Vrijdag 24 november 2017

De regering, de samenleving en de civil society maar zeker ook het bedrijfsleven zijn sinds de kanttekeningen die door de KKF zijn geplaatst sinds het begin van het millennium, beter bewust van het gemak – of beter gezegd het ongemak – om zaken te doen in Suriname. Zaken doen betekent belastingen op verschillende niveaus voor de overheid (lees: financiering van sociale en economische programma’s), werkgelegenheid (lees: inkomens en koopkracht voor gezinnen en minder armoede) en een betere aansluiting op de internationale wereld door verdere industrialisatie, productiegerichtheid en commercialisering van de samenleving. Dit alles zorgt voor meer welvaart, meer ruimte voor een kritische samenleving door minder afhankelijkheid van de overheidsbanen (politiek), meer politieke kritiek, maar steeds minder kans op sociale onrust en protesten die de samenleving destabiliseren. Een ondernemersvriendelijk klimaat heeft politiek wel zin omdat het politiek ook goed verkoopt; het heeft zowel een arbeidersvriendelijke als een ondernemersvriendelijke kant. De landen van de wereld worden met elkaar vergeleken en geordend naar ondernemersvriendelijkheid. Suriname is bekend om laag te scoren en is getypeerd geweest als een ondernemersonvriendelijk land voor een groot deel door verlammende bureaucratie en gebrek aan waarborgen voor investeerders en gebrekkige rechtsmogelijkheden. De puntenscore van nagenoeg alle landen is vooruit gegaan, ook van Suriname. Ons land staat tussen 190 landen op plaats nummer 158. In 2016 stond Suriname onder 189 landen op 156 dus twee plaatsen hoger of minimaal 1 plaats, omdat nu meer landen meedoen. In 2014 zaten we nog op 164 en in 2015 op no. 162. We zijn dus nu met 6 plaatsen opgeschoten in 2016. Dezelfde KKF-voorzitter die de ease of doing business aankaartte bij de opening van de productiebeurs, werd vicepresident, maar hij kon niet veel bewerkstelligen. Een VSB-voorzitter is nu minister van HI. Suriname is het op 1 na meest ondernemersonvriendelijk land in het Caribisch gebied genoemd in het rapport. Jamaica staat het hoogst genoteerd op plaats nummer 67, gevolgd door St. Lucia, Trinidad, Dominica, Dominicaans Republiek, Antigua, Barbados, Guyana, St. Vincent en St. Kits (86, 96, 101, 103, 113, 117, 124, 125 en 134). Haïti staat alleen onder Suriname en staat op 181. Nederland, waarop veel kritiek is vanuit de Surinaamse politiek, staat op nr. 28 dus niet in de top 10 of top 20. Er zijn aspecten van de beoordeling waar Suriname nog steeds heel slecht scoort. Om een business te starten is nog steeds problematisch; Suriname scoort hier nummer 185 en staat in de ‘bottom 10’. Er zijn nog steeds 13.5 handelingen nodig om een zaak te runnen en het kost nu 84.5 dagen (bijna 3 maanden), een halve dag meer dan in 2016. Wat betreft bouwvergunningen scoren we plaats 112; 10 procedures zijn nodig voor de vergunning en het vergt allemaal 223 dagen, meer dan 7 maanden, precies als in 2016. Vier procedures zijn nodig om elektriciteitsaansluiting te krijgen, goed voor 114 dagen, in 2016 was het een dag minder. Het registreren van het bezit van onroerend goed kost 6 procedures en 106 dagen en dat is hetzelfde als in 2016. Daar staan we op een betere 84ste plaats. Het verkrijgen van krediet is moeilijk, Suriname staat op plaats 175 en hetzelfde geldt voor het beschermen van investeerders met een minderheidsaandeel. We staan verder op plaats 103 wat betreft het betalen van belasting door ondernemers. Er moeten per jaar 30 belastingafdrachten worden gedaan en dit alles neemt 199 uren (meer dan 8 dagen of etmalen) per jaar in beslag. Dat is gelijk als in 2016. Voor de grensoverschrijdende handel staat Suriname op plaats 78. Het exporteren kost 12 uren aan documenten in orde maken en 84 uren aan grens- of douaneverplichtingen. De kosten zijn meer dan 500 USD. Voor het afdwingen van contracten scoren we het laagst: plaats 187. Een rechtszaak duurt gemiddeld 1.715 dagen (4.7 jaar). Het afwikkelen van een faillissement neemt 5 jaren in beslag en daarmee scoren we een 129ste plaats. Opmerkelijk in het rapport is dat, ondanks een hele rij van informatieverschaffers (in totaal 23) geen vermeldingen staan van wijzigingen in Suriname die het ondernemen gemakkelijk hebben gemaakt of wijzigingen die het ondernemen moeilijker hebben gemaakt. In het rapport van 2016 stond wel informatie over wijzigingen en maatregelen die de regering van Suriname had genomen. Feit blijft dat Suriname moeite heeft om progressie te boeken. Dat heeft te maken met hoge ambtenaren die te lang op hun stoelen zitten en niet bereid zijn om zichzelf en het systeem te wijzigen. Er is een grote ‘change resistance’ (verzet en onwil om te veranderen en te wijzigen) onder de hoge oudere ambtenaren. ‘Suriname is er niet klaar voor’, ‘in Suriname doen we dingen anders’ en ‘laat men rustig wachten’ zijn de zinnen waarmee men verandering in Suriname tegenhoudt en armoede in stand houdt, wel niet voor zichzelf. Onder de hoge ambtenaren is een enorme verandering nodig, zodat wettelijke en administratieve vernieuwingen snel worden doorgevoerd met flexibele en welwillende technocraten. De samenleving en de politiek hebben allemaal profijt hieraan.