Dinsdag 14 mei 2019

2Patrick Kensenhuis wijst op gevaren niet naleving rij- en voertuigenbelasting.1Alhoewel de rij- en voertuigenbelasting officieel afgekondigd is, zijn er individuen die vastberaden zijn om deze belastingmaatregel aan hun laars te lappen. Zo hebben onder andere de Surinaamse Bushoudersorganisatie (SBO) en de Particuliere Lijnbushoudersorganisatie (PLO) zich reeds gedistantieerd van deze belastingplicht, aangezien zij een onaanvaardbare betalingsachterstand hebben in de brandstofcompensatie. Ook Sham Binda, voorzitter van de Associatie van Kleine en Middelgrote Ondernemingen in Suriname (Akmos), is niet van plan om zich te onderwerpen aan de kosten van de rij- en voertuigenbelasting.

In gesprek met Dagblad Suriname accentueert Binda dat deze belastingmaatregel zeer vaag is. Zo vraagt Binda zich af welke actoren wettelijk belast zijn met de naleving van de rij- en voertuigenbelasting. “We weten bliksems goed dat het controlemechanisme in ons land erg zwak is. Wie is nu bevoegd om mij in het verkeer aan te houden? En waar is dat terug te vinden in de wet? Ik kan niet vanzelfsprekend aannemen dat de politie ermee belast is. De wet moet duidelijk zijn op dit vlak, het is per slot van rekening een belastingmaatregel.” Hij verduidelijkt dat hij niet zal meewerken aan onwettige handelingen.

De volksvertegenwoordiger, Patrick Kensenhuis (NDP), snapt de irritatie van Binda, echter wijst hij op het bindend karakter van de rij- en voertuigenbelasting. “Deze wet is uitgebreid behandeld in het parlement en is reeds afgekondigd. Het is dus al in werking getreden. Op basis daarvan zullen degenen die in het bezit zijn van een rij- en voertuig moeten handelen conform de wet”, benadrukt Kensenhuis tegenover Dagblad Suriname. Op grond van artikel 10 van S.B. 2018 no 85 ligt het toezicht en de handhaving van de rij- en voertuigenbelasting in handen van de Dienst der Invoerrechten en Accijnzen, de procureur-generaal en andere leden van het Openbaar Ministerie, districtscommissarissen, ambtenaren van politie, en de buitengewone agenten van politie. In hetzelfde staatsbesluit, artikel 11, is opgenomen dat de voornoemde ambtenaren bevoegd zijn de voertuigen in beslag te nemen als blijkt dat niet voldaan is aan de belastingplicht. De sancties zijn bestuurlijk en strafrechtelijk van aard waaraan boetes zijn gekoppeld. “Ik zou de mensen niet stimuleren om het heft in eigen handen te nemen, want dit kan onaangename consequenties met zich meebrengen”, aldus Kensenhuis. De betaling van de rij- en voertuigenbelasting dient overigens vóór 28 februari te geschieden.

KSR