Woensdag 12 december 2018

Morgen wordt wereldwijd de Internationale Dag van de Vrouw herdacht. Door vrouwenverenigingen is in de media gememoreerd de hoopvolle acties die ondernomen worden door de VSB en de arbeidsminister, beide mannen die zich voor de zaak van de vrouw inspannen. Er wordt heel vaak gezegd dat Suriname als land nog niet geschikt is voor het regelen van bepaalde voorzieningen en rechten van de vrouw, maar dat is niet rationeel. Suriname is een land in ontwikkeling en onze grondwet geeft aan dat bepaalde rechten en voorzieningen goed geregeld moeten worden. Suriname heeft recent de naleving van het Vrouwenrechtenverdrag verdedigd en moet meer aandacht hieraan besteden. Het Vrouwenrechtenverdrag is leidend bij het meten van de invoering en uitwerking van dit verdrag, dat de bescherming van de vrouw in haar verschillende rollen regelt. De rechten van de vrouw zijn belangrijk en daarom staan ze allemaal opgetekend in de grondwet. Rond 8 maart is het passend om deze rechten allemaal te memoreren. Als eerste staat in de grondwet wet opgenomen dat niemand op grond van zijn geboorte, geslacht, ras, taal, godsdienst, afkomst, educatie, politieke overtuiging, economische positie of sociale omstandigheden of enige andere status gediscrimineerd mag worden. Verder is aangegeven dat de voorwaarden voor werk, beloning en rust, waartoe de werknemers gerechtigd zijn aan te geven, in het bijzonder door: o.a. bijzondere bescherming te verlenen op het werk voor vrouwen tijdens en na de zwangerschap, voor minderjarigen, minder validen en voor degenen, die betrokken zijn bij werkzaamheden die bijzondere inspanning vereisen of die werkzaam zijn in ongezonde of gevaarlijke omstandigheden, goed georganiseerd moeten zijn. De Staat erkent en waarborgt het recht van alle burgers op onderwijs en biedt hun gelijke kansen op scholing. Het gezin wordt erkend en beschermd en man en vrouw zijn voor de wet gelijk, zegt de grondwet. De grondwet erkent de uitzonderlijke waarde van het moederschap en werkende vrouwen hebben recht op zwangerschapsverlof, met behoud van loon of salaris, staat in de grondwet. De zorg van de Staat is gericht op o.a. het deelhebben van een ieder aan de economische, sociale en culturele ontwikkeling en vooruitgang. Verder staat in de grondwet dat het recht op werk zoveel mogelijk dient te worden gewaarborgd door o.a. gelijkheid van kansen bij de keuze van beroep en soort werk te garanderen, alsmede te verbieden dat toegang tot enige functie of beroep wordt verhinderd of beperkt op grond van iemands geslacht. Verder zegt de grondwet dat alle werknemers, ongeacht leeftijd, geslacht, ras, nationaliteit, godsdienst of politieke overtuiging, gerechtigd zijn tot beloning voor hun werk naar gelang van hoeveelheid, aard, kwaliteit en ervaring op basis van het beginsel van gelijk loon, voor gelijke arbeid. Verder is men gerechtigd tot het verrichten van hun taak onder menswaardige omstandigheden, ten einde zelfontplooiing mogelijk te maken, veilige en gezonde arbeidsomstandigheden en voldoende rust en ontspanning. Een ieder heeft het recht van vrije keuze van beroep en werk, behoudens bepalingen, opgelegd bij wet en een ieder heeft recht op initiatief voor economische productie. Als we kijken naar de specifieke opsomming van de rechten met verwijzing naar het geslacht en naar de vrouw, dan merken we dus dat in onze grondwet dat het meest plaatsvindt naar aanleiding van de economische participatie van de vrouw. Daarbij is de wetgever dus heel uitgebreid geweest. In de media is genoemd hoe nu inspanningen worden getroost om deze rechten eindelijk vast te leggen in wetgeving. Dat is een vordering welke dus niet ongemerkt is gebleven. Het moment dat de rechten goed zijn vastgelegd, wordt het de taak van de samenleving om gezamenlijk te werken aan de uitvoering van deze rechten. Wanneer het goed gaat met de rechten van de vrouwen, zal het automatisch goed gaan met de kinderen en logischerwijs ook de toekomstige en huidige generatie mannen. Het is dus de taak van de gehele samenleving, in eigen belang en uit eigen lijfsbehoud, om deze rechten hoog op de agenda te plaatsen. De pogingen vanuit Arbeid verdienen alle ondersteuning. In 1979 aanvaardden de Verenigde Naties het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen. Het zogenaamde vrouwenrechtenverdrag werd van kracht in 1981. Het verdrag omschrijft het begrip discriminatie en geeft artikelsgewijs aan welke discriminerende praktijken en wetten opgeheven moeten worden. Het gaat hierbij zowel over discriminaties met betrekking tot het openbare domein als inzake het privéleven van vrouwen. Het verdrag is juridisch bindend voor de staten die partij zijn bij het verdrag. De ondertekenende staten kunnen wel voorbehoud maken bij bepaalde artikelen. Een mogelijkheid waar heel wat staten gebruik van maken. De civil society speelt een belangrijke rol in het omhoog houden van de rechten van de vrouwen. Bij de VN wordt er waarde gehecht aan de bijdrage van de civil society. Dat geldt voor zowel het verspreiden van de boodschap als het helpen volgen van de stand van zaken. Ook onze civil society dient de zaak goed te volgen en de bel te luiden waar nodig.