Dinsdag 21 mei 2019

Wilma Mathoera

Wilma Mathoera

Of je het nu wilt of niet, we zijn beland in de digitale wereld. Internet is onmisbaar aan het worden op alle terreinen van de samenleving. Ouders hebben in deze digitale wereld minder of helemaal geen grip op het mediagebruik van hun kind. Dit zorgt voor irritaties en frustraties tussen ouders en kinderen. Vooral kinderen in de leeftijd van ongeveer 10 tot 15 jaar lijken wel verslaafd te zijn aan het mediagebruik. Gezinnen leven nu ook anders. Door de individualisering is eenieder veelal op zichzelf gericht. Kinderen van nu hebben meer privacy.

Probleem
Van jongs af aan komen kinderen in aanraking met de digitale wereld. Computers, laptops, mobieltjes etc. zijn een belangrijk onderdeel geworden in de leefwereld van hedendaagse jongeren. Mede door de individualisering, waarbij ouders niet genoeg tijd doorbrengen met hun kroost wordt er bovendien weinig gecommuniceerd. Kinderen gaan dan op zoek naar interessante en uitdagende activiteiten, zoals games, sociale media ect.

Het ontbreken van de juiste tools bij ouders en duidelijke regelgeving met betrekking tot het gebruik van het bovengenoemde apparaat, maakt dat er irritaties ontstaat tussen ouders/verzorgers en hun kinderen. Bovendien zijn jongeren in de puberfase erg gevoelig hiervoor. Irritaties ontstaan ook wanneer ouders hun kinderen niet begrijpen of omgekeerd.

Ouders die geen of weinig kennis hebben over hoe te handelen in zo n situatie kunnen hun kinderen ook moeilijk begrijpen. Ook de pubers weten vaak niet hoe ze moeten reageren op bepaalde situaties (zie puberbrein). Wanneer ouders in de opvoeding hun grenzen verleggen door hun kroost meer aan te bieden dan nodig is, meestal ook ongevraagd, kan dit voor problemen zorgen. Zowel kinderen als ouders als omgevingsfactoren hebben invloed op het ontstaan van opvoedingsproblemen.

Individualisering
Het individu, u en ik, zijn namelijk geen eiland, we kunnen alleen handelen en functioneren dankzij de omgeving. Terwijl de roep om meer individueel gericht onderwijs luider wordt, groeit juist het belang van het leren in groepsverband. Met de toenemende invloed van de digitale middelen wordt het individu alleen maar individueler (en egoïstischer) als het ook niet leert omgaan en oog blijft houden voor de naasten en de omgeving. Zie de focus van steeds meer mensen in het publieke domein. Zonder mobieltje of tablet loopt de samenleving vast.

Het mediagebruik
Media-opvoeding is het onderdeel van de opvoeding dat erop gericht is om kinderen bewust en selectief met het media-aanbod om te laten gaan en ervoor te zorgen dat ze media uiteindelijk zelfstandig kunnen gebruiken. Dat betekent dat kinderen en jongeren:
• de inhoud van het media-aanbod begrijpen: kritisch kunnen beschouwen en op waarde weten te schatten, en weten hoe media invloed kunnen uitoefenen;
• hun tijdsbesteding zelf in de gaten kunnen houden en begrenzen;
• kunnen overzien hoe zij zelf informatie uitdragen via de media en weten hoe die informatie door anderen kan worden gebruikt.

Vaak focust men op de omgang met audiovisuele media (internet, games, film, televisie, social media), maar ook omgaan met radio, kranten, tijdschriften en boeken behoort tot media.
Media speelt een steeds belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Media kunnen leuk, leerrijk en verrijkend zijn, maar ook risico’s met zich meebrengen. Begeleiding door ouders en andere opvoeders is daarom van groot belang, zodat kinderen leren om bewust om te gaan met de media.

Gedragsverandering
Het kind in beweging brengen om zijn levenswijze te veranderen, is heel belangrijk. Voor een verandering in het gedrag is het nodig dat er een discrepantie (verschil) ontstaat tussen het huidige gedrag van je kind en belangrijke doelen of waarden die je kind wil bereiken. Het kind moet ontdekken waarom het belangrijk voor hem is om te veranderen. Daarom is het van belang dat niet de opvoeder de argumenten om te veranderen benoemt, maar het kind. Voordat het kind bereid zal zijn om te veranderen, zijn er drie essentiële aspecten van zijn motivatie voor verandering nodig:
• de bereidheid om te veranderen;
• de overtuiging in staat te zijn om te veranderen;
• en gereedheid om te veranderen.
Bij de bereidheid om te veranderen, gaat het erom dat het kind het belang van de verandering inziet. Daarnaast moet hij er ook van overtuigd zijn dat hij de capaciteiten bezit om de verandering te realiseren. Gereed zijn om te veranderen houdt in dat het veranderen voor het kind prioriteit heeft.
Tips die toegepast kunnen worden om je kind te motiveren tot verandering. Het toepassen van deze tips kan leiden tot een verminderde weerstand en het versterkt de intrinsieke motivatie (motivatie die vanuit de persoon zelf komt) van je kind om te veranderen.

