Vrijdag 19 april 2019

Suriname is recentelijk duidelijk op de kaart gezet als doorvoerland van drugs. Met de vondst van ruim 2200 kg drugs op de Jules Sedney Haven in januari werd duidelijk, dat er een ruime kans is dat die uitvoer gestructureerd en regelmatig was. De analist Richard Kalloe heeft in een artikel in een lokaal dagblad met een overgenomen grafiek de groei van de drugsexporten aangegeven. Hij gaf aan dat de groei mede een gevolg was van het structureel wanbeleid, dat opeenvolgende regeringen met een overwegend Creoolse signatuur hebben gevoerd, waardoor de export van drugs een bijdrage kon leveren aan de oplossing van meerdere problemen. Hij liet daarbij bij wijze van uitzondering na te wijzen op de volgens hem 300.000 jaren achterstand die Afrikanen en daardoor ook Creolen hebben in evolutionaire ontwikkeling, nadat hij de periode in een eerder artikel reeds had teruggebracht tot 30.000 jaar. In dit geval geen enkel woord over Hindoestaanse participatie in de drugshandel. De meest betrokken ondernemer in deze fase van het onderzoek van de 2200 kg “rijstcoke” was wel een Hindoestaan, waarbij er steeds meer aanwijzingen boven water kwamen, dat hij al langer bij deze transporten was betrokken. De juiste rol, van coördinator of die van handlanger bij dit transport, was onduidelijk, ook na diens formeel bekeken zelf gekozen of opgelegde overlijden in Guyana. Ook aan Richard Kalloe, zou ik in mijn zelf gekozen van status van “semi-racist”, het niet toegewenst hebben, dat een dag na het verschijnen van zijn artikel, weer een boot in Portugal werd ontdekt met weer 2200 kg cocaïne, dus bijna exact dezelfde hoeveelheid die ook in Paramaribo bijna was ingeladen. De realiteit gebiedt mij rekening er mee te houden dat ook een Hindoestaan bij deze deal betrokken zal zijn. De voornamen van een aantal in dit verband aangehouden verdachten, Arun, Ronish, Preshan, en Sharwin spreken boekdelen. Ik waarschuwde de overheid in 2017 dat er op mijn eigen zandconcessie aan de Afobakaweg drugs werden verzameld, uit des nachts overvliegende vliegtuigen, daarbij gefaciliteerd door de degenen die met medewerking van personen van RGB een deel van mijn savannezand concessie hadden kunnen verkrijgen voor “landbouw”. Mijn ontdekking de volgende ochtend na een bij toeval waargenomen vliegtuig over de concessie, van een dicht gespijker kist met daarnaast een grote schijnwerper, geschikt voor het geven van seinen voor oriëntatie, gaf mij redenen voor verdenking. Er is op dat terrein nooit een van de algemeen bekende landbouw producten geplant, maar wel marihuana. De zaak is destijds gerapporteerd aan de Politie Paranam, maar de als afgevaardigde verschenen Hindoestaanse ondernemer, gelieerd aan een grote groentemarkt in Paramaribo in de wijk Combe, ontkende in alle toonaarden. Er wordt intussen wel hout in dat deel van mijn concessie opgeslagen en tegenwoordig is er daar na kaalkap een opslagplaats van houtblokken uit Brokopondo van een Chinees en een Maleisiër ontstaan. De formele Hindoestaanse bezetter van dat deel van mijn terrein heeft intussen recentelijk in België het leven gelaten, of hij is om het leven gekomen, of men heeft hem om het leven gebracht. Zijn rouwadvertentie verscheen in Suriname pas 5 dagen nadat hij gecremeerd of begraven was in België. De leiding van het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen voorkwam verdere uitbreiding van het via RGB bezette deel, dat fungeert als partieel trainingsterrein voor studenten mijnbouw en geologie op de Adek, het Natin en andere opleidingsinstituten. Alsnog mijn dank aan de huidige minister. Het wordt intussen duidelijker dat de grootschalige import en export van drugs grotendeels in handen is van Hindoestanen. Het bekende verhaal van “spaarzaamheid, zuinigheid en zakelijk inzicht” van rijk geworden ondernemers gaat steeds vaker niet meer op. De kleinschalige lokale verkoop en het gebruik van drugs is wel grotendeels in handen van Creolen. De hoeveelheden zijn daar wel veel kleiner. De recente hoeveelheden van de onderschepte drugs worden weergegeven in tonnen, dezelfde basismaat voor rijst, steenslag en bauxiet, terwijl de verkoop van drugs aan verslaafden wordt gemeten in grammen, dezelfde maat van goud, zilver, kwik en diamant. In deze tijd van gender nemen de vrouwen met betrekking drugs een steeds groeiende plaats in. De groeiende drang van vrouwen naar grotere onafhankelijkheid van het mensentype dat als mannen geboekt staat, dwingt enkelen van hen tot het zoeken naar oplossingen voor financiële problemen of ter vergroting van hun rijkdom, of ook voor de zorg van kinderen die slechts door de mensen soort, de vrouwen, ter wereld gebracht kunnen worden, waardoor de kleine kinderen vaker bij hun moeder blijven. Bolletjes slikken en wegstoppen van drugs in ruimten die vrouwen wel binnen hun lichaam hebben, maar mannen niet, zijn daardoor vaker voorkomende vormen van “soft” drugscriminaliteit bij vrouwen. Als algemene medewerkers bij aan drugs gerelateerde bedrijven wijzen in deze tijd ook niet alle vrouwen voorstellen aan hen tot mede participatie aan drugsmisdrijven af. Hierdoor worden er ook steeds meer vrouwen in dit verband terecht verdacht, aangehouden en ingesloten. Er lijkt zich dus een taakverdeling in de Surinaamse drugswereld te ontwikkelen. De Hindoestaanse drugscrimineel bij de import en doorvoer van een beperkt aantal ladingen, maar in volume zeer grote hoeveelheden drugs, en de Creoolse man en vrouwelijke drugscrimineel bij de kleine hoeveelheden en het kleine gebruik. Ook hier hebben de Creolen in de conceptie van Richard Kalloe dus een achterstand, niet van 30.000 jaren, maar slechts van enkele jaren. Vele Creolen die voor een groot deel aanhangers zijn van het Christelijk geloof, zijn trots op deze achterstand, en kunnen met opgeheven hoofd hun betrokkenheid bij de internationale drugshandel en drugstransporten laten evalueren. Een steenrijk geachte Hindoestaanse ondernemer, die voor mijn ogen in zijn ondergoed vanaf de tweede verdieping van zijn huis naar beneden sprong, om zich in het aan zijn huis grenzend bosrijk perceel te verschuilen, nadat er een knal, slechts afkomstig van een gebarsten autoband voor zijn deur klonk, is voor mij symbolisch. Hij dacht beschoten te worden. De overleden, in korte tijd steenrijk geworden Hindoestaan uit mijn woonwijk , op wiens royaal ingerichte rouwvisite slechts zes personen waren verschenen, inclusief twee spelende kinderen, is voor mij symbolisch voor de waardering die deze dubieuze personen genieten binnen gezelschappen van eerlijke Hindoestaanse, Creoolse Javaanse en algemeen Surinaamse kringen. Het overgrote deel van de Hindoestanen in Suriname schaamt zich voor het beperkte aantal grote drugswandaden van mensen die op hen lijken, net zoals de Creolen zich schamen voor de vele soorten kleinere criminaliteit inclusief laffe moorden, berovingen en inbraken , van mensen die op hen lijken. Laten de eerlijke personen uit beide voornoemde groepen de handen ineenslaan en samenwerken voor een beter Suriname, ontdaan van crimineel drugs gerelateerd gespuis. Chandrikapersad Santokhi heeft in zijn gewezen functie bij de politie de drugscriminaliteit bestreden, en zal dat ook weer gaan doen, ook tegen mensen die precies op hem lijken.

Drs. Eddy Monsels