Vrijdag 14 december 2018

Binnenkort treedt de rij- en voertuigenbelasting in werking. Naar schatting zal dit SRD 83 miljoen opleveren, waarvan 10% bestemd zal zijn voor de Wegenautoriteit, die belast is met het onderhoud van de primaire wegen in Suriname. Deze ontwikkeling is in de optiek van Sham Binda, voorzitter van de Associatie van Kleine en Middelgrote Ondernemingen in Suriname (Akmos), totaal niet aan te duiden als een belasting. In gesprek met Dagblad Suriname nuanceert hij dat een belasting namelijk bedoeld is om het land mee op te bouwen. “Elke belasting wordt geheven ten behoeve van het volk; de burgers moeten het dus terugzien in hun woon- en leefomstandigheden. Maar bij de rij- en voertuigenbelasting gaat het niet om de infrastructuur en onderhoud daarvan, het gaat om geld die de huidige regering nodig heeft. Met een begrotingstekort van SRD 8.7 miljard hoeven wij niet veel te verwachten van deze regering”, beklemtoont Binda in gesprek met Dagblad Suriname.

Deze trend is overigens niet nieuw binnen de huidige autoriteiten. Zij hebben veelvuldig bewezen kostenverhogende maatregelen te proclameren zodra ze krap bij kas zitten. “Met een hoge inflatie gaat de regering altijd op zoek naar geld. Men heeft weer een ‘gewicht’ gelegd op de schouders van de burgers. Maar het is van belang dat het draaglijk is.” Op zich kijkt Binda niet op tegen het hanteren van de rij- en voertuigenbelasting, mits het onderworpen wordt aan een onderzoek en de belasting daadwerkelijk aangewend wordt voor herstel van de wegen en bermen. De meeste Surinaamse wegen zijn momenteel namelijk zeer deplorabel. Alhoewel Stephen Tsang, minister van Handel, Industrie en Toerisme (HI&T), verduidelijkt heeft dat de rij- en voertuigenbelasting niet is opgenomen in de government take op brandstof, beschouwt Binda het als een dubbele heffing. “De Wegenautoriteit zou ook geld krijgen uit de government take om de wegen te onderhouden, maar uiteindelijk is er daarvan niets terechtgekomen”, aldus Binda.

KSR