1. Acceptatie
Het kind is van absolute waarde, ook al doet hij dingen die je niet kunt accepteren. Het kind kan alleen veranderen als hij zich onvoorwaardelijk geaccepteerd voelt. Toon actieve belangstelling voor de leefwereld van het kind. Doe moeite om de wereld door de ogen van het kind te bekijken. Accepteer de autonomie van het kind.
2. Toon empathie en begrip
Een empathische en open houding van jouw kant zorgt ervoor dat het kind zich gehoord en begrepen voelt. Van belang is dat je vertrouwen hebt in het kind, zijn capaciteiten en inzet én dat duidelijk laat merken en benoemt. Dat werkt als een selffulfilling prophecy (voorspelling waarvan de bekendmaking het effect heeft dat de voorspelling waarheid wordt): ook het kind raakt overtuigd van zijn capaciteiten, kwaliteiten en inzet. Die overtuiging is een belangrijke voorwaarde voor gedragsverandering. Het kind verandert namelijk alleen als hij gelooft dat hij in staat is om te veranderen. Daarvoor is bevestiging belangrijk.
3. Omgaan met weerstand
Bij motivatie is het van belang mee te bewegen om het kind te helpen weerstand te overwinnen en stappen te zetten in de richting van verandering. Het werkt averechts als je in discussie gaat of het kind probeert te overtuigen. Je helpt het kind niet door als tegenstanders tegenover elkaar te gaan staan maar wel door samenwerking. Samenwerken houdt in dat je hetzelfde doel nastreeft. Een belangrijke vaardigheid hierbij is dat je in staat bent je eigen reactie om kennis te delen of advies te geven kunt opschorten.
4. Open vragen stellen
Een open vraag is een vraag die het kind uitlokt een uitgebreid antwoord te geven. Gesloten vragen zijn vragen die beantwoord kunnen worden met één woord. Gesloten vragen sturen vaak in de richting van je eigen denkbeelden. Het effect van open vragen is dat het kind zichzelf gaat onderzoeken en hierover gaat vertellen. Hierdoor kun je beter aansluiten bij de motieven en waarden van het kind.
5. Samenvatten
Door regelmatig het gesprek samen te vatten, controleer je of je elkaar nog steeds goed begrijpt.
6. Laat je kind eigen keuzes maken

Een sterk sturende rol maakt het kind passief, of zorgt ervoor dat hij zich gaat verzetten. Verder gaat het kind ervan uit dat hij/zij alles zelf kan. Dit kan hem enigszins stuurloos maken. In de praktijk blijkt dat personen eerder handelen en meer accepteren wanneer zij zelf iets willen. Hoe meer het kind zijn eigen keuzes zal maken, des te groter de loyaliteit aan deze keuze zal zijn. Stem je begeleiding af op de behoeften van het kind, maar neem binnen die kaders wel de leiding om het kind te motiveren.

Bewustmaken en begeleiden bij mediagebruik
Als volwassene is het belangrijk om niet te oordelen. Contacten via Skype, Whatsapp en andere apps zijn voor kinderen evenwaardig met live sociaal contact. Door parallellen te trekken met hoe men zich gedraagt ‘in real life’ beseffen kinderen dat alles wat ze online doen, ook gedrag is maar dan met een digitaal sausje er overheen. En dat de interacties online dus altijd door twee (of meer) partijen bepaald wordt. Als opvoeder kan je je kind sterker maken in zijn online gedrag. Door te praten, duidelijk te maken dat je kind bij je terecht kan, leren om de nare kanten van internet te herkennen en de deur daar naartoe dicht te houden.

Je kan nooit alles afschermen en controleren. In plaats hiervan zou je je als opvoeder kunnen inzetten op de bewustmaking en begeleiding en op een gezamenlijke ontdekkingstocht gaan. Want wat geldt in het opvoeden in de offline wereld, gaat ook op voor media opvoeden: een autoritatieve opvoedstijl, waarin warmte en sensitief-responsief reageren gecombineerd worden met duidelijke en consequente regels, werkt het best. Autoritatieve ouders stellen samen met hun kind regels op die passen bij de ontwikkeling van hun kind, leggen uit waarom die regels nodig zijn en handhaven die regels consequent. Ze bieden structuur in een liefdevolle relatie. Deze opvoedstijl bevordert zelfcontrole bij een kind (= het vermogen om impulsen en verleidingen te weerstaan), een onmisbare competentie om zelfstandig om te gaan met mediagebruik.

Het is belangrijk dat alle zes (6) leefgebieden stabiel en gezond zijn. Helaas is dit niet bij iedereen het geval. Doordat op 1 of meerdere leefgebieden problemen zijn, kan dit de oorzaak zijn dat de kwaliteit van iemands leven of van zijn omgeving verminderd.

Advies /tips ouders
• Zorgen voor een goede balans van activiteiten naast media zoals met elkaar praten, vrij spelen, sport.
• ‘s avonds de smartphone niet mee naar bed of ’s avonds de wifi uitzetten.
• Ga een gesprek aan met het kind. Laat hij zelf aangeven hoe hij denkt over zijn internetverbruik. Maak duidelijke afspraken over het wifi-gebruik.
• Stimuleer het sociaal contact.
• Doe aan gezelschap spelen met het gezin (quality time).
• Voorbeeldgedrag is heel belangrijk. Als je als ouder continu met media bezig bent, spiegelt het kind zich hieraan.
• Goede ouderervaringen geven ouders meer vertrouwen in zichzelf als opvoeder. Negatieve ervaringen doen afbreuk aan het competentiegevoel (Van der Pas, 2009).
Vanuit mijn discipline acht ik het nodig om dit artikel onder de aandacht van de lezer te brengen.

Stichting Zelfontplooiing &Bewustwording Jongeren