Dinsdag 21 mei 2019

Er is een verklaring gevonden waarom er in Suriname geen investeerders te zien zijn, ondanks er zoveel mogelijkheid is om in verschillende sectoren economische activiteiten te ontplooien. De beleidsmakers willen een vinger in de pap hebben, bemiddelaars die namens de regering investeerders voor Suriname interesseren willen ook een vinger in de pap hebben. Men wil een deel van de koek hebben, een goed voorbeeld was het Indiase sportproject voor de VSB en de betrokkenheid van onze ambassadrice in India. Er is een organisatie Investsur in het leven geroepen speciaal om buitenlandse investeringen naar Suriname te halen, maar het mag niet baten. De investeerders die ergens in een rij staan, die zijn niet zichtbaar. Deels zou dat kunnen liggen aan de bedrijven die onze beleidsmakers en politici zelf willen oprichten. We hebben daags terug gezien hoe een dc op heel traditionele wijze, zoals het al jarenlang aan toegaat, gronden die waren aangevraagd door burgers, naar zichzelf heeft gekanaliseerd. Er zijn ook soortgelijke geluiden in Suriname dat business ideeën worden gekaapt door mensen op ministeries en door politici en bewindslieden. De echte ondernemers krijgen de kans niet om een bedrijf te starten, mensen in dienst te nemen (dus werkgelegenheid te scheppen) en belasting te betalen. Politici kruipen dan in de rol van ondernemer in de hoop om miljonair te worden. Nu zijn 2 ministers in het nieuws die samen stichtingen en nv’s hebben die allemaal iets met elkaar gemeen hebben. Dus ze hebben iets met elkaar te maken. Nu weten we dat stichtingen niet de bedoeling moeten hebben om er blad mee te maken. In de praktijk zien we dat stichtingen toch winst maken, maar meestal is dat om sociale doelen te verwezenlijken. We zien ook dat stichtingen veel worden misbruikt om onroerend goed te beheren. Veel buitelanders omzeilen de L-Decreten om toch een recht op domeingrond te krijgen. Het bestuur van de stichting bestaat dan uit buitenlanders. Zodoende is men via de stichting wel bezitter van grondhuur. Alles wat niet toegestaan is of zichtbaar moet zijn, wordt dan geparkeerd in de stichting. Zo is het een hele gefrommel en is het moeilijk om te achterhalen wie wat doet en wie voor wat verantwoordelijk is. In de grondwet zijn er voor de president en de vicepresident beletsels opgenomen om eigenaar of aandeelhouder te zijn van ondernemingen. De president en de vicepresident mogen rechtstreeks noch zijdelings deelhebber zijn in, noch borg zijn voor enige onderneming, ten grondslag hebbende een overeenkomst, om winst of voordeel, aangegaan met de Staat of met enig deel daarvan. Zij mogen, behalve openbare schuldbrieven, geen schuldvorderingen ten laste van de Staat bezitten. De grondwet geeft aan dat de president en de vicepresident rechtstreeks noch zijdelings deelhebber mogen zijn in enige concessie of onderneming van welke aard dan ook, in Suriname gevestigd of aldaar haar bedrijf uitoefenende. Voor de ministers zijn soortgelijke beperkingen niet vermeld, maar uit de ambtseed zouden beperkingen wel kunnen voortvloeien. Het gaat om het conflict of interest. Dus dat ze niet betrokken zijn als ondernemer. Het is wel voor een ieder duidelijk dat een minister van NH geen directeur, aandeelhouder of oprichter van een mijnbouwbedrijf kan zijn. En zeker niet midden in zijn periode als minister. Nu lijkt het alsof de twee ministers iets aan het bekokstoven zouden zijn geweest. Geheel toevallig is het onmogelijk dat ze opeens 2 stichtingen en 2 nv’s oprichten. En het opeens deactiveren roept vraagtekens op. Waarom moet een NH-minister tijdens zijn ministersperiode een mijnbouwbedrijf oprichten? Van wie zal hij dan de concessies krijgen? Wie moet er allemaal advies geven op deze aanvraag van concessies en andere mijnbouwrechten? Kan een NH-minister zijn goede vriend de OWTC-minister weigeren om een concessie te geven? We zien in de afgelopen periode dat ondanks enorme economische potenties die Suriname heeft, de bedrijven uitblijven. Beweerd wordt dat dat voor een deel komt uit de commissies die worden geëist en de obstakels die worden opgelegd. Wie is aan het eind van de dag de dupe van de oneerlijke en corrupte politici? Dat zijn u en ik, de belastingbetalers.
Door de minister van OWT&C is aangeven dat hij ongeduldig is geweest in het oprichten van de nv en de stichting. Hij had moeten wachten tot hij minister af was. Op de staatsradio hebben burgers gebeld, bijna om de minister te bedanken dat hij deze stappen heeft ondernomen. De positieve reacties allemaal in de richting van de minister en het benadrukken door de man van de straat dat hij ongestoord verder moet gaan, zijn ook een verklaring voor de misstanden die in Suriname plaatsvinden. Het schijnt alsof een deel van de bevolking in Suriname het verstand kwijt is en alles in het openbaar durven goed te praten wat van hun partij afkomstig is. De verklaring van de minister dat hij ongeduldig is geweest, gaat niet op. Het toont aan dat er totaal geen anticorruptiebeleid is ontwikkeld in Suriname. Want, de anticorruptieregels met betrekking tot conflict of interest blijven gelden voor publieke functionarissen, ook nadat ze uit functie zijn geweest. Dat maakt dat het vragen van een concessie door een minister die net af is aan een regering waar hij eerder deel van uitmaakte, uit den boze is. Het concept van anticorruptie is ons als Surinamers nog vreemd, een hele scholing en omscholing moet op dit gebied nog plaatsvinden.