Woensdag 21 november 2018

Vlnr: De panelleden Serena Essed (advocaat), Viren Ajodhia (energiedeskundige) en Deryck Ferrier (algemeen directeur Ceswo) tijdens de discussieavond van Kenniskring (KK) op 7 augustus 2018. (foto: Regilio Derby)

Vlnr: De panelleden Serena Essed (advocaat), Viren Ajodhia (energiedeskundige) en Deryck Ferrier (algemeen directeur Ceswo) tijdens de discussieavond van Kenniskring (KK) op 7 augustus 2018. (foto: Regilio Derby)

Alhoewel de kwestie van Alcoa een eigen leven aan het leiden is, heeft De Nationale Assemblee (DNA) alle capaciteiten om een ommekeer hierin teweeg te brengen. Dit stelde de energiedeskundige, Viren Ajodhia, tijdens de KennisKring (KK)-bijeenkomst op 7 augustus. Hij merkt op dat de parlementariërs kamerbreed hebben aangetoond niet onder de indruk te zijn van de voortzetting van de Brokopondo-overeenkomst, echter worden er geen serieuze stappen ondernomen. Het parlement wilde initieel een wet in het leven roepen om deze overeenkomst te beëindigen in de veronderstelling dat de Brokopondo-overeenkomst een wet is. “Maar dit is absoluut niet zo; de Brokopondo-overeenkomst is een civielrechtelijke overeenkomst tussen Suralco en Suriname”, attendeert Ajodhia.
Hij verduidelijkt dat dit niet verward moet worden met de machtigingswet die de regering de ruimte biedt om afspraken te maken met Suralco. “Deze machtigingswet kan eventueel in strijd zijn met de bestaande en toekomstige wetten. Het druist namelijk in tegen de rechtstaat. De bedoeling hiervan is om de regering flexibiliteit te geven, zodat ze niet voor elk wisje wasje naar het parlement hoeven te stappen.” Dat de Brokopondo-overeenkomst geen wet is, is op zich geen breekpunt. De DNA is op grond van artikel 55 en 90 van de grondwet bevoegd om toezicht uit te oefenen op de handelingen van de regeerders. “Het parlement is niet voor niemendal het hoogste orgaan aan wie de president verantwoording verschuldigd is.” Met andere woorden, indien de 51 volksvertegenwoordigers overtuigd zijn dat de Alcoa affaire funest is voor Suriname, dienen zij hun bestaansrecht te bewijzen door een motie van wantrouwen aan te nemen. “De bal ligt nu op de speelhelft van het parlement. Laten we kijken of het parlement werkelijk daar is voor onze belangen”, aldus Ajodhia.

KSR