Vrijdag 23 februari 2018

De voorzitter van de Politie Voetbalvereniging (PVV) en secretaris van de politiebond heeft zich op en rondom een tuchtcollegezitting van de SVB op zodanige wijze laten gaan dat hij niet meer te handhaven is, omdat hij blijkt onverbeterlijk te zijn en niet bereid tot verbetering van zichzelf als mens. Tijdens een wedstrijd tussen PVV en IMT zijn beide ploegen ontevreden en doen spelers en officials van beide ploegen intimiderende en discriminatoire opmerkingen naar de arbiter van de wedstrijd toe. Hij wordt uitgescholden en bedreigd, zijn eigendommen worden vernield. De voorzitter van de politievoetbalvereniging gaat op schaamteloze wijze tekeer en bezoedelt het al aangetaste imago van de politie maar ook van de politiebond. De betrekking die men heeft bij de politie en bij de vakbeweging zijn niet af te zetten wanneer men de pet van de organisatie afzet. Deze hoedanigheden van politieman en politiebondsbestuurslid kleven 1 x 24 uur aan de persoon. Het is onvoorstelbaar dat een politieman een arbiter tijdens of rond wedstrijden bedreigt en uitscheldt, al helemaal is dat onmogelijk wanneer een bestuurslid van de politiebond en een voorzitter van de voetbalvereniging van de politie die in de hoogste regionen speelt, zich daaraan schuldig maakt. De politieman misdraagt zich tegen een arbiter en krijgt genoeg (bedenk)tijd om tot bedaren te komen, maar dat gebeurt niet. Dagen na de wedstrijd, wanneer het tuchtcollege in zijn nadeel beslist, herhaalt hij de bedreigingen naar de arbiter toe. Wat de politieman helemaal diskwalificeert, is het feit dat hij aangeeft dat hij het vonnis van het tuchtcollege (stadionverbod) aan zijn laars lapt en gewoon zich toegang zal forceren tot het stadion. Dat betekent dat een politieman hier aangeeft dat hij het recht in eigen handen zal nemen en dat is een heel kwalijke zaak. Er worden kritische kanttekeningen gemaakt over de wijze waarop bestuursleden van de politiebond zich profileren in de samenleving, nota bene als politieagent. De zaak van de inspecteursopleiding waarin een politiebondsbestuurslid betrokken zou zijn en inmiddels rechtszaken ook heeft verloren en deze SVB-tuchtcollegezaak zouden iets kunnen vertellen over de stand van zaken binnen de politiebond heden ten dage. De houding van deze vooruit geschoven politiemannen zou ook iets kunnen zeggen over de stand van zaken binnen de politieorganisatie. Het zou iets kunnen zeggen over de dienstverlening, de bejegening van de burger en ook de corruptie binnen de politiekorps en het onethisch gedrag waaraan politieagenten zich overgeven of het oogluikend toestaan van stafbare feiten. De PVV gaat door als te zijn een sportorganisatie die direct te maken heeft met de politieorganisatie (en de brandweer). Van deze organisatie (en van de sportclub SNL) mag meer dan van andere organisaties worden verwacht dat de spelers, bestuursleden, officials en fans tot de meest voorbeeldige behoren binnen de SVB-competitie. Met de uitlatingen en de consistente onsportieve houding heeft de PVV-voorzitter de politie een slechte naam bezorgd. De PVV valt evenals de SNL onder de hoede van de regering. Deze sportclubs worden gedraaid met staatsmiddelen. Sportattributen, vergoedingen en de onkosten die gepaard gaan met uit- en thuiswedstrijden worden betaald door de regering dus met belastinggeld. Derhalve heeft de belastingbetaler dubbel het recht om te klagen wanneer prominenten, spelers, officials of supporters van deze clubs zich misdragen. En daarvan schijnt wel het geval te zijn. Is deze clubvoorzitter te handhaven in de voorzittersfunctie van PVV die valt onder de hoede van de regering? Het antwoord is wat ons betreft: “ neen”. Er zijn binnen de PVV bestuursleden die veel langer dan deze secretaris van de bond intensief bemoeien met het reilen en zeilen binnen de PVV. Het gaat om bestuursleden die zich waardig hebben gedragen en een goed netwerk hebben door hun voorbeeldig gedrag. Deze bestuursleden moeten de ruimte krijgen om de voorzitter te worden van de PVV.
Een collage van hetgeen leidde tot de straf die de PVV-voorzitter opgelegd kreeg. Hij zou wedstrijdofficials hebben aangeduid met “ding dagu” (de honden). Tegen de arbiter zei hij: “if mi no fong yu, mo pai wang man fu fong yu” (als ik je niet zelf sla, ga ik iemand inhuren om het voor mij te doen). Bedrieglijk is verder dat de PVV-voorzitter niet weet wie de mannen zijn rondom de auto van de arbiter. De auto is vernield. Hij gaf aan niet te weten of het hier om PVV-supporters gaat. En dat weigeren wij om te geloven omdat de PVV-aanhang heus niet zo groot is dat men elkaar niet kent, het is er een handjevol. De vraag rijst of hijzelf in enige mate betrokken is bij de vernieling van de auto van de arbiter. Bij het verlaten van de zaal deed de PVV-voorzitter de uitlating de arbiter te zullen klappen. Hij zou ervoor zorgen dat die geen letsels oploopt, waardoor hij niet opgesloten kan worden. Met het voorgaande is het aan de regering nu om de onsportieve PVV-voorzitter met de meeste spoed te vervangen. Hij is ongeschikt voor deze hoge functie of om het in sporttermen uit te drukken: ‘het rugnummer 10 is te zwaar voor deze man om te dragen’.