Dinsdag 27 juni 2017

Er is de laatste dagen sprake van enige politieke onstuimigheid in het land welke te maken heeft met de economische situatie die vooralsnog geen geweldig perspectief biedt. Ten eerste is er de afwezigheid van de president uit het bestuurscentrum Paramaribo. Er was een periode in het Surinaams koloniaal bestuur dat leidde tot het faillissement van de plantages bekend als de periode van het ‘absenteïsme’: de afwezigheid van de plantage-eigenaren. Die zaten in Amsterdam en wilden de plantages vanuit een afstandsbediening besturen. Het gevolg was een bankroet. In Suriname – een land dat centraal wordt bestuurd vanuit Paramaribo – is het gebruik en noodzakelijk dat de president zoveel als mogelijk in de hoofdstad is. Veel regulier en belangrijk politiek-bestuurlijk overleg vindt nog steeds fysiek op de ouderwetse manier plaats en dat is ook het geval in ontwikkelde landen. In Suriname wordt niet of nauwelijks gebruik gemaakt van teleconference en videoconference. Bovendien zijn deze opties uit den boze vanuit gebieden met een slechte internetverbinding. Het systeem in Suriname vereist dat de president zoveel als mogelijk in de hoofdstad aanwezig is. Nu is er sprake van een abnormale situatie van besturen. De president is bijvoorbeeld zeer zelden aanwezig in DNA. De president kiest er nu voor om voor langere tijd afwezig te zijn door dagenlang te toeren door de binnenlanden van Suriname. Op vragen van journalisten laat hij blijken dat de toer nog enige tijd zal duren. De noodzaak van deze wekenlange trips is dat er nu (pas) wordt vastgelegd wat de noden van de bevolking zijn in het binnenland in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot de watersnood. Wat ons betreft vereist geen van de twee een dringende aanwezigheid van het staatshoofd in het binnenland. De problemen in het algemeen van het binnenland zijn al jaar en dag bekend zowel bij de grote politieke partijen als bij het bestuur van het land en de verschillende ministeries. Er blijkt een misplaatste vrees te zijn dat de bevolking in het binnenland het verwijt zal maken dat de president geen notitie heeft genomen van de nood die er nu heerst in de verschillende dorpen. Er wordt daarom gestreefd naar een 1 op 1 benadering met alle personen die woonachtig zijn in het binnenland. Er zijn gemeenschappen die zwaar tillen aan het schudden van de hand met het staatshoofd. Zij stellen dat boven goed en degelijk bestuur en dat komt door een gebrekkige scholing die een kritische houding in de weg staat. Daarvan wordt nu gebruik gemaakt. Vaak wordt ook gesteld dat de vorige president zulke acties nooit zou ondernemen. De vraag rijst wel wat belangrijk is in het besturen van het land en dan komt de uitdrukking ‘verkeerd populisme’ die veelvuldig is gebruikt in verband met de verkiezingen in Nederland. Het probleem van het binnenland vereist diepgang waarvoor technisch kader vereist is dat de dorpen moet aandoen en geen menen van het kabinet. Voor het technisch kader om de dorpen aan te doen is er nu geen geld, dus het is de omgekeerde wereld. De problemen van het binnenland zijn al decennialang hetzelfde. Het onderwijs in het binnenland is slecht en het kind van het binnenland wordt ook door deze regering zwaar gediscrimineerd. We hebben dus nodig: meer toegankelijkheid onderwijs, goede faciliteiten voor onderwijzers, opvang voor kinderen uit andere gemeenschappen en betrokkenheid van traditioneel gezag in onderwijsstructuur. Er is een zware vervuiling in het binnenland gaande gedeeltelijk door en in het nadeel van de bewoners in het binnenland zelf. De hele wereld weet dat de Inheemsen van Suriname met uitsterven worden bedreigd. Er is nodig milieuwetgeving, een verbod op vervuiling, alternatieve middelen van bestaan, alternatieve goudwinmethoden en strenge controle met sancties met betrokkenheid van het traditioneel gezag. De gezondheidszorg in het binnenland is bar slecht; de overheid leunt op de ngo om staatszorg uit te voeren. Door gebrekkige gezondheidszorg worden de mannen, vrouwen, moeders, baby’s en kinderen zwaar gediscrimineerd. Er zijn al decennialang miljoenen ter beschikking om in rurale gebieden de gezondheidszorg op peil te brengen maar deze worden verkwanseld. Dezelfde werkwijze als bij onderwijs is ook hier nodig. De voedselzekerheid is in gevaar in gemeenschappen die afhankelijk zijn van landbouw, mede door specifieke ziekten en plagen die gelden in bijvoorbeeld het uiterste zuiden. Er is een gevoeligheid voor ondervoeding en hongersnood. Met de hulp van de FAO moeten door LVV en RO maatregelen getroffen worden om de voedselzekerheid in deze gebieden te verhogen. Op dit gebied worden er geen maatregelen getroffen. De overheid besteed geen aandacht aan de ‘Inheemse en Marronindustrieën’ (gecertificeerde crafts-industrie, geneeskunst, podiumkunsten, jacht, visvangst, landbouw), omdat men naar verluidt bang is van onafhankelijkheidsbewegingen. De regering moet deze industrieën versterken via Minowc, LVV en HI. De Inheemsen en Marrons vragen al decennialang naar erkenning van hun landrechten, een zaak die gemakkelijk op te lossen is omdat alle beschaafde landen in de wereld deze zaak hebben kunnen oplossen via wetgeving. De regering is niet bereid om hieraan te werken, omdat men de uitdrukking ‘zelfbeschikkingsrecht’ in deze context niet begrijpt en spoken begint te zien. De regering moet de landrechten aan de Inheemse en Marronvolken toekennen. Gekoppeld hieraan eisen de volken die in het binnenland wonen om door het bestuur met respect te worden behandeld, waarmee men niet intimideert door met veel machtsvertoon op ze af te komen. Er moet geen misbruik worden gemaakt van het verschil in ontwikkeling en autoriteit door stedelingen, politici en regeerders. En zijn we nu niet juist dat aan het doen?