Vrijdag 22 maart 2019

Rudi van Els Energie is nodig voor de ontwikkeling van gemeenschappenSuriname heeft in de afgelopen eeuw een moderne energiesector opgebouwd. Op grote schaal hydro-energie opwekken en olie-exploratie zijn onderdeel geweest van de ontwikkeling, precies zoals in andere landen in en rond het Guyanaschild. De energiesector werd echter niet gebouwd voor de lokale bevolking. Net als andere economische activiteiten, werd de energiesector door de kolonisator ook in Suriname geïntroduceerd om te kunnen produceren voor de wereldmarkt. Hetzelfde was het geval bij de agro-industrie en de minerale sector. De extractieve economie van Suriname werd eerst door de landbouw vervangen, met een strakke oriëntatie richting de internationale markt, waarna de mijnbouw het roer overnam.

De productie van balata, koffie en suiker nam in 1925 sterk af. De cacao roductie nam in 1920 af, en ging sinds 1925 richting bijna nul. Goud aan de andere kant groeide tot 1915, maar nam weer een sterke dip sinds 1920. Bauxiet begon in 1920 iets te worden, en nam in 1925 de sterkste vaart in productie. De bauxietindustrie was dorstig naar energie. Hierdoor werd de hydropower (Afobakakrachtcentrale) gebouwd.
Dit was niet alleen in Suriname het geval. In de regio, met name de Amazonegebied, was in de 20ste eeuw het mainstream ontwikkelingsconcept gebaseerd op het ontwikkelen van hydro-energie voor de minerale extractie. Rudi van Els stelde onlangs de vraag over in welke mate, de energiesector, in het bijzonder de waterkrachtenergie, heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het Guyanaschild, van Suriname en vooral ook van lokale gemeenschappen. Hij was de tweede spreker op de ‘cluster 2’ van de Open Camps Lecture Series op de Anton de Kom Universiteit van Suriname.

Energie is nodig voor de ontwikkeling van gemeenschappen. Het moet genoeg zijn om de gemeenschappen te kunnen voorzien in hun basisbehoeften. Zodanig, dat mensen uit rurale gebieden zich niet gedwongen voelen om te urbaniseren naar Paramaribo. Clustering van rurale gebieden ondersteund de transitie naar kleinere steden. Ontwikkeling dient volgens Van Els lokaal gemerkt te worden. De Afobakakrachtcentrale heeft geruime tijd voor de bauxietindustrie gediend als een energieleverancier. Toen Suralco de energie niet meer nodig had, werd de energie bestemd voor Paramaribo. Tijdens de discussie ronde werd opgemerkt dat deze hydrofaciliteit voor de in Brokopondo aanwezige bewoners in beginsel niet veel heeft betekend. Het heeft tot nu toe alleen voor de hoofdstad van Suriname een betekenis in de zin van ontwikkeling.
Dezelfde vrees bestaat er ook bij de grote hydro-projecten zoals Tapajai en Kabalebo. Al deze projecten hebben potenties om voldoende energie op te wekken. De vrees licht er echter in dat de energie niet bestemd zal worden voor de lokale bevolking. Dit, terwijl de lokale bevolking het meest wordt getroffen door de komst van de hydrocentrales in hun omgeving.

Meer nog merkt Van Els op dat door de jaren heen er veel technologische ontwikkelingen zich hebben voorgedaan. Ontwikkelingen die ervoor hebben gezorgd dat in buurland Brazilië bijvoorbeeld, nu hydrocentrales in de bouw zijn, die door lokale gemeenschappen decennia zijn tegengewerkt.
Van Els stelt dat de in Suriname voorgestelde projecten ook de tegenwerking krijgen, omdat de projecten niet gereviseerd worden. Die gaan niet mee met de technologische ontwikkelingen. Bij de voornoemde projecten (volgens het huidig model) zullen grote stukken land onder water gebracht moeten worden om hydro-energie op te kunnen wekken. Dit, terwijl er vandaag de dag andere mogelijkheden zijn.

Kavish Ganesh

Meer Binnenlands Nieuws