Maandag 25 september 2017

De regering heeft enkele dagen terug een website gelanceerd waarop alle mijnbouwrechten zijn vrijgegeven. De bedoeling is dat alle concessies die door de regering (c.q. NH) zijn uitgegeven, op de website worden geplaatst. Als het om volledige informatie gaat, met naam en toenaam van bedrijven en traceerbare naam en toenaam van de aandeelhouders en directieleden, wat moeten wij dan nog meer verlangen aan transparantie? Niets meer zou je kunnen zeggen, behalve nu het graafwerk van de journalisten. Het is gemakkelijk voor de samenleving om te schreeuwen dat er geen informatie is; er kan dan een zwarte schaap worden aangewezen zonder dat de samenleving en de burgerij echt zoek- en analysewerk hoeven te doen. Dat is gemakkelijker voor een luie samenleving om kritiek te hebben, dan wanneer er informatie is, want dan ligt de bal op jouw helft. Nu heeft de regering de bal gelegd op de helft van de burgerij inclusief de media. De media in Suriname worden niet getypeerd door kwalitatief diepgaand onderzoek waarop een of meer journalisten exclusief weken of maanden zitten. Soms is dat omdat breaking nieuws in Suriname, geen consequenties met zich meebrengt bijvoorbeeld in de politiek. Ministers worden niet op grond van (politiek) onethisch of oneerlijk gedrag de laan uit gestuurd, wel als ze de hoge regeringsmensen die achter de schermen aan de touwtjes trekken, aanvallen. We denken aan het laatste ontslag van de minister van Justitie en Politie. Dus er wordt niet aan diepteonderzoek en onderzoeksjournalistiek gedaan in Suriname, ook vanwege gebrek aan journalistiek kader. Nu is de regering open en bloot uitgekomen met de mijnbouwrechten en het is muisstil in de samenleving, ook in de media. Is de informatie volledig of niet? Er wordt al een hele tijd geschreeuwd dat regeringsmensen zichzelf of hun vrienden bevoordelen met o.a. concessies, is dat waar op basis van de informatie die wordt prijsgegeven? Of zijn de media bang in Suriname om de personen die dubieuze asfaltplants verkopen en concessies bezitten, met naam en toenaam te noemen? Is elke burger op de loer om ook een graantje mee te pikken? Of is men bang voor de consequenties wanneer men bijvoorbeeld namen van ex-militairen zal noemen, dus van mensen die in het verleden onderdeel waren van organisaties of regeringen die gebouwen hebben platgebrand en mensen hebben vermoord? De regering heeft eigenlijk door de concessies vrij te geven, de media uitgedaagd en ergens ook geïntimideerd. Deze laatste geldt wanneer het bekend en onbetwist is dat journalisten bang zijn om namen van bijvoorbeeld de ex-militairen en hun vrienden te noemen. De oppositie wil transparantie, omdat dat politiek een mooi verhaal is en begrijpelijke taal is voor de Europese buitenwacht. Maar de Surinaamse burgers weten al inmiddels wel degelijk wie welke concessies en gronden bezit en waar. Met die informatie valt niets te doen als de media en de samenleving niets met die informatie durven. En dat lijkt wel het geval te zijn, zelfs de oppositie is bang om namen te noemen of het is strategisch fout voor hun om namen te noemen omdat ook de coalitie de namen zou kunnen noemen. Dat betekent dat wanneer de media ervoor zouden kiezen om namen te noemen, zij zouden staan tegenover de politiek. De media zouden dus een gevecht voeren tegen de oppositie en de coalitie. Is dat gevecht te winnen wanneer de samenleving zelf ook bang is? Heeft het zin voor de media om dat gevecht aan te gaan en dus onderzoeksjournalistiek te doen? Wat voor effect zou dat sorteren in de samenleving? Diepgravend onderzoeksjournalistiek zal in DNA geen zware gevolgen hebben, maar er moet dan iets buitenparlementair gebeuren. Het is inmiddels gebleken dat de buitenparlementaire kracht in Suriname uitermate zwak is. Het Surinaams leiderschap, zonder over de kwaliteit te spreken, zit voor een groot deel in de politieke partijen, in de kerkelijke organisaties en in enkele maatschappelijke organisaties. Deze personen zitten meestal allemaal in dezelfde politieke partijen. De rest is bang voor rancunes waarvoor draagvlak is zowel bij de coalitie als de oppositie. Dat is een verklaring waarom de pers en de journalistenvereniging in Suriname geen wet van openbaar bestuur afdwingt. Er zijn in Suriname meer krachten die gaan voor een zeer vergaand recht van privacy en geheimhouding dan er krachten zijn voor openbaarheid en publieke verantwoording. Er zijn politieke partijen die bij de laatste verkiezingen de introductie van een wet openbaarheid van bestuur wel hebben opgenomen zonder doodrongen te zijn van de volledige betekenis en de mogelijkheden van deze wet. De politici gingen wel uit van transparantie in het algemeen maar geen recht van de burgerij en de media om, zonder enig belang aan te tonen, inzage te krijgen in vrijwel alle dossiers van de overheid. Kennelijk heeft de transparantie nog geen maatschappelijk nut in Suriname. Geen transparantie en dat als nieuws en klacht heeft nu meer nut voor de staat waarin de Surinaamse samenleving zich begeeft.