Woensdag 14 november 2018

De Nationale Democratische Partij van de voormalige dictator die nu de sterke baas van het land is -nota bene: inborst verandert niet – en die de verkiezingen van 2015 met een overweldigende meerderheid heeft gewonnen, is een partij met nogal wat fanatieke religieuze aanhangers. De president heeft of had zelfs een door de staat betaalde geestelijk leider van de Volle Evangelie en Pinkstergemeenten als adviseur en bazuin in dienst, maar diens loftrompet hangt nu omlaag sinds een beschuldiging van seksueel misbruik. Het is frappant dat juist onder deze dominant evangelisch getinte regering het aantal witteboordencriminelen grote hoogten heeft weten te bereiken en ook de kleine en grote criminaliteit, van kruimeldieven tot gewelddadige roofovervallen, is toegenomen. Religie en criminaliteit gaan eigenlijk niet samen, tenzij wolven zich in schaapskleren steken en de kudde schapen oplichten oftewel politieke leiders dwazen een plezierig gevoel geven door veel te beloven en kwistig met mooie woorden te zijn. Kerkgangers kunnen op een verbijsterende manier worden beduveld met het geloof in een vaderfiguur die hen zal verlossen, terwijl in de praktijk hun sociale achterstand niet wordt ingehaald. De verkiezingen van 2015 werden grandioos gewonnen, maar de volgende dag stortte de economie in. De stevige winst sloeg direct om in een echec.

De waarheid is het eerste slachtoffer van de politiek van enge belangen. De leugen overheerst. Niemand durft de waarheid in de mond te nemen. Machthebbers lopen snel weg, met de handen stevig tegen de oren gedrukt, als ze in de verte de waarheid zien aankomen. Wie de waarheid vertelt loopt het risico om ambten, voorrechten en beloningen te verliezen en voortaan alleen maar zware jukken te dragen. Instituten die moeten waken over milieu, veiligheid, gezondheid, rechtvaardigheid en dergelijke, durven de bittere waarheid daarom niet meer op te dienen of alleen in een verdunde vorm met veel suikerwater. Wie de politiek heeft gevolgd, zal het gevoel hebben overgehouden dat de waarheid dood en begraven ligt, zoveel klinkklare leugens zijn de revue gepasseerd in de afgelopen jaren. Als de regering wat zegt, kan men daarom beter een jaar bedenktijd nemen om te weten of het wel waar is, want de leugen is snel en de waarheid komt langzaam. Soms duikt ineens de waarheid springlevend op uit een of andere papegaaiensnavel. Een andere keer zwelt iemand op van opgekropte waarheid, net als de buik van een zwangere vrouw die tot aan de kin opzwelt: het is dan baren of barsten, de waarheid wil eruit. Een assembleelid heeft niet lang geleden gezegd dat de regering een salarisverhoging heeft gegeven aan de ambtenaren om die vervolgens weer af te romen middels een verhoging van de belastingen, in dit geval de motor- en rijtuigenbelasting. In de pers werd hij uitgejouwd, maar hij sprak de waarheid. Dat is het probleem geworden van de coalitie: het wordt erg verwarrend wanneer een leugenaar de waarheid spreekt. Je weet niet meer wat je moet denken. Wanneer een machthebber eerst de zakken van zijn familie en vrienden heeft gevuld en die van het volk heeft leeggeschud en dan besluit – na een recordaantal dure ministerwisselingen – als eerbetoon aan het verarmde volk, met zijn team even af te zien van een salarisverhoging, dan lijkt dat op de dief die een hulde brengt aan de liefdadigheid.

De politiek in Suriname is troebel. De hele Alcoacircus heeft dit nogmaals onderstreept – in de DNA vergadering rond deze kwestie viel de figuur op van de multimiljonair mati van de president, die pontificaal tussen de ministers zat (dan weet je wie het echt voor het zeggen heeft), terwijl de minister van NH daar zat als een nul. Nadat miljarden uit de olie- en goudsector zijn verdampt, worden de burgers nu dubbel gepakt via de government take en de motor- en rijtuigenbelasting. De burger wordt als dynamo tegen het wiel gezet om de regering door te kunnen laten fietsen. Er klinkt geen kabaal van pollepels op potten en pannen als protest op straat, dus het volk pikt dit. Maar het buitenland niet. Suriname is net als Venezuela een bron van bezorgdheid voor het buitenland, vanwege smokkel en witwasserij. Het land is financieel geïsoleerd en de president kan geen handen schudden van leiders die het in de wereld voor het zeggen hebben. Dit schrikt bonafide investeerders af. Het is wel jammer voor Mama Sranan: ze is zo mooi, maar steeds als het beter gaat, kleurt de financiële hemel boven haar hoofd donker. Ontwikkeling is van korte duur.

Vanaf 2010 is Suriname in economisch vies weer terechtgekomen. Een van de nare gevolgen is de toename van de geweldscriminaliteit. Vooral jonge Afro-Surinaamse mannen hebben een verhoogd risico om in de bak te belanden. Racisme is niet de oorzaak, want Suriname wordt niet gedomineerd door het witte ras. De Afro-Surinaamse groep heeft in de afgelopen jaren ook meer politieke macht gehad dan de andere groepen. Een verklaring voor de verschillen in criminaliteitscijfers is misschien het verschil in familiestructuren tussen Afro-Surinamers en Aziatische Surinamers. De familierelaties zijn bij ene groep wat ‘losbandiger’ dan bij de andere. Bij de Afro-Surinamers komen vaderloze gezinnen vaker voor (de heren willen blijkbaar alleen de lusten, maar geen enkele verantwoordelijkheid). Negatieve omgevingsinvloeden spelen ook een rol. De kans op een criminele loopbaan is groter voor een jonge drop-out in een volksbuurt waar drugs worden verhandeld en met een zekere fascinatie naar gangsta-rap wordt geluisterd.

De link tussen geweldscriminaliteit en etniciteit is niet huidskleur of haartype maar armoede, leefstijl, gebroken gezinnen en lage scholing. Afro-Surinamers worden even hard getroffen door de geweldscriminaliteit als andere groepen, vooral zij die wonen in buurten waar de politie minder aanwezig is. Iedereen is bang om in slaap overvallen, mishandeld, gestoken of beschoten te worden en beroofd van bezittingen die door hard werken zijn verdiend. Het trauma en de pijn zijn voor iedereen hetzelfde. De kansarmen zullen misschien nog het meest profiteren van de vermindering van gewelddadige criminaliteit, want het beetje dat ze hebben wordt dan niet gestolen of kapot gemaakt door criminelen.
Bescherming tegen boeven is een mensenrecht. De benodigdheden voor het terugdringen van geweldscriminaliteit zijn: politie, gevangenis, hechte gemeenschappen, sterke instituten en ngo’s. De instituten en ngo’s moeten gericht zijn op het voorkomen van geweld, het oplappen en oppoetsen van boeven door hen kennis en vaardigheden aan te leren en ze hun boevenstreken af te leren en ze vervolgens na hun strafperiode weer normaal te laten meedraaien in de maatschappij. De overheid moet ook het goede voorbeeld geven en zich niet gedragen als gangster. Personen die iets op hun kerfstok hebben en verdachten van strafbare feiten zijn de afgelopen jaren in hoge posten getild. De overheid ademt onvoldoende eerlijkheid, openheid en klaarheid uit. Ze is niet vriendelijk en toegankelijk voor iedereen. Elke bestuursvergadering van overheidsinstellingen zou in principe openbaar moeten zijn, zodat het publiek kan controleren hoe het geld wordt besteed, want die instellingen zijn er voor het algemeen belang en worden betaald met publiek geld. Suriname is geen eigendom van een vrienden- en familiekliek. Criminaliteitsbestrijding kost veel geld. Maar als geld verdampt, blijft niets over voor politie en gevangenissen en ook niet voor werkgelegenheid en onderwijs om de onderliggende oorzaken van geweldscriminaliteit aan te pakken.

Iedereen wil minder criminaliteit, maar over de aanpak wordt verschillend gedacht. Sommigen willen strenger politieoptreden en strengere gevangenisstraffen. Het is voorstelbaar dat delen van de Afro-Surinaamse gemeenschap een meer vergevensgezinde houding hebben ontwikkeld tegen criminaliteit, al is het alleen maar omdat meer van hun zonen vastzitten in de gevangenis. Wat niet werkt is alleen maar opsluiten in een cel en met opgeheven vinger roepen: “Niet Meer Doen!”. De kans op terugval in criminaliteit na vrijlating is groot als tijdens gevangenschap geen aandacht wordt besteed aan behandeling en heropvoeding. Alleen goed overheidsbeleid kan zorgen voor een veilig gevoel. Een veilig gevoel is er pas wanneer burgers weten dat er goed over hen wordt gewaakt en ze ontspannen op hun open balkons kunnen hobbelen en schommelen en in de buurt en in grote delen van de stad in een schone en goed verlichte omgeving tot laat in de avond comfortabel kunnen ronddolen. Een veilig gevoel betekent ook dat mensen niet bang zijn om oud te worden, dat hun pensioenen niet waardeloos zullen worden gemaakt door vraatzuchtige politici.

D. Balraadjsing