Maandag 22 oktober 2018

Ramon Bainath voert al meer dan 25 jaren als beheerder van het bedevaartsoord te Weg naar Zee een strijd met de zee. Hij heeft delen land in de loop der jaren zien vergaan door de woelige zee. De overheid heeft gedurende al deze jaren enkele keren hulpdammen opgeworpen te Weg naar Zee. Echter hebben de dammen niet kunnen voorkomen dat honderden meters aan land jaar in jaar uit maar bleef wegspoelen. Gedurende al deze jaren heeft het oord, voor haar eigen bestaan, ook zelf initiatieven ondernemen om zichzelf te beschermen.

“Wij hebben door de jaren heen rond het bedevaartsoord opgehoopt met grof afval (stenen, banden en wrakken). Het is een soort dijk geworden, die overdekt is met klei. Inmiddels hebben wij een dijk van bijkans 600 meter. Nu hebben wij een ruim stuk aan mangrove uit zichzelf zien opkomen”, zegt Bainath. Hij neemt hiervan uitgaande aan dat er niet veel geld geïnvesteerd hoeft te worden in kustbescherming. “Ik neem aan dat als deze dam wordt doorgetrokken, deze mangrove zich verder kan uitbreiden”, zegt Bainath. Hij vraagt naar aandacht van de autoriteiten.

“Professor Siewnath Naipal is al enkele jaren op wetenschappelijk niveau bezig, maar dat kost ook honderden duizend dollars. Ik heb het juist over het werken met afval. Men zal wel stellen dat wij de kwestie van milieuvervuiling in acht moeten nemen. Maar hier zie je duidelijk dat al het afval wordt bedekt met een dikke laag klei. Hetzelfde afval begraaft men nu ergens op Ornamibo of Domburg. Dit, terwijl men het afval beter kan inzetten”, meent de beheerder.

Hij stelt vaker aanvragen te hebben gedaan om de schroot georganiseerd richting Weg naar Zee te brengen. Daar krijgt hij echter geen gehoor voor. “Bij de overheid gaat het zo: als er geen njang gemaakt kan worden, zal men niet meewerken”, meent hij. “Wij hebben geen ingenieur of consultant nodig om de kust te beschermen. De resultaten liggen daar. Werk! Als de overheid een machine en grof vuil ter beschikking stelt, kan er gewoon een dijk worden opgeworpen”, aldus Bainath.