Woensdag 23 januari 2019

Het totale landoppervlak van Suriname bedraagt ongeveer 15,6 miljoen hectare. Ongeveer 1,5 miljoen hectare heeft agrarisch potentieel, maar minder dan 6% van deze gebieden wordt gebruikt voor landbouw. Vrouwen spelen een belangrijke rol op de boerderijen. Zij werken zowel op hun eigen bedrijven met andere gezinsleden, als in zekere mate als ingehuurde krachten. In het overgrote deel van de districten in de kustvlakten is de man het hoofd van het familiebedrijf en wordt het grootste deel van het werk op het familiebedrijf door de man gedaan (64%). In de 3 districten blijkens cijfers uit 2016 in het binnenland – Marowijne, Brokopondo en Sipaliwini – is de situatie omgekeerd, en werkt ongeveer 71% van de vrouwen op de boerderij. In deze districten is ook 64% van de ingehuurde krachten vrouw. Deze districten worden voornamelijk bewoond door Marrons (afstammelingen van ontsnapte slaven) en Inheemse volken, die voornamelijk kleinschalige landbouw bedrijven voor eigen consumptie. Volgens de traditionele rolverdeling in deze groepen zijn de mannen verantwoordelijk voor ontginning van het land en de vrouwen voor de verbouwing van de gewassen. Traditioneel wordt een gebied beplant en wanneer de bodem is uitgeput, wordt dit gebied verlaten en een nieuw stuk land ontgonnen. Deze praktijk vindt op kleine schaal plaats.

Landbouw
De regering zal op basis van de conceptbegroting 2019 ruim SRD 62 miljoen investeren in de stimulering van de landbouwsector. Daarnaast zijn ook de programma’s Agro Industrial Park en het Landbouwproject Brokopondo opgenomen, waarvoor er samen SRD 365 miljoen mogelijk wordt geparkeerd. Op basis van de Vijfde Landbouwtelling 2008-2009 zijn er 10.234 boerenbedrijven in Suriname, waarvan de meeste familiebedrijven zijn (10.188) (bron: Milieu- en Sociale Analyse Suriname, IDB en LVV, november 2016). De overige bedrijven, waaronder enkele zeer grote boerenbedrijven, beslaan ongeveer 39% van al het agrarisch land in Suriname. Ongeveer 85% van de landbouwgronden bevindt zich in de kustvlakten. Deze gebieden, grotendeels laagliggend en moerassig, werden ingedijkt en ontwaterd door de vroege kolonisten. Slechts ongeveer 16% van de bevolking houdt zich bezig met agrarische productie. De belangrijkste activiteiten zijn: rijstproductie (80% tot 85% van het akkerlandland), bacoven (1 bedrijf), fruit en groenten (kleine familiebedrijven). De rijstproductie is met name geconcentreerd in Nickerie – 2 kleinere rijstproductiegebieden bevinden zich in de districten Coronie en Saramacca – en wordt gekenmerkt door grote bedrijven en mechanisatie.

Veehouderij
Er wordt in beperkte mate aan veeteelt gedaan; daaronder vallen pluimvee, slacht- en melkvee (waaronder waterbuffels), geiten en kleine dieren. Er zijn maar enkele gecultiveerde of beheerde weidegronden; de dieren grazen meestal op braakliggend land en langs de weg. Veeteelt vindt voornamelijk plaats in de districten Paramaribo en Coronie. De meeste van de ongeveer 1750 boerderijen met herkauwers beschikken over minder dan 2 hectare land en hebben meerdere soorten dieren en verbouwen ook fruit en groenten. Melkveehouderij heeft plaats op een groot aantal kleine boerderijen (de meeste in Wanica), alsook op enkele middelgrote tot grote bedrijven (in Para). Varkenshouderij is geconcentreerd op ongeveer 150 bedrijven in de districten Wanica, Saramacca en Coronie. Veehouderij zal in 2019 mogelijk een investering van SRD 142 miljoen krijgen. Dit bedrag moet echter door het parlement nog worden toegewezen.

Visserij
Aan programma’s voor de visserij wil de overheid zelf ruim 31 miljoen uitgeven in 2019. De visserij in Suriname bestaat uit commerciële zeevisserij op soorten als seabob (een door de Marine Stewardship Council gecertificeerde visserij, die direct naar Europa exporteert), dit is bodem(trawler)visserij, garnalenvisserij, yellow snappervisserij (Venezolaanse vloot) en ambachtelijke visserij in de kustwateren, estuaria en rivieren. Er bestaat een hele kleine aquacultuurindustrie (witte garnalen, tilapia en tambaqui) in het land, die bestaat uit 3 grote producenten (naar verluid zal een daarvan de werkzaamheden staken) en verscheidene zelfvoorzienende landbouwers. Met de laatste ontwikkelingen binnen de visserijsector blijken lokale vissers zich zorgen te maken. Het toestaan van grote Chinese schepen om in Surinaamse wateren te vissen, zal volgens de lokale ondernemers een desorptie veroorzaken in de Surinaamse wateren. De staat denkt te investeren in monitoring-, controle- en surveillance-activiteiten. Dit kost echter ook geld, waar zij moeilijk over kan beschikken.

Kavish Ganesh