Vrijdag 22 september 2017

Stekelvarkens

17-02- 2017

Deze week was er ‘s nachts een hevig geblaf van mijn twee honden in de tuin. Toen ik die ‘s ochtends eten wilde geven, kwamen ze niet zoals gewoonlijk kwispelend tegen me opspringen. Nee, na enig zoeken vond ik ze lijdend in een hoekje van de tuin, jankend en kwijlend, hun kop vol met stekels. Ongetwijfeld door hun aanval op een boomstekelvarken dat via de amandelboom in de hoek in mijn tuin was beland. Niet andersom: boomstekelvarkens zijn vreedzame vegetariërs die geen vlieg kwaad doen als je ze met rust laat. Om precies te zijn: ze behoren tot de orde van de knaagdieren; onder-orde van de stekelvarkens; familie van de ‘stekelvarkens van de Nieuwe Wereld’ en die telt weer 23 soorten, waaronder ons boomstekelvarken. De dierenarts bij wie ik mijn ongelukkige honden afleverde, vertelde me dat zij wel meer dieren behandelt die een stekelvarken hebben aangevallen. Mijn buurman meende ‘dat de honden hun lesje nu wel geleerd hadden’. Is dat zo?

De stekels van het stekelvarken zijn hard en scherp en boren zich diep in hun aanvaller. De stekels hebben weerhaakjes en bij het uittrekken ontstaan er flinke wonden. Een hond of andere aanvaller kan dat zelf op geen enkele manier. De dierenarts brengt de hond onder narcose en moet sommige stekels operatief verwijderen. Alleen met desinfecterende middelen kan ontsteking van de wonden worden voorkomen. Mijn honden hadden het geluk huishonden te zijn met alle medische zorg waarop een huishond mag rekenen. Wilde honden en andere predatoren die in het wild stekelvarkens aanvallen mogen niet op zulke plezierige medische zorg rekenen. Zij moeten andere voorzorgsmaatregelen nemen.

Na een aanval op een stekelvarken in de vrije natuur is de onfortuinlijke jaguar, bush-hond, coati, awari of ocelot ten dode opgeschreven. De bek zit vol stekels en als hij geluk heeft is hij ook niet nog eens in de ogen gestoken, met blindheid als gevolg. Eten of drinken is er niet meer bij en de aanvaller komt op een pijnlijke manier aan zijn einde. Leren om een stekelvarken niet aan te vallen is geen optie: wat heeft dat voor zin met een wisse dood in zicht? Het is dus hoogst onwaarschijnlijk dat stekelvarkens in het wild worden aangevallen. Niet omdat de wilde aanvallers ‘hun lesje geleerd hebben’ want zij kunnen het niet navertellen, maar omdat zij in de loop van de evolutie zo geprogrammeerd zijn dat zij (in biologen-taal) een eventueel ‘gen dat codeert voor het aanvallen van stekelvarkens’ hebben afgeschud. Dat gen zal onverhoopt nog wel eens opduiken maar met weinig gevolgen anders dan voor het individuele dier dat het nog onder de leden heeft. Dat overleeft de aanval op het stekelvarken immers niet en het funeste gen wordt niet doorgeven aan het nageslacht.

Op dezelfde manier vallen maar weinig dieren in het Surinaamse regenwoud slangen aan. Niet omdat zij hebben ‘geleerd’ dat elke slang die ze tegenkomen een gifslang kan zijn. Nee, de dieren in het Surinaamse bos zijn door de evolutie geprogrammeerd om geen slangen aan te vallen. Was dat niet zo, dan waren zij er niet (meer) geweest. Biologen spreken dan van een ‘algoritme’, een eenvoudig rekensommetje. De stekelvarkens en slangen op hun beurt ontlenen hun bestaan aan hun bescherming door stekels respectievelijk gif. Hadden zij die door dezelfde evolutie geprogrammeerde bescherming niet dan zouden zij een easy snack hebben gevormd voor jaguars, awari’s en ocelots en waren ook zij er na verloop van tijd niet meer geweest. Maar hoe zit het dan met de huishonden? Door het ingrijpen van hun baasje en de dierenarts is de hierboven beschreven ‘natuurlijke selectie’ hun bespaard gebleven. Profijtelijk voor mijn twee honden, maar niet voor hun soort.

Anton van den Broek (jurist en bioloog)