|
Banner pagina
Lees uw horoscoop online. [Meer]
|
Geplaatst: 09/05/2008
Noodzakelijke Verdediging
(op etnische basis?)
Naar aanleiding van
opmerkingen die ik gemaakt heb in het radioprogramma
Welingelichte Kringen van 27 april 2008, hebben enkele
personen mij gevraagd om een nadere uitleg. Dit heeft geleid
tot het schrijven van dit artikel.
Door de Minister van Justitie en Politie is een wetsontwerp
ingediend bij DNA voor uitbreiding van artikel 66 van het
Wetboek van Strafrecht (Sr), dat handelt over
zelfverdediging (noodweer/ noodweerexces).
De Minister heeft daarbij te kennen gegeven dat hij inspeelt
op de behoefte die bestaat bij de burgers om zichzelf beter
te kunnen verdedigen zonder daarbij zelf als verdachte te
worden aangemerkt. Iedereen is bekend met situaties waarbij
bijvoorbeeld een winkelier iemand die hem gewapend wilde
beroven, neerschiet. In vele gevallen wordt de winkelier,
als dank voor zijn heldhaftigheid, zelf aangehouden en als
verdachte vervolgd.
Het initiatief van de
Minister wordt daarom in brede kringen toegejuicht. Toch
zien wij dat het ontwerp door vele parlementariërs, zelfs in
coalitiekringen fel is bekritiseerd.
Voor een goed begrip van de discussie is het goed de huidige
tekst en de aanvulling hier letterlijk aan te halen:
Geldende tekst Artikel 66 Sr:
Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de
noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf,
eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke
aanranding.
Niet strafbaar is de overschrijding van de grenzen van
noodzakelijke verdediging, indien zij het onmiddellijke
gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, door de
aanranding veroorzaakt.
Aanvulling:
De verdediging als bedoeld in door de aldaar aanwezigen
wordt, behoudens voor zover het tegendeel blijkt,
verondersteld een noodzakelijke verdediging te zijn in geval
van gewelddadige verstoring van de huisvrede door
wederrechtelijke binnendringen of wederrechtelijk vertoeven
in een woning, op een erf in de onmiddellijke nabijheid van
de woning of in het besloten lokaal.
Ik neem aan dat in het concept dat mij is afgegeven een fout
geslopen moet zijn: “door de aldaar aanwezigen” moet m.i.
veranderd worden in, “bedoeld in het eerste lid”.
In de considerans van het ontwerp staat vermeld dat beoogd
wordt de zelfbescherming door burgers uit te breiden. Er
bestaat reeds een regeling voor noodweer/noodweer exces in
artikel 66 Sr. (respectievelijk lid 1 en lid 2)
Het ontwerp lijkt gebaseerd te zijn op de ontwerpen, welke
in de Nederlandse Antillen en Nederland zijn ingediend. Naar
ik begrepen heb, heeft het ontwerp het in Nederland op
rechtswetenschappelijke gronden niet gehaald, terwijl het
mij niet bekend is hoe het op de Nederlandse Antillen is
afgelopen.
Overigens ware het beter geweest als de Minister de
informatie had doorgegeven dat de wetswijziging geen
originele Surinaams vinding is. Waarschijnlijk zouden hem
vele opmerkingen van etnische aard bespaard zijn gebleven.
In het juridisch maandblad
Ars Aequi van februari 2008 (jaargang 57/02) meldt Prof. Mr.
A.J. Machielse dat het in casu de bedoeling is om een
wettelijk vermoeden in het leven te roepen. Dit wettelijk
vermoeden kan worden ontzenuwd, daar het alleen in werking
treedt in geval van een aanranding. Dat betekent dat het
voorstel niet zal kunnen voorkomen dat de politie onderzoek
doet. Er zal namelijk moeten worden vastgesteld of er sprake
was van een aanranding of niet. Pas als het onderzoek
informatie oplevert ten gunste van de winkelier of bewoner
wordt het wettelijk vermoeden operationeel. Het wetsvoorstel
reikt dus niet zover als door de indieners wordt beoogd.
Aldus de hoogleraar. Machielse wijst er verder op dat ook
over een ander punt onvoldoende is nagedacht.
In het algemeen kan worden
gesteld dat inbrekers in woningen het gemunt hebben op
goederen van de bewoners. Voor winkeliers is de situatie
echter anders. Als een klant een winkel binnenloopt is dat
niet onrechtmatig. Wil er sprake zijn van lokaalvredebreuk
dan moet eerst worden geconstateerd dat de aanwezigheid
onrechtmatig is. Dit is pas het geval als de winkelier de
klant sommeert de winkel te verlaten. De winkelier die een
verdachte persoon in zijn winkel ziet (tijdens de
openingsuren) en hen meteen neerschiet zal niet met succes
een beroep kunnen doen op het wettelijk vermoeden. Alleen
wanneer de dief zich met geweld keert tegen de winkelier zal
het wettelijk vermoeden in werking worden gesteld. Maar ook
in dat geval zal moeten vaststaan dat de winkelier
slachtoffer is van fysiek geweld.
De bedoeling van het wetsontwerp is de bewoner of winkelier
niet bij voorbaat als verdachte te behandelen. Machielse
oppert de mogelijkheid om dit doel op een andere wijze te
bereiken die juridisch meer acceptabel is. Namelijk de
burger die geacht kan worden zichzelf verdedigd te hebben te
behandelen als getuige en niet als verdachte, tenzij het
aanstonds duidelijk is dat deze veronderstelling niet
opgaat.
Conclusie en aanbeveling.
De argumenten van Machielse zijn valide maar betekenen
slechts dat de zelfbescherming die de Minister voorstaat
minder vergaand is dan blijkbaar zijn bedoeling was. In een
radio-interview verklaarde laatstgenoemde dat het bij hem
alleen maar gaat om omkering van de bewijslast in de
gevallen bedoeld in het wetsontwerp. Thans is het zo dat
iemand die uit zelfverdediging handelt, zulks aannemelijk
moet maken. Wordt de onderhavige wetswijziging aangenomen
dan wordt het voormeld handelen gelegitimeerd en moet het
tegendeel bewezen worden.
Persoonlijk heb ik er daarom geen enkele moeite mee dat het
ontwerp tot wet wordt verheven. Het gaat om een
belangenafweging tussen burger en crimineel en heeft niets
uit te staan met etniciteit. Dit is alleen anders wanneer er
een etnische groep zou zijn, en die is er naar mijn mening
niet, die zich uitsluitend als crimineel wenst te
bestempelen. Als de Minister, zoals eerder gezegd, duidelijk
had gesteld dat de tekst van de wetswijziging vrijwel
letterlijk uit Nederland en/of de Nederlandse Antillen is
overgenomen, was er waarschijnlijk geen discussie over
etniciteit geweest.
Paramaribo, 6 mei 2008
Carlo R.Jadnanansing.
Voor reeds
verschenen artikelen van Vrije Tribune, bezoek
ons archief! |