Zondag 27 mei 2018

In het nieuws is gemeld dat de regering van plan is circa 9 miljoen SRD te besteden om het grondenrechtenvraagstuk op te lossen. De vraag rijst of dit groot bedrag per se besteed moet worden om het probleem op te lossen. In de eerste plaats moet opgemerkt worden dat er al talrijke rapporten liggen die gebruikt moeten worden voor het oplossen van deze kwestie. Voor het laatst is de Colakreek-conferentie gehouden in 2011 waar een adviseur/consultant is ingehuurd die ongetwijfeld analyses, studies, rapporten en verslagen moet hebben geproduceerd. Als dat niet is gebeurd dan heeft ze een ‘quick buck’ gemaakt en een wanprestatie geleverd. De Inheemsen en tribale volken waren tijdens de Colakreek-conferentie beter voorbereid en hebben toch wel een grondige presentatie gehouden hoe zij dat graag willen. Ze hebben de hoge heren en dames van de stad verrast en duidelijk overtroefd en dat konden de stedelingen niet pikken. De Colakreek-conferentie is toen totaal mislukt en geëscaleerd omdat men op zijn zachtst gezegd, de zaak vanuit de regering en haar adviseurs danig heeft onderschat. Men had gedacht de ongeschoolde binnenlandbewoners even een lesje te gaan leren, maar het omgekeerde is gebeurd. Bovendien was men vanuit een dictatoriale insteek uitgegaan, men had constant ‘na so a de’, als de gebruikelijke reactie verwacht, maar dan is er geen sprake van oprechte consultaties. De vraag rijst of de minister van RO wel geschikt is om deze operatie uit te voeren. Heeft de minister genoeg draagvlak van de Inheemsen en de tribale volken om deze zaak op te lossen? Hoe zal hij handelen in gevallen waar de gebieden elkaar overlappen, hoe zal hij het oplossen? Deze RO-minister heeft al eerder aangegeven dat de landrechtenkwestie ingewikkeld en complex is. Dat betekent dat hij de kennis en deskundigheid van zijn ministerie niet wenst in te zetten om dit probleem op de lossen, hij heeft de deskundigen van het ministerie niet om een advies gevraagd. Nu wordt de zaak heel duur uitbesteed, 3 commissies zullen 3 onderdelen van de landrechtenkwestie in uitvoering brengen. Er is een stappenplan om de 9 miljoen op te maken. De 3 commissies zullen zich bezig houden met wetgeving, demarcatie en bewustwording van kennelijk geheel Suriname. Wat het eerste betreft valt niet te begrijpen waarom men zoveel geld moet uitgeven. Deskundigen van RO eventueel ondersteund met enkele outsiders (stakeholders) kunnen de wet ontwerpen en men kan veel leren van de wetgeving die bestaat in de landen in de regio waaronder Guyana. Het is onvoorstelbaar dat daarvoor miljoenen worden uitgegeven. Bij het schrijven van de wet moet men in kleiner verband overleg voeren en geen grote conferenties voor miljoenen gaan houden met eten en drinken en accommodatie voor gezagsdragers. Bij deze projecten gaat veel geld op aan conferenties en veel wordt uitbesteed aan familie en vrienden vooral wat betreft de logistiek. Ook worden er veel aan commissie opgestreken door vrienden en familieleden. Het demarqueren van de gebieden die de Inheemsen en de tribale volken van oudsher bewonen en bewerken kan wel een dure operatie worden afhankelijk van welke technieken men gebruikt. Maar dat het om enkele miljoenen SRD gaat is zwaar overtrokken. Wat RO moet doen is uitleg geven hoeveel geld precies aan het demarqueren zal worden besteed. Er zijn al door private organisaties onder andere in het kader van het Moiwanna, het Aloeboetoe- en/of het Lokono-vonnis demarcaties geweest. Deze vonnissen bevelen direct dan wel indirect het ‘als zodanig aanwijzen van het gebied dat de inheemse en tribale volken van oudsher bewonen en bewerken’. Uitvoering van deze vonnissen van het Inter-Amerikaanse Hof van de Rechten van de Mens houdt mede in het regelen van de landrechten van de inheemse en tribale volken. De vraag is in deze wat begrepen moet worden onder het gebied dat de inheemse en de tribale volken van oudsher bewonen en bewerken. Internationaal zijn er beschrijvingen wat onder dit gebied moet worden verstaan. De religie en gewoonten en gebruiken van onze inheemse en tribale volken verschillen niet veel van die van andere landen. Het is een beknopte interpretatie wanneer deze beperkt wordt tot een straal van 5 kilometer rondom een dorp of gemeenschap. Het hangt helemaal van de loop van de waterwegen, de stroomversnellingen, de heuvels en gebergten en de specifieke geschiedenis van de betrokken gemeenschappen af. Gewaarschuwd moet worden in dit geval dat personen afkomstig uit de gelederen van de inheemse en tribale volken niet meer of minder recht hebben om de landrechten of andere rechten van deze volken te erkennen of te bagatelliseren. Kortom, transparantie is hier zeker nodig over de uitgaven. Het derde aspect en de derde commissie betreft de populaire ‘awareness’
(bewustwordingscampagne). Daarbij moeten de inheemse en tribale volken in alle Marron- en Inheemse talen worden geïnformeerd (voor de besluitvorming, tijdens de besluitvorming en na de besluitvorming) en geconsulteerd. Daarbij worden traditionele kanalen gebruikt en ook de massamedia. Moet dit miljoenen SRD gaan kosten? We dachten het niet. Al met al kan dus geconcludeerd worden dat vooralsnog het bedrag van circa 9 miljoen SRD voor dit project zwaar overtrokken is en waarschijnlijke een zware verspilling inhoudt. Precies zo zijn er talloze projecten die onnodig, teveel geld opslokken. Het geld verdwijnt in zakken van politieke vrienden en familie van de beleidsmakers. Dat is de corruptie en de bezuiniging waarover men het steeds heeft en welke niet worden aangepakt. Dat is de verklaring van het begrotingstekort in Suriname. Worden deze zaken geëlimineerd, dan slaat het tekort snel om in een overschot. De keuze is aan de beleidsmakers en ook het volk om het te accepteren of het af te wijzen.

Meer Binnenlands Nieuws