Dinsdag 13 november 2018

1 Zesdaagse internationale conferentie over slavernij en contractarbeid van start 1 (1)In het IGRS-gebouw vond gisteren de opening plaats van de conferentie over slavernij en contractarbeid. De lezing georganiseerd door IGSR, Faculty of Humanities, IMWO, in samenwerking met Nationaal Archief Suriname, NAKS, Feyderasi fu Afrikan Srananman, CUS, NSHI en VHJI, werd bijgewoond door vertegenwoordigers van verschillende landen uit de regio, zoals Trinidad, Mauritius, Guyana en Haïti. Ook de vertegenwoordigers van Frankrijk en Frans-Guyana, China, India, Indonesië, Brazilië, Zuid-Afrika en het verre Fiji waren aanwezig om de informatie-uitwisseling bij te wonen tussen de landen die allemaal de nalatenschap van slavernij en/of contractarbeid met elkaar gemeen hebben.
De zesdaagse conferentie werd door de minister van Binnenlandse Zaken, Mike Noersalim, die de vicepresident vertegenwoordigde, geopend. Voorzitter van het bestuur van de Anton de Kom Universiteit, Jack Menke, stond onder andere stil bij de vraag hoe slavernij geïntegreerd kan worden met contractarbeid.
De conferentie richt zich op slavernij en contractarbeid, en aspecten zoals migratie, diaspora en identiteitsvorming. Als uitgangspunt heeft de organisatie de passage uit het Surinaamse volkslied ‘hoe wij hier ook samen kwamen’ gekozen vanwege de overeenkomsten in de geschiedenis van de deelnemde landen, in dit specifiek geval de natievorming. Met name de wijze waarop mensen onder valse pretenties en dwang de wereld zijn over gereisd is een overeenkomst die Suriname, Guyana, Fiji en Mauritius delen, maar de verschillen in de wijze van ontwikkeling is aanleiding om elkaars geschiedenis te bespreken en te onderzoeken.

Keynote-spreker van de avond, Vijaya Teelock, van de University of Mauritius bedankte onder andere professor Maurits Hassankhan, voorzitter van het comité, voor de voortreffelijke organisatie. Teelock gaf aan dat met deze conferentie een synergie wordt beoogd tussen het verleden van slavernij en contractarbeid. Samenwerking tussen de deelnemende landen is daarbij essentieel om tot dat gewenst resultaat te komen. Met name bij het onderzoeken en vergelijken van elkaars geschiedenis, wat Teelock omschreef als ‘comparative studies’ stelde zij dat niet alles wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt ook daadwerkelijk hetzelfde is. Dieper onderzoek is onontbeerlijk, stelde Teelock.