Donderdag 27 juli 2017

In de commotie die in de samenleving is ontstaan naar aanleiding van de gespannen sfeer gecreëerd door de regering in haar relatie met de rechterlijke macht c.q. het Openbaar Ministerie, is een opmerkelijk fenomeen naar de oppervlakte gerezen en wel de Werknemersorganisatie bij het Openbaar Ministerie (WOM). Wie zijn deze werknemers die gebundeld zijn in het Openbaar Ministerie. Zijn dat de constitutionele functies die genoemd zijn in de Grondwet of zijn het de ambtenaren – zijnde het burgerpersoneel – die ondersteunend te werk zijn gesteld op de verschillende bureaus en parketten? We gaan ervan uit dat het de constitutionele functies zijn die zich hebben verenigd, wellicht zonder de pg en de ag’s. Artikel 133 van de Grondwet geeft aan de Rechterlijke Macht wordt gevormd door de president en de vicepresident van het Hof van Justitie, de leden en de ledenplaatsvervangers van het Hof van Justitie, de procureur-generaal bij het Hof van Justitie en de overige leden van het Openbaar Ministerie, alsmede de andere rechterlijke ambtenaren, die de wet aanwijst. De president, de vicepresident, de leden en de ledenplaatsvervangers van het Hof van Justitie vormen de Rechterlijke Macht met rechtspraak belast, de rest niet. De rest zijn: de procureur-generaal bij het Hof van Justitie (als lid van het OM) en de overige leden van het OM, alsmede de andere rechterlijke ambtenaren, die de wet aanwijst. Deze andere rechterlijke ambtenaren zijn geen lid van het OM. Het ‘Reglement op de inrichting en samenstelling van de Surinaamse rechterlijke macht’ concretiseert verder wie de overige leden van het OM zijn die in de Grondwet zijn genoemd. Het reglement noemt de procureur-generaal en de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de hoofdofficieren, officieren en substituut-officieren van Justitie. Deze zijn samen met de politie belast met de handhaving van de wetten, met de vervolging van alle strafbare feiten welke ter kennisneming staan van het Hof van Justitie en van de kantonrechters en met het doen uitvoeren van alle vonnissen van deze rechters. De procureur-generaal bij het Hof van Justitie is volgens het reglement verplicht de bevelen na te komen, welke hem in zijn ambtsbetrekking door of vanwege de president (van het land) worden gegeven. Artikel 148 van de Grondwet moet in dit verband worden gezien. Het reglement behandelt de benoemingscriteria van advocaten-generaal, de hoofdofficieren, officieren en substituut-officieren van Justitie, de substituut-griffiers van het Hof van Justitie en de griffiers en substituut-griffiers bij de Kantongerechten. Het reglement noemt ook de functie van ‘de griffier van het Hof van Justitie’, de ‘substituut-griffiers’ en de ‘ambtenaar ter griffie’. Het reglement noemt welke hoedanigheden onverenigbaar zij met ‘het bezoldigd lidmaatschap van de rechterlijke macht’. De leden van het OM zijn leden van de rechterlijke macht. In deze limitatieve opsomming komt het lidmaatschap bij een vakvereniging niet voor, hetgeen dus betekent dat leden van de rechterlijke macht en leden van het OM geen onverenigbare situatie creëren volgens het reglement als ze lid worden van een vakbond of een vakbond voor zichzelf oprichten en daarvan lid worden. Een lid van de rechterlijke macht, een met zijn rechterlijk ambt onverenigbare betrekking of bediening aanvaardende, houdt van rechtswege op lid van de rechterlijke macht te zijn. Uit de wetgeving blijkt dus niet dat de leden van het OM zich dus niet mogen verenigen in een of meerdere vakverenigingen. Een vakvereniging van rechters is bekend in de samenleving maar de Werknemersorganisatie bij het Openbaar Ministerie (WOM) is wel nieuw. De WOM heeft het over het in gevaar brengen van de rechtstaat en het ondermijnen van de rechtstaat. Alhoewel uit een mediabericht blijkt dat de WOM eist ‘van de regering dat zij het pad van intimidatie aan het adres van het OM is de pg als hoofd van het OM verlaat, omdat wij noch in een politie- noch in een totalitaire staat wensen te leven in Suriname’ en dat zij niet zal ‘schromen alle ons ten diensten staande legale middelen te gebruiken om te strijden voor behoud van de rechtsstaat Suriname’, zou het gaan om C-47-uitlatingen ‘Wij vragen de president als hoofd van de regering daarom om iedere vorm van inmenging in de onafhankelijke rechtspraak die aan de Rechterlijke Macht is toebedeeld per onmiddellijk te staken en de Grondwet van Suriname te eerbiedigen. Artikel 142 van de Grondwet van Suriname is ons inzien vrij duidelijk waar het ontslag van de pg betreft’, zegt C-47. We gaan ervan uit dat de leden van het OM, ervan uitgaande dat ze werknemer zijn, zich hebben gebundeld in de WOM. De vraag rijst of het wel opportuun is van de leden van het OM om zich op zo een wijze uit te laten en zich ‘aan te sluiten’ bij C-47. Draagt dit niet bij aan de verdere polarisatie in de rechtstaat? Wat hoogst opmerkelijk is dat de leden van het OM zich als het ware solidair verklaren met de vakbeweging die voor een deel tegen de regering is en pogingen onderneemt om de regering naar huis te sturen. Is het doel van de WOM ook om samen met de ‘strijdmakkers en kameraden binnen de vakbeweging’ de regering naar huis te sturen? Neemt de WOM ook stelling tegen bepaalde legitieme uitgangspunten van werkgevers zoals de vakbeweging dat doet, met andere woorden: is de WOM partijdig? Inhoudelijk is er met de uitgangspunten van de WOM niets fout, maar strategisch is de houding van de WOM incorrect, vooral door zich te vereenzelvigen met de vakbeweging die in politieke kampen is verdeeld.