Vrijdag 21 september 2018

Professionals

21-02- 2018

Begin september 2017 was het zes jaar geleden dat ik de eerste van mijn drie tweejaarlijkse verblijfsvergunningen voor Suriname kreeg. Juni 2017 was dus volgens de regeltjes van het Ministerie van Justitie en Politie het moment om te opteren voor een permanente vestigingsvergunning. Dat is nog niet zo eenvoudig weten zij die ooit met dat bijltje gehakt hebben. Opnieuw moet dezelfde stapel documenten worden overgelegd, die het Ministerie allang in zijn bezit had gekregen voor mijn eerste verblijfsvergunning en de twee verlengingen. Maar nu moest de aanvraag ook nog eens digitaal worden ingediend, waarbij men in de eerste plaats wijs moet zien te worden uit de chaos van de Juspol-website en in de tweede plaats het geluk moet hebben dat die site überhaupt ‘in de lucht’ is.

Een enorme stapel documenten moet worden gescand waarbij men er nauwlettend op moet toezien dat de scans een gelimiteerd aantal bites niet te boven gaan. Omdat dat al gauw het geval is moeten de meeste documenten verkleind worden. Voor hen die niet zijn opgegroeid in het huidige digitale tijdperk geen eenvoudige opgave en dus moet hulp van jonge whizzkids worden ingeroepen, in casu die van ‘Office World’ in de Hermitage Mall. Hun hulpvaardigheid en vooral professionaliteit zijn boven alle lof verheven!

Op woensdag 30 augustus van het vorig jaar, nog juist voor het aflopen van mijn derde verblijfsvergunning mocht ik eindelijk het felbegeerde document op het Ministerie van Justitie en Politie komen ophalen. Maar niet dan nadat ik eerst de stapel documenten die ik had gescand in eigen persoon moest tonen! Trots op mijn vestigingsvergunning voor Suriname toog ik vervolgens naar het kantoor van de Vreemdelingendienst aan de Coppenamestraat (dat ‘mr Jagernath Lachmonstraat’ wil er maar niet in bij mijn stadgenoten) en het Centraal Bureau voor Burgerregistratie aan de overkant voor de nodige stempels in mijn paspoort. Toen ik weer in mijn auto stapte voor het halen van een stempel bij het lokale bevolkingsregister werd ik op brute wijze beroofd van mijn tas met de zojuist verkregen vestigingsvergunning en alle bijbehorende documenten waaronder ook mijn paspoort. De gealarmeerde politie van het Bureau Flora maakte ter plekke aantekening van het gebeurde en zei dat ik op maandag 4 september (het was woensdag 30 augustus!) het proces-verbaal van de beroving kon ophalen. Gelet op die datum maakte ik een afspraak voor eveneens 4 september met de Nederlandse ambassade voor een spoed-paspoort (in verband met mijn vliegticket Paramaribo – Amsterdam voor 18 september). Op maandagochtend 4 september aangekomen op het Politiebureau Flora was er geen proces-verbaal en de desbetreffende politieagent bleek door ziekte geveld! Een lange zoektocht naar de aantekeningen van de zieke agent van 30 augustus en mijn smeekbeden om het proces-verbaal met het oog op de afspraak later die dag bij de ambassade leidden als door een wonder toch nog tot een politieverklaring.

Meteen na ontvangst van de politieverklaring inzake de beroving spoedde ik mij daarmee eerst naar het Ministerie van Justitie en Politie. De dienstdoende medewerkster zei voor mij te hopen dat ik de tas met de geroofde documenten weer spoedig in mijn bezit zou hebben! Zo niet, dan moest ik voor het verkrijgen van een duplicaat-vestigingsvergunning de procedure van het scannen van alle documenten weer helemaal doorlopen en opnieuw de vereiste leges (250 US dollar) overmaken. Zij was niet gevoelig voor mijn argument dat het ministerie alle documenten voor mijn vestigingsvergunning reeds in zijn bezit heeft en dat één druk op de knop voldoende zou zijn voor een duplicaat van mijn geroofde vestigingsvergunning. Zij en haar collega’s bleken echter onvermurwbaar en niet voor rede vatbaar. De brieven die ik daarna op 31 augustus en 6 december schreef en aangetekend verzond aan de Minister van Justitie en Politie bleven onbeantwoord. Telefoontjes aan het Ministerie worden zoals algemeen bekend in 9 van de 10 gevallen voortijdig verbroken zonder dat men iemand aan de lijn krijgt!

De douaneambtenaar op Zanderij bleek op 18 september – ook na uitvoerige uitleg van het gebeurde en inzage in de politieverklaring alsmede de brieven aan de minister – niet te snappen hoe ik zonder stempels in mijn (nieuwe) paspoort in Suriname terecht kon zijn gekomen. Toen hij mij uiteindelijk toch doorliet verklaarde hij dat ik bij terugkeer in elk geval een visum of toeristenkaart bij me moest hebben! Na terugkeer in Suriname op 23 oktober (mét toeristenkaart) heb ik alle hoop op redelijkheid van de Surinaamse ambtenaren opgegeven en een lieve medewerkster van ‘Office World’ gevraagd opnieuw alle voor een vestigingsvergunning vereiste documenten te scannen en wederom digitaal voor mij op te sturen naar het ministerie. Bijna een half jaar (!) na beroving van mijn vestigingsvergunning kon ik dan eindelijk een duplicaat komen ophalen.

Na kennisneming van dit verhaal – en misschien eigen ervaringen – zou men zich kunnen voorstellen dat lezers van Dagblad Suriname denken: waarom niet de medewerkers van het Ministerie van Justitie en Politie ook eens op cursus klantvriendelijkheid sturen zodat ook zij hulpvaardige en redelijke professionals worden, zoals die van ‘Office World?

Anton van den Broek (Jurist/Bioloog)