Zondag 16 juni 2019

Celsius Waterberg, oprichter en voorzitter van de Sociaal Democratische Unie (SDU), heeft afgelopen vrijdag zijn politieke partij officieel gepresenteerd. De partij wil naast onder andere gezondheidszorg (algemene ziektekostenverzekering), gratis onderwijs voor een ieder, betere veiligheid voor vrouwen, senioren, en extra voorzieningen voor mensen met een beperking, zich ook richten op het omlaag brengen van de wisselkoers. Als er één schuldige is voor de crisis waarin het land is beland, is die persoon volgens critici de huidige minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad. Als governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) heeft hij monetair gefinancierd en de waarde van de munt verminderd. Waterberg zei in juni 2016 in het parlement dat Hoefdraad zelfs vereeuwigd zou moeten worden en een standbeeld zou moeten krijgen voor zijn prestatie. Hij zei in het parlement dat het Hoefdraad is gelukt om binnen een jaar tijd ongeveer USD 2 miljard aan financiën te mobiliseren om de economie te stabiliseren en te herstellen. Critici stellen dat deze politicus erg ongeloofwaardig overkomt wanneer hij nu met een nieuwe partij ineens pleit voor het omlaag brengen van de wisselkoers, terwijl hij de afgelopen 3½ jaar een heel andere mening was toegedaan. Terwijl vrijwel elke politicus al genoeg had van het slecht financieel beleid van deze minister, werd de bewindsman door Waterberg de afgelopen jaren juist de hemel in geprezen.

Dagblad Suriname zal in verband met dit onderwerp enkele (niet alle) ontwikkelingen, feiten en uitspraken rond Celsius Waterberg aan u voorschotelen. Of het onwaarheden, halve waarheden, hele leugens of loze beloften zijn, daarover moet u zelf oordelen.

Slechts 840 stemmen in 2015
Waterberg, die slechts 840 stemmen kreeg bij de verkiezingen van 2015, is ervan overtuigd dat hij veel zetels met SDU zal halen indien de gemeenschap de boodschap van zijn partij goed begrijpt. Ook regeermacht verwerven, is volgens hem mogelijk. Waterberg kreeg toen geen voorkeur en scoorde heel slecht op de lijst. Uiteindelijk werd de NDP de grote winnaar met 26 zetels en kregen alle partijen uit de V7 individueel in juni 2015 een uitnodiging gesprekken te voeren om te komen tot de formatie van een nieuwe regering. Tijdens en voor de algemene, vrije en geheime verkiezingen van 2015 was Waterberg een felle tegenstander van het beleid van de regering Bouterse 1. Gelijk na het eerste gesprek zei de toenmalige BEP-voorzitter dat zijn partij bereid was deze stap te doen. Volgens Waterberg heeft de paarse partij haar partijprogramman vergeleken met dat van de BEP en hebben zij veel overeenkomsten gezien. Met de stap van Waterberg was de breuk binnen de V7 combinatie compleet. Enkele dagen later gaf het bestuur van de BEP zijn zegen om de coalitie te helpen vormen. Ook de algemene ledenvergadering ging op den duur mee. Op 10 augustus werd uiteindelijk het regeerakkoord getekend tussen de NDP, BEP en DOE.

‘Suriname mede-eigenaar IMF’
Waterberg was één van de meest optimistische sprekers tijdens de 1-jarige herdenking van de verkiezingen in Ocer. Hij hield het publiek voor dat na 6 maanden iedereen zou lachen, want dan zou het beter gaan met Suriname. Hij merkte ook op dat mensen heel veel leugens fluisteren en zeggen dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) van ‘witte mensen’ is. Hij stelde dat Suriname ook lid is van het IMF, contributie betaalt en rechten heeft. Waterberg stelde dat er niks mis is met het IMF, waar Suriname mede-eigenaar van is.

Juni 2016: ‘Het land zal binnen 6 maanden uit het dal klauteren’
In juni 2016 werd flink kritiek geleverd op het Stabilisatie- en Herstelprogramma, dat de regering voornemens was uit te voeren om de economie van het land weer op pijl te krijgen. Voor Waterberg was het programma hoopgevend. Hij bleef erbij dat na 6 maanden Suriname weer uit het dal zou klauteren, richting groei van de economie. Uiteindelijk zei president Desi Bouterse in zijn jaarrede dat de vooruitzichten nog steeds slecht waren. De hoop was volgens het staatshoofd gevestigd op 2017.

Waterberg: ‘Regering aanvallen is ook aanval op BEP’
Bij de opo yari van de BEP in januari 2017 bleef Waterberg het beleid van de huidige coalitie verdedigen. Met maatschappelijke onrust en grote stakingen door de hoge inflatie en stijgende prijzen, waaronder ook de brandstofprijzen, en eis voor salariscorrecties vond Waterberg juist dat mensen bezig waren de regering weg te krijgen, omdat ze zelf aan de macht wilden komen. Volgens hem heeft de regering in die moeilijke tijd het gedurfd om 15 basisgoederen in prijs te verlagen, waardoor er geen invoerrechten en belastingen op die goederen betaald hoefden te worden. Salarisverhoging heeft geen zin als daardoor de goederen in de winkels duurder worden. Wanneer onderwijsgevenden SRD 4000 eisen, wat moeten de mensen die afgestudeerd zijn van de universiteit dan vragen, vroeg Waterberg zich af. Hij legde uit dat wanneer mensen de regering aanvallen, ze het ook tegen de BEP hebben.

Ook moeilijk voor volksvertegenwoordiger
Waterberg bleek in 2018 ook één van de parlementariërs te zijn die publiekelijk zijn misnoegen uitte over de kritiek op de doorwerking van de salarisverhoging van ambtenaren naar de schadeloosstelling van volksvertegenwoordigers. Hij vroeg zich af waarom de assembleeleden solidair moeten zijn met de groep die zich aan de onderkant van de ladder bevindt. Het is volgens hem ook moeilijk voor een volksvertegenwoordiger om het hoofd boven water te houden met de tegemoetkoming die hij krijgt. Dit, omdat hij ook sociaal behoeftigen moet gedenken, merkte hij op.

Geen verrassing: Waterberg tegen verbieden pre-electorale combinaties
Waterberg, die nog deel uitmaakt van de coalitie, verschilt van mening over het verbieden van pre-electorale combinaties bij de verkiezingen van 2020. Voor critici is dit ook niet verrassend, aangezien de voormalige BEP-voorzitter in 2015 ook over de ruggen van partners een DNA-zetel heeft kunnen bemachtigen. “Waarom zou men iets wijzigen en grote delen van de samenleving het gevoel geven dat er sprake is van unfair play?”, benadrukte Waterberg recent tijdens een openbare commissievergadering.

FR