Dinsdag 26 september 2017

Verzetsstrijder Broos

Verzetsstrijder Broos

In de loop van de tijd heeft de Suralco meerdere belemmeringen gekend bij de ontginning en verwerking van bauxiet. Het waren niet alleen wetenschappelijke, technische en logistieke handelingen die moesten worden gepleegd om de organisatie te laten lopen. Er stonden ook yeye’s, geesten, bovennatuurlijke verschijnselen in de weg.

Mysterieuze aanslagen
“De Surinaamsche Bauxietmaatschappij (SBM) begon in de jaren veertig met activiteiten te Paranam en omgeving. Het in de buurt gelegen Rorac was rijk aan bauxiet. Meerdere keren werd het bedrijf geconfronteerd met mysterieuze, schier onmogelijke voorvallen en werkomstandigheden die wetenschappelijk noch technisch verklaard konden worden. Zwaar materieel dat niet wilde aanslaan, springstof die niet wilde afgaan. Er deden zich gruwelijke ongevallen en ongelukken voor, er vielen zelfs doden. Vooral wij, de nazaten van de roemruchtige Brooskampers, woonden in het gebied. In 1953 werden wij door de bauxietmaatschappij benaderd om onze spirituele kennis en gave aan te wenden voor het kalmeren van de gron winti die hevig tekeer ging. Wij konden niet met lede ogen aanzien vooral daar de problemen werden veroorzaakt door een sweri afgelegd door ons voorgeslacht en stemden in om het karwei te klaren”.

Suralco bespaarde koste nog moeite
Bert Babel en andere geestelijken en hun gevolg reisden via Paranam, Simonspolder naar Rorac. “De maatschappij bespaarde koste nog moeite om de expeditie, waartoe ik ook behoorde te faciliteren, wij werden aardig in de watten gelegd. De goden en geesten werden geraadpleegd om na te gaan wat er aan de hand was en wat gedaan moest worden om de rust te doen wederkeren. Het was een geestelijke strijd van jewelste. Het heeft dagen geduurd voor dat de geestelijken de gron winti met gepaste ceremonie en ritueel hadden bedaard en Suralco verder kon graven in de bodem”, aldus vrij vertaald naar Humbert Landveld (83), die als jongen de bedevaart heeft meegemaakt.

De Brooskampers
De heer Landveld was spreker tijdens een lezing van de Feydrasi fu Afrikan Srananman (FAS) over de spiritualiteit van de Surinaamse bevolking. Het ging vooral over ‘Baka Busi Nengre’, die het zwampgebied tussen de Suriname- en de Commewijnerivier bewoonden en de nazaten in Rorac en omgeving zijn neergestreken. De bijzondere historische betekenis van het gebied en de spirituele machten die er huizen werden besproken. Du man Ramon Mac Nack, de spirituele leider van de Stichting Kunjhe Akata, en de wetenschapper Edwin Marshall hielden inleidingen.

Het laatste grote gevecht tussen het koloniaal leger en de Loweman
Rorac en omgeving worden bewoond door nakomelingen van de Brooskampers. Loweman, verzetsstrijders, die reeds voor 1740 het juk op de plantages ontvluchtten. Een groep van 200 Baka Busi Nengre, onder leiding van de gebroeders Broos en Kaliko, was in deze contreien, tot na 1863 in oorlog met de koloniale machthebbers. Het laatste grote gevecht tussen het koloniaal leger en de Loweman werd in dit gebied geleverd. Het leger werd vernederd en droop gedesillusioneerd af. Met deze slag eindigde de poging van de koloniale machthebbers om de weggelopen slaven, met geweld te dwingen terug te keren naar de plantages.

De Goden en de natuur stonden aan de kant van weggelopen slaven
Archieven en overleveringen geven aan dat de Brooskampers hun overwinning toeschrijven aan de hulp en de middelen die zij van de Goden en natuur kregen. Volgens Mac Nack is Rorac bezet door Goden en geesten en zijn de bewoners onderscheiden met bijzonder spirituele gaven. De spirituele gave en kennis is hun eigen geworden in de periode toen zij zich als Loweman streden tegen het koloniaal leger. Het was niet alleen een fysieke strijd. Spirituele kennis, kunde en kracht vormden de grondslag voor de overwinning.

De ongesteldheid van de gron winti
De Brooskampers ben sreka, zij waren geestelijk voorbereid, klaargemaakt en geïnstrueerd hoe het koloniaal leger slagen toe te brengen. Er werd een sweri afgelegd met de gron winti. Er werd bloed geschonken en gedronken uit de schedels van blanke mensen. De Brooskampers hadden een post, plaats van waaruit toezicht werd gehouden. Daar hing een witte vlag die wind of geen wind, nooit wapperde. Aan de voet van de vlaggenstok was er een witte haan, die at noch sliep. Het dier kakelde wel, maar alleen als er blanken naderden. Dit alarmsignaal verwittigde de Loweman, die daardoor op hun qui-vive waren.
Personen die, zoals de blanken in hemd en broek gekleed gingen, werden ook door de winti vervolgd. De Redi Moesoe’s die aan de zijde van het koloniaal leger vochten, waren gestoken in hemd en broek en waren daardoor ook prooi voor de winti.

De machten en krachten dwalen nog steeds rond
De boei’s om de armen maakten de dragers onkwetsbaar voor kogels. Obia maakte strijders onzichtbaar voor de vijand. Zij werden door geesten, de weg door het bos gewezen, over de zwampen gedragen. De natuur hielp een handje mee. Het is bekend dat het oerwoud een handje toesteekt aan degenen die in nood verkeren. Niets is eeuwig, Alles is vergankelijk. De machten en spirituele krachten van de Baka Busi Nengre zijn aan het vervagen. Maar de krachten dwalen nog steeds rond. Dit, mede door het feit dat zij steeds minder worden onderhouden, gekweekt en in ere gehouden. Bovendien bezondigen de mensen zich tegen trefu’s. De gron winti was verstoord en heeft de bauxietmaatschappij flink geplaagd.

HD