Donderdag 13 december 2018

Er is een heel goede aanzet gegeven enkele dagen terug om te komen tot een vereniging van pensioenfondsen in Suriname. De Wet Algemeen Pensioen werd in 2014 aangenomen in Suriname. Het was het punt in onze geschiedenis waar het voor alle werknemers en zelfstandigen verplicht werd om een pensioen op te bouwen. Officieel werd ook de pensioengerechtigde leeftijd ingesteld en dat is bij ons 60 jaar. De pensioenfondsen staat onder controle van de Centrale Bank van Suriname. Ten tijde van het instellen van de Wet Algemeen Pensioen waren er ongeveer 32 pensioenfondsen geregistreerd bij de Centrale Bank. Het kan dat die niet explosief zijn gegroeid omdat de kans groot is dat de wettelijk verplichte pensioenregeling ondergebracht zijn bij enkele grote pensioenfondsen. Deze hebben nu een grote verantwoordelijkheid, over enkele jaren moeten ze pensioenen in groten getale uitbetalen. De pensioenfondsen moeten met de premies die ze ontvangen, meer geld gaan verdienen. In de wet is geregeld hoe de pensioenpremies moeten worden betaald. Er is een werknemersbijdrage die niet meer dan 50% van de totale premie moet zijn. Daarnaast is er een werkgeverspremie, die moet minimaal 50% zijn, maar het mag ook meer zijn. Er zijn werkgevers die voordat de wet intrad een pensioenregeling hadden (ongeveer 32 bedrijven) en deze werkgevers betaalden de premie in zijn geheel. De kunst is nu om de pensioenfondsen te behoeden tegen ontwikkelingen die de premies aantasten. De fondsen moeten hun gelden zodanig gaan beleggen dat het rente oplevert en dat ze geen slachtoffer worden van devaluaties. Langetermijn grip hebben wij niet op onze munt. Wanneer het moment daar is, moet het niet zo zijn dat de pensioenfondsen symbolische bedragen gaan uitkeren aan de pensioengerechtigden. Dat gebeurt nu wel met sommige pensioenen, zelfs van multinationals als Suralco. Het is daarom een zeer positieve zaak dat de pensioenfondsen zich verenigen en gezamenlijk een strategie bedenken voor het beleggen van de premies die men ontvangt. Deze bundeling moet door de regering worden ondersteund. Uit de publicaties ontstaat een redelijk goed beeld van wat er door de regering en DNA in 2014 is gecreëerd wat betreft pensioenen. De werkgever en werknemer zijn tot op zekere hoogte vrij om de inhoud van de pensioenregeling of verzekeringsvoorziening onderling te regelen. De wet geeft een minimumstandaard ten aanzien van de rechten en plichten van de werkgever en werknemer. Ook zijn er regelingen over de rechten op een pensioenuitkering, de opbouw van en de hoogte van het pensioen en eventuele aanpassing van de bedragen. Er is een driehoeksverhouding tussen de werkgever, werknemer en een pensioenuitvoerder (of verzekeringsuitvoerder). Er is sprake nu van een collectieve uitvoering van de pensioenen via het Uitvoeringsorgaan Algemeen Pensioen. Deze entiteit is voor zowel de werkgever als de werknemer het aanspreekpunt. De pensioenrechten worden vanaf de inwerkingtreding van de wet opgebouwd en hebben geen terugwerkende kracht naar een tijdstip gelegen voor de datum van inwerkingtreding. De opbouw van pensioenrechten gaan in vanaf deze datum en dat aanspraak op pensioenrechten kunnen alleen gemaakt kunnen worden door werknemers die deze rechten onder deze regeling opbouwen. Het recht op pensioen wordt verkregen door pensionering (algemeen pensioen), invaliditeit (invaliditeitspensioen) en overlijden (weduwenpensioen en wezenpensioen). De wet noemt 4 typen pensioenen. Het gaat om algemeen pensioen, partnerpensioen (70% van het algemeen pensioen) en wezenpensioen (in totaal 70% van het algemeen pensioen). Het recht op wezenpensioen ontstaat indien beide ouders of verzorgers (degene die een zorgplicht hebben erkend jegens deze kinderen) zijn overleden. Ook betreft het invaliditeitspensioen (gelijk aan het algemeen pensioen). De hoogte van het invaliditeitspensioen wordt berekend naar het aantal dienstjaren, dat een werknemer tot zijn pensioenleeftijd zou hebben kunnen vervullen, indien hij niet wegens arbeidsongeschiktheid ten gevolge van zijn opgetreden invaliditeit, zou zijn ontslagen. In de wet wordt ook rekening gehouden met de duurzame gemeenschappelijke huishouding, de partner die niet altijd gehuwd hoeft te zijn en de daarbij behorende kinderen. Het recht op pensioen ontstaat als de deelnemer tenminste 5jaren premie heeft betaald. De wet stelt nu een minimumpensioenuitkering van SRD 300 per maand. Het uitkeren van het pensioen vindt plaats bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Alle ingezetenen die werken in Suriname, moeten pensioenpremie storten. De premie is een maandelijks aan een pensioenfonds te betalen bedrag, bestemd voor de financiering van een pensioen. De wet heeft in 2014 voor een bepaalde zekerheid gezorgd voor werkende mensen. Het is zaak dat de fondsen zich sterker maken tegen slijtages die in onze economie kunnen plaatsvinden. Daarom is de vereniging een goede zaak.

Meer Binnenlands Nieuws