Donderdag 24 mei 2018

Waken voor escalatie

29-01- 2018

We zitten in 2018 en nog ver van de verkiezingen van 2020, maar het begint al te broeien in politiek landschap. Recent op het terrein van een politieke partij de vlag van de partij die gehesen was, met touw en al verbrand. Bewakers hebben de brandstichters zien wegrennen. De vlag van de NPS werd verbrand nadat de partij een vergadering had gehouden en zich daarbij kritisch had uitgelaten over het reilen en zeilen binnen de regering. Vergaderingen die bij de NPS worden gehouden, genieten speciale aandacht van de coalitiepartij. Elke keer wanneer dat plaatsvindt, wordt de inhoud van deze vergaderingen in de details besproken op de radio en wordt op de radio kritiek geleverd op de kritiek die gespuid wordt te Grun Djari. Dat betekent dat men in staat is om via de straat of via infiltranten de zaak te volgen. Vaak is op de radio gezegd dat bepaalde mensen herhaaldelijk langsrijden en naar binnen piepen om te kijken hoeveel volk op de been is gekomen. En dan wordt opgemerkt dat het niet vol is. De vraag rijst wie de mensen zijn die de NPS-vlag hebben verbrand en/of wie de mensen zij die de brandstichters hebben aangezet om de vlag in brand te steken. Deze vraag zal door de politie en uiteindelijk door de strafrechter worden beantwoord en misschien ook niet. Het voorval maant ons wel tot voorzichtigheid, omdat het Surinaamse volk niet gebaat is bij politieke geweld. Politieke geweld is vreemd aan de Surinaamse cultuur en traditie, maar het is wel voorgekomen in onze geschiedenis. Een aantal militante aanhangers van politici (knokploegen) is verhuisd naar Nederland en dat is waarschijnlijk een verklaring voor onze vreedzame cultuur. Het heeft echter een tijdje hevig gebroeid rond de onafhankelijkheidswording van Suriname, gebouwen zijn in brand gestoken. De onafhankelijkheid werd uiteindelijk toch opgedrongen aan het Surinaamse volk en onze malaise en situatie van de sociale onzekerheid, zijn daaraan te wijten. Na de onafhankelijkheid werd door de tweede lijn van de Surinaamse militairen gegrepen naar de macht, waarbij doden vielen. Onder de militairen was er een spanning tussen de intellectuelen en degenen die door mindere scholing met de botte bijl hakten, de laatsten trokken aan het langste eind. Dit culmineerde in de moorden op intellectuelen, universiteitsdocenten, advocaten, journalisten, vakbondsleiders en twee militairen. In de militaire periode bleven zich strafbare feiten voordoen en bleven er doden vallen binnen en buiten de militaire organisatie. Nabestaande kozen het hazenpad naar Nederland, niemand praat meer over deze doden. Intussen brak vanwege verzet door bannelingen naar Nederland, in de jaren ’80 ook de burgeroorlog uit in het binnenland van Suriname. Gedurfd was het dwingen van een vreedzame overstap naar de democratische periode in 1987. De dreiging die uitging van de militairen die terug naar het kamp moesten culmineerde uiteindelijk in een bloedeloze telefooncoup begin jaren ’90. In deze periode werd de binnenlandse oorlog ook formeel afgesloten met een niet nageleefde vredesakkoord. Ondertussen werd er geroepen voor maatregelen tegen de voormalige elite voor begane moorden en betrokkenheid in drugshandel. Ook toen ontstond er een spanning tussen de politie die bijvoorbeeld gelieerde mensen moest opsluiten vanwege drugshandel en de militairen. Een enkele keer is het net niet gekomen tot een clash door tactvol optreden van autoriteiten, maar de sfeer van straffeloosheid werd wel voortgezet. Vooral na 2000 ontstond in Suriname een periode van relatieve politieke rust onder dreiging van politiek gerelateerd geweld. De sfeer werd grimmig toen het 8 Decemberstrafproces een bepaalde fase bereikte. Delen van de regering maakten ruzie met de rechterlijke macht en het openbaar ministerie. Het hoogtepunt was de resolutie die namens het staatshoofd getekend werd door de inmiddels ontslagen minister van Justitie en Politie. De resolutie had de bedoeling om het openbaar ministerie te verbieden het 8 decemberstrafproces voort te zetten. Als belangrijk motief daartoe werd gegeven, de dreiging van een burgeroorlog ontketend vanuit de aanhang van de verdachten van de zaak. Critici hebben het goedpraten van een dreiging door de justitieminister afgekeurd, maar waren wel sceptisch over de mogelijkheden van het ontketenen van zo een oorlog in Suriname. Het is niet uitgesloten dat binnen de politieke partijen er mensen zitten die een lagere drempel hebben naar geweld. Dat geldt bijvoorbeeld voor leden van voormalige gewapende milities en uit de ‘geweldssectoren’ (leger en politie). De verkiezingen van 2010 waren grimmig en het is bijna uit de hand gelopen. De militante houding van delen van de coalitie weerhoudt de oppositie om gas te geven in de campagne, men schikt zich en schakelt over op soft diplomacy die in een bepaalde kring electorale winst oplevert. De NPS heeft veel kiezers verloren door het groter worden van de VHP. Deze kiezers hebben hun houding tegenover de VHP meegenomen waar ze ook naartoe verhuisden. Na een desillusie is er een kans dat deze kiezers terugkeren naar de NPS. Die dreiging zal ergens zorgen voor een terugval. Overigens komt het in democratieën voor dat ongeacht de bestuurlijke prestaties, er massaal anders wordt gekozen om de twee regeerperiodes (10 jaar). Wellicht heeft het verbranden van de NPS-vlag een politiek motief. Deze daad van geweld is door de NPS ervaren als een intimidatie en dat is het ook.