Dinsdag 13 november 2018

In het 8 decemberstrafproces heeft de verdediging ook ervoor gekozen om een politiek pleidooi te houden, waarvan de indruk ontstaat dat men getracht heeft om de ‘moorden’ die zijn gepleegd, enigszins goed te praten. In de populaire discussie wordt al lang niet meer ontkend dat de moorden door bepaalde mensen zijn gepleegd, eerder wordt een motief aangedragen om te rechtvaardigen de executies die zijn voltrokken. In de populaire zin heeft men binnen een bepaalde kring er wel vrede mee dat de executies zijn gepleegd. Het was een soort zelfverdediging van de daders. De vraag rijst of men in het juridisch proces klaar kan komen met het populistisch motief. Het plegen van moorden is in juridische rechtsprocessen minder logisch en aannemelijk dan in publieke debatten door en voor een bepaald deel van de samenleving. De beste verdediging voor een levensdelict is dat men niet schuldig is aan moord, doodslag of dood door schuld, omdat men geen handelingen heeft verricht die direct hebben geleid tot het verlies van levens. Het gaat dan voornamelijk om geweldshandelingen of handelingen die de omstandigheden om door te leven (bijvoorbeeld om te ademen) hebben geëlimineerd. De beste verdediging is dus dat men het niet heeft gedaan en dat men er niet bij was. Het goedpraten van executies of aandragen van motieven die executies zouden goedpraten, zijn dan niet relevant en ook onnodig. Frappant in het pleidooi van de verdediging is dat men complimenten maakt aan het adres van de militairen over de wijze waarop men in december 1982 het volk van Suriname heeft behoed van verder bloedvergieten. Maar stel dat er overweldigend bewijs zou zijn dat burgers en vreemdelingen in Suriname bezig zouden zijn een buitenlandse invasie of een binnenlandse coup voor te bereiden waarmee veel verlies van levens voor burgers, hoogwaardigheidsbekleders en militairen gepaard zou gaan, is het dan gerechtvaardigd dat deze burgers en vreemdelingen ongewapend worden opgepakt, geïsoleerd en geëxecuteerd? Is er ergens in het geschreven of het ongeschreven recht een norm te vinden die zulke executies zouden rechtvaardigen? Het antwoord op deze vraag is neen. Er zijn geen gronden aan te dragen die rechtvaardigen dat mensen ongewapend worden opgepakt en geïsoleerd en worden geëxecuteerd. Anders is het wanneer het zou gaan om een gevechtssituatie, waarbij het regeringsleger zou trachten om de mensen te arresteren en zou stuiten op verzet of wanneer het regeringsleger moest ingrijpen om geweldshandelingen die gaande zijn, tot een einde te brengen. Het komt wereldwijd voor dat bij gevechtshandelingen tussen het nationale regeringsleger en de rebellen doden vallen aan de kant van de rebellen. Soms is het resultaat dat nagenoeg de hele rebellengroep – als het om een kleine eenheid gaat – om het leven komt. Het komt voor dat militairen die aan zulke gevechtshandelingen deelnemen en geen oorlogsverdragen hebben geschonden, worden gedecoreerd door de respectieve regeringen. Deze militairen worden na decennia nog geprezen voor hun heldhaftig optreden tegen gewapende rebellen die het land schade zouden berokkenen. De regeringslegers hebben immers als voornaamste taak om de soevereiniteit van het land te beschermen en gewapende inbreuken daarop de kop in te drukken. Nu is er wel een hemelsbreed verschil tussen gedood worden als rebel tijdens gevechtshandelingen en ongewapend opgepakt en neergeknald worden. Met het emotioneel populistisch pleidooi dat de militairen ons als bevolking in 1982 een gunst hebben bewezen, heeft de verdediging eerder kwaad dan goed gedaan aan de verdediging van de verdachten in het 8 decemberstrafproces. In principe is het pleidooi niets anders dan een verdere uitdaging van de rechterlijke macht om te tonen wat ze uiteindelijk zullen beslissen. In een strafzaak draait het echter niet om populisme, maar om de harde feiten. Het pleidooi is nu gehouden en op den duur zal het liggen aan de rechter om tot een oordeel te komen. In elk geval moet geconcludeerd worden dat in de jonge republiek geen generatie nog is opgestaan om de volle potentie van Suriname uit te buiten en om het ‘vaderland’ welvarend te maken. Er zijn landen, veelal in Afrika, waar zulke generaties al decennialang op zich laten wachten. Zal er ooit een generatie opstaan in Suriname die voornamelijk gedreven zal zijn door een drang om Suriname groot maar vooral welvarend te maken? De contouren van die generatie zijn niet te zien. De corruptie en straffeloosheid heersen alom. De wortels ervan liggen in de zogenaamde oude politiek die de basis heeft gelegd voor corruptie en straffeloosheid. De wortels liggen ook in het militaire verleden en de voortbrengselen daarvan, die in hun wezen niet verschillen van de oude politiek, maar wat ze doen wel grootschaliger aanpakken (of het nou goed of slecht is). In onze geschiedenis vanaf het zelfbestuur medio de vorige eeuw tot nu zijn er geen periodes geweest waar een oprechte generatie gestaag en persisterend uit liefde voor Suriname heeft gebouwd aan het vaderland. Alles wat we doen, heeft een korte termijn doel om zelf te overleven. De Surinaamse mens is qua karakter niet zover ontwikkeld dat het in voldoende mate zijn handen kan uitsteken naar de medemens in nood, getuige de constante kritiek bijvoorbeeld op de sociale zekerheden. Wij volgen het 8 decemberstrafproces en de tijd zal leren hoe de uitkomsten van deze zaak Suriname fundamenteel zal hebben veranderd … of juist niet.

Meer Binnenlands Nieuws