Donderdag 21 juni 2018

Gaarne geef ik een reactie op de zoveelste opmerking en aantijging van het assembleelid Mahinder Jogi.
Jogi zegt, dat van der San als minister een slechte job heeft gedaan en desondanks mocht hij bij zijn herbenoeming als directeur van het kabinet van de President, stiekempjes zijn oude ministerssalaris en privileges behouden. Zelfs een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen. Maar naar nu blijkt, dit Assembleelid wel.
De ambtenaar Eugène van der San is niet uit de lucht komen vallen, maar is met zijn beide benen op de grond begonnen in 1976, na een gedegen opleiding op zijn vakgebied te hebben genoten.
Als hoofdambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft hij in alle belangrijke organen of commissies gezeten vaak als voorzitter of secretaris. Ook in De Assemblee heeft hij een bijdrage geleverd en richting helpen geven aan de tot stand koming van het herdemocratiseringsproces.
De toenmalige regering stelde het bijzonder op prijs dat ik bereid was terug te keren na de onafhankelijkheid om mijn bijdrage te leveren aan de opbouw van het land. Omdat, Prof. Mr. Dr. Coen Ooft het belang van mijn indiensttreding inzag, is hij persoonlijk in Nederland met mij komen praten om toch huiswaarts te keren (wie gaat weg en wie blijft hier).
Na mijn aantrekking ontstond er voor mijn afreizen naar Suriname, op grond van de Toescheidingsovereenkomst, een verschil van inzicht m.b.t. de toepassing van artikel 5 lid 2 van dat verdrag, waardoor ik geweigerd heb om onder de voorwaarden van minister Ooft te vertrekken. Vandaar! Verder is mijn carrière gelopen zoals het is gegaan.
Om van die raaskaller te horen dat ik als minister ongeschikt ben bevonden, is pijnlijk, terwijl ik na een meningsverschil met de President ontslag heb gevraagd en gekregen. Maar dit komt doordat wij toestaan dat allerlei ondermaatse figuren, die niet in staat zijn de werking van het openbaar bestuur te snappen, om politiek opportunistische redenen worden toegelaten tot ons hoogste staatsorgaan. Bij Jogi met zijn huidige oriëntatie die gericht is op grondroof, zal het niet meer lukken.
Over mijn functioneren als minister in die 66 dagen zijn de loftuitingen overweldigend. Zelfs is aan mij en anderen gezegd, dat wat bereikt is in die twee maanden, in zes jaren niet was bereikt. De mensen leven nog. Misschien wordt het tijd om man en paard te noemen voor wat in die maanden door mijn aanpak tot stand is gebracht of tot beleidsprioriteit gemaakt is.
Maar als wij met Jogi meegaan in zijn denken van mijn ongeschiktheid in die functie, dan rijst de vraag waarom velen zich afvragen, waarom het zo lang duurt om een minister te benoemen in mijn plaats. Blijkbaar zoekt de President nog steeds naar een betere bewindsman en die zijn schaars.
Ondanks het besluit waarbij van der San herbenoemd werd tot directeur van het kabinet van de President werd toegelicht met aanhalen van alle relevante regelingen begrijpt Jogi niet dat formeel niks fout is aan dat besluit. Maar als een individu als Jogi daarover struikelt is het wel te begrijpen, alleen is dat niet mijn verantwoordelijkheid.
Ook een schrijven gericht aan de president met het dringend verzoek om het besluit terug te draaien is politiek naïef. Al zou de president dat willen overwegen; het feit dat het verzoek afkomstig is van Assembleelid Jogi maakt het nog niet mogelijk dat de president ten gunste van Jogi een beslissing tegen de directeur van zijn kabinet zal nemen. Een besluit dat hij zelf heeft bekrachtigd. Hieruit blijkt wederom in politics hoe gebrekkig het inzicht van dit Assembleelid is. Mijn hele ambtelijke loopbaan heb ik anderen hun rechtspositie helpen corrigeren, mag ik op grond van wat ik rechtens weet mijn eigen rechtspositie niet in beschouwing nemen?
Helaas wacht ik nog op de bekendmaking van die andere dwaas Belfort, die beweert dat ik drie auto’s te mijner beschikking heb, meegenomen van het ministerie van Justitie en Politie en de kentekennummers bij hem bekend zijn.
Hij mag van geluk spreken dat ik maar zo kort minister ben geweest op Justitie; had het langer geduurd dan had ik artikel 140 van de Grondwet op hem laten toepassen. Ik ga ervan uit dat hij inmiddels, na die grove blunder als Assembleelid, wel weet wat de strekking van die bepaling is.
Op Justitie zijn er genoeg zaken te onderzoeken die in relatie staan met frauduleuze handelingen van de man, zoals een Clad-rapport, dossier van Chinezen voor het onterecht afgeven van verblijfsvergunningen, het onbevoegd kopen van panden en andere onoorbare praktijken die corruptie opleveren.
Velen vinden het jammer dat ik ben weggegaan, maar velen zijn ook blij omdat zij bang werden van mijn aanpak. Regelmatig bellen mensen vanuit het ministerie om mij te zeggen, hoe ik gemist wordt. Het schijnt dat het ministerschap van Justitie en Politie een Tantalus kwelling vormt voor Belfort.
Belfort kan niet in mijn schaduw staan, wanneer het gaat om het Integriteitsvraagstuk. Ik heb mijn hele leven daarin geïnvesteerd. Ten slotte zeg ik tegen Belfort als politicus, Alia iacta est , de teerling is geworpen! Je bent de lijn van het toelaatbare voorbij gegaan.

Eugène van der San

Meer Binnenlands Nieuws