgewoond. Deze conferentie werd in november 2006 in
Leuven, België gehouden. Vele Afrikaanse en Aziatische
landen waren op deze conferentie aanwezig. Er is
gebruikgemaakt van deze gelegenheid om gesprekken te voeren
met verschillende onderwijsfunctionarissen van deze landen.
Slechts in Zuid-Afrika en in Cambodja blijken soortgelijke
centra als ons nucleuscentrum bekend te zijn. Met de
Zuid-Afrikaanse onderwijsfunctionaris is kort gesproken over
de manier hoe zij deze gedachte tot uitvoering hebben
gebracht. Ik moet vermelden dat zowel de toenmalige als de
huidige directeur van onderwijs deel uitmaakte van de
Surinaamse delegatie.
In 2007 werd via een openbare aanbesteding een deskundige
aangetrokken om de organisatorische opzet van de
nucleuscentra ter hand te nemen. De inzichten verkregen in
Guyana en België, maar meer nog door de deskundige bijdrage
van de technische assistent, zijn enkele wijzigingen in het
initiële projectdocument aangebracht. Omdat de nucleuscentra
zowel onderwijsinhoudelijke, organisatorische maar ook de
gehele gemeenschap in het afgebakend gebied moeten
coördineren, is dringend aanbevolen een coördinator of
directeur voor het centrum aan te stellen. Ter voorkoming
van verwarring is uiteindelijk gekozen voor de aanduiding
coördinator. Na deze organisatorische maatregelen in 2007
zijn middels advertenties mensen opgeroepen voor het
invullen van de aangegeven functies. De sollicitanten hebben
langer dan een jaar moeten wachten op een oproep om
geselecteerd te worden. De centra werden respectievelijk op
7 en 14 november 2008 officieel opengesteld voor het
publiek. Daarbij zijn de officiële toespraken door de
minister en directeur ten overstaan van diverse ambassadeurs
gehouden. Het is goed te vertellen dat bijvoorbeeld de
airconditioners bij de officiële opening nog niet
functioneerden. Minister Bert Koenders van Nederland heeft
kort na de opening een bezoek gebracht aan het
nucleuscentrum van Albina. De heer Bert Eersteling die een
PowerPoint presentatie gehouden heeft over de werking van
het nucleuscentrum, heeft naast de complimenten van de
naamgenoot ook enkele kritische opmerkingen mogen aanhoren.
De gewezen ambassadeur Tania Van Gool heeft evenals de
naamgenoot op de gang in bilaterale gesprekken aangegeven
dat de kritische opmerkingen niet voor Bert Eersteling
bedoeld waren en dat die kritieken ter bestemder plekke
gedeponeerd worden. Minister Bert Koenders heeft werkelijk
de kritieken ter bestemder plekken gedeponeerd. Het komt
kort er op neer dat Bert Koenders kritiek had op het feit
dat de bouwactiviteiten in 2006 waren afgerond en dat de
activiteiten op uiterst minieme niveau draaiden. Op de koop
toe zonder functionering van het bekoelingssysteem. Het
project gefinancierd uit het sectorfonds heeft ongeveer €
800.000 gekost.
Wat is het doel van het Nucleuscentrum als
pedagogisch-didactisch en vormingscentrum.
Dit doel komt tot uitdrukking in de volgende missie:
Een pedagogisch-didactisch opleidings- en vormingsinstituut
dat adequate kwalitatieve opleidingsmogelijkheden biedt aan
schoolleiders, leerkrachten, leerlingen en de gemeenschap
ter bevordering van de ontwikkeling van het binnenland.
Tenslotte wil ik opmerken dat het lager personeel nooit uit
het sectorfonds betaald is. De stafleden zijn horizontaal
overgenomen van andere Minov- diensten en tewerkgesteld in
de nucleuscentra.
Bert Eersteling
Roep VHP-achterban voor alternatieve kandidatenlijsten
Onder verwijzing van de overeenkomst, d.d. 29 mei 2009
ondertekend door het Hoofdbestuur van de Vooruitstrevende
Hervormingspartij (VHP) en de Vernieuwingsbeweging VHP,
waarin ondermeer de adoptie van de Vernieuwingsidealen van
de VHP zijn opgenomen, willen wij langs deze weg de
samenleving informeren over de ontwikkelingen hieromtrent.
Zoals genoegzaam in de samenleving bekend, is het
huishoudelijk reglement van de VHP na bijkans 60 jaar met
veel pijn en moeite, mede dankzij de Vernieuwingsbeweging
VHP, tot stand gekomen. Los van enkele juridische
onvolkomenheden in dit reglement en de juridische onjuiste
werkwijze bij de totstandkoming ervan, hetgeen ondermeer
blijkt uit het volgende voorbeeld hoe ondemocratisch de
grondslag is van het onderhavig huishoudelijk reglement. Het
bestuur van de partij heeft namelijk slechts 11
ondersteuningshandtekeningen nodig voor het indienen van de
kandidatenlijsten voor volksvertegenwoordigende lichamen
(DNA, DR en RR), terwijl elk ander partijraadslid minstens
400 ondersteuningshandtekeningen hiervoor behoeft. Dit is in
flagrante strijd met het gelijkheidsbeginsel en dus met de
geest van een democratische rechtstaat. Terwijl de heer
Sardjoe constant predikt dat de kernen de ruggengraat van de
partij vormen, blijkt uit het voorgaande dat hij elk kernlid
als “minderwaardig” ziet. Per slot van rekening heeft elk
partijraadslid uit de kernen in vergelijking met elk lid van
het hoofdbestuur 40 maal zoveel ondersteuningshandtekeningen
nodig voor hetzelfde doel.
Verhoudingsgewijs is de waarde van een VHP-Hoofdbestuurslid
geplaatst tegen een VHP-kernbestuurslid: 400 om 11.
Eveneens moet hieruit worden geconcludeerd dat de Voorzitter
van de VHP op de oude ondemocratische voet door wil gaan en
geenszins van plan is om vernieuwing, verjonging,
verandering en doorstroming in de partij te realiseren.
Wij voelen ons dan ook als rechtgeaarde VHP’ers moreel
verplicht om hiertegen massaal in verzet te komen.
De Vernieuwingsbeweging VHP heeft daarom ook besloten om per
5 februari 2010 van start te gaan in een breed overleg,
waarin getracht zal worden hoop en perspectieven te creëren
voor de partijstructuren en de achterban.
Daarom doet de Vernieuwingsbeweging VHP een nadrukkelijk
beroep op het hoofdbestuur, alle kernen, de Adviesraad, het
Wetenschappelijk Bureau, alsmede op de gehele achterban om
mee te werken aan de samenstelling en indiening van
alternatieve kandidatenlijsten op alle niveaus, voor de
algemene, vrije en geheime verkiezingen van 25 mei 2010 en
deze lijsten aan te bieden ter goedkeuring aan de Partijraad
van de VHP in maart 2010.
Namens de Vernieuwingsbeweging VHP,
Hr. Bholanath Narain (Coördinator)
Bij overname Bron vermelding verplicht
/ Dagblad Suriname.
Om deze website te bekijken heeft u
Macromedia Flash player
7.0 of hoger nodig.
Indien uw browser geen scripting support, gelieve de
Java
software te downloaden